Bekijk het origineel

Voor Oud en Jong

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

CC.

Mr. Groen van Prinsterer vóór 1857 voorstander van openbare school met de Bijbel, na 1857 voorstander van bijzondere school. Pogingen tot steun en bevordering van dit onderwijs.

Aangezien na de totstandkoming van de onderwijswet van 1857 de openbare school voor de voorstanders van het christeMjk onderwijs onbruikbaar was geworden, daar deze school haar grondslag vond in een christendom boven geloofsverdeeldheid, lag het voor de hand, dat er door hen met grote voortvarendheid zou worden gewerkt aan het oprichten van bijzondere scholen, van «cholen dus waar de jeugd in Gods Woord onder\vezen wordt en het onderwijs geheel overeenkomstig dat Woord is.

De vorige maal wezen wij er echter reeds op, dat dit niet het geval was. Het aantal christeHjke scholen, dat in de eerste drie jaren na 1857 weid opgericht, "was maar zieer 'klein. Het was of zich een zekere moedeloosheid van de voorstanders van bijzonder, chiiste-Kjk onderwijs had meester gemaakt. Mr. Groen van Prinsterer schreef destijds aan zijn vriend „Da Costa" dienaangaande, dat men in een , , jammerlijke toestand van onverschilligheid en despondency was geraakt". Dat dit z» was, laat zich begrijpen, ails men bedenkt, dat het stichten en instandhouden van bijzondere, christelijke scholen geheel en al door de voorstanders van christehjk onderwijs zelf moest worden bekostigd. Piijks-of gemeenteiUjke subsidie, zoals dit tegenwoordig verkregen wordt, bestond toen niet. Zoals •wij tooh tevoren reeds hebben vermteld, werd de bepaling betreffende de mogelijkheid van subsidieverlening uit het wetsontwerp van 1857 verwijderd. Aan het oprichten van bijzondere scholen 'walen dus grote bezwaren verbonden. De ervaringen met bestaande bijzondere scholen onderstreepten die bezwaren. De besturen dier scholen hadden namelijk voortdurend met .grote financiële moeilijkheden te kampen, waardoor het bestaan dezer scholen menigmaal ernstig bedreigd werd. Om aan deze moeffljkheden het hoofd te bieden, werden dan geregeld koUektanten door het land 'gezon-den om bij de gegoeden om onderstand te vragen.

Wij zullen niet ingaan op alle pogingen, welke in die tijd gedaan zijn om in deze toestand verbetering te brengen. Dit zou meer passen als het ons in deze artikelenreeks te doen was om een beschrijving te geven van de geschiedenis van het cliristeHjk onderwijs. Dit is echter niet het geval. Wij betrekken deze geschiedenis er alleen bij voorzover zij ia verband staat met het aandeel, dat mr. Groen van Prinsterer in de zaak van het onderwijs heeft gehad.

Dit aandeel is voorzekier niet gering. Ja, wij kunnen wel vaststellen, dat hij er als het ware de spü van is geweest. Ook na het totstandkomen van de onderwijswet van 1857 bleef de zo gevwchtige aangelegenheid van het ondenvijs hem steeds bezighouden en wanneer voorstanders van het christehjk onderwijs ten aanzien hiervan bepaalde plannen hadden, was het mr. Groen van Prinsterer tot wie men zich om raad wendde en wiens oordeel men vroeg. En behalve dat, ging er van Groen ook akti'C uit om het stichten en instandhouden van bijzondere, christeMjke scholen te bevorderen. Vóór 1857 had Groen zich hiervan niet bepaald een voorstander betoond. Wel heeft hij zelf meegedaan aan het oprichten van een dergelijke school, bijvoorbeeld te 's-Gravenhage, maar hij 'gaf aan het openbaar onder-•wijs de voorkeur. Voor hem was de bijzondere school een surrogaat, zij het een onmisbaar surrogaat.

Krachtens beginsel stond Groen alzo de openbare school met de Bijbel voor, omdat hij er van overtuigd - was, dat als Gods Woord van deze school en d-us uit het openbaar ondei-wijs geweerd werd, dit de ontkerstening van ons volk in sterke mate zou bevorderen. Een zienswijze, waarin Groen door de feiten maar al te zeer in het gehjk is gesteld. De zogenaamd neutrale openbare school, waar God en Zijn Woord werden uitgebannen, heelït er toch belangrijk toe bijgedragen, dat ons vo'lk al meer in de greep van het humanisme en het atheïsme is gekomen en alzo rijp gemaakt werd voor het veldwinnen van de beginselen d'er revolutie.

Toen echter door de onderwijswet van 1857 het door Groen voorgestane beginsel het onderspit had moeten delven en het christehjk karakter van de openbare school niet meer te redden was, zag Groen in, dat er nu voor hem en de zijnen niet anders overbleef dan het oprichten van bijzondere scholen. Om dit te bevorderen rijpte 'bij Groen het p^lan om een maatschappij of vennootschap te vormen. Hij stelde hiervan een ziekere Van Otterloo, die bij het openbaar onderwijs te Valkenburg vvrerkzaam was, maar die met Groen voorstander was van christehjk onderwijs, in kennis. Ook verzocht Groen hem een konoept-reglem.ent voor zulk een maatschappij te ontwerpen, wat de heer van Otterloo deed. In artikel 3 van dit koncept-reglement werd bepaald, dat de enige bron en leidraad van christeUjke phchtsbetrachting Gods Woord is, dat volgens de innige overtuiging van het genootschap aille elementen ener waarachtige opvoe­ ding bevat en daarom èn in het huisgezin èn in de school de enige, genoegzame, onfeilbare regel van alle doen en laten moet zijn. In dit artikel 4 werd het doel aangegeven. Dit hield in het oprichten van scholen, ondersteuning van onderwijs van bijzondere scholen, ondersteunen van kerkeraden, die het koster-en voorzangersambt m'öt een bijzondere school wilden verbinden, plaatsen of ondersteunen van huisonderwijzers, waar geen school gesticht kon worden.

Helaas leidde dez» poging van Groen niet tot het gewenste resultaat. Hij vond niet voldoende steun, zelfs niet bij zijn vriend Wormser, die van oordeel was, dat de onderwijskwestie slechts dan goed zou kunnen worden behartigd aJs de kerk weer gezond werd.

Eerst een paar jaar later vond er .iets plaats wat ongedacht en onverwacht voor de bevorderin.g van het christehjk onderwijs van grote betekenis zou zijn. Groen namehjk vatte het plan op om de bijeenkomsten van het gezelschap der „christelijke vrienden" weer nieuw leven in te 'blazen. Dit leidde ©r toe, dat er in januari 1859 te Amsterdam een vereniging in het belang van de inwendige zendln.g wer.d gesticht. Een paar maanden later had de eerste algemene vergaderin.g plaats, waarin ook wel over het onderwijs werd gesproken, doch slechts als bijzaak. In de volgende vergadering echter vroeg de heer Feringa het 'woord om te wijzen op de nood van het 'bijzonder onderwijs. Daarbij klaagde hij er over, dat men vaak zo hcbtvaardig te werk ging bij het oprichten van bijzondere scholen. De kosten werden niet voldoende berekend, terwijl ook het overleg ho-e deze gedekt moesten worden, veel te wensen overüet. Dit leidde voortdurend tot tekorten, die slechts met grote moeite gedekt konden worden. De heer Feringa vroeg daarom of het niet wensehjk zou zijn een komitee op te richten tot hulpverlening aan deze noodhjdende scholen. Over het resultaat hiervan D.V. de volgende maal.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1960

De Banier | 8 Pagina's

Voor Oud en Jong

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken