Bekijk het origineel

VOOR DE JEUGD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VOOR DE JEUGD

7 minuten leestijd

OOM KOOS

Beste neven en nichten!

Van Grietje Verhaar te Groot-Ammers kregen we een brief, waarin zij söhxijft gaarne te willen gaan meedoen met het inzenden der raadsels. Wij roepen haar een hartelijk welkom toe met de wens, dat het haar gegeven mag worden nog vele jaren te kunnen blijven meedoen. Dat haar zus Ali nu met de raadsels voor de ouderen gaat beginnen, is heel goed. Thans volgen de nieuwe raadsels van

OPGAVE 639

Jongeren:

1. Noem de naam van: a. de waarzegger-profeet, die werd ontboden om Israël te vloeken, ib. de hofmeester van koning Adbsb, die de profeten verborg en van voedsel voorzag. c. de apostel, die een broer was van Petrus. d. de vader van Abner. e. de tweede zoon van Jozef. f. de oudste zoon van Jakob. g. de farizeër, die Paulus' leermeester was. h. een gehucht op 60 stadiën van Jeruzalem. 1. de man, die de gemeente te Jeruzalem verwoestte. Welke naam vormen de eerste letters van de gevraagde namen?

2. Zoek uit elk der volgende zinnen een woord, zo, dat de woorden teza-• men een tekstgedeelte vormen uit het vierde hoofdstuk van het boek Markus: a. En Füippus kwam af in de stad. b. En daar geschiedde een grote aardbeving. c. En aan hetzelve werd madht gegeven. d. Een andere engel riep met een grote stem. e. Ik zal vrede en stilte over Israël geven.

3. Een tekstgedeelte uit (het boek Lukas bestaat uit honderd letters. Zoek dit tekstgedeelte met behulp van de volgende gegevens: Jeruzalem zal van de heiden 38 4 64 82 46 12 20 78 100 worden (Lukas 21). Zij is voorgekomen om mijn lichaam té 8 42 76 13 72 85 (Markus 14). 'Hij zal de zachtmoedigen leiden in het 19 36 88 89 80 (Psalm 25). En 44 21 51 95 54 79 16 93 55 5 28 34 zich over de aangename woorden (Lukas 4). In Hem leven wij en 29 68 92 50 71 87 22 ons en zijn wij (Hand. 17). Ik zelf dien wel met het 11 48 67 18 23 53 de wet Gods (Rom. 7). Houdt de inzettingen, die u 94 30 43 70 59 97 49 zijn (2 Thess. 2). Wij weten dat degenen, die God liefhebben, alle dingen 66 39 98 33 69 91 31 63 57 73 tsn goede (Rom. 8). Uw 17 1 58 56 45 77 zij zonder geldgierigheid (Hebr. 13). Om der uitverkorenen wil 41 14 2 10 62 47 die dagen verkort worden. 32 6 75 53 betekent vlug, snel. Gij hebt in onze straten 11 99 15 84 83 86 61 (Lukas 13). Heilig, 96 24 60 65 74 28 7, onbesmet (Hebr. 7). Hij versteekt mij in Zijn 35 37 90 (Psalm 27). 3 81 90 was ©en bekend famalieMd van Abraham. Dat zij 9 27 26 12 47 onder de zonde zijn (Rom. 3). 25 40 ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak (1 Kor.).

Ouderen:

1. Een tekst uit het boek Markus bestaat uit 95 letters. Zoek deze tekst met behulp van de volgende gegevens: Zonder 1 27 79 11 48 17 69 77 54 85 28 56 14 kan niemand zalig worden. Ik breng een 76 66 10 72 12 51 94 37 83 34 over de aarde (Gen.). Jozefs beenderen werden begraven te 5 7 8 9 16 74. Ik zal u geen 89 81 36 87 63 laten. Gedenk aan David, aan al zijn 6 43 80 47 53 (Ps.). Hij steke zijn mond in het 64 32 67 55 (Klaagl). Daarom legt af de 94 25 75 18 93 20 (Efeze). De Heere gebiedt aldaar de 15 57 49 19 84. Want er zullen 92 90 26 59 71 over u komen. 42 27 62 86 is een wasmiddel. 58 50 46 40 91 13 4 60 weken zijn bestemd over uw volk (Dan.). Bewaar het 68 30 44 24 u toebetrouwd. Een goede tijding uit verren lande is als 82 22 45 39 water (Spr.). Mijn volk is dwaas. Mij 31 78 88 70 33 38 zij niet (Jeremia). 3 29 41 21 35 is een familielid. Het gevogelte 2 65 dezelve uit de korf (Gen.). De dwaze maagden kwamen 23 52 laat. 61 moet geraden worden.

2. Zoek uit elk der volgende zinnen een woord, zo, dat de woorden tezamen een tekstgedeelte vormen uit de brief aan de Bomeinen tot het vierde hoofdstuk. a. Wij dan gerechtvaardigd zijnde door het geloof. b. Jozef trouwde met de dochter van Potifera. c. Zonder de wet leefde ik eertijds. d. In het Paradijs is de mens van God afgevallen. e. Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven. f. De vorst der duisternis gaat om als een briesende leeuw. g. De bezoldiging der zonde is de dood.

3. Maak uit: FARELWINTEiNTONPOEI^ GENADE door een andere rangschikking der letters het middelste gedeelte van een tekst uit Openb. 21 tussen de verzen 8 en 16.

De oplossingen dezer raadsels mogen nog NIET ingezonden worden. Nu volgt een gedeelte van het verhaal over

DE LOLLARDEN

7.

Terwijl Sawtre in gepeins verzonken in zijn cel temeerzat, vernam hij eensklaps het geluid van voetstappen, die steeds nader kwamen. Het bleek weldra, dat ze afkomstig waren van twee monniken, die van plan waren hem op te zoeken en te ondervragen. Zij openden de celdeur, namen plaats op een bank, welke zich in de cel bevond, waarna één hunner op gebiedende toon tot Sawtre zeide: „Men heeft ons medegedeeld, dat ge luid gesproken hebt. Is dat waar? "

Sawtre antwoordde: „Het is waar. Ik heb mij met lichaam en ziel in de hand Gods gesteld en Hem mijn zonden beleden".

„Wat hebt ge gebeden? " vroeg daarop de monnik.

Sawtre zeide: „Ik heb God gebeden, dat Zijn Woord recht en zuiver gepredikt mag worden, en gevraagd om de vrede der gemeente, tot heerlijkheid van God en Christus. Ik smeekte voor de koning en de overheden, opdat het rijk met wijsheid geregeerd mag worden, en heb de Heere gedankt, dat Hij mij de gelegenheid heeft willen schenken blijmoedig van mijn geloof rekenschap te geven. Ook heb üc Hem al mijn geliefde vrienden en mijn eigen lot en weg opgedragen en tevens mocht üc worstelen om het behoud van zovelen, die zich vijanden des Lichts betonen, daar zij nog nimmer hebben ervaren, dat hen van alle zijden een dikke duisternis omgeeft".

De monnik vroeg hierop: „Wat bracht u er toe dit alles te bidden? "

„De overdenking van een woord der Heilige Schrift", antwoordde Sawtre.

Hij vroeg: „Welk woord was dat? "

Sawtre zeide: „Het waren de volgende woorden: In de wereld zult ge verdrukking hebben, miaar hebt goede moed. Bc heb de wereld overwonnen".

„Wat? — zeide de monnik — Beschouwt gij uzelf dan als verdrukt? "

„Zie slechts mijn ketenen; die bewdjzen genoeg", zeide Sawtre.

„Maar die verdrukking doet gij u zelf aan. Het is een geheel vrijwillige verdrukking".

„Wat — zei Sawtre — vrijwillig? Men heeft mij gemarteld en gepijnigd en hier in een cel opgesloten en met ketenen gebonden. Noemt gij dat vrijwillig? "

„Zeker, — antwoordde de monnik — want als gij uw ketterse gevoelens afzweert, dan zijt ge vrij".

„Maar ik wens Christus niet te verloochenen", zei Sawtre.

De monnik voegde hem hierop toe: „Onze heilige kerk leert, dat allen, die van haar afwijken, ketters zijn en met de dood gestraft moeten worden. Zie het als een grote genade en lankmoedigheid van ons aan, dat wij het zo ver nog niet met u drijven, daar wij nog altijd de hoop koesteren, dat gij als een berouwvol zondaar in de schoot der kerk zult terug-, keren".

OOM KOOS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1960

De Banier | 8 Pagina's

VOOR DE JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken