Bekijk het origineel

Wijziging der Loterijwet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wijziging der Loterijwet

8 minuten leestijd

EERSTE KAMER

Regeringsvoorstel verworpen

Rede van Ir. Fokker

Voordat de zitting der Staten-Generaal gesloten werd, kwam de Eerste Kamer de vorige week nog bijeen ter behandeling van een paar wetsontwerpen, waarvan het belangrijkste was het regeringsvoorstel tot wijziging van de loterijwet, dat enige tijd geleden door de Tweede Kamer met een kleine meerderheid, namelijk met 76 tegen 68 stemmen, was aanvaard.

Aangezien uit het Voorlopig Verslag der Eerste Kamer over dit wetsontwerp wel overduidelijk bleek, dat vele leden er ernstige bezwaren tegen hadden, werd de uitslag van de behandeling er van met grote spanning tegemoet gezien. Die spanning kwam onder meer tot uiting in de buitengewone belangstelling, welke tijdens de behandeling in de Eerste Kamer vanaf de publieke en gereserveerde tribunes werd getoond. Deze toch waren overvol, terwijl evenals bij de behandeling van dit wetsontwerp door de Tweede Kamer de schijnwerpers hun schelle licht ten behoeve der fotografen in de anders stemmig verlichte vergaderzaal verspreidden.

Daar, zoals hierboven werd opgemerkt, deze vergadering vóór de sluiting der Staten-Generaal plaats vond, was de Eerste Kamer nog in haar oude samenstelling aanwezig. Ook de heer Ir. Fokker kon dus nog aan de beraadslaging over dit wetsontwerp deelnemen, wat dan ook door hem gedaan werd, gelijk blijken kan uit de rede, welke door hem bij deze gelegenheid gehouden werd en waarvan men hieronder kan kennis nemen.

Als eerste spreker trad op prof. Diepenhorst als woordvoerder van de antirevolutionaire Eerste Kamerfraktie. Deze betreurde het wel, dat de meerderheid der Kamer te weinig oog had voor de gevaren van het gokken, gepaard gaande met het week in week uit bij het publiek inhameren van het: riskeer wat klein geld en win een groot bedrag, maar het eind was toch, dat hij verklaarde met één zijner politieke vrienden, namelijk de heer Schipper, vóór het wetsontwerp te zullen stemmen. Van christelijk-historische zijde kreeg de regering volle steun. De heer mr. Vixseboxse verklaarde namens zijn fraktie, dat zij in haar geheel vóór het wetsontwerp zou stemmen. Te verwonderen behoeft dit niet, daar ook de christelijk-historische Tweede-Kamerfraktie op twee van haar leden na, haar stem aan het wetsontwerp gaf. Daar van de fraktie van de Partij van de Arbeid en van die der communisten te verwachten was, dat zij zonder tegenstemmen, hing de uitslag der stemming geheel en al af van wat de fraktie der V.V.D. zou doen.

In de Tweede Kamer had deze fraktie onder de leiding van prof. Oud, hoewel zij voor een onbeperkte voetbalpool was, op één lid na de regering gesteund door voor het wetsontwerp te steramen, maar de V.V.D.-fraktie der Eerste Kamer volgde dit voorbeeld niet. Onder aanvoering van mr. Van Riel, die het wetsontwerp fel bestreed, onder meer opmerkende, dat hij er niets voor voelde de mensen te dwingen hoe zij hun geld moeten besteden en dat de grote meerderheid van het Nederlandse volk voor een onbeperkte toto is, hield zij tot het allerlaatste toe voet bij stuk door namelijk in haar geheel ook tegen het wetsontwerp te stemmen. Het gevolg hiervan was, dat dit met 36 tegen 33 stemmen verworpen werd.

Helaas had deze verwerping niet plaats uit principieel verzet tegen het gokspel. Het merendeel der tegenstanders kon zich niet verenigen met de beperking van de maximum te winnen prijs, welke door de regering tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van 25.000 tot 50.000 gulden was verhoogd. Dit v/erd echter door de grote meerderheid der tegenstemmers een veel te gering bedrag gevonden. Zij wilden geen maximum prijs gesteld zien, deze moest volgens hen onbeperkt zijn. Dientengevolge kreeg het wetsontwerp slechts de stemmen van de rooms-katholieken, de christelijk-historischen en van twee leden der antirevolutionaire fraktie. Alle andere Eerste Kamerleden stemden tegen, ook Ir. fokker, die dit vanzelfsprekend uitsluitend om principiële redenen deed.

Met deze inleiding kunnen v/ij volstaan om thans de rede van Ir. Fokker te laten volgen, die jammer genoeg de laatste rede is, welke door hem namens de S.G.P. in de Eerste Kamer kon gehouden worden, daar, zoals reeds in Pe Banier onlangs vermeld werd, de S.G.P. bij de onlangs plaats gehad hebbende verkiezing haar zetel in dit kollege kwijt raakte.

Jr. Fokker sprak als volgt:

Mijnheer de Voorzitter!

De laatste gelegenheid, die mij bier wordt geboden om deel te nemen aan de diskussie over een wetsontwerp, wens ik gaarne te benutten. Het ontwerp van wet tot wijziging van de Loterijwet, dat thans aan de orde is, beoogt enerzijds de verbodsbepalingen van de Loterijwet uit te breiden tot prijsvragen in het algemeen, hetgeen verband houdt met de enorme opkomst van allerlei vormen van puzzels en pools. Anderzijds wordt daarbij echter een vergionningsstelsel gehandhaafd, dat ruimte laat voor het verlenen van vergunningen voor allerlei

loterijen en kansspelen,

en met name wordt nu in het wetsontwerp bepaald, dat aan één instelling met rechtspersoonlijkheid vergunning kan worden verleend voor het organiseren van wekelijkse sportprijsvragen, waarbij prijzen mogen worden uitgeloofd tot bedragen van ƒ 50.000.—.

Mijnheer de Voorzitter! Het gokken, dat bij deze prijsvragen plaats vindt, achten wij een ongeoorloofd en

verderfelijk kwaad,

dat door de Overheid met alle haar ten dienste staande middelen behoort te worden verhinderd en tegengegaan. In plaats daarvan zal bij aanneming van dit wetsontwerp wettelijke sanktie worden verleend aan de voetbalpool, waardoor de Overheid het gokken bij deze toto toelaat en aan de toelaatbaarheid van dergelijk gokken opnieuw een wettige signatuur verleent. Hierdoor is te vrezen, dat nog zovelen meer in verzoeking, in de strik, in dwaze en schadelijke begeerlijkheden zullen vallen. Men denke hierbij ook aan de wettig gesanktioneerde Staatsloterij en aan de paardentotalisator.

Het heeft weliswaar onze instemming, dat rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van de

speel- en gokzucht,

zoals die in de mensen kan opwellen, maar dan zo, dat deze wordt afgedamd en niet in dier voege, dat daaraan van overheidswege een bedding wordt gegeven, zodat de goklustigen hun lusten kunnen botvieren in een door de Overheid wettig omtuind en gekontroleerd totospel. Bovendien hangt deze in het wetsontwerp geboden gokmogelijklieid nog ten nauwste samen met öe sportwedstrijden, die als regel op zondag worden gehouden, waardoor de dag des Heeren allerschromelijkst wordt ontheiligd. Het ene kwaad wordt zodoende gekoppeld aan het andere. Het is diep te betreuren. Mijnheer de Voorzitter, dat deze rage van de voetbalpool zo'n greep op het Nederlandse volk heeft gekregen. De daaraan verleende publiciteit, het wekelijks terugkerend appel op het publiek en het gedurende jaren blijven voortbestaan van de voetbalpool zullen hieraan wel niet vreemd zijn. Het verheugt ons dan ook, dat de Synode der

Nederlandse Hervormde Kerk

zich onlangs tegen de voetbaltoto als massaal gokspel heeft gesteld, terwijl ook het bestemmen van gelden van de voetbalpool voor charitatieve doeleinden door deze Synode met alle beslistheid v/erd afgewezen, en dat zeer terecht. Want door het verstrekken van deze gelden uit de voetbalpool wordt de liefdadigheid in sterke mate ondermijnd en vertroebeld, v/aardoor menigeen op een dwaalspoor raakt.

Mijnheer de Voorzitter! Dat wij ons verzetten tegen het gokspel, waarbij men zonder er voor te werken een grote som gelds tracht te verv; erven, vindt zijn oorzaak daarin, dat wij naar Gods Woord van oordeel zijn, dat de

geldgierigheid,

welke hierbij de hoofdrol speelt, een wortel is van alle kwaad. Het is deze begeerte naar geld, die wel één der belangrijkste drijfveren is, waarop de voetbaltoto rust, terwijl ook velen gaarne hun tijd en geld verkwisten uit zucht naar sensatie.

Krachtens beginsel kunnen wij ons dan ook onmogelijk met dit wetsontwerp verenigen. Wij laten ons oordeel daarbij niet bepalen door de grootte van de prijs, welke volgens de wet verkrijgbaar mag worden gesteld. De beperking hiervan is in het bijzonder voorgesteld en verdedigd om excessen te vermijden, maar wij wensen de Regering er op te wijzen, dat zij als

dienaresse Gods

in de eerste plaats het zondig bedrijf zelf van de loterij-en gokspelen behoort te weren en dat zij deze niet zo ver mag tolereren, dat nog juist zogenaamde excessen zouden worden vermeden.

In het oorspronkelijke ontwerp was de maximumprijs door de regering gesteld op ƒ 25.000.—.

Ook in die vorm was het wetsontwerp voor ons onaannemelijk. Dit geldt in versterkte mate, nu de Minister onder de drang van bepaalde partijen uit de Tweede Kamer er toe is overgegaan, de maximaal te wirmen prijs te verdubbelen en te brengen op ƒ 50.000.-. Wij vrezen zeer, dat het hierbij niet zal blijven, zij het niet onder deze Minister van Justitie en onder deze Regering, dan wellicht onder een andere minister of een andere regering. De zeer

sterke aandrang,

die in de Tweede Kamer op de Regering werd uitgeoefend om de maximaal te - winnen prijs onbeperkt te doen zijn, wijst duidelijk in die richting, terv/ijl ook hier in de Kamer door sprekers die mij vooraf gingen, in die zin een pleidooi werd gehouden.

Mijnheer de Voorzitter! Op het ogenblik is het voor»mij nog niet duidelijk, hoe de stemming over dit wetsontwerp zal verlopen, te meer wanneer wij er op letten. dat ' in de Tweede Kamer de christelijk-historische fraktie op twee leden na er vóór gestemd heeft, terwijl er zelfs één lid van de antirevolutionaire fraktie was, die zijn stem^ aan dit wetsontwerp gaf. In elk geval zal het de Regering, na hetgeen door mij naar voren is gebracht, duidelijk zijn. dat zij in geen geval op mijn stem zal kimnen rekenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1960

De Banier | 8 Pagina's

Wijziging der Loterijwet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken