Bekijk het origineel

Brief uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Brief uit Zeeland

4 minuten leestijd

CDXVII.

Na de brieven over de vakorganisaties kan het nuttig zijn ook eens aandacht te besteden aan de zogenaamde standorganisaties. De werkman zou kunnen gaan denken, moeten wij nu maar zo ongeorganiseerd blijven en mag een werkgevei-wel organiseren. Landbouw middenstand, industrie, enz.

Uiteraard kan uw briefschrijver, die zelf georganiseerd is in de S.G.P., niet het standpunt gaan innemen, dat iedere or. ganisatie is af te keuren. Wel hebben we steeds toe te zien. Och, als in zonde gevallen en in ongerechtigheid geboren tot zonden geneigd, geleerd hebbende om kwaad te doen en niet om goed te doen, is er niet veel goeds te verwachten. Daarom zal het zo niodig'zijn grondig na te gaan wat beoogd wordt, wat de uitleving is, wat de gevolgen zijn, alvorens wij ons gaan aansluiten.

Voorop dient wel gesteld te worden, dat er geen aansluitingsplicht is. Het Landbouwschap is 'de boeren opgelegd, maar zo is 'het toch niet met organisaties, zoals coöperaties, landbouwmaatschappijen, - bonden of - verenigingen. Zo is het ook niet met middenstandsvereni. gingen of - bonden. Daarin zijn wij nog vrij. Ook al is de vrijheid in Nederland niet groot, dat is, althans naar uw briefschrijver meent — hij wil dat voorbehouden, want het is wel moeilijk om alles te overzien en hij weet ook niet alles - toch nog vrij.

Er zal ook geen principieel bezwaar zijn tegen het zich verenigen in die organisaties, mits daardoor niet wordt bevorderd, dat Godls Naam woidt onteerd en anderer belangen worden geschaad. Maar - we organiseren toch om onze eigen belangen voor te staan? Zo zal worden gevraagd. We gaan toch samen^ omdat wij daarin voordeel zien?

Dat aUes is niet af te keuren, maar bij alles 'hebben wij te rekenen met onze plicht onzes naasten nut en voordeel te bevorderen. Dus, als het alleen gaat om er 'beter van te worden ten koste van anderen, dan is de grondslag onjuist.

Evenmin als dat een werlöiemer door organiseren een machtspositie mag gaan bevorderen, mag eeni werkgever dat doen. Nu is dat ook niet zo zichtbaar, maar het kan toch wel zijn, dat bedekt dat streven er wel is. Blijkt dat, op de één of andere wijze, dan zullen wij ons moeten onthouden. Dus, er kunnen en zullen grenzen zijn om al dian niet te kunnen organiseren. Dan rijst de vraag of bet absoluut nodig is, dat de organisatie waarbij wij ons willen voegen al dan niet christelijk is. Dat wordt wel een moeilijke vraag. Immers, onder „christelijk" wordt tegenwoordig zoveel verstaan, dat wel de vraag mag worden gesteld of de daad overeenkomt met de naam.

Ook kan toch wel worden gevraagd of het nodig is, dat een kredietbank vooi bedrijfsvoerders, zoals de Bo'erenleenbanken, de naam' christelijk gaan voeren. Moet een coöperatie, die zaaizaden en kunstmest in het groot gemeenschappelijk aankoopt en onder dé leden uitgeeft, de naam , , christelijk" •hebben? Zou het juist zijn een bokkenvereniging dat opschrift te geven?

Zo kan worden doorgegaan. Maar blijkt daaruit niet, dat we toch wel voorzichtig moeten zijn om, met de leu2!e in de hand „de soevereiniteit Gods over het gehele leven", als het ware te eisen, dat alles de naam van christelijk draagt? Inderdaad, Gods soevereiniteit gaat over alles, niets uitgezonderd. Zijn voorzienigheid gaat over loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvmchtbare en" o ' , . . , jaren enz. üus daarvan is mets, en dan uok niets uitgesloten. Maar eren en erkennen wij die soevereiniteit alleen door onze vergadering met een igebed en het lezen van een gedeelte uit Gods Woord te openen, en verder onze eigen wegen te gaan? Zoals we niet alles wat zich onder de naam van „christelijke politiek" voordoet aanvaarden, zo zullen wij ook daarin niet alles aanvaarden kun­nen.

Het is ook niet uitgesloten, dat er organisaties zijn, die zo nauw bij een politieke partij zijn betrokken, dat we. door daar bij aan te sluiten, ons eigene politieke organisatie afbreuk zouden doen en de andere, die wij niet juist achten, zouden bevorderen. Nogmaals, wij hebben wel toe te zien. Beter ons onthouden dan te gaan steunen, dat wat niet goed is.

Laten wij door onze dadien tonen, dat wij Gods soevereiniteit over het gehele leven erkennen; laten wij, in afhankelijkheid van Hem, onze zaken doen; laten wij zoeken naar een vereniging met God en Zijn volk, om hersteld te krijgen wat wij verbroken hebben.

Uw Zeeuwse Briefschrijver

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1960

De Banier | 8 Pagina's

Brief uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken