Bekijk het origineel

BRIEF uit Zeeland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

BRIEF uit Zeeland

4 minuten leestijd

CDXIX.

Verzocht zijnde iets te schrijven ever de Pachtwet, wil uw briefschriiver beginnen met op te merken, dat wat bij de behandeling daarvan in de Tweede Kamer der Staten-Generaal is besproken, fa „De Banier" is vermeld, zB^dat bekend kan zijn, dat onze Kamerteden zich tegen het wetsonitwerp hebben verklaard en dat zij tegen onderscheidene bepalingen bezwaren hadden.

Het is een wet, evenals er tegenwoordig zovele zijn, die diep ingrijpen in de vrijheid om zijn bezit te gebruiken of te doen gebruiken. Er zit een stuk staatsbemoeiinig in, ^dait, met een beroep op de zgn. sociale recht vaar diglieid, wel tot eigenaardige gevolgen kan leiden. De vrijheid vaai handelen wordt zeer beknot en het is wel een vraag of het doel, de pachters te beschermen tegen de eigenaren, ook niet kan leiden tot een mindere mogelijkheid voor een pachter om grond te ikunnen pachten. Immers, de regel is, dat als eenm^aal grond of een hoeve in pacht gegeven is, het niet gemakkelijk gaat, die weer vrij van pacht te krijgen, zodat een eigenaar zich wel zal beraden alvorens te beginnen met verpachten. Indien hij naogelijkheden ziet, dat in latere tijd een zoon of aader familielid, die hij wil helpen de vma^ of de hoeve zou kunnen gebruikerL, dan zal hij moeilijk tot verpachten kunnen overgaan, doch de hoeve of grond zelf blijven gebruiken tot zolang die andere mogelijkheid zich voordoet. Nu kan wej werden gesteld, dat het pachten met ds mogelijkheid, dat het slechts voor korte tijd is minder aanlokkelijk is, docli is W aaolokkehjk om dan maar geheel vaa de mogeHjkheid om een eigen bedrijf te hebben of grond te kunnen gebruiken te zijn uitgesloten?

Het zal ook daarvoor 'gelden, dat h niet alles goud is wat blinkt.

Nu is niet gevraagd om ©en omschiij. ving , te geven van ons gevoelen over die wet, maar meer om een technische uiteenzetting te geven. Dat wijst wel op ingewikkeldhieid van de iregeling. Voor de eenvoudige mens is het niet meer gemakkelijk om te weten wat mag en niet mag. Het is 'dan ook niet uitgesloten, dat, en wel volkom.en ter goeder trouw, handelfagen worden gedaan, weUce, nader getoetst, in strijd zijn met de wet. Dat is nu juist hetgeen als een bezwaar naar voren komt. Er wcrdt wel eens gezegd, dat een m: aatregel niet leeft in het volk, en dat zulke maatregelen dan daarom niet genomen mogen wórden. Meestal geldt het dan de nalevinig van Gods gebonden, en dan staat „men" voor de zogenaamde vrijheid Op de bres, maar als het andere zaken betreft dan schijnt die regel niet te gelden. Kan worden gesteld, dat de Pachtwet leeft in het voLksbewustzija' Vraag het dan maar de eenvoudigea, die er mede te maken hebben, dan zal, zonder twijfel, blijken, dat 2nilfcs niet het geval is. Staat dan ieder er tegen? Immers neen! Door de zondeval zijn we liefhebbers van onszelf geworden en achten een zaak wel goed, als het maai in ons voordeel is. Maar daarmede is nog niet bewezen, dat de bepalingen, algem^een, als juist worden aanvaard.

Het is een bijna ondoenlijke taak om, in de vorm van deze brieven, een beschrijving te geven van de Pachtwet, voornamelijk van de regelen welke door verpachter en pachter in acht moeten worden genomen.

Als dan ook iets wordt gesteld, dan zal dat onvolledig zijn, en kan geen beroep worden gedaan daarop, dat, handelende daarnaar, alles zal zijn gedaan zoals vereist wordt. Om aUe bepalingen te kunnen kennen zal het nodig zijn • wet met toehchting aan te schaffen.

Weliswaar is het lezen van dergelijke stof voor de doorsnee grondgebniiker ook niet gemakkelijk en onaangenaam, maar daaruit bhjkt, dat het toch wel wat ver zou gaan om' in „De Banier", die toch ook door anderen wordt ge' lezen, een zodanige omschrijvmg te g^" ven, die voor de 'grondgebniiker weinig genietbaar zou zijn en voor anderen geheel niet te verteren. Om die reden zal getracht worden miet enkele opraerkmgen te volstaan, in de hoop, dat de vraagsteUer en ook anderen, er toch nog iets aan zullen hebben, zonder ven*lend te wxsrden voor hen, die er niets mede te maken hebben.

Een pachtovereenkomst is elke overeenkomst, in welke vorm en onder welke benaming ook aanjgegaan, waarbij de ene partij zich verbindt aan de andere partij tegen voldoening van 'een tegenprestatie een hoeve of los land in gebruik te •verstrekken ter uitoefening van de landbouw. Het is goed op bet laatste te letten, want het ingebruikgeven V^D grond voor andere doeleinden dan akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw, teelt van griendhout en van riet, kortom elke bo' demkul'tuur, behoudens enkele uitzonderingen voor bosbouw, wordt niet beschouwd als pacht.

Uw Zeeuwse Briefschrijver

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1960

De Banier | 8 Pagina's

BRIEF uit Zeeland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken