Bekijk het origineel

IN DE HEMEL IS EEN DANS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

IN DE HEMEL IS EEN DANS

7 minuten leestijd

Onder dit opsdhrift staat in het nummer van 16 juli 1960 van „De Protestant" het volgende te lezen:

„Op het jaarlijks kongres van het Kath. Cultureel Verband van Dansleraren , , San Filippo Nezi" heeft Mgr. W. M. Bekkers de r.k. dansleraren o.a. als volgt toegesproken:

In het danslokaal vertegenwoordigen de katholieke dansleraren niet de kerk, maar zij zijn de kerk. Het dansonderricht ademt een goede katholieke geest wanneer u de overtuiging bent toegedaan, dat de gezonde ontspanning een mac^htige faktor in het Leven van het christen-zijn, dat een goede houding tussen jongelui ruimte schept voor godsdienstigheid, dat een gezonde erotiek geen duivelse uitvinding is, maar een Godsgeschenk.... Wanneer ge een hog.e taakopvatting heibt, dient ge de kerk op een prachtige wijze. Gij zult dan naar mijn mening straks aan de hemelpoort een goed onthaal vinden. Petrus zal u doorsturen naar de Heer, die zal tot u zeggen: In de hsmel is enen dans, alleluja. Zoek uw . partner en doe mee! — Aldus lazen wij in , , De Tijd-iMaasbode" van 14 juni j.l.".

Wat hiervan te zeggen?

Waarom wordt niet gezegd dat de keifevader Augustinus zich er over beklaagd heeft, dat in zijn dagen het toen opkwam dat de bisschoppen dansten, en hij daarin een teken van verwereldlijking zag? Waarom ook niet gezegd dat Chrysostomus zich scherp tegen het dansen gekeeixl heeft, en aodere gezaghebbende leraren uit de oude christehjke kerk dit eveneens gedaan hebben? Mag men dit thans niet meer weten? Heeft het oordeel van Augustinus thans in rooms-katholieke kringen geen waarde meer? Slaat men daarin de mening van Mgr. Bekkers hoger aan dan het oordeel van deze kerkvader?

Mgr. Bekkers heeft verklaard, dat de dansleraren naar zijn mening straks een goed onthaal aan de hemelpoort zullen vinden.

Nu komt het in deze niet op mijn uLening, noch op die van iemand ter wereld ook aan. Te meer omdat er vele ongefundeerde meningen te dezer zake bestaan. De Heilige Schrift leert ons, dat velen menen in te gaan, maar niet zullen kunnen ingaan ten eeuwigen leven. Daarom komt het er voor ieder wel op aan, dat hij een deugdelijke mening aaniaande deze zo gewichtige zaak heeft, elke voor God kan bestaan. Het is toch en vreselijk ding: menen in te gaan en iet te kunnen, en alzo te vallen in de anden van de levende God, terwijl Gods oord ons zo waarschuwend zegt, dat et niet weinigen, maar velen zullen zijn, ie in de waan verkeren, dat zij kunnen n zullen ingaan, maar niet zullen kunen ingaan. Men kan in de stelhge en aste mening verkeren, gelijk er in onze lea dagen zo velen verkeren, in te zul gaan, maar toch niet te kunnen ingaan, Er zijn er niet weinigen, ook onder de belijders, de „Heere-Heere-zeggers", van wie het zeer te vrezen is, dat hun dit zal overkomen. Er zijn er thans toch zo velen, die menen, de één op zijn godsdienstigheid, de ander op zijn werken, en een derde op nog weer iets anders, de zah^heid te zullen beërven, aotider dat Christus in hun harten is komen wonen en zonder dat zij deel hebben aan de vrede en verzoening met God, die daar is door het bloed des Lams. Voor velen is het een sta-in-de-weg, dat zij menen dat het wel met hen is, wat hun belet om zich nauw te onderzoeken en te beproeven, zoals de apostel schrijft: , , Onderzoekt uzelf, of gij in het geloof Kijt; beproeft uzelf'. Met een ingebeelde hemel ter hel te varen is wel zeer vreselijk.

Op dit punt is er wel heel wat anders van node dan een mening. Onze natuurhjke mening is toch immer verkeerd, omdat zij ongefundeerd en daarom immer zal doen dwalen, gelijk de mens verkeerd is, wat Augustinus deed bidden: „Heere, verlos niij van mijzelf". Indien wij dan ook door Gods Heilige Geest geleerd en geleid worden, zullen wij aan onze eigen mening verloochend worden en gaan sterven, en zal ons gebed .Heere, zend Uw licht en uw waarheid neder, dat die mij geleiden. Wat niet een kniesorig en somber leven is, zoals gewooolijk 'beweerd wordt. Daarin wordt wel degelijk vreugde gekend, want de droefheid naar God, 't treuren over zijn zoade, geeft meer voldoening dan de ijdele vreugd dezer wereld met al haar dansen en al de danspartijen ooit zal kunnen geven, waarvan men alsdan niets zal moeten hebben en met afkeer er van vervuld zal zijn.

Klaagde Augustinus reeds in zijn tijd er over dat bisschoppen zich ten dans begaven, welke bittere klaagtoon zou hij dan thans wel aanheffen, wanneer hij de beschouiwirïg over het dansen van Mgr. Bekkers had kunnen lezen, waarin het dansen zo uitermate verheerlijkt werd, hetwelk besluit met de woorden; „Petrus zal u doorsturen naar de Heer, die zal zeggen: In de hemel is enen dans, alleluja. Zoek uw partner en doe mee".

Hoe wordt de hemelse heiligheid en heerhjMieid hier toch omlaag gehaald! In de hemel wordt gezongen: „Heilig, heiüg, heihg is de Heere God, de Almachtige, Die was en Die is en Die komen zal", en geen aards vermaak zal daarin zijn en gedoogd worden, doch daarin 2!ullen de hallels alleen opgaan ter eer van de enige en drieënige God. Daarin zal alles God verheerlijken. Die de Zijoen door Zijn Geest leidt, en het Lam, Dat hen met Zijn bloed geikodht heeft.

Nergens wordt in de Heilige Schrift met één woord over het aardse dansen gerept, wat volgens Mgr. Bekkers gedaan Bal worden, zielfs zó, dat men daar een zal udtaoeken om daanneide te nsen.

Wij gevoelen ons geroepen om tegen j]c een voorstelling van de hemelse Jigheid en heerlij'kiheid scherp te pro-«teren, en kunnen haar eigenlijk gepol^n niet anders beschouwen dan als j ergerlijke, hoogst afkeurenswaardige folanie.

Men moet toch wel erg op het dansen jrlekkerd 2ain om daar zo hoog van op igven en het zo hoog op te vijzelen IJ jvigr. Beldkers dit gedaan heeft, wat jor en door onschriftuuilijk was en is. )e apostel Johannes verfciedt ons de , jfe]d lief te hebben, noch hetgeen in e wereld is, en de apostel Petrus gejjcrt; „En wij h& blben het profetisch Voord, dat zeer vast is, en gij doet Wel jt gij daarop acht hebt als op een lidht, ïMjnende in .sen duistere plaats, totdat f dag aanlichte en de morgenster opga I uw harten".

Een ieder is ten duurste verplicht zich aar dat Woord, dat Gods Woord is, dat Buwig zeker is, te richten, en als hij aartoe verwaardigd wordt, zal hij stellig a gans ander vermaak 2X> eken dan dat m het dansen. Mét de apostel Paulus t de erkentenis en wetenschap gebraohit dat in zijn \4ees geen goed wKKWit, zal hij de begeerlijkheden des vleses ontvheden en zijn vermaak in het houden van Gods geboden begeren te hebben en zoekt hij een vermaak in de wet Gods naar de inwendig.3 mens te bekomen. Dit is zulk een groot, heerlijk en waardevol goed, dat eUc mens daar wel naar heeft te staan. Het schenkt een rein geweten, een goede hoop voor de toekomst en een gefundeerde verwachting voor de eeuwigheid. Het is wel de rijkste schat, welke men in dit leven bekomen kan. Het Verwekt dat God voor ons is, en. dat alsdan hetzij Pairlus, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij de dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, alle de onze zijn, omdat wij van Ohri'stus zijn en Christus is Gods, terwijl niemand cns zal kunnen scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus, de Heere. Hieraan kan nog toegevoegd worden de belofte Gods: , , Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen; zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot", en dat wij in dit alles meer dan overwinnaars zijn door Hem, Die ons heeft liefgehad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1960

De Banier | 8 Pagina's

IN DE HEMEL IS EEN DANS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken