Bekijk het origineel

Visserij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Visserij

6 minuten leestijd

financiële mogelijkheden

TWEEDE KAMER

Rede van de heer D. Kodde

Nadat de zaken betreffende de landbouw waren behandeld, kwam de afdeling visserij, welke onder het departement van landbouw, visserij en voedselvoorziening is ondergebracht, aan de orde. Namens de fraktie der S.G.P. werd daarbij het woord gevoerd door de heer Kodde, die als volgt sprak:

Mijnheer de voorzitter! Om des tij ds wille zal ik slechts enkele zaken betreffende de vis­ serij en de afsluiting van de zeegaten behandelen. Uiteraard zou ik ook gaarne over andere zaken hebben gesproken, maar het uur van de vergadering en de mij toegestane spreektijd nopen mij, mij te beperken.

De minister stelt, dat de vissers zullen kurmen omschakelen van de kustvisserij op de kleine zeevisserij. Ik acht het van groot belang, dat de minister er naar streeft het de mensen mogelijk te maken in verwante bedrijven voort te gaan. Het gaat er immers niet alleen om, dat zij wor den geholpen, maar ook en in misschien nog wel grotere mate hoe zij worden geholpen. Voor de mensen, voor de streek, voor de gemeenten, van waaruit de visserij bedreven wordt, zal het van groot belang zijn, dat de mensen in staat zijn, met behoud van woonplaats en materiaal, in het onderhoud van zich en hun gezin te voorzien. Wij willen het streven van de minister dus gaarne steunen, niet alleen daarin, maar in alles, wat kan leiden tot een bestaansmogelijkheid met zoveel mogelijk behoud van het tegenwoordige werk.

Wanneer men dat wil bereiken, zal iets anders nodig zijn dan tot heden in uitzicht is gesteld. Er zal meer zekerheid moeten komen. Men zal moeten weten waaraan men toe is. Men zal moeten weten welke

financiële mogelijkheden

er zijn. Denkt men soms, dat de vissers de middelen maar beschikbaar hebben om hun sclüp anders te doen inrichten? Zeker, er zullen gevallen zijn, waarin dat kan. Maar mag de overheid, mag de regering, bij een zo groots werk, als de uitvoering van de Deltawerken, nalaten om de schade, die er voor de enkeling door zal ontstaan, niet te betalen?

Mag die smet aan dat grote werk kleven? Immers neen! Maar dan zal spoed nodig zijn. Dan zal eindelijk toch eens iets bekend moeten worden over wat de inhoud van artikel 8 van de Deltawet in de praktijk blijkt te zijn.

En nu kan de minister wel stellen, dat hij meent, dat de te treffen voorzieningen, zoals genoemd in het interimadvies van de kommissie ex artikel 8 van de Deltar wet, voor de vissers uit Amemuiden en Veere in het algemeen afdoende zullen blijken te zijn, maar ik meen, dat die opvatting in de praktijk nog niet onderschreven wordt. Dat kan een gevolg zijn van de omstandigheid, dat die regeling nog niet genoegzaam bekend is, en dat is het gunstigste geval, maar het is ook mogelijk, dat hetgeen over die regeling reeds bekend is, niet bevredigt.

Maar, hoe het ook zij, het is wel tekenend, dat met een interimadvies moet worden gewerkt. Waarom is er niet eerder een mening gevormd? Waarom is er nog niet een voorstel gereed of, nog beter, een regeling getroffen? Gemakkelijk is het niet, dat erken ik, maar mogen wij dan nu de mossel- en vooral de oesterteelt

vergoedingen,

mensen maar in het onzekere lar ten? Moeten zij dan maar zien de oplossing zelf te vinden? Hoe staat het met de opleiding tot visser? Ik meen, dat de animo daarvoor door de onzekere toestand niet groot is. En dat is te begrijpen, want hoe moeten de jongens zich gaan gevoelen, als er geen voldoende aandacht wordt gegeven aan de belangen van de vissers? Het zal reeds grote bezwaren medebrengen om, als het nodig wordt, de

mossel- en vooral de oesterteelt

naar elders over te brengen. Maar het zal nog moeilijker worden, als er onzekerheid blijft bestaan. De minister meent, dat de proef in het Veersche Gat bij een gunstige uitkomst zich zelf zal betalen. Gaarne neem ik dat aan, want het is niet alleen een belang voor de telers, voor Yerseke, voor Zeeland, maar ook een landsbelang.

Maar — en dat geldt nu de mosselen — hoe staat het met de verwatering? Nu wordt dat in de Oosterschelde gedaan. Gestreefd wordt, zoals ook in de memorie van antwoord wordt gesteld, naar het maken van kimstmatige verwaterplaatsen. Moet ook daarmede niet meer spoed worden betracht?

Hangt de uitvoering van de Deltawerken niet zo nauw met het maken van kunstmatige verwaterplaatsen samen, dat niet gewacht kan worden?

En nu kan er ook worden gestreefd naar het maken van verwaterplaatsen in de Waddenzee, maar daarmede is Zeeland het bedrijf kwijt. Ook bestaat er ongerustheid, dat het bedrijf ook daar slechts tijdelijk zal kunnen blijven, omdat afsluiting ook niet tot de onmogelijkheden behoort. In aanmerking nemende de lange duur, die voor alles nodig blijkt, meen ik daarvoor nu reeds de aandacht te moeten vragen, maar dat niet alleen, mijnheer de voorzitter, het is ook nodig, dat de vissers nu weten waaraan zij toe zijn met de

vergoedingen,

opdat zij hun boten kunnen inrichten met zwaardere motoren om onder minder gunstige omstandigheden, dus ook om vanuit verder van de visgronden gelegen plaatsen te kimnen vissen. Veel wordt gedaan voor de zogenaamde streekontwikkeling. Moet dan niet extra worden gewaakt tegen dat, wat de mogelijkheden van bestaan in de streek vermindert?

Daarom zal het nodig zijn — nogmaals kom ik daarop terug — dat spoedig bekend wordt wat aan financiële bijdrage mag worden verwacht, als wordt aangepast aan de veranderde omstandigheden. Niet een individuele steun, niet een omschakelingsmogelijkheid van visserij naar industrie sta voorop, maar een mogelijkheid om de visser in zijn element te laten en hem te laten medewerken aan het verkrijgen van opbrengsten, die voor land en volk en ook voor hem van groot belang zijn.

In zijn beantwoording der onderscheidene sprekers was de minister erg vaag. Algemeen werd er over geklaagd, dat het antwoord weinig houvast bood, zodat er niet uit kon worden opgemaakt, wanneer de kommissie inzake artikel 8 der Deltawet haar rapport zal uitbrengen en ook niet in welke richting de kommissie de oplossing denkt te zoeken, namelijk of aan de gedupeerde vissers algehele schadeloosstelling zal worden gegeven of slechts een tegemoetkoming in de geleden schade. Van de gelegenheid tot repliek werd dan ook door de heer Kodde gebruik gemaakt om nog eens op dit onderwerp terug te komen. Hij deed dit in de volgende

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1961

De Banier | 8 Pagina's

Visserij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken