Bekijk het origineel

Wetsontwerp wijziging der Loterijwet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wetsontwerp wijziging der Loterijwet

22 minuten leestijd

TWEEDE KAMER

Rede van Ir. van Dis

Rede van Ir. van Dis

Onder zeer grote belanigstelling van de zijde van het publiek, de sportwereld en officiële personen — de beide tribunes en de loges waren goed bezet, terwijl velen geen plaats konden verkrijgen — maakte de Tweede Kamer de vorige week een aanvang met d'e behandeling van het wetsontwerp tot wijziging van de Loterijwet, waarbij de voetbalpool in het brandpunt stonid. Daar in dit nummer van „De Banier" over deze aanigelegenheid, aJsook over de uitslaig der stemmingen eern afzonderlijk artikel voorkomt, kunnen 'wij het bij deze korte inleiding laten en de rede, welke door Ir. (van, Dis namens de fraktie der S.G.P. werd gehouden, direkt laten volgen.

Ir. van Dis sprak als volgt:

Het wetsontweiip, dat thans in behandeling is, stuit bij ons op zeer ernstige principiële bezwaren. Het heeft tooh ten doel in de Loterijwet eeni zodanige wijziginig aan te brengen, dat daardoor aan de goldcerij bij (voetbalwedstiijden, die als regel op zondag plaatsvinden, een wetteJij'ke basis wordt gegeven. Dat er van regeringszijde te één of andere tijd zulk een voorstel zou komen, verwondert ons niet. Reeds in 1948, toen hier in de Kamier van regeringswege een voorstel 'werd ingediend en verdedigd tot het wettelijk sanktioneren van de totalisator bij paardenrennen, werd door anderen en ook onzerzijds de vrees uitgesproken, dat het verlenen van wettelijke sanktie aan de

paardentotalisator

zou leiden tot het legailiseren van de voetbaltoto. Vanachter de regeringstafel werd toen echter nadinikkehjk verklaard, dat er voor die vrees helemaal geen reden behoefde te bestaan. Het was de toenmalige minister van Justitie, Mr. Wijers, die in de veiigadering van 30 september 1948 zich hierover als volgt uitliet:

Men heeft in het algemeen bij de bespreking van die windhondenrennen en voetbalpools gezegd: Wanneer men begint met bet toelaten en reglementeren, waar hlijft men dan? Waarom dan andere vormen van wedden niet?

De minister gaf toen op deze vraaig het volgende antwoord:

Inderdaad, Mijnheer de Voorzitter, dat is een bezwaar van hetgeen wij nu doen. Men kan zich inderdaad afvragen: begeven wij ons niet op het hellend vlak? Ik wil zeggen. Mijnheer de Voorzitter, dat dit bezwaar mij in het eerste ogenblik wel heeft doen aarzelen, toen ik stond voor de vraag of ik dit van mijn ambtsvoorganger overgenomen - wetsontweip mede zou verdedigen. Maar voorop staat, ook bij dit wetsontwerp; de speebsuciht moet beperkt blijven. Wij willen geen wedden en spelen in het groot. Dat zal blijven vooropstaan bij de gehele te voeren politiek. Elke nieuwe gelegenheid, die men zou willen invoeren, 'ZOU hoe langer hoe sterker bezwaren ontmoeten. In plaats van te zeggen: „nu men dit toelaat, zal meer moeten worden toegelaten", zal men moeten redfeneren: men zal elke nieu­ we mogelijkheid moeten zien als een gevaar voor te grote gelegenheid tot spelen en wedden. Daarom igeloof J ook niet, dat het gevaar, waarin dit wetsontwerp ons op dit gbied zcm. brengen, heel groot is. In de eerste plaats vanwege de angumenten, die er verder voor pleiten, maar bovendien omdat ik geloof, dat men zetro-en moet: Nu is het genoeg, meer komt er niet bij.

Wij zijn nu ongeveer fjwaalf jaar verder en wij vragen: wat is er van de geruststellende verklaringen van minister Wijers terechtgekomen? Het antwoord op deze vraag ligt thans voor ons in de vorm van een wetsontwerp, waarin wordt voorgesteld de voetbalpool

wettelijke sanktie

te verlenen. De in 1948 uitgesproken vrees was dus alllermmst ongegrond'. Integendeel, zij is door de loop der gebeurtenissen, kulminerend in de indiening van het onderhavige wetsontwerp, ten volle gerechtvaardigd.

Minister Wijers heeft echter in diezelfde vergadering nog meer gezegd. Hij wees op de rekesten, welke met betrekking tot de voetbalpools bij hem en bij de Kamer waren ingekomen, waaruit bleek, dat er toen reeds een sterke drang uit de voetbalwereld werd uitgeoefend om de voetbalpools toe te staan en ze een wettelijke basis te geven. Uit de rede van minister Wijers blijikt, dat daaihij dezelfde argumenten werden aangevoerd als thans geschiedt, namelijk dat er zulke grote bedragen voor liefdadige doeleinden en voor het algemeen belang door verkregen worden. Voorts, dat men door reglementering de ongeoorloofde voetbalpools en speciaal de deviezenkostende voetbalpools de wind uit de zeilen zou nemen. Al deze argumenten eohter leken minister Wijers niet sterk. De liefdadigheid, zo zeide hij, kon langs andere wagen worden beoefend. En dan zonder dat veel aan niet-liefdadige strijkstokken blijft hangen. Ter bevordering van de voetbalsport vond deze minister de voetbalpools dan ook helemaal niet nodig.

Ik heb wat lang stilgestaan bij de rede van minister Wijers uit 1948, maar ik' naeen, dat het toch van belang is er nog eens aan herinnerd te worden, dat de regering in 1948 van het wettelijk sanktioneren van de voetbalpools niets wilde weten en idat er volgens haar geen vrees voor baho'efde te bestaan, dat het legaliseren van de paarden totalisator er toe zou leiden, dat ook de voetbalpool voor legalisatie in aanmerking zou komen. Het onderhavige wetsontweip leert ons echter wel heel wat anders. Het levert ons er het bewijs van, dat, als m: en één stap op het

hellend vlak

zet, deze door volgende stappen wordt gevolgd. Het was dan ook een grote misstap, die de regering in 1948 beging door het totalisatorverbod betreffende de paardenrennen in te trekken en de paardentotalisator wetteHjke sanktie te verlenen, waarbij de regering steun ontving van de leden der K.V.P., de P.v.d.A. en de V.V.D., waarbij eohter zij vermeld, dat met de andere tegenstemmers ook de voorzitter en een zevental leden van de P.v.dlA.fraktie tegenstemden.

Inmiddels werd de gokkerij bij voetbalwedstrijden voortgezet, hoewel minister van Maarseveen in 1947 reeds had verklaard, dat er een vervolging tegen moest worden imsjesteld daar volcrens een vroegere uitspraak van de Hoge Raad de voetbalpool in strijd was met de Loterijwet. De voetbalpools verrezen omstreeks 1950 als bet ware als paddestoelen uit de grond. Zelfs de K.N.V.B., de grote voetbalbond, die vroeger zelf niet aan voetbalpools wildie meedoen, omdat men looiter een organisatie vaiv amateiir-ivoetballeTs wilde zijn, die de sport om' de sport ibeoefenen^ er daarom geen geld aan wilden verdienen en er ook niet mee wilden goifcken, beireii zich op de voetbalpool te weipen. En de regering deed er niets aan. Zij liet de voebbalpools maar voortwoeikeren zonder in te grijpen. Nog maar twee weken geleden werd dit nog leens gefeleveerd door

prof. mr. de Grooth

in zijn openingswoord tijdens ide te Nijniesen gehouden jaarvergadering vao de Kederlandse Juristenvereniging, waarin hij volgens het verslag in die „Nie^uiwe Haagsche Courant" van 24 juni 1.1. zeide, dat de K.N.V.B. in alte openlijkheid een verboden loterij is gaan organiseren. Voorts, dat de regering het onrechtvaardig vond, dat tegen de voortdurende en flagrante wetsovei-treding, op grote sdiaal gepleegd, aanstonds een vei-volging zou wo-rden ingesteld. Het departement van Justitie, aldus prof. de Grooth, bleef passief, behalve, dat na geraime tijd een vervolging werd ingesteld, gedurende de gehele loop waarvan aan de feitelijke voortzetting van het onwettig bedrijf geen strobreed in de weg werd gelegd, terwijl het niet aan te nemen was, dat een zinnig mens het verweer van de K.N.V.B. een kans kon geven.

Het bellioetft niet te verwonderen, dat zulk een handelwijze fvan de zijde van dj overheid en van het departeiment van Justitie bij velen van onze landgenoten een gevoel van onbehagen, ja zelfs van verbittering moet verwelkikeni. Wij denken hierbij aan boeren, die weideren heffinio-en te betalen aan en formulieren in te vullen en te ondertekenen voor het

Landbouwschap,

waarvan zij als lid iworden beschouwd, hoewel zij zich nooit als lid hebben opgegeven, zodat hun — en dit in strijd met de internationale verklarinig, dat niemaod gedwongen mag worden lid te worden van een organisatie — het gedwongen Jidmaatsohap wordt opgelegd. Ten aanzien van deze nijivere bevolkingsgroep is de justitie iven-e ivan passief, doch juist uitermate aktief in het toepassen van de wet. Zij worden beboet en als zij de boete niet betalen zonder pardon in de gevangenis gestopt, alsof het de igrootste misdadigers zijn. Nog een ander geval, dat mij de vorige weeik nog eens in herinnering werd gebracht, betreft diagenen onder de landbouwende bevolking, die aailbessen en aardbeien telen, . Wanneer het 'de tijd is deze vruchten te p'lukken, komt men handen te loort. Vooi'heen had men hiermede geen moeilijkheden, want toen mochten jeugdigen m'eehelpen. Dit is sedert enige tijd vei'boden. Wel mo'gen jeugdigen van jaren middagen Jang bosbessen plukken, maar aardbeien en aalbessen pluikken - voor anderen mag niet, hoewel het hier todh lidhte werkzaamheden in de O'pen lucht betreft. Bij overtredin'g van 'dit verbod wordt door politie en jiistitie evenmin een passieve houding aangenomen. Dan volgt onmiddellijk proces-verbaal. Toen het echter de voetbalpools - betiiof, liet imen deze begaan zonder in te g'rijpeni. Eerst na verscheidene jaren werd een vervoliging tegen de K.N.V.B. ingesteld, maar de gehele zaak liep op niets uit. De procedure blee'k onjuist te zijn opgeizet. Wel werd door de rechtbank uitgespro'ken, dat de Loterijwet overtreden was, m'aar een veroordeling kon niet plaats hebben als gevolg van een verkeerde dagyaai-ding en het aanbrengen bij de verkeerde rechter. Alzo werd ten aanzien van de voetbalpools de ^grootste soepelheid betracht en liet men dit 'kwaad maar voortwoeikeren en het reoht verkrach­ ten. Het valt toch niet te weerspreken, dat de

voetbalpools

van de K.N.V.B. in strijd waren met de Loterijwet, daar de vO'etbaltoto niet als een - besloten 'kring kon worden beschouwd, aangezien tussen de bij de K.N.V.B. aangesloten leden slechts een zeer losse band bestond en vrijwel iedere Nederlander boven 'de 18 jaar op gemakkelijke wij'ze 'het didimaatschap 'kon verkrijgen. Bovendien avas het zo, dat de voetbalclubs een massa leden op papier begonnen aan. te werven; mensen, die nog nooit een voetbal hadden aangeraakt en ook niet van plan waren 'dit te doen, werden lid 'Om aan het 'gokken te kunnen meedoen.

Het was dan ook de dure plicht van het kabinet-Drees geweest aan het zedelijk kwaad van deze gokkerij, waarvoor sedert 24 februari 1957 tot heden ruim 46% miljoen is ingelegd, een einde te maken, door 'deze voetbalpools te verbieden. Het kabinet-Drees deed dit echter niet, integendeel, het ging er toe ever een kommissie in te stellen, ide kommissie-Wiarda, die de opdracht ontving het gehele vraagstuk der loterijen en de daaraara venbonden aktiviteiten in beschouwing te nemen en 'de minister van Justitie, de heer Samkalden, van advies te dienen. Het 'kabinet-D-rees deed dit, terwijl het aanvankelijk in 1956 akkoord was gegaan met de voorwaarde, die door twee antirevolutionaii-e ministers bij hun toetreden tot 'het kabinet-Drees was gesteld. De voorwaarde namelijk, dat zij slechts dan hun 'benoeming wensten te aanvaarden, indien het kabinet-Drees geen wijiziging van de Loterijwet aan de orde zou stellen. Toen dan ook aan het einde van 1956 aan de heer Drees werd gevraagd, wat zijn kabinet van plan was met de „nationale toto", gaf hij ten antwoord, dat er op dit punt van het kabinet niets te verwachten was.

Niet lange tijd daarna echter werd reed.? van dit besiluit teruggek'omen, werd de kommissie-Wiarda ingesteld en werd door minister Samkalden een wetsontwero gereed gemaakt, - waarin, de voetbalpools een wettelijke basis 'kregen en de maximaal te winnen p'rijs op ƒ 25.000 was gesteld. Dat het kabinet-Drees hiertoe kwam, rwerd, naar minister Samkalden de Kamer heeft medagedeeld, mogelij'k .gemaakt, doordat de

antirevolutionaire ministers

hun in 1956 gemaakte vooAehoud hadden ingetro'kken. In .plaats van vOet 'bij stuk te 'houden en desnoods af te treden wareni 'zij voor de meerdeiheid in het kabinet bezweken.

Inmiddels ontstond er 'aan het eind van 1958 een kabinetsikrisis en besliste de Hoge Raad bij arrest van 13 januari 1959, dat 'de voetbalpools in, strijd waren met de Loterijwet. Het opgetreden interimkabmet van dr. Beel - bleef echter in gebreke - uit daze beslissiiijg de eniig juiste konsekwentie te trekken. In plaats van de voetbalpools te verbieden, nu toch andermaal was komen vast te staan, dat deze gokkerij vo-lgens de wet oniffeoorloo'fd is, eims: 'dit kabinet er toe over de voetbalpools toch toe te staan door vergunningen uit te reiken. Dit geschiedde, terwijl de ambtsvoorganger van minister Struyoken tevoren had verklaard, dat de Loterijwet het geven van vergunningen niet toeliet, omdat er geldprijzen werden uitgeloofd. Door minister-Struyoken werd toen bepaald, dat de prijzen in plaats van in geld in de vorm van 'waai]d'abonmen mioeisten worden uitgereikt. Dit doende, meende het ka'binet-Beal te bereiken, dat - de vergunningen konden wiorden verleend zonder dat d© Loterijwet werd overtreden, een mening, die door het huidige kabinet blijkbaar werd en wordt ge­ deeld, want ook onder dit kabinet werden weer vergunningen verleend. Volgens prof. de Grooth - in diens zoeven door mij aangehaalde inleiding, is deze mening echter beslist onjuist. De verleende vergunningen, vs^aanm-ee de voetbalgokkerij tot op de dag van heden wordt voortgezet, zijn naar - het oordeel van deze hoogleraar wel degelijk

in strijd met de wet.

In dit oordeel staat hij niet alleen. Oo-k de kommissie onder voorzitterschap van mr. Tenkink, die enkele jaren geleden door wijlen minister Donker wei'd ingesteld, is van oordeel, dat een uitlo-ven van waardebonnen in strijd is met de wet.

Op blz. 4 van de memorie van toelichting bij het onderhavige wetsontwei-p staat dienaangaande het volgenrde te lezen:

De prijs mag — aldus deze w-et — niet bestaan uit geld of geèdwaardig - papier en de stelling is dan ook wel verdedigd, dat een waairdebon als een geldwaardig papier moet worden bescJiouwd. In-ieder 'geval is het - uitloven daarvan in strijd met het systeem-dezer wet en dit is dan ook voor één der vorige ministers van Justitie aanleiding geweest slechts toestemming tot 'het aanleggen en houden ener loterij te geven, wanneer de prij'Zen uitsluitend uit konkrete goederen bestonden.

Wat nu plaats heeft, is 'dus wel degelijk in strijd met de wet. Prof. de Grooth verklaarde dienaangaande, - dat de Loterijwet - een vergunning niet toelaat, omdat er geldprijzen werden uitgeloofd en het niet 'gin-g om een doel van wetenschap, kunst of enig ander bedanig. Hierop liet hij volgen:

Intussen groeit en bloeit een onwettige loterij van de K.N.V.B.

Naar het oordeel van prof. de Grooth zijn dan ook de verleende vergunningen in feite ongeldig en 'ongeoorloofd-, zodat eïïce dag, m-et toestemming van de minister, overtreding van de Loterijwet plaats 'heeft. Naar zijn steMige O'vertuiginig - zal de Hoge Raad, als 'hij voor de vraag wordt igeplaatst, of de sedert begin, van verleden jaar verleende vergunningen ongeldig zijn, deze bevestigend beantwoorden.

De silobkonklusie van prof. de Grooth was dan ook, dat de regering de eerbied voor de no-g steeds in - ons rechtsb'e\vustzijn erkende begin, selen van de Loterijwet 1905 ondergraaft en daarmee een voorbeeld van

wetsontduiking

geeft van ovei-heidswege, wat niet genoeg igelaakt en betreurd kan worden. Wij zien-hierait waartoe het leidt, wanneer de O'veriheid, die tooh Gods dienares is, in plaats van haar - beleid te richten naar Gods Woord en wet, zich laat leiden door 'het revo-lutionaii^e beiginsel, waarbij uitsluitend te rade - wordt 'gegaan met de menselijke rede en de wil van de meerderheid des - vo-lks. Dan deinst men er niet voor tei-ug een vrijbrief te geven voor het ontduiken van de wet, wat toch in het wezen van de zaak neerkomt op het verkrachten van het recht. Wij moeten dan o-ok ten zeerste betreuren-, dat de regering dit wetsvoorstel als erfstuk van het vorige kabin-et heeft aanvaard, in plaats van de voietbalpool, als zijnde in strijd met de Loterijwet, te verbieden - en aan het ontduiken van de wet - een - ein-de te maken. Wanneer de regering dit had gedaan, had zij daannede het bewijs geleverd, •dat zij in haar beleid een andere koers wenste te volgen - dan het kabinet-Drees, terwijl dit nu ten aanzien van de voetbalgokkerij een voortzetting is van het beleid van laatstgenoem-d kabinet, waarin 'de rooms-'katholieken en de s-ocialisten destijds de lakens uitdeelden. Dat wij ons tegen het - gokken en derhalve tegen het wetsontwerp kereii!, vürdt zijn oorzaak hierin, dat wij loterijen en kansspelen uit een zedelijk ooigpim-t als een groot kwaad aanmerken, d-at door de overheid met alle haar ten dienste staande middelen b-ehoort te worden tegenigestaan-en bestreden-. Zowel de

Oude Christelijke kerk als die der Reformatie

hebben zich steeds hiertegen ten stenkste verzet. Zij waren van oordeel, dat daarbij in plaats van de l-eveir-de God de afgod Fortuin wordt gediend en dat ze daarom uiterst ver-derfelijk zijn., daar ze - de harten en zinnen - geheel iir beslaig nemeir, de hebzucht sterk aimwakkeren en oorzaak - kirnnen zijn-van veel - ellende, daar, zoals Gods Woord leert, de geldgierigheid een wor-tel is van alle km^iad en-oorzaak, dat men in verzoekin-gen en allerlei dwaze en solradelijke be-geerlijkheden valt.

Krachtens beginsel moet daarom het wettelijk sankt-ion-eren van de vo-etbalpool, zoals rnet 'dit wetsoatweq) wordt beoogd, door ons met ail-le 'beslistheid worden veroordeeld. 'De regering heeft ter verdediging van hat wetsontwenp onder meer o-pgemerkt, dat een wettelijke regeling noodzakelijk is vanwege het gevaar, dat verbonden is aan een algemene ondermijning van 'het geizaig der - wet. Wij enkermen, 'dat het straffeloos overtreden der wet een ernstig feit is. - Daarom ook is het, dat wij aan het beleid - der regering zoals dit door haar is gevoerd', namelijk door bet geven van vergunningen voor voetbalpools, nimmer onKe goedkeuring 'hébben 'kunnen hechten. Zij had het straffeloos - overtreden van de wet moeten-verhinderen - door de voetbalpools te verbieden. De regering heeft dit echter niiet gedaan, zij verleende vergunninjgen voor voetbalpools, waaivan, de 'Hoge Raad had uitgemaaikt, dat zij in strijd - zijn met de wet.

In dit veriband wens i-k enkele opm-erkingen te - maken betreffende het feit, dat de m-inister van Justitie, voordat de Kamer over - het ondea-havige wetsootwerp heeft beslist, aan een tweetal instellingen, namielijk aan „Humianitas" en aan de stichting „Centraal Missiekommissariaat", vergmming heeft verleend voor een nieuiw kansspel, het zoOTnaamde , , Rolot". De eersitgenoemde o-rganisatie hoopt - uit d-eze loterij met insohakeling van de sigarenwinkeliers een winst te halen van 3 miljoen, de tweede verwacht evenzeer een bedrag van ruim een paar miljoen gulden. Er is dan ook reeds opgemerkt, o.a. door het „Friesch Dagblad", dat de - minister, al had 'hij volgens de Loterijwet de bevoegdheid deze vergunningen te verlenen, door dit te doen, zijn positie vo-Ikomeru ondergraven heeft en de voorstanders van de vrijwel - onbeperkte voetbalto-to een stok in de - hand 'heeft gegeven.

Het iottospel, waarover het hier - gaat, is toch, - zoals in , , Hervormd Nederiand" van 11 juni l.'l. terecht werd opgemerkt, nog onverhulder zelfs dan de voetba-ltoto, een

zuiver gokspel.

Men behoeft maar zes willekeurige letter op een vierkantje, waarop 25 letters staan, door te kruisen, 50' cent aan postzegels bij te plakken en de kaart w^g te sturen om een kans te hebben. Van 'beperking van de in-zet, zoals in het wetsontwerp wordt voorgesteld-, is - geen sprake. De enige voorwaarde is die, welke de Loterijwet stelt, namelijk dat de prijs in go-edereri moöt worden uitbetaald. Men - kan ook zoveel „Rolots" inzenden als men maar wil. De maximirai- prijs is eivemnin aan een beperfcing gebonden; deze stijgt met het aamtal inzenidinigen. Ete minister 'heeft nu wel verklaard, dat de vergunning voor deize loterijen sleohts voor één keer is verleend^ maiir het is zeer te vrezen, dat het hierbij niet zal blijven.

De regerin, g heeft ter verdediging van haar wetsontv/erp nog een ander argjument aangevoerd. Zij heeft in de memorie van toelichting opgemerkt, diat een wettelijke regeling nodig is om de speekucht te kanaliseren, omdat anders het gevaar bestaat, dat er aMerlei klandestiene pools optreden, waarover geen kontrole mogelijk is, en dat men ook in buitenlandse voetbalpools zal gaan spelen.

Hetzielfde argument is vroeger al ao menigmaal bij andere gelegenheden aangevoerd, tot bij de prostitutie toe en ook in 1948 bij het legaliseren van die paardentiotalisator. Omdat dius de mogelijkheid bestaat, dat er iets kan gebeuren, dat vettkeerd is, gaat de regerinig ze¥ het verkeerde wettelijk saraktioneren. Dit komt er dus op neer, izoais in het voorlopig versiaig woidt opgemerkt, dat de regering het kwade gaat doen, opdat het goedie daaruit zal voortkomen, een praktijk, die door de Heilige Schrift ten soheipsbe wordt veroordeeld. Bovendien wordt de goklust er niet door geremd, wanneer de overheid haar wettelijk sanktioneert. Integendeel, zij zal doordoor de lust tot gokken bij velen, die anders nog voor het gokken terugdeinzen, aanimoedigeni. Duizenden zuUen door toedoen van de regering er toe worden geibradht om wedk aan week hun geld te verkwisten, terwijl men diegenen, die in buiteniandse voetbalpools spelen, door het wetteiMjfc saniktkwieren van de voetbalpool hiervan niet zal afbrengen, in plaats van de

spaarzin

aan te kweken en te bevorderen, werkt de regering dus door het legaliseren dier gokkerij de spaarzin tegen. De regering merkt nu wel op, dat de xnoset beperkt is tot ƒ 1.— per week, maar het zou heel wat beter zijn, wanneer die gulden werd gespaard. Ete spaarzin zou daardoor bij de jeugd, die al op 18-jarige leeftijd aan de voetbalgoMcerij voüigens het wetsontwerp mag meedoen worden aangewakkerd. Voorts wordt door de regering aangevoerd, dat de maxim'aal te behandelen prijs door haar niet hoger dan ƒ 25.000.— is gesteld, en wel zó, dat één deelnemer niet meer dan één prijs mag ontvangen, terwijl één prijs niet meer dan ƒ 25.000 mag bedragen. Dit kan onize houding tegenover het wetsontwerp echter niet wijKigen. Waimeer men de voetbalpools om principiële redenen verweipt, is de grootte van de maximumprijs öledhts bijzat, wat echter niet wil zeggen, dat wij de amendementen, die het verhogen van de m.aximumpiijs beogen, zullen steuneni. Het is intussen wel ïaeer opmerkelijk, dat een bedrag van ƒ 25.000.— tegenwoordig blijikbaar niet meer wordt geteld, niettegenstaande de winnaar van deze prijs voor dit bedraig geen been 'behoeft te verzetten en hij hem' aJs bet ware in de schoot wordt geworpen. De voorstanders van die voetibalpool halen eohter voor 'een bedrag van ƒ 25.000.— tegenwoordig de nisus op. I> at vinden zij veel te weinig. Oofc de voorstanders in deze Kamer draaien voor ƒ 25.000.— hun hand blijkbaar niet om. Zij wensen een

onbeperkte hoofdprijs.

Het behoeft geen nader 'betoog, dat op die manier het besef van de waarde ran het igeld onder ons volk sterk omlaag wordt 'gehaald en dat de verlawisting hierdoor in niet geringe mate 'wordt bevorderd. Het is wel zeer te betreu­ ren^ dat niet alleen van. de kant der rooms-kathohieken en der socialisten, dooh ook van die der liberalen voor een onbeperkte prijs wordt gepleit. Vroeger toch waren er onder de liberalen nog verscheidene vooraanstaande personen, die besliste tegenstanders waren van het gokken in 'het aigemeeni en van de Staatsloterij in het bijeonder. Zb verklaarde prof. Visseiin'g in 1865 in , , De Gids" aangaande de Staatsloterij, dat dit instituut een schandvlek op onze. Staat is, en voorts schreef hij:

Het is een leugen, dat de Staat door zijn 'hazardspel tegen de hartstocht des spelers besdiermt. Integendeel, hij prikkelt hem aan door aanhoudend, openlijik en officieel de gelegenheid er toe te geven, door di'C gelegenheid met een vertoon - van eerüj'khieid en goede trouw op te smukken.

De liberale mr. Jacob van Lennep, de venmaarde letterkundige, was al everizeer een besliste tegenstander van de Staatsloterij. In zijn advokatenprakftijk had hij van de gokkerij zoveel eülende gezien, dat bestrijdin'g er van één der hoofdpunten werd van zijn politieke aktie.

Van de liberale ekonoom Ricardo is het voorts bekend, dat hij zijn intrede in het Engelse parJ'ement deed met een pleidooi voor de opheffing van de Staatsloterij.

Het is dus niet zo, gohjik zo vaak wordt voorgesteld, dat alleen

„bekrompen, puriteinse geesten”

tegen de gokkerij zijn, ook liberalen van I^aam hebben zich daartegen krachtig verzet. Liberalen, die overigens tegenstanders waren van de door mr. Groen van Prinsterer, Elout van Soeterwoudie en 'hun geestverwanten voorgestane beginselen, waren uitgesproken tegenstanders van de gokkerij, ook als die van staatswege 'bij de wet werd gesanktioneerd en gekanaliseerd. Zij waren dit, omdat zij van oordeel waren, dat het gokspel in zedelijike zin na'dielig is, daar het het rechts-en zedelijk bewustzijn van 'het volk op een dwaalspoor biengt door te doen geloven, - dat de deelneming aan hazardspel, waartoe de regering zetf de gelegenheid biedt, noch ongepasit of zedaBjk ongeoorloofd, nodh in strijd miet het algemeen welzijn kan zijn. Bovendien waren deze liberalen van oordeel, dat 'h'Ot ; gokken dioor het wettelijk sanktioneiien ibevorderd 'vrordt, omdat de eerbied voor de wet er door wordt ondermijnd, daar de staat zelf als ondernemer van een openbaar hazardspel optreedt, zoals bij de Staatsloterij het 'geval is.

Voorts waren deze liberailen tegen het vvetteüjk regalen van de gokkerij, omdat de overheid daardoor voedsel geeft aan het dwaalbegrip, diat er nog andere en betere middelen zijn om tot 'welvaart te geraken dan arbeid, spaarzaamheid en de beoefening van maatschappelijke deugden.

Wij hebben deze stemmen van 'liberale zijde niet nodig voor het bepleiten van het door ons voorgestane beginsel inzake loterij en kansspel, maar toch achten wij' het niet van bölanig ontbloot ze hier nog eens be laten horen, ail was het alleen maar om te doen zien, dat ook orwler hen, die het 'beginsel voorstonden, dat de Bijbel slechts voor privaat gebruik, voor de binnenkamer geschikt is, dooh op het staatkundig te: rein al's 'kontrabande moet worden beschouwd, de gokkerij weleer ten sterkste veroordeeM' werd, zonder zich door h-et argument van

verdraagzaamheid,

dat door de heer Beukhouiwer hedenmiddag te berde werd gebracht, van bun stand'punt te laten afbrengen.

Tenslotte willen 'wij de regering er nog voor waarsdhiU'Wen, dat zij met dit weteontwerp een 'gevaarlijke weg betreedt. In plaats van 'de speelizudht te 'beteugelen, is veeleer te verwachten, dat de speelzucht er door zal worden bevorderd, gelijk Engeland 'daarvan het bewijs levert. Aldaar nam de omzet der voetbalpools in 'de loop der jaren zeer sterk toe. In 1933 bedroeg dteize omzet circa 8 miljoen pond, in 1936 reeds 18 miljoen pond, in 1948:64 miljoen pond en in 1950:70 miljoen 'pond. Deze toeneming van de omzeit, welke ook in ons land te verwachten is, levert er wel een 'klaar bewijs van, dat de gokzucht een kwaad is, dat heel gemakkelijk wortel schiet en welig tiert. Hieraan kunnen en mogen wij om des beginsels 'wü onze steun nieit gaven, zodat de regering op onze stem voor dit wetsontwerp niet kan rekenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1960

De Banier | 8 Pagina's

Wetsontwerp wijziging der Loterijwet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken