Bekijk het origineel

Voor Gemeentebestuurder

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Gemeentebestuurder

4 minuten leestijd

Nu blijkt, dat ook anderen dan gemeentebestuurders , , gemeentebestuurder" volgen in zijn schrijven, en er vragen rijzen, ook bij niet gemeentebestuiu-ders, is er een aanmoediging om maar weer eens te trachten enige richtUjnen te geven. Zoals al eerder is gesteld, het zijn richtlijnen, het zijn wenken, maar geen regels, welke, als er plaatselijk van wordt afgeweken, aanleiding zouden mogen zijn om te menen, dat een raadslid niet juist zou hebben gehandeld. Er kunnen plaatselijke omstandigheden zijn, welke tot andere handelingen nopen, en ieder raadslid staat voor de taak om de belangen van zijn gemeente voor te staan en te bevorderen.

Er is nu een vraag gesteld naar aanleiding van het stuk over de subsidiëring van kerkbouw. Die vraag is van een niet-raadslid, maar van een wel, blijkbaar, belangstdUend lezer. Het is een vraag, die eigenlijk wel wat verder strekt 'dan juist het voeren van een juist gemeentebeleid. Het is een vraag, die het streven van de S.G.P. aangaat.

De vraagsteller acht, dat het moeilijk kan zijn voor een raadslid om de juiste keuze te doen tussen wat wel en wat niet gesteimd kan-worden. Wei acht hij het verhelderend als verwezen wordt naar art. 28 en 29 van de N.G.B. Het is dus niet zijn tjedoeling, niet zim •vraag, dat, als het ware, met de vinger zal worden aangewezen, die kedcOToepering kan wel en die kan niet worden gesteund. Dat verblijdt en dat maakt het wel gemakkeHjker, want de S.G.P staat niet een bepaalde kerkgroepermp voor, maar de leer die volgens Gods Woord is.

Maar hoe moet nu een raadslid handelen als, wat ook wel plaats heeft, een beginselbesluit wordt ge-vraaigd inzake subsidiëring van kerkbouw. De raad zal dus besluiten tot het in het algemeen al dan niet geven van subsidie en de toekerming berust dan bij 't kollege 'van burgemeester en wethouders. Dat is een figuur, die in de laatste tijd wel meer voorkomt, doch het 'kan wel een vraac zijn of het juist is zo te handelen.

Ontegenzeggelijk is er een 'uitvoerin'gsbevoegdheid bij he; t kollege van B. en W. Doch moet het nu zo, dat de raad, als het ware, maar alleen de grote Hjrien aangeeft, en dat wel met een zodanige ruimte, dat B. en W. eigenlijk doen wat de raad zou behoren te doen? Wordt niet menigmaal een dergelijk voorstel gedaan om de moeilijkheden te omzeilen en te verkrijgen wat wordt gewild, omdat het anders misschien niet verkregen zou worden?

Als dan ook de vraagsteller wil weten wat onze raadsleden moeten doen als een beginselbesluit wordt gevraagd inzake het subsidiëren van kerkbouw van welke zijde ook, dan kan het antwoord niet anders zijn dan: tegenstemmen; althans wanneer daarin de bevoegdheid aan B. en W. wordt gegeven, om bedragen toe te kennen aan aUen, die volgens de gestelde regels daarvoor in aanmerking komen, tenzij dat daarin ook was opgenomen-een bepalüi'g, dat geen subsidie kan worden verstrekt voor bouw van kerken, welke niet onder het begrip ware kerk, volgens artikel 29 van de N.G.B, vallen. En nu kan de vraagsteller menen, dat het in de praktijk moeilijkheden kan geven bij de uitvoering zoals gesteld, maar moeten wij voor moeilijkheden wijken?

Het is niet te ontkermen, dat er beslis­ singen, mioeten •worden genomen, die niet gem.akkehjk zijn als we zien naar wat tegenwoordig gevraagd wordt. Maar zijn ze moeilijk als het gaat om Gods eer te beogen? Zïjn ze moeilijk als gelet wordt op 'de opdradht aan de overheid, als Gods dienaresse, om-het kwaad tegen te gaan? Als gestreefd moet worden naar , , elck wat wils", dan zal het ook niet moeihjk zijn, maar dan zal het beginsel van de S.G.P. verlaten worden.

En nu kan vraagsteller het wel moeih^ achten als eens tegdijk voor r.k. en anderen een beslissing moet vallen, doch dan heeft een raadslid niet te gaan denken als ik nu tegen r.k. ben zal ook aan de anderen de bijdrage - worden geweigerd. Hij 'heeft te bezien wat als ware kerk en wat als valse > kerk is aan te merken, zonder te letten op eventuele gevolgen. Dat kan vreemd lijken, maar, zou Daniël, lettende op de gevolgen, niet hébben kunnen bidden 2»nder gezien te worden? Het ging om de ^ Gods, om te tonen, dat God de eer toekomt en niet het schepsel.

Er moet een standpunt worden ingenomen, ook al dreigt er wat, ook al kan er stoffelijk verlies uitkomen. Maar al te gauw zijn - wij geneigd, dat wij het moeten kunnen bezien en berekenen, terwijl de wegen Gods voor ons niet te berekenen zijn. Hij kan meer geven dan wij als mensen ooit kunnen. In het houden van Gods geboden is groot loon. Gehoorzaamheid is beter dan. offerande en opmerken dan 'het vette der rammen. Niet lijdelijk zijn in 'het maar afwachten, maar ook niet in het maar toegeven.

Gemeentebestuurder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1960

De Banier | 8 Pagina's

Voor Gemeentebestuurder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken