Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

ADVENT

en men noemt Zijn Naam: onderlijk. Jesaja 9 : 5a

Dit heilrijk woord gold de Messias, Die komen zou in de volheid des tijds, om op de troon van David Zijn Koninkrijk te bevestigen en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid. Die benaming was dan ook volkomen op Hem van toepassing. Immers, reeds de eeuwige generatie des Zoons en de verordinering tot Middelaar des verbonds waren grote en wonderlijke verborgenheden. Zijn wonderlijke liefde tot de uitverkorenen deed Hem de borgstelling aanvaarden met volkomen bereidwilligheid, wat er ook aan mocht verbonden zijn, hoe hoog de prijs ook zou zijn, die Hij moest opbrengen om aan het recht Gods te voldoen als Borg voor de Zijnen. Wonderlijk was de aanneming der menselijke natuur tot de Goddelijke Persoon. Ook daarin een wonderlijke en diepe verborgenheid; want de mensen was de wet Gods gezet, mensen hadden die wet geschonden en lagen daardoor onder de vloek der wet, beladen met een hemelhoge schuld. En wilde nu het recht der wet vervuld en de vloek der wet weggenomen worden, dan kon dat alleen daardoor, dat de Borg in ware menselijke natuur, in lichaam en ziel, door voldoening het rantsoen betaalde, en door volmaakte gehoorzaamheid aan de wet het leven verwierf voor al de Zijnen. Hij moest echter ook waarachtig God zijn, opdat door Zijn Godheid Zijn menselijke natuur in het ontzaglijk lijden zou worden ondersteund en aan Zijn verdienste een Goddelijke waardij werd toegebracht.

Wonderlijk was Hij in Zijn geboorte uit de maagd Maria. Ontvangen van de Heilige Geest, was Hij ook wonderlijk de ganse tijd van Zijn omwandeling op aarde. Zijn leven was geheel anders dan van alle andere mensen, omdat Hij niet was begrepen in de val van Adam. Geen erfschuld drukte Hem, geen erf smet verontreinigde Hem.

Dit deed Hem dan ook in de grond van Zijn bestaan ontzaglijk lijden, omdat Hij Zijn ganse leven met zondige mensen moest omgaan.

Ook Zijn optreden onder Israël en de leer die Hij predikte, was zo wonderlijk. Hij was niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering. Hij was op de aarde om te zoeken en zalig te maken wat verloren was. Niet de machtigen en de rijken, maar de armen en de verachten omringden Hem. Niet de wijze schriftgeleerden, doch de eenvoudige Galilëers ontvingen Zijn verheven leer met innerlijke overtuiging.

De Heere Jezus was wonderlijk in alles, ook in Zijn bitter lijden in Gethsémané, toen Hij sprak: „Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen henengaan". Wonderlijk in het aanzien van de zo diep gevallen Petrus, die. Hem driemaal verloochende. Wonderlijk in het belijden van Zijn Koningschap voor Pilatus. Wonderlijk in het uitspreken van de kruiswoorden. Ja, Hij was wonderlijk niet alleen in leven en in leer, maar ook bij Zijn sterven, gelijk als bij Zijn opstanding, hemelvaart en zitting ter rechterhand Gods.

Het komt er echter voor elk mens op aan of hij ooit iets van die heerlijke, wonderlijke Persoon heeft leren kennen. Immers, van nature is Hij ons onbekend; alle beschouwing en bespiegeling laat ons zoals wij zijn: buiten Christus en het verbond. Christus moet door Zijn Woord en Geest geopenbaard worden, gelijk Paulus kon verklaren: „Het heeft God behaagd Zijn Zoon in mij te openbaren". Velen maken hun grond voor de eeuwigheid van enige indrukken en overtuigingen, gepaard met een voorwerpelijke bespiegeling van de weg der zaligheid in en door Christus; maar uit de praktijk van hun leven blijkt, dat het hart nimmer vernieuwd en de wandel nimmer geheiligd werd. Maar bij degenen, die onder de zaligmakende bediening van de Heilige Geest verkeren, is het zo geheel anders. Daar begint het met plaatsmakende ontdekking. Daar blijkt zelfs de weg der zaligheid volkomen verborgen te zijn, tot op het ogenblik dat door het Evangelie naar die doorluchte, wonderlijke Persoon des Middelaars wordt heengewezen, gelijk Johannes de Doper deed met de woorden: „Ziet het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt".

O, hoe wonderlijk wordt die Persoon dan in gepastheid, dierbaarheid en onmisbaarheid. Maar met die heenwijzing naar Hem hebben zij nog geen kennismaking met Hem. Dat maakt him ziel heilbegerig uitziende, gelijk bij Nathanaël onder de vijgeboom, naar de openbaring van Christus in hun hart. Want dat is het eeuwige leven, dat zij Hem kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft. Welk een smartelijk gemis gevoelt zo iemand, zo geheel anders dan degenen die zichzelf behelpen met voorkomende waarheden en gemoedelijkheden, die als de dwaze bouwers het huis van hun hoop al lang klaar hebben, wanneer de ware bekommerde nog bezig is met graven en verdiepen om het fundament vast te maken.

Het is zo groot als Christus Zich in Zijn Middelaarsheerlijkheid aan de ziel openbaart. Dan blijkt het pas voor de ziel hoe wonderlijk en beminnelijk Hij is, zo volkomen gepast voor een mens, die iniet anders heeft dan schuld en zonde, die zichzelf niet helpen kan. Ja, als die weg der verlossing in de Middelaar ontsloten wordt, dan is er zulk een ruimte om zalig te worden, dat men te goeder trouw soms gaat denken dat de ziel gered is en de schuld weggenomen, terwijl na korte of langere tijd blijkt, dat dat niet zo is. Men wordt dan zelfs nog ongelukkiger dan ooit tevoren, want vóór de ontsluiting van de weg der verlossing had men nog wel enige voldoening in de werken der wet, maar nu heeft men ondervonden dat daardoor geen vlees kan gerechtvaardigd worden voor God. Men durft zich echter de Borg niet toe te eigenen, omdat men de toepassing van Zijn gerechtigheid voor het bewustzijn mist.

Hoezeer zal het dan ervaren worden dat het aan des mensen zijde een nauwelijks zalig worden is en dat het voor elk mens een eeuwig wonder zal zijn als men de ziel zal mogen uitdragen als een buit. Daarom is het zo noodzakelijk dat men behoefte heeft aan toepassing van zaken door de bediening van de Heilige Geest.

Christus is niet alleen wonderlijk in het verdienen van de zaligheid, maar ook handelt Hij wonderlijk in de toepassing van de door Hem verworven zaligheid. Hij handelt heel anders dan de mens van tevoren heeft gedacht. Het is wonderlijk, maar voor Gods oprechte volk ligt in het verlies winst, in de verarming ligt de weg naar de meerdere geestelijke rijkdom. Immers, ook Hij, Die de Naam Wonderlijk heeft, moest door de diepte naar de hoogte, door de vernedering naar de verhoging; ja, door schande en smaad is Hij gegaan naar de hoogste eer en heerlijkheid. En nu is de weg van de Borg ook ten voorbeeld gesteld voor de Zijnen. Al kunnen Gods kinderen niet door zulk een diepte gaan als hun Zaligmaker kon en wilde gaan, toch gelijkt de weg van de leden Zijns lichaams op die van hun gezegend Hoofd. Gelukkig daarom de mens, die maar meer en meer de onmisbaarheid mag inzien van de bevraste geloof svereniging met Christus en de toepassing van Zijn gerechtigheid. Dan zal Zijn Persoon, Zijn bediening, ja al wat aan Hem is, steeds heerlijker en wonderlijker worden voor de ziel.

Rotterdam

Ds. Chr. v. Dam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1960

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1960

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken