Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

II.

Wij horen hen in onze tahn de grote werken Gods spreken. Handelingen 2 : 11b

De dag van 'het Pinksterfeest was vervuld. Dat wil zeggen: dat oude, oudtestamentisclie Pinksterfeest, het feest der ivveken, het feest ook der eerstelingen, kreeg nu zijn rijkste zin en diepste vervulling.

Van de eerste landvruchten placht de vrome Israëliet er 'de Heere in de tempel te (brengen, als een heweegoffer, als dankzegging voor wat hij al ontvangen had, en als smeekbede om de volledige oogst. De eerstelingen waren er hem profetie van, dat de gehele oogst zou worden ingehaald.

Zevenmaal zeven dagen, zeven weken na Pasen is het Pinksteren. Het feest der eerstelingen, het feest der (zeven) weken. Verstaat u iets van deze heilige rekenkunde, die God in Zijn Woord, in Zijn wet en beloften, aan ons bekendmaakt? Of bent u alleen maar Vervuld van getallen en cijfers, waarmee wij, mensen, onze aardse bezittingen en genoegens plegen te berekenen? Arm bent u dan. Juist op Pinksteren. Ik bid u dan toe, dat ook voor u de heilige rekenkunde des Heeren opgeklaard mag worden, hoe vijftig 'dagen na Pasen het Pinksteren wordt; dat wil zeggen: Christus' opstanding en hemelvaart. Zijn lijden en sterven, Zijn ontvangenis en heilige geboorte worden vruchtbaar gemaakt voor de kerk, dank 'zij de uitstorting van de Heilige Geest. U moogt dus de komst van de Geest niet los zien van, en niet losmaken van die van Christus. Er loopt een gouden, een hemelse draad, een Goddelijk heilssnoer van het ene heilsfeit naar het andere, en veifcindt ze aan elkaar.

Ja, het is alleen door de werking van de Pinkstergeest, dat ge oor en oog krijgt voor de magnalia Deï, dat is: voor de „grote werken Gods", ook in uw eigen leven.

Zonder die Geest blijft malles zo ver af; en het blijft zo vreemd en zo onbegrijpelijk voor u. Maar door die Geest, en Zijn werk, Zijn vervulling van uw hart, wordt ge ingeleid in de „grote werken Gods", waar onze meditatietekst van spreekt.

Want dat hebben die honderden saamgestroomde Joden en Jodengenoten, daar op het tempelplein te Jeruzalem, goed begrepen en heerlijk verstaan: het gaat tenslotte om de kennis van God en om de verheerlijking van Zijn grote en doorluchte werken.

Verstaat u daar ook al iets van in uw leven? Heeft de Heere nog nooit in en tot u gesproken? Hebt ge Zijn stem nog niet gehoord in het rijk der schepping?

Heeft uw oog Zijn grootheid en heerHjkheid nog met ibewonderd in Zijn scheppingswerk? Vermoedelijk hebt u daar allemaal — de één meer, en de ander wat minder — wel een indruk van gehad; en ge hebt het de dichter wel eens nagezongen:

Des Heeren werken zijn zeer groot; wie ooit daarin zijn lust genoot, doorzoekt die ijv'rig en bestendig.

Kent u bijvoorbeeld het persoonlijk bijbelonderzoek? Niet? Nu, dan maken die Joden uit Jezus' dagen u beschaamd. Zij onderzochten de Schriften; zij bestudeerden de Goddelijke wet en beloften; zij verwachtten de Messias.

Want weet dat •wel-, het aanschouwien; van Gods werken in het rijk der natuur leidt niet tot de zaligheid. Menige natuiurverheerlijker en zonaanbidder draagt in zich een onherboren hart.

Ik kwam voor enkele jaren eens door Midden-iDrenthe. iEr was daar — ik meen in V/esterboik — een landbouwtentoonstelling; en het dorp was versierd met vele erepoorten. Op de eerste, waar ik onderdoor kwam, was te lezen: „Kom en zie!" Nu, ik ging verder, en wat zag ik op een andere, met dennegroen hoogversierde ereboog? „De zon overwint". En ik dacht: Ben ik hier in een christelijke natie, of bevind ik mie onder de heidense Latijnen, waar men de „onverwinilijke zon" placht groot te maken? De „grote werken Gods" in het rijk der schepping leert u alleen recht zien en verstaan wanneer ge de Heilige Schrift niet veracht, maar deze als een bril — om met Calvijn te spreken — laat aanreiken, om daardoor in dat wonderschone boek der schepping te lezen wat God tot ons spreken wü.

Op Pinksteren waren in Jeruzalem de Joden alom uit de verstrooiing tegenwoordig. Joden en Jodengenoten, zij konden Jeruzalem — al was het „bezet gebied" — niet vergeten. Daar zit iets moois in. Op het vroegere eiland Urk komen op Pasen en Pinksteren alle vroegere bewoners van XJth voor een familiebezoek weer esns bij elkaar; en voor die gelegenheid draagt men de vroegere kledij, die in het dorp nu nog slechts alleen door ouderen wordt gedragen. Traditie dus? Inhoudloos?

Geloof maar, dat er zo ook wel Joden en Jodengenoten door Jeruzalem hebben geslenterd, echt uit gewoonte, om de familie te bezoeken; en voor die gelegenheid waren ze weer goed-Joods. Ze trokken hun oude pakje — misschien, als op Urk, wel geleend voor enkele dagen — weer eens aan.

Maar daar in Jeruzalem waren er ook heel wat bij, van wie de evangelist Lukas opmerkt, dat ze „godvruchtige mannen" waren; mensen, die de Heere vreesden en Zijn wetten hielden, al kenden ze Hem Zelf, helaas! nog niet in het aangezicht van Zijn Zoon Jezus Christus. Maar ze waren er!

En dat is goed. Het is goed, dat u de kerkelijke feesten niet helemaal in wereldzin laat verdrinken; maar dat u op Kerst, en Pasen, en misschien ook nog op Pinksteren, de kerkdiensten der gemeente weer eens meemaakt.

En nu het wonder!

Deze Joodse mannen, uit alle streken in Jeruzalem vergaderd, horen daar die eenvoudige vissers uit Galiléa spreken in hun „eigen taal". Het Was precies alsof ze, in plaats van in Jeruzalem, in Pontus en Phrygië, in Egypte en Lybië waren. Hoe is het mogelijk! Zij ontzetten zich; ze zijo zichzelf niet meer. Ze spreken tegen elkaar: „Zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileërs? ”

Kent u daar iets van, van dat moment der verwondering, der verbazing? Of is u de prediking nooit een wonder geworden? Is u het Woord Gods nog nooit gebracht in uw eigen taal? Verstaanbaar, op de man af?

Neen? Dan bent u te beklagen.

Want elke zondag weer proberen de dienstknechten des Heeren toch in gewoon .Nederlands u te vertellen wie God is en 'zijn wil, in Christus, voor de verloren zondaar. En „men" begrijpt er maar zo weinig of helemaal niets van.

Maar : ziet nu de oplossing, de verklaring van dit „talen-wonder”.

Die Galilese vissers spraken niet van zidhzeH; ze spraken, jawel, in vreemde talen, maar zoals de Geest ze gaf uit te spreken. De Heihge Geest is de knapste Talenkenner, en de beste Talenleraar. Dat wordt uit Handelingen 2 duidelijk. In Babel verwarde God de spraak, en de mensen verstonden elkaar niet langer; 'ze gingen dan ook uitéén.

Maar ondanks de verschillende talen, waarin op Pinksteren het Evangelie des kruises werd uitgedragen, kwam er eenheid. Schone, bijbelse eenheid; de zielen werden immers allen gevangen — niet minder dan drieduizend, en dat op één dag — in de netten van dat ene Evangelie van de Heere Jezus Christus.

St. Maartensdijk (Z.)

Ds. J. v. d. Haar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1960

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken