Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

4 minuten leestijd

1.

{Pinksteren)

En als zij dit' hoorden, werden zij verslagen in het hart. Handelingen 2 : 37a

Pinksteren, de kroon der christelijke ^^erdagen, is weer aangebroken. Pinksteren wil zeggen: de vijftigste dag. Vijftig dagen na de glorievolle verrijzenis van Christus, de Messias-Koning, en tien dagen na Zijn triomfante hemelvaart, \vil God de Vader aan de voorbede Zijns Zoons niet langer weerstand bieden; en zo giet Hij gaven uit, gaven des Geestes, gaven en genades, zo heerlijk en rijk, dat na meer dan negentien eeuwen deze Geestesstroom no g niet opgehouden heeft te vloeien. Door dit Geesteswerk graaft God de Drieenige een bedding in Zijn volk, om van daaruit de wereld toe te bereiden tot haar voleinding. Met Pinksteren zijn wij immers in „het laatste der dagen", zoals Joel daarvan getuigd heeft.

Op Pinksteren gebeurt er dus iets, ja machtig-veel. En het moest niet nodig zijn, dat er naast de kerk va.n Christus ook nog een „Pinkstergemeente" zo hier en daar voorkomt. Want die kerk behoort zelf Pinkstergemeente te zijn en te blijven. En daarom worden wij ook dit Pinksterfeest er weliswaar aan herinnerd, van hoe heerlijke en geestelijke oorsprong de kerk zich mag weten, maar ook anderzijds, hoe wij in zovele opzichten aan dit leiven-des-Geestes ontzonken zijn. Zo zelfs, dat de kerk veekzins wereldgelijkvormig is, en dat zij op haar best verkeert in de staat van een land, dor en mat, en daaronder zucht. Ja, als dat zuchten des Geestes nog maar niet igeheel ontbreekt, dan is er nog hoop voor een kerk en voor een gemeente, die zich naar Christus durft noemen, en in wier midden de Heilige Geest, als de Pinkster-Geest niet in de laatste plaats gekend en herkend mag worden aan de „zuchtingen des Geestes".

Kermen we daar iets van? Och, klaagt iemand, hoe zal ik dat weten? Nu, dit zuchten des Geestes wordt daar geboren, waar het van onze kant een verloren zaak blijkt te zijn. De Heilige Geest is dan werkzaam', wanneer wij onder het Woord, het gelezen of gepredikte Woord van God, ons niet langer kunnen handhaven. Want dat Woord van God is niet dood, maar levend en krachtig, ja het is scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en het gaat door tot verdeling der ziel en des geestes, en IS een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten (Hebreen 4, vers 12 en 13).

De op Pinksteren uitgestorte Heilige Geest hanteert het Pinksterzwaard! Een zwaard, dat — we vermoeden zulks al — dodelijk treft en raakt, en neervelt op het slagveld, maar — en ziedaar het wonder van Gods ontferming — tevens de kracht en het vermogen bezit, om juist in die weg van het dodelijktreffen en - raken, de mens te begiftigen en te begenadigen met dat leven, dat nooit meer sterven kan. O, vergeten we het nooit, dat zulks aan dit Pinksterzwaard eigen is, omdat Hij, Die dit zwaard hanteert, Jezus Christus is. We weten, dat een zwaard door Zijn moeder Maria is heengegaan, wanneer ze staat aan het kruis van haar Zoon.

Maar we weten ook, uit de Heilige Schrift, en wel uit de profetie {!Sach. 13 : 7), dat het slagzwaard van Gods blinkende, wrekende gerechtigheid getrokken en ontstoken is tegen de goede Herder der schapen, opdat zij het leven zouden hebben.

Welnu, op Pinksteren gaat de bede van de bruidskerk uit Psalm 45 volkomen in vervulling: „Gord Uw zwaard aan de heup, o Held, Uw majesteit en Uw heerlijklieid; en rijd voorspoedig in Uw heerlijkheid op het Woord der waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid!"

Duizenden, ja tienduizenden waren er op Pinksteren, het feest der eerstelingen, bijeen, en onder die grote schare wordt een machtig groot getal van drieduizend mensen derm'ate doorboord door de punt van het Geestesziwaard; dermate getroffen op hun meest kwetsbare plek: un hart; dermate geheel en al overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel (Johannes 16 : 8—11), dat zij het onder geween en gezucht uitroepen, ten-einde-raad: Wat moeten wij doen, mannenbroeders? "

Welk een heerlijke vrucht op die eerste pi-ediking na de uitstorting des Geestes. Petrus, de rots-man, mag zo vurig, overgegeven getuigen van der Joden zonde in het kruisigen van hun Messias-Koning, Jezus van Xazareth. „Gij zijt die mensen", die Hem aan het kruis genageld hebt.

Maar God de Vader heeft Zijn heilig Kind Jezus niet aan het verderf overgegeven, en he«ft Hem op Pasen doen opstaan uit de doden, en nu, verhoogd aan 's Vaders rechterhand, heeft Christus dit uitgestoit, wat gij nu ziet. Dit is de neerdaling des Geestes.

Bewijs, dat God uw daad veroordeelt, en tevens bewijs er van, dat Hij Zijn =-igen Zoon op deze dag rechtvaardigt. O, als ze dit horen, dan mag het gehoorde doordringen in het hart-het mag nederwaarts wortelen, en straks opwaarts vruchten gaan dragen, des geloofs en der bekering waardig.

St. Maartensdijk

Ds. J. v. d. Haar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1960

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken