Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

5 minuten leestijd

I.

En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen naar de andere zijde tegenover Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten. Markus 6 : 45

De grootste vijand van God, van de wegen Gods en van onze eigen zaligheid is het „eigen ik". Immers ons bestaan, dat „ik" wil altijd op de troon zitten, baas zijn en van niemand afhangen. Dat is begonnen in het paradijs. Ons bestaan is door de zonde ego-centrisch geworden, dat wil zeggen, dat het „ego", het „ik" in het centrum, in het middelpunt van ons leven is komen te staan.

Het grootste wonder wat er plaats vindt, is dat dit „ik" van de troon wordt gezet en dat de Heere er weer op komt te zitten in ons leven. Dat is genade. Dat is het werk Gods.

En waar dit gebeurt, komt strijd. Want het eigen bestaan draagt een mens mee tot het einde. Als de laatste adem wordt uitgeblazen, houdt pas het zondig, verdoemelijk „ik" op te bestaan. Vandaar de strijd. Gods kerk is een strijdende kerk. Want het leven, dat de Heere schenkt, wil God op de troon en „ik" er af. En de Heere komt Zijn kerk hierin oefenen. Zo wordt het geleerd in de oefeningen, dat het enkel genade is en dat God is alles in Christus Jezus voor een alles missend doemwaardig zondaar.

Eén van die oefeningen vinden we hier op zee.

De Heere dwingt Zijn discipelen om in het schip te gaan. Ze moeten gedwongen. Ze gaan niet graag. Het begon net goed te gaan. Nog even en dan zou Hij tot Koning worden uitgeroepen. Daar moeten ze bij zijn; dat is naar hun vlees. Ze horen het wel wat de scharen mompelen. En nu in de boot! Gedwongen! Hoe kwam dit zo?

Wel, de If eere had die grote schare, die rondgelopen was langs de oever van het meer om naar Hem te komen luisteren, van brood voorzien op die heerlijke, wonderbaarlijke wijze. We kennen de geschiedenis. En de geestdrift kende geen grenzen meer daarna. Is dit niet „de Profeet"? Ja, ze hebben er erg in dat op deze wijze het profetisch woord in vervulling is gegaan aangaande de komende Profeet. Dit moet Hij zijn. De Profeet, Die het volk brood geeft. Dat is naar hun vlees. En ze willen, desnoods met geweld. Hem Koning maken.

Maar dit is toch niet geheel naar het profetisch Woord. Ze maken zelf een toepassing. Dat is altijd gevaarlijk. Zeker, Hij is de Profeet. En Hij zal Zijn volk brood geven. Maar het brood, dat Hij geeft, is Zijn „vlees". Dat zet Hij de andere dag in de synagoge te Kapemaüm uiteen. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die zal verzadigd worden. Met andere woorden: Hij is een Profeet, Die Zijn vlees geeft voor Zijn volk. Die voor Zijn volk in de dood zal gaan. De mensen begrijpen het heel goed. En dat is iets wat ze niet willen. Wie wil er nu een koning, die de dood ingaat? Men wil een machthebber, die triomfeert. Deze rede is hard, wie kan ze dragen? De meesten laten Hem gaan voortaan.

Zeker, Hij is een Koning. Een Koning, Die Zijn volk brood geeft, namelijk Die Zichzelf in de dood geeft tot verzoening van de schuld van Zijn volk. De grote fout, die het volk hier maakt, is dat ze Hem zelf koning willen maken. Maar het profetisch woord zegt, dat God Zijn Koning heeft gezalfd over Sion (Psalm 2). Daar valt de mens buiten, helemaal. En dat is nu juist de ergernis voor het vlees. Maar dat wordt nu de zaligheid voor zondaren.

Daar is echter onderwijs voor nodig. Dan moet een mens zondaar gemaakt worden. Want zo lang we het niet beleven voor des Heeren aangezicht wat we geworden zijn in het paradijs, zullen we nooit behoefte hebben in waarheid aan een Borg, Die in de dood is gegaan om voor de schuld te boeten. En zo lang kunnen we ook niet in waarheid vertroost worden met Hem en verblijd zijn in Hem. En er is zo veel gepraat in onze dagen; zo veel juichen in Christus zonder ooit zondaar voor God te zijn geworden. Dat is allemaal inbeelding en zelfbedrog. Duizenden worden meegesleurd met die nieuwe godsdienst. Of, men heeft genoeg aan de beschouwing en wetenschap. En die wetenschap is dan nog wel goed rechtzinnig, maar met de wetenschap komen we eeuwig om. Het gaat om waarheid in ons binnenste. En ik geloof, als de Heere begint in een zondaarshart, dan is het die mens ook te doen om waarheid in het binnenste; dan kunnen we nooit gered zijn met een beschouwing en een belijdenis, al is die nog zo rechtzinnig. Dan houdt zo'n ziel net zo lang aan bij de troon van Gods genade, totdat ze het van boven ontvangen heeft en op goede gronden mag weten dat het x"aarheid is.

'r-n o an wordt er ook iets van geleerd en beleefd, dat Hij een Koning is. Die van Israels God gegeven is. Want dan krijgt een mens die toepassing van boven nodig, wordt gewaar dat we het zelf niet kunnen, dat het enkel de genade Gods is, die Hem kan schenken aan het zondaarshart.

Welnu, die scharen aan de oever van het meer willen Hem Koning maken. En de Heere Jezus onttrekt Zich, tot grote spijt van de discipelen. Want die zijn geen haar beter dan de wereld, als het er op aan komt. Daarom moeten ze gedwongen worden. Zal Petrus het straks niet openlijk zeggen, als tolk van de anderen ook: „Heere, dat zal U geenszins geschieden"? Hij wil niet het lijden en de dood van Christus.

Och, wat een onverstand. Wat is er toch stap voor stap licht van boven nodig om er iets van te verstaan en het er mee eens te worden. En dan wordt het zijn blijdschap en stof tot eeuwige verwondering en bewondering.

Groenekan

Ds. B. Haverkamp

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1961

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken