Bekijk het origineel

Wetsontwerp Dierenbescherming

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wetsontwerp Dierenbescherming

17 minuten leestijd

TWEEDE KAMER

Rede van Ir. van Dis

Het bovengenioemdie wetsontwerp, dat yaedis in. februari 1955 werd imgediend en sedertdien door de Regering na de v'erscbijiaing van het Voorlopig Venslag en ma het mondelinig overleg wel tweemaail igewijei-gd werd, kwam onlangs eiTidiehi'k in openbare behandeilaing. Als van gevolg van deze behandelinig onderginig bet door amendering no'g erikeJie wijzigingen, m'aar het eindresiulitaat was toch, dat ihet door de Tweede Kamer zonder hoofdehjke srte(rmnin, g werd aaa. vaard.

Daar de rede, wieUce Ir. Van Dis bij dit wetsönhveq) iiameixsi de S.G.P.f rabtie ihieM, \'Tij lamg is, en wij deze in haar geheel willen plaatsen, moeten wij het bij deze korte inl'eidinjg laten.

Ir. Van Dis sprak als volgt;

Mijnheer de Voorzitter! In de miemorie van antwoord op het voorlopig versilag, behorenide bij het wetsiontweip inizaike de dieren'beschenniing, merkt de Regering op, dat door haar met dankbaarüieid kennis is genomen van de instemming van vele leden met de gedachte, de 'cKerenibeschenninig in 'een wet als de thans voorgestelde te regelen. Deze passage uit de memorie van antwoord bewijst wel lOverdtiideUjk, d'at de houiding, wedike door de leden dezer Kamer tegenover de diereobescbeii-miing wordt iriigeTiomen, sedert 1870 belangrijk is gewijzigd.

Toen tooh in dat jaar door een der Kamerleden, n.J. jhr. De Casiembroot, in deze Kamer aan de Minister van Justitie naar aanleiding van een ingekomen adres werd gevraagd bij ide wet de nodige bepalingen te miaken tegen bet mi'sbandelen van dieren en de Minister ten antwoord gaf, dat bet wenseüjikear was die zaak bij de wijziging van het Wetboek van Strafredlit te regelen, ont-Idkbe dit volgens de toenmailige hoofdi-edakteur van „Het Nieaiws van den Dag" een igeweldige uitbarsting van hilariteit. Het anitwoord van de Minister werd n.l. zo opgevat, dat er van een wet, als door de vraagsteller bedoeld, wel nooit iets zou komen.

Toch lis er nadien voor de dierenbesobei'ming het een en ander tot stand gebracht. Eei-st in 1886 bij de Invoering van bet nationale straf rechtboek; daarna in 1920, toen de artikelen 254 en 455 van het Wetboek van Strafrecht de tot op heden van kracht zijnde redaktie kregen. In het wetsontwerp, dat thans in 'behandeling is, blijven de genoemde artikelen van het Webbocik van Strafrecht ook de kern uitmaken van de regeling ter bescherming van dieren, waaruit blijikt, dat het niet bet streven van de Rögerinig is geiweest een min of meer volledige opsommiiiig van 's mensen pliditen jegens bet dier te geven, zoals soms ia kringen der dierenbescherming wordt voorgestaan.

Wij kunnen het in dezen met de Regering eens zijn, dat het nu eenmaal oiet miogehjk is alles in wetteHjke voorschriften en bepaMnigen vast te kiggen. Er wordt in ons land reeds

zoveel geregeld,

waarover men o.m. in de landbouw heden ten dage kan m'eespreken, dat het onze volle instemming heeft, dat de Regering bij dit wetsontwerp zioh tot het hoogsit noodzafceUjfce heeft willen beperken. Toch make men uit de zoeven weergegeven uitlating, voorkomende in de memorie van toeliohtinig, niet 'Op, dat de voorstamders der dierenbesohermang met het ondeiliavige wetsontwerp niet ingenomen zijn, omdat het hun oiet ver genoeg gaat, omdat zij een min of mieei-volledige opsomming van 's mensen plichten jegens-het dier in de iwet opgeïiomen zouden willen zien.

Hoewel er zuilke voorstanders der dierenbescherming zeJcer zajn, zou men er toch verkeerd aan doen in 'detaen te generaliseren. Het is toch duideKjik gebleken uit de pubMkaties vaxt de verenigingen tot beffiohierming van dieren, dat men daar ten zeerste miet de indienfeug van dit wetsontwerp ingenomen is, ook al is daarin niet aan alle wensen voldaan.

Wat voorts bet tijdstip der openbare behandeling betreft, is het afcsiziins te verstaan, dat velen deze behandeling gaarne op een vroager tijidstóp hadden geizien, daar het tooh reeds ruim vijf jaar geleden is, dat dat weteioatweip bij de Ramer is ingediend.

Wanneer ©chtei-bedacht woidit, dat bij dit wetsontwerp niet minider dan vijf Ministei-s sajn betrokken en voorts nog twee Staatssekretarissen, dan is het duidelijk, dat het hier niet zulk een eenvoudige materie betiieft, wat ook door de besturen der verenigingen inzake diewnbescherming in bun organen is erkend. Ook de kabinetskri'sis, welke op 11 decemiber 1958 ontstond, heeft vertragend gewerkt, want deze had toit gevolg, dat het mondeling loveileg miet de Regering heniieu-wd moest worden, wat eerst op 28 april van dit jaar plaatsvond.

Er bestaat dus voor 'de eig late behandelinig van dit wetsontwerp wel gegronde reden, m'aar anderzijids wil het ons toch voorkomen, dat, wanneer de memorie van antwoord eerder verschenen was, dit wetsoiTtwerp nog wol onder het vorige Kabinet dooa" de Kamer had kunnen \yorden behandeld.

Voordat wij nu op het wetsontweap zelf ingaan, achten wij het - wel noodzakelijk eerst ons standpunt tegenover de dierenbescheiTning in het kort weer te geven. Dit is te meei-niodig, lomdat men in bepaalde lektuur weleen s de voorstelling tegenkomt als zou het naar de

christelijke leer

er niet op aankomen hoe men zicli teigenover bet dier gedraaigt, dat er naar die leer geen plicht van de mens inzake dte dierenbeBchai-ming bestaat em dat het dier in die gedaobtengang niet meer dan een , , ding" is, 'waai'mede de mens kan doen wat hij: wil. Tegen zulk een voorstelling van zaken moeten wij met alle nadtak opkomen. Dait er zijn, die zo over bet dier denken, is moigelijk en naar de p-aktijk aanwijst, is dat zelfs zo, maar aldus te denken is beslist in strijd niet de Heilige Schrift.

Deze leert oais, dat evenals de menisen ook de diea^en schepselen Gods zijn, zij bet van lagere orde en ondergeschikt aan de mens, die van Gods-wege meï heerschappij over hen is bekleed. Dit houdt echter allenniast in, dat hij ennee mag doen ^vat hij niaar wil. Hij mag ze gebiniiken tot zijn nut en voor het verrichten van 'diensten, maar niet ze misbruiken en mishandelen.

Indien de mens in zijn oorspronkeUjfce staat ware gebleven, 'Zou er dan ook van misbiTJiken en mishandelen van dieren geen sprake zijn geweest. De

zondeval

heeft echter onder nieer tot gevolg gehad, dat ook de harmionie tus'sen mens en dier verbroken is. Het gan'se schepsel ligt zodoende onder de diensitibaarheid der verdterfenis, zoals in de brief aan de Romeinen wordt verm'eld, en zucht als in barensnood tzijnde, op hoop, dat het zelf zal worden virijgemaakt.

Volgens de christehjke leer, die op Gods Woord is gegrond, ligt alzo óe schuld van de ellende, waarin de dieren miet de mens zijn gekomen, bij de mens. Uit dien hoofde alleen reeds is de mens verplidit zich te stellen tegen het mishandelen van dieren en het 'beschermen der dieren voor te staan. Hierbij kom't bovendien nog, dat uit meerdere plaatsen rüt de Heilige Schrift blijkt, dat Gods zorg zich over de dïeren uitstrekt, geffijik tot uitiiiig komt lin de voor.sdhriften, welke het volk Isi'aël' te dazer zake eijn gegeven, waaraan bij het nakomen ervan zelfs Gods zagen was verbonden. Het zou ons te ver voeren, wanneer wij thans op deze aangelegenheid dieper zouden ingaani. Daarom wensen wij te volstaan met te verfdaren, dat bet ©en pertinente onwaarheid is te 'beweren, dat het ea: volgens de christelijke teer niet O'p aankoimt het di'er als niet meer dan een „ding" 'te baschouiwen, waarmieds men mag doen wat men wil.

Wij menen 'genoegzaam te hebban aangetooffld, dat bet tegeriideel het geval is en dat op een ieder die piioht rust maatregelen te steunen, welke beoigen tegen te gaan het misibruiken en het mislrandeleii) van dieren, zoals o.m. ook plaaitsheeft met de dieren in arena's en cirkussen, a'Lsook bij de vivisektie, waarop wij in het vervolg nog nader terugkomen.

Deze maati'egelen blijken helaas maar al te zeer nodig te zijn. Niet - voor hen, die zioh niet aan dierenmliS'bandeKng schuldig maken en de dieien, die onder hun 'beheer zijn, goed 'behandelen en verzorgen, zoafe dit gehikkig van onze

landbouwende bevolking

over bet algemeen kan worden getuigd, m'aar voor hen, van wie dit helaas ni'Ct kan worden gezegd. Dat er op dit gebied in ons land 'heel wat vooivalt, waardoor de Overheid 'wel iveipiMcbt is op te treden, blijkt zeer duidelijk nat de hjst van gevallen, uit de z.g. gruwellijsben, vanaf mei 1955 tot maart 1956, voorkomend in het miemorandum van het hoofdbestuur van de Nederlandse Vereniging tot Besdierming van Dieren. Daarin wordt o.a. m'eldiiiQC 'EPemaakt van het verwijderen van 'horens van jonge geiten miet een bijtende vloeistof; van een 'bo'ea-, 'die vee liet veirliongeren, waardoor hij blijk «gaf niet te behoren tot hen, van wie Gods Woord vemi'eldt, dat de rechtvaardige het leven zijner beesten kent; van het zodanig afranselen van een merrie, dat het dier door nekbreuk stierf; van 'het doodschoppen van een hond; van het ophangen van een 'broedende kip aan een boom, en zo zou kunnen worden doorgegaan met 'het nO'em-en van tal van .gevallen, die eivau' getuigen 'hoe verregaand \vu-eed er teigen dieren soms wordt opgetreden.

Het ondenbavige wetsontweip nu beoogt, in de bestaande bepalingen betreffend© 'de diereobescherminig wijziging te brengen en daaraan uitbreiding te 'gaven. Zo wordt de maximuimgeidboete uit aiitikdl 254 van-het Wetboek van Strafrecht van ƒ 300.— gebracht op ƒ 1000.-, wat dus ƒ 500.-hoger is dan in het oorspronkelijk ingediende voorstel was bepaald.

Een tweede verandering doet zidi voor in de toevo'eging der bepaling, 'dat bij herhaling van een misdrijf bineen de vijf jaar gevangenisstraf van ten hoogste één jaar 'kan worden opgelegd. Men kan er dus in dit geval niet met een boete van afkomen, wat in het oorspronkelijike wetsontwerp wel kon, al was de maximumboete daarbij op ƒ 1000.— gesteld.

Voorts valt het op, dat in het nieuwe artikel 254 dte wx> orden , , het nodige levensonderhoud" zijn vervangen door , , nodige verzor^ging". Dit bHjfct te zijn gedaan, omdat de eerste term

niet voldoende houvast

bleek te geven. Veelal werd onder dat levensonderhoud alleen voeding verstaan, 'wat mo'eilijikheden gaf bij het uitmaken van wat dan eigenlijk wel nodig is. Dit had tot gevolg, dat menigmaal silechts oveatreding der wet bewezen kon worden, als een diei' vrijwel geheel was uitgemiergeld.

Het tweede artikel uit het Weftboek van Strafrecht, dat op de dierenbesdherming betrekking heeft, nam'aMjk 'artikel 455, heeft in het wetsontwerp een aanmerkelijke wijziging ondergaan. Een verbetering achten wij 'het, dat volgens de nieuwe redaktie de eis van het leveren van het 'bewijs, dat de mishandeling met opzet heeft plaatsgehad, is vervallen. 'Het 'bewijzen van opzet toch is menigmaal moeilijk. Volgens de nieuiwe redaktie van artikel 455 zal nu ook niet^ opzetteKjlkie mishandehnig sitraiPbaar zijn. Voorts is in het rrieuwie artibel' 455 de strafmaat veirscherpt. 'De hedhitenis van maxkniuEa aobt dagen is verleniTd het maxiLmum van één rnaajnd, tepwj de m'axiimum geldboete 'van 150 op 3(j( gulden is gebracht.

Uit het nader gewijizigd \vetsonh\: eii) dat uit de bus is gekomen na het nioti' deling O'verleg van de fcomimissie vaa voorbereiding met de Ministers van Justitie, van Landbouw eji Visserij, van Sociale Zaken en Volksgazondheid de S'taatssekretaris 'Van Onderwijs, Kun. sten en Wetenisobappen, bUjkt eohtei dat enkele onderdelen, 'die in het oo: spronkehjifce wetsioaitwerp 'voorkwamen daan-uit zijn 'verdwenen. Het zijn de punten, welke betrekking hebben ») het verkorten van; de staartwer\'elkolo! van een paard, het igebruik van e«n paard, voorzien van oogkleppen, en he! houdien vaiu een 'kalf in een ruimte, waarin het zidi niet of nauwelijk.s bi! bewegen of w^aar het daglicht wordt geweerd.

Uit bat voorlopig vei-slag en uit hu verslag van het mondeling overleg blijkt, dat er over deze punten uitvoeaige sprekingen hebben plaats gehad, ti-effende het 'houden va'U zogenaamde kistkalveren werd door de regering eikend', 'dat de door haar in het wetsontwerp O'pgenomen bepaling indenidiiad t( ved ruimte Het 'VOOr een onjuiste interpretatie, met het 'risiko, dat ook toelaatbare meth'O'den hieivan hinder zouden 'Ondemnden. Uit deze erkemimi 'bhjikt wel, dat het no'dig is bij het rew. len van deze en soortgelijke materie de grootste voorzich'ti^eid 'te 'betrac^htei Het komt ons dan ook juist voor, dat deze 'kwestie door de Regerinig op een andere manier zal worden behandeld waarbij wij het wel nodig achten, d; de landbouw daarin wordt geikend. Ooi behoort onizes inziens in de in te stellen Raad voor de Dierenibesoheiuning mede voor de landbouw plaats te worden in geruimd.

Een volgend punt, Mijinlieer de Voorzitter, dat ik thans wens te bespiekii, beti-eft 'datgenie, wat in het wetsontwerp woirdt gemist. Wij denken hierbij b.v. aan het laten optreden van gedresseeirde dieren in

cirkussen

en ook wel in dierentuinen, zoals bv, die in Amersfoort. In artikd 11 van het wetsontwerp is bet verboden een trekhond te gebruiken, maar men mist in artikel 11 de bepaling, dat het strafbaar is om gedresseerde dieren in cirkussen en dierentuinen te vertonen, ofschoon dit laatste toch een heel wat er, ger feit is dan het gebruik Van een trekhond.

Trekhonden worden trouwens maat zeer weinig meer gebruikt; bij gemeen' tevei-ordening is in tientallen gemeenten het 'gebruik van een trekhond reeds verboden, doch als 'dit nog hier en daar plaats vindt, dan dnient dit om de mens in zijn arbeid voor het d'a^hjks brood behulpzaam te zij(n. De , gedreisseen dieren in ciifcussen en dierentuinen echter dienen uitsluitend voor vTermaak van het publiek. Wat een mishondding gaat er niet aan •vooraf vóórdat deze die.ren zo ver zijn, dat ze voor 't pubHek kunnen ^voIden vertoond! In Zweden mogen dan ook sedert 1 januari 1960 geen roofdieren meer in cirkussen 'optreden. En ook in ons land is er een burgemeester, die koatgeloden verklaard heeft njmim'er toestemming te ztdlen gaven vooa-het houden van cirkusvoorsteltogen in zijn gemieerute, n.l. de badplaats Ziandvoort, en wel omidat 'hij cirkuiW een mensonwaardig 'bedrijf vindt.

Wij achten het een .gi"Ote leemte in M wetsontweip, dat de Regering .niet naar het voorbeeld van Zweden en naar dei van de burgemeester van Zandvoort ^ toe is oiverigegaan in haar wetsion.twesp ook het laten optreden van .gedresseeirde 'dieren in cirkussen eni andere .gal^ genheden s'trafbaEar te stellen, waarvoor te meer reden is, daar deze dieren s geen rust op zomdag 'wordt gegeten, terwijl todh het vierde gebod van ; ods wet ook voor het dier van toepassing is.

Wij wensen thans over te gaan tot het ^•eken van een onderwerp, waarover ill het wetsontwerp ook in aille taten (ordt 'geizwegen, nieittegenstaande daar-|, ij wel degelijk het misbruiken en misiimdelen van dieren in het spel is. Wij liebben hieihij het oog op de

vivisektie,

weke zo veelvuldig wordt toegepast, voor doeleinden, die met de zorg jwr de gezondheid van dte mens niets niaken hebben.

Voorheen hebben wij over dit oiideriverp in ander verband ook reeds meermalen in dezie Kamer het woord gevoerd, wanneer wij esr het plieit voor •oerden, dat 'de Regeling tot het instelden van een leerstoel voor homeopaèie en vivisektievrije geneeskunde zou overgaan. De Rageiiinig wees dit verdek edhter steeds af, hoewel van de zijde van de Anti-Vivisektie Stidhtiiig aageboden was de kostieni van zon leerstoel op zich te nemen. Naar vaneielf spreekt, gaan wij hierop mx niet verdei" in, dooh ^wilden er tooh noig eens de aanidaaht der Regering op vestigen, te meer daar ook de Staatssiekretaris van Onderwijs, Kmisten en Wetenschappen bij bet onderhavige wetsontweap is 'betrokken. Met diens igeldverslinidende spO'itaktiviteiten helbiben wij: niets op, maar toch zouden wij gaarne zien, > dat Jiij HO sportief was om de telgenstand der mediisohe fakulteit aan de universiteit te trotseren en de instelliinig vaai de .genoecnde leerstoel te bevorderen .

Wat nu die vivisektie betreft. Mijnheer de Voorzitter, hierover wordt in de stukken wel-het een en ander opgemerkt. In het voorlopig verslag wordt er zelfs tamelijk uitvoerig de aandacht aan geschonken en veiiwonderiiln(g erover uitigesproken, dat de memorie van toelidliting op dit wetson.tweop ei-.geheel' 'Over zwijgt. Uit de miemorie van antwoord blijkt, dat de vivisektie in ons land veelvuldige toepassing vindt in 'de lalboratioiria van universifceliteni, ziekenhuizen, keuringsdiensten, 'van de fanmaceutis'Che industrie, van sanatoria, van de rijksseruminrichtinigen en andere in-S'tellinigen. Het aantal diersioorten, dat daarbij woirdt gebruikt, vormt ai een even 'grote versch'eidenheid. De memiorie van antwoord noemt apen, paarden, honden, ka'tten, runderen, 'vaiikens, schapen, hoendere, dniven, ratten, muizen, hamsters en nog andere koudbloedige diereni. On'noemelijk is het leed, dat deze dieren, waarvan het aantal violgpnis de miemorie van antwoord vele dnizen^ den per jaar bedraagt en die zowel voor O'efen-en demionistratiemateriaal afc |voor onderzoek worden gebezigd, door de vivisektie wordt aangedaan.

In de memorie van antwoord merkt de Jlögering O'p, dat de dieren „waar-jschijnilijk" veelal onder narkose of plaatselijke verdoving worden gebracht, voordat de proeven gesdhieden, waarop zij llaat vo'Lgen, dat hierover geenisEinis zekeiiheid bestaat. Het wil ons voorkopien. Mijnheer de Vooi-zitter, dat 'het de Regering toch wel mogelijk zou zijn om ; zich hierover meer zekeiiheid te versohaffen. In

Engeland

bestaan hierwer officiële gegevens. Zouden die ook in ons land niet kunr nen worden verkregen? Uit deze officiële gegevens, welke zijn ontleend aan „His Majesty's Stationery Office", Mijkt dat 'bet totale aantal experimenten gedurende 1958 in Engeland 3.245.000 bedroeg, waaivan 2.879.385, dus 89 pet. tijdens de proe\'en aonder veadoving p'laats vonden. Dat wil < k\s zeggen dat er in 89 pot. van de gevallen in mindere of meeixlea-e mate dierenmisharj'delin'g plaats vond.

Het is lang niet onmogelijk, dat in ons land dit percentage zo ongeveer van dezeiffde orde van 'grootte is, aangezien er toch tal van proeven worden gedaan, waarbij verdoving is uitgeschakeld. Men denk'e 'maar aan het injekteren en het laten slikken van allerlei 'giftige, ziektevenvekkende stO'ffen in het dierenlichaam. Tea-verdediffin, e van de vi\'isektie wordt aangevoerd, diat zij met het oog op de gezondheid van de mens onmisbaar is. Ook in de memorie van antwoord wordt dit opgemerkt. Doch kan dit wel zo in het algemieen worden gezegd? Het wordt toch door medici zelf erkend, dat proeven op dieren maar niet zo op mensen kunnen worden toegepast.

Zo troffen wij in de „Nieiwve Haaigsche Courant" van 3 juli 1957 een verslag aan-'van een rede van

prof. Lindeboom

van de Vrije Universiteit te Amsterdam, waarin werd 'Verklaard, dat men voor experimenten niet genoeg heeft aan proefdieren; dat de bevindingen van een dfer niet zo maar over te brengen zijn op de mens, waaiibij als voor­ beeld werd vermeld, dat een hon'd zonder bez^vaar doses morfine \'eji-draajgt, die voor de mens dodelijk zijn. Iedere toepassing van een nieuw middel op de mens, ook al is dit op dierera beproefd, b'Hjft alzo, volgens prof. Lindeboom, een e.Nperiment, zodat ten slo'tte alleen expeMmenten op mensen de door.sila'g geven. Het is voorts wel izeer opmerkelijk, dat ei-onder de ouderejaars dei-medisahe studenten meerderen vooiikomen, die van ooreel zijn, dat veel proefdieren worden gebruikt, zonder dat het resultaat het gebiiiik rechtvaardi'gt en dat de proeven zonidea" nadeel voor het onderwijs achteaAvege kunnen blij'ven, daar de demonstratie even goed door een film kan wonlen vervangen.

Uit de memorie van ant^\''oord en lüt het mondeling overleg blijkt echter, dat er van de Regering bitter weinig te verwachten is met betrekking tot het sterk beteuigelen van de vivisektie. Het enige waartoe zij zioh bei-eid heeft verklaard, is te overwegen of niet een vergunningstelsel aanbeveling zoii veixlienen. Om zicli 'hierO'ver echter een 'oordeel te kunnen vormen, is nadei'e studio nodig, waarbij ook een onderzoek inEake ervaringen in andei-e landen zal worden overwogen. Het kan dus nog zeer lang dui-en, voordat er te dezen iets woedt gedaan om de vivisektie 'zo niet belangrijk, dan tooh enigermate te beperken. Een algelieel verbod' wx)rdt door ons niet bepleit. Zeilfs 'de vuriigste voor.stand'Crs der anti-vivis'ektieb'eweging dringen hierop niet aan, oni'dat zij realistisch genoeg zijn om' te weten, dat daaraan thanis niet te deniken valt.

Wel edhter zou een ibepeiiking zeer op prijs worden gesteld door b.v, een uit- zonderingspositie te Bisieii vooi' apea, honden, kitten en [iaardea. Odk aou het een venbetermg 2ajo, wanneer de Ragering ertoe zou oveiigaan om op het nanlcotasp'en en plaatselijik \ierdioveiikontrol-e door dies'kundige personen te laten uitoefenen, want volgens verklaringen van inedisohe studenten, welke in het ackes der

Anti-Vivisektie Stichting

dd. 20 januari 1960 aan de Kamer worden vermeld, ihapert daar nog wel het een en aiider aan.

Vooirts bepleiten > wi|, dat hejihailangsc pax> even bij het medisoh onderwijs zullen 'Worden vermeden door gelbi'uik te maiken van films en dat xal worden verboden h©t nemen van all zulke proeven, die niet strikt noodzaikelijik zijn.

Ten siiotte doen wij een beroeip op de Regei'ing onx espersmenten op dieren, die in geen enkel \"ei: band staan met proeven op medisch, veterinair of farmaikeutisicili gebied, die ook niets met de volksgezondheid te maken hebben en zelfs, zoals reeds is voorgeko.men, tot een ücahadelijike toepassing bij de mens kannen leiden, wat geibeurd is bij het nuttigen van braadkippen, gemest met antnscihildklieipren> araat, te veibieden. Wanneer de Regering blijkens haar wetsontwerp zelfs het •vei'voer van rundvee wil verbieden, wanneer dit aan de hand door middel van een hoomtouw geschiedt, wat volgens personen, die het weten kunnen, een onmogelijk verbod is, dan is het toclx wel zeen-onbevi'eddgend, als anderziijds op het geibied van de vivisektie door de Regeriug zoveel ongehinderd en ongekontroleerd wordt toegelaten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1960

De Banier | 8 Pagina's

Wetsontwerp Dierenbescherming

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken