Bekijk het origineel

Wetsontwerp op het wetenschappelijk onderwijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wetsontwerp op het wetenschappelijk onderwijs

3 minuten leestijd

TWEEDE KAMER

Rede van van Dis

(vervolg artikel 60)

De rede van Ir. Van Dis over artikel 60 werd de vorige maal afgebroken. Het laatst was gewezen op een artikel van Ir. Leverland, direkteur van Werkspoor, waarin deze verklaarde niet in te zien, dat artikel 60 zou leiden tot betere studieresultaten in de eerste jaren.

Het vervolg der rede luidt als volgt:

Voorts, mijnheer de voorzitter, wens ik nog te wijzen op een verklaring, die betrekking had op de door de minister in 1956 voorge­ stelde maatregel inzake de studie aan de Technische Hogeschool te Delft. Deze maatregel ging wel verder dan wat nu in artikel 60 wordt voorgesteld, maar dit neemt niet weg, dat de door mij bedoelde verklaring toch ook nu van betekenis is. Ik heb namelijk op het oog de brief van de Stichting Pro Civitate Academia Lugduno Batava aan de Tweede Kamer, en namens vertegenwoordigers van de Leidse Academische Senaat, het kollege van kuratoren, de wetenschappelijke staf, het Leids universiteitsfond, de studentenfakulteits en andere studentenverenigingen, de oud-alumni, de studentenpastores en de studentendecaan ondertekend door Prof. Dr. D. J. Kuenen als voojzitter en mej. Mr. J. H. Wildeboer als adjunkt-sekretaresse. In deze brief werd verzocht aangaande artikel 61bis een zodanige beslissing te nemen, dat de verantwoordelijkheid van de student gehandhaafd zou worden en dat het hem mogelijk zou blijven te studeren en examen af te leggen, zonder de

psychologische dwang

van een wettelijke regeling, zich hiermede uitsprekend tegen het opnemen van maatregelen in de wet, die geenszins een verbetering van de studieresultaten waarborgen.

Mijnheer de voorzitter! De wettelijke regeling, zoals deze in artikel 60 wordt voorgesteld, legt ongetwijfeld een psychologische dwang op tal van studenten, terwijl het op zijn minst zeer twijfelachtig is of ze het door de minister beoogde resultaat zal hebben, ook al wordt daarbij bedacht, dat de minister artikel 60 als sluitstuk beschouwt van andere maatregelen, zoals ten aanzien van outillage en wetenschappelijke staf, maatregelen, waarvan de uitvoering nog in het verschiet ligt.

Tenslotte, mijnheer de voorzitter, bestaat bij het opnemen van artikel 60 in de wet nog dit gevaar, een gevaar waarop dezer dagen nog werd gewezen door de op onderwijsgebied alleszins deskundige

Dr. Dominicus,

dat tal van studenten zich aan een examen gaan onderwerpen zonder de nodige kennis te bezitten, enkel en alleen uit vrees voor de stok achter de deur. Dit zal niet alleen de professoren onnodig werk geven, maar ook bestaat de kans, dat menig student door de mazen zal glippen ten nadele van de maatschappij, daar het bij deze examens om een vakstudie gaat en dus om iets dat van zeer groot belang is. Het komt ons voor, dat dit gevaar niet denkbeeldig is en dat dit mede een reden is om artikel 60 niet tn de wet op te nemen.

Over de kwestie van de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1960

De Banier | 8 Pagina's

Wetsontwerp op het wetenschappelijk onderwijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken