Bekijk het origineel

Herziening van belasting

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Herziening van belasting

5 minuten leestijd

De minister van Financiën, Prof. J. Zijlstra, heeft in ten dele gewijzigde vorm een aantal ontwerpen ter herziening van de belastingen opnieuw bij de Staten-Oeneraal ingediend.

Over het algemeen is deze herziening met ingenomenheid door het bedrijfsleven en in de kringen van de beurs ontvangen.

In het bijzonder geldt dit voor de verlaging van de vennootschapsbelasting van omstreeks 47 procent tot omstreeks S2 procent voor dat deel van de winst, dat voor uitkering bestemd wordt.

De bestaande regehng kwam er op neer, dat de winst, die eerst bij de vennootschap met een 50 procent belast werd, bij uitdeling nog eens aan inkomstenbelasting onderhevig was, hetgeen veelal van het restant nog eens een heffing van 50 procent vorderde. Deze dubbele hef­ fing, welke van elke gulden winst 75 cent ten voordele van de staat vorderde, wordt althans enigermate verlicht.

Ook het zware offer, dat de werkende gehuwde vrouw aan de kas van de staat liad te brengen, wordt verUcht. Het bedrag, dat in mindering gebracht mag worden, zal, indien het wetsvoorstel tot wet wordt verheven, bij de betaling van belasting aanmerkelijk verhoogd zijn. Bedroeg het onder de thans vigerende bepalingen ƒ 624.—, in het ingediende wetsvoorstel is het op ƒ 1000.— gesteld. Bij de verhoging van de inkomstenaftrek tot een jaarlijks maximum thans van ƒ 1000.— is tevens in de wetsvoorstellen voorgesteld om het bedrag per arbeidsdag op ƒ 4.50 te stellen. De aanvankelijk voor aftrek gestelde eis van beroepsanbeid gedurende tenminste vier uur per dag wordt in het wetsvoorstel terugge­ bracht c^ 3% uur. Het komt toch voor dat de vrouw een volle ochtendwerktijd of namiddagwerktijd heeft, doch dat deze werktijd minder dan 4 uur bedraagt, 'n Belangrijke verruiming ligt nog in het nieuwe wetsvoorstel: namelijk de gehuwde vrouw, indien zij in een kalenderweek tenminste 18 uur beroepsarbeid heeft verricht, een aftrek voor zes dagen te verlenen. Van deze bepaling ziuUen in de eerste plaats die vrouwen profiteren, wier werkkring een arbeidsduur omvat, die de ene dag onder en de andere dag boven het gestelde dagminimum komt, en in gevallen, waarin de arbeid een meer bijkomstig karakter draagt. \'oorwaarde voor de aftrek is, dat de belastingphchtige aantoont, dat aan de voorwaarde voor aftrek per dag dan wel per kalenderweek is voldaan.

Ook ten aanzien van de aftrek van studiekosten, welke faciliteit in het wetsontwerp van december 19.58 was opgenomen, onder voorwaarde dat deze kosten het bedrag van ƒ 200.— te boven gingen, wordt in het nieuwe voorstel een wijziging aangebracht. Deze kosten moeten, om voor aftrek in aanmerking te komen, minstens ƒ 120.— (was ƒ 200.—) bedragen.

Loontrekkers met een netto-inkomen van maximum ƒ 7450.— en met niet meer dan ƒ 300.— aan zogenaamde neveninkomsten betalen, als tot dusver het geval was, uitsluitend loonbelasting. Indien in het bedrag van ƒ 300.— dividenden als opbrengst van spaargelden begrepen zijn, wordt de daarop ingehouden dividendbelasting vergoed, met als minimumbedrag ƒ 10.—. Hetzelfde minimum van ƒ 10.— (was ƒ 15.—) wordt gesteld voor teruggave van dividendbelasting, in- dien het inkomsn beneden het belastbare mininti'um blijft.

De belangrijkste aangelegenheden zijn van de ingediende wetsvoorstellen de navolgende.

De in de wetsontwerpen van 1958 voorgestelde inkomstenaftrek voor gehuwde welkende vrouwen van ƒ 524.—, welke nimmer van kracht is geworden, wordt in de ingediende voorstellen verhoogd tot ƒ 1000.-.

De vennootschapsbelasting, vv^lke thans 44—47 procent bedraagt, zal voor dat deel van de winst, dat wordt uitgekeerd, met 15 procent worden verlaagd tot 29— S2 procent.

De dividendbelasting (voorheffing op inkomsten-en vennootschapsbelasting) wordt van 15 procent tot 25 procent verhoogd.

De speciale kommissarissenibelasting (over antièmes) komt te vervallen in het nieuwe wetsvoorstel, m^aar deze winstuitkeringen zijn ten dele niet meer aftrekbaar voor de berekening van de vennootschapsbelasting. Het minimum van , f2000.— is ge'heel aftrekbaar, en het meerdere voor de helft, met een maximumaftrek van ƒ 10.000.— per Commissaris.

Het minimumbedrag, waarvoor investeringsaftrek zal worden verleend, wordt in het ingediende wetsvoorstel verder verjaagd tot ƒ 2000.-(was ƒ 3O00.-).

De wijziging van de dividendbelasting brengt met zidh mede, dat in het kader van de belastingverdragen van Nederlanders ingehouden belasting op buitenlandse dividenden in het vervolg zal verrekend worden met de in Nederland verschuldigde belasting.

Minister Zijlstra heeft zich met alle nadruk en beslistheid uitgesproken tegen het denkbeeld van zijn voorganger, minister Hofstra, om een belasting in te voeren op de vermogenswinsten, waaifcij de winsten wel belastbaar gesteld werden, doch de verliezen voor de rekening van d« belastingplichtige bleven.

De gezamenlijke belastingvoorstellen bedragen per saldo een vermindering van inkomsten voor de schatkist van de staat van omstreeks ƒ 65 miljoen.

Het voorstel, de uitgedeelde winst met een lager percentage te belasten, kost ƒ 75 miljoen, de aftrek voor de werkende gehuwde vrouw ƒ 40 miljoen, diverse andere wijzigingen ƒ 35 miljoen. Daartegenover staat, dat de verhoogde dividendbelasting ƒ 45 miljoen meer in de schatkist zal brengen, en diverse andere wijzigingen ƒ 40 miljoen meer.

Wij achten deze wetsvoorstellen te belangrijk om daar met geen woord melding van te maken. Wij zullen het, zonder in een nadere beoordeling te treden, het er thans bij laten, omdat niet aan te nemsn is dat er geen woord meer over geschreven zal worden en er bij een latere gelegenheid allicht beter over te schrijven valt, te meer omdat ook al niet aan te nemen is dat deze wetsvoorstellen geheel ongewijzigd in de Staatscourant zullen worden opgenomen. Er zullen zeer wel mogelijk amendementen worden ingediend, waardoor er bij aanneming nog mogelijk wel ingrijpende wijzigingen in de wetsvoorstellen zullen worden aangebracht.

Daarenboven, gelet op de belangrijkheid van de onderhavige materie, en de gedadhtenwissehngen en besprekingen, welke bij de behandeling er van in het parlement allicht zullen plaats hebben, zal het wel niet mogelijk zijn dat nog in dit jaar alles in kannen en kruiken komt betreffende deze wetsvoorstellen.

Hoe het verdere verloop in deze ook moge zijn, zouden wij het betreuren indien het bij deze wijzigingen bleef, daar wij er ten volle van overtuigd zijn dat de druk van de belastingen en lasten ten onzent te zwaar is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1960

De Banier | 8 Pagina's

Herziening van belasting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken