Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

. . . .zo is mij' gegeven een scherpe doom in het vlees, namelijk een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zoii verlieffen. 2 KoTinthe 12 : 7b

Veertien jaar Js het geleden wat Paulus aan de gemeente van Korinthe ili zijn tweede zendlbrieif, hoofdstuk 12, beschrijft inzake eigen ibevitidehjk leven. En... . Paulu's zou er zelfs nu, na die veertien jaren, nog over gezwegen heibben, indien het henti' niet klaar was geworden, ibij Geesteslteht, om — fKn overstaan van de ingeslopen diwaalleraren in Koilinth'e, die iboogden op hun ingebeelde, Vleselijk-getinte „kennis" — nu niet langer te mogen zwijgen, maar te moeten spreken.

Want nu ging het niet om Zijn, Paulus' eer, maar om de eer Gods en Zijn wsrk 'm Zijn grote apostel der heidenen. Dat werk Gods meenden de dwaalleraren te Korintihe te mogen Ibestrijden, en ze durfden het aan te .beweren dat Paulus er niets van kende, dat hij een pseudo-, een valse apostel van de Heere Jezus Christus moest heten. Ge bemerkt: strijd is er altijd al in Christus' kerk geweest. Vleselijke bestrijding van 'het werk Gods, ook van dat v/eik Gods in Zijn kunderen en dienstknechten. En bet kan niet uitblijven — iwaar wij nu eenmaal staan moeten in een strijdende kerk — om hiertegen verweer te (bieden, niet met vleselijke wapenen, maar bekleed met de Wapenrusting des geloofs, waarvan Efeae 6 20 duidelijk spreekt.

Wat heeft die Paulus dan wel vóór veertien jaar meegemaakt? Ontzaglijk grote dingen. Eigenlijk niet uit te spreken, zo •heeiijk. Paulus weet izelfs niet of het in dan wel ibuiten het lichaam geschied is. Maar (hij werd opgetrokken in de derde ïiemel, in bet paradijs Gods, waar hij maar luisteren modht. IDingen hoorde hij er, die het de mens niet geoorloofd zijn door te geven, ja die hij niet bij maohte is uit te spreken.

„Een mens in Christus" noemt Paulus ach in de derde persoon. Hoe nederig, K) van izidh te spreken. Maar ook hoe bevoorrecht, zich dat te mogen weten, namelijk een mens in Christus, want dat is een vrijgesproken mens. „Zo is er dan geen verdoemenis voor degenen, idie in Christus Jezus zijn" (iRom. 8 : 1). Het belioeft dus geen vraag of Paulus dit al op 'de weg naai" iDamasfcus, in zijn eerste bekeririgsgang, heeft doorgemaakt, want mijns inziens is bet niet toen, miaar eerst later geschied. Hij wist zich esn mens, overgenomen door en voor rekening van Christus, zijn Borg en 'Middelaar.

Van die mens in Christus — dat is Gods genadewerk in Paulus — zal bij roemen "logen, maar eerst nu na veertien jaar breekt hij openlijk in de roemtaal hier-'^ver uit. Voordien was deze izaak toeges'oten in het binnenste. Eerst nu was het 's He.ïren tijd vooj-Paulus om hiermede geestelijke winst voor Gods Koninkrijk te ibehalen, namelijk de waarachtige opbouw en stichting van de Korinthiscbe gemeente, en 'bet onwrikbare geizag, de onaantastbare autoriteit van Gods gezant: de 'apostel Paulus, tevens.

Van zichzelf mag en durft Paulus niet te roemen; dat is bem niet geoorloofd. God heeft 'hem dat afgeLeerd in de leerschool van het 'lijiden. Want wat Paulus nu naar veren brengt, 'betekent een onbzagUjk diep en zjwaar stuk in zijn geestelijke leven. Want 'hij moest lenen niet groot en niet hoog voor God of de mensen te worden met al het door hem ondervondene en ervarene, maar Paulu!s moest leren aUéén uit genade zalig te worden en ten einde toe te strijden de goede strijd des geloofs.

„Opdat ik mij niet vanwege de uitnemendheid van de Goddelijke openbaringen verheffen zou, zo is mij gegeven". En nu noemt hij deze gave, maar zijn hart is niet wrang, niet vierljitterd er onder. Ook voor deze gave van God heeft liij ootmoedig leren danken. Onbegrijpelijk voor het (vrome) vlees, en toch waar in Gods leerschool.

De zonde is wel geduid als , , 'hoogmoed", en wie zou het kunnen ontkennen, wanneer bij er van leest, dat de mens als God wilde zijn. Nu, wat lag er na de rijke geestelijke ervaringen in Paulus' leven meer voor de 'hand dan dat bij steeds weer naar boven, naar die paradijs-ervaringen zou opstreven, en — wfanneer zulks niet gelukte — zich er immer op zou laten voorstaan: dat beb ik toch maar toeij en toen ondervonden.

Geestelijke, of liever: Geesteslaze zeKverheffing is een gevaar, dat een ieder belaagt, die met onderv^onden weldaden en genadebetoning niet in de laagte kwam en daar bleef, maar naar boven in de hoogte ging zweven, en roemend zich bovcni anderen verheffen. ZichzeM vei'heffen, noemt Paulus het.

Nu, daar wist de Heere wel raad op. In Zijn iieeii)uigende ontferming beschikte Hij een middel, dat het vlees, ook Paulus' vrome vises, diep vernederde en pijn deed, maar tegelijk een middel, dat zo uiterst leer-en heilzaam modbt blijken in de uitwerking.

„Mij is gegeven".

Ja, wat dan, Paulus? Nu, sdhrüc dan niet. Esn scheipe doorn in bet vlees. Er zijn er 'wel die dit letterlijk opvatten en hierbij denken aan een mogelijke oogziekte bij Paulus, of aan 'bet lijden als van een toevallijder, een epileptikus dus; maar uit bet er 'bij gevoegde: „namelijk een engel des satans", blijkt mijns inziens duidelijk, dat meer een geestelijk lijden is bedoeld, en dat dus de „scherpe doom in bet vlees" meer figuurlijk dan lettei^jk moet v/orden opgevat. Dit is wel duidelijk, dat wanneer Paulus naar boven ging, op een verkeerde manier, in ijdele zelfroem en vrome izeUbespiegeling, dat dan Christus een satansbode beschikt, die hem' vlak in bet gezicht slaat en tegen de grbnd doet tuimelen. Daar ligt Pau-']; ts: el'lenidig, vernederd,

T hij gaat bidden, in een drietal @si Kdsperioden — denk aan Christus' bidden in Gethsémané — om wegneming Aan die scherpe doorn. Maar al wordt het gebed vei'hoord, toch heel anders dan Paulus zou 'hebben gewild. De Heere sprak er van, dat alleen Zijn genade genoeg is, en dat Zijn 'kracht alleen in zwakheid volbradht wordt.

In deze gang zullen al Gods kinderen wel min of meer een oefening ontvangen. 'Een .scheipe doorn in het vlees is bun allen gegeven, gelaten — en dat merken ze vaak pas na hoogtepunten van groot geestelijk geluk — namelijk de inkLevende verdorvenheid, die scherpe doom in 'het vlees {= de oude mens, die elke dag opnieuw verdorven moet worden), zodat ook de meest begenadigde telkens weer er aan 'herinnerd wordt wat ihij was en is en blijven zal in zichizeM, namelijk een gevallen Adamskind, ook al is de erfzonde vergeven en de eifsmet redhgewassen in bet bloed des Lams.

Tot de laatste doodssnik toe zal bet zijn: uit genade zijt gij zalig geworden, doox het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave. Amen.

St. Maartensdijk

St. Maartensdijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1960

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken