Bekijk het origineel

JEUGD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

JEUGD

8 minuten leestijd

Ouderen:

DELOLLARDEN

VOOR DE

Beste neven en nichten!

Er hebben zich maar even zeven nieuwe neven en nichten aangemeld. Dat is ge«n klein aantal. Indien het zo elke week zou doorgaan, dan zouden wij er dit jaar wel 350 bij krijgen. Zo ver zal het echter wel niet komen, maar toch hopen we, dat zich nog heel wat nieuwelingen zullen opgeven. De namen van het zevental, dat er nu is bijgekomen, luiden als volgt: Giel v. d. Boor te Papendrecht, EIco van Dijk te Baam, Adriaan van Hoornaar te Hardinxveld-Giessendam; Mineke Louwerse te Oostkapelle, Comelis Mandersloot te Driebergen, Marinus van Oudenaarde te St. Philipsland, Corrie Vermeulen te Benthuizen.

In antwoord op een vraag van Mineke Louwerse zij medegedeeld, dat bij de cijferraadsels niet alleen de tekst of het tekstgedeelte moet vermeld worden, maar ook de door de cijfers voorgestelde namen en woorden. Na alle zeven nieuwe neven en nichten een hartelijk welkom in ons midden te hebben toegeroepen, gaan we thans over tot de nieuwe raadsels van

OPGAVE 663

Jongeren:

1. Een tekst uit het eerste boek Samuel bestaat uit 78 letters. Zoek deze tekst met behulp van de volgende gegevens: Moest de Christus niet deze dingen 17 48 27 2 35? (Lukas 24). De aartsengel 21 62 7 1 20 10 78 twistte met de duivel (Judas). 12 31 67 63 16 74 was een christin, die veel voor de armen deed. De mens gaat naar zijn 13 5 15 36 73 28 huis (Pred. 12). Laat ons 11 32 9 23 tabernakelen maken (Markus 7—10). Maar Uw gebod is zeer 30 50 45 (Psalm 119). Om dat boek te openen en te 24 52 39 56 14 (Openb. 4—6). De arbeider is zijn 44 25 69 55 waard. In 53 34 41 benauwdheden zal Hij u verlossen (Job 5). Nicodemus was een 40 70 46 72 6 60 29 der Joden (Joh. 1—4). Gelijk als een 37 61 43 51 33 vliegt (Deut. 28). 4 76 68 is een vluchtige stof, die soms brandbaar is. 49 77 18 58 9 66 57 is een getal tussen 10 en 20. Petra betekent 75 54 3 19. Zal Ik de vervallen 47 22 42 Davids weder oprichten (Amos 9). Zij bedreef overspel met steen en 8 59 26 65 (Jer. 3). Angsten der 64 71 44 hadden mij getroffen (Psalm 115—117). 38 is de eerste letter van de naam van Izaks moeder.

2. Noem de naam van: a. een vurig discipel des Heeren. b. de Joodse jongedochter, die koningin van Perzië werd. c. de profeet, die tot David zeide: Gij zijt die man. d. de zoon van Hagar. e. de grootvader van Abraham. f. de stad waar een jongeling door de Heere Jezus uit de dood werd opgewekt. g. de Egyptische vrouw van Jozef. Welke naam vormen de eerste letters van de boven gevraagde namen?

3. Zoek uit elk der volgende zinnen eer. woord, zo, dat de woorden tezampn een tekstgedeelte vormen uit Prediker 9. a. Want wijsheid is beter dan robijnen. b. Wat is zoeter dan honing. c. Het is beter niet te beloven, dan zijn belofte niet na te komen. d. Wanneer alles zal geschied zijn, dan zal het einde komen. e. Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht.

ouderen:

1. Zoek uit elk der volgende zinnen een woord, zo, dat de woorden tezamen een tekstgedeelte vormen uit het tweede boek der Kronieken van hoofdstuk 2 tot en met 5. a. De vrouw van Lot werd een zoutpilaar omdat zij omkeek. b. David nam vijf gladde stenen uit de beek. c. Wij hebben haar vroeg weg zien gaan. d. Abraham moest zijn zoon gaan offeren. e. Zij stonden vroeg op en gingen op reis. f. Het bracht hem veel moeite en verdriet. g. Het bericht ging snel door het land. h. Gij zijt uit de vader de duivel.

2. Door een andere rangschikking der letters van HELLASMORIAMANASSELENSATOSE kan men vier persoonsnamen krijgen, welke voorkomen in het derde hoofdstuk van Lukas. Hoe luiden deze namen?

3. Een tekstgedeelte uit het eerste boek Koningen bestaat uit 88 letters. Zoek dit tekstgedeelte met behulp van de volgende gegevens: Jozef kwam in dienst van een hoveling, wiens naam was 34 43 4 12 45 86 8. De 62 1 14 23 is hard als het graf (Hooglied). Doet Mijn 51 47 33 44 7 71 17 49 geen kwaad (Psalm 103—106). 27 63 31 38 24 87 werd uit het venster geworpen en door de honden verslonden. Daniël werd voor de 3 81 67 11 19 83 15 geworpen. En de gehele stad werd vol 5 22 10 79 20 39 8 65 84 26 (Hand. 16—20). Die is en Die was en Die 9 69 85 36 60 zal. En in Salem is Zijn 35 57 74. Als een hoeder de 61 2 29 maakt (Job 26—29). Ik geef u macht op slangen en schorpioenen te 32 10 46 68 80 41 (Lukas 9—12). Zij murmureerden in hun 75 48 78 58 64 25 (Psalm 104—107). De oven was zeer 72 53 59 18 (Daniël). Mijn hart werd 55 73 28 21 in mijn binnenste (Psalm 37—40). 30 6 39 40 16 leverde cederhout aan Salomo. 42 50 56 66 waar is uw prikkel? Drie zijn er, die getuigen op 82 % aarde. Komt herwaarts 54 43 37 Mij, allen.

De oplossingen dezer raadsels mogen nog NIET ingezonden worden. Toen het bovenstaande reeds geschreven was, kwam er nog een brief binnen een nieuwe neef, namelijk G«rt van Vugj te Ridderkerk, die wij ook hierbij een hartelijk welkom toeroepen. Nu volgt nog een gedeelte van het verhaal over

DE LOLLARDEN

23.

Wij zagen, dat Thorpe, die reeds vele jaren Noord-Engeland had doorkruist om het Evangelie te verkondigen, op last van de aartsbisschop van Canterburry, Arunde! ge. heten, gevangen werd gezet, doch daarna de vrijheid herkreeg doordat genoemde aartsbisschop bij koning Richard II in ongenade viel. Thorpe kreeg zodoende weer de gelegenheid met zijn prediking voort te gaan, wat ongeveer tien jaar goed ging. Toen echter werd hij opnieuw gevangej genomen en naar het kasteel Salswood gevoerd, om weldra voor Arundel te worden geleid. In wat voorafging, hebben we over dit verhoor reeds één en ander me degedeeld. Thorpe zei onder meer, dat hij voorbestemd was door zijn ouders oni priester te worden en dat hij hun bewil. liging had verkregen zich door geleerde en vrome mannen te laten onderwijzen. Op de vraag van Arundel, wie die wijze mannen dan wel waren, antwoordde Thor. pe onder meer: John Wicleff, die door velen voor de beroemdste man van zijn tijd werd gehouden. Verscheidene groten des rijks achtten hem zeer hoog. Zij bezochten hem, schreven zijn woorden op en volgden in hun levenswandel zijn voorbeeld. En nog steeds zijn er velen, die zijn leer van harte zijn toegedaan, omdat zij er van overtuigd zijn, dat die leer geheel overeenkomstig die van de apostelen is. Thorpe noemde daarop enkele namen van mannen, die Wicleffs leer de zuivere leer hadden bevonden, daar ze in alles gegronci was op de Heilige Schrift, en niet op overleveringen van m.ensen. Bij deze mannen had Thorpe zich aangesloten, doch het meest had hij zich verbonden gevoeld aan Wicleff.

Van hem, zo zei hij tegen Arundel, had hij dingen leren kennen, die hij tot zijn laatste snik niet zou willen prijsgeven. Het laat zich denken, dat Arundel dit alles met een gevoel van grote verbittering aanhoorde. Het horen van de naam Wicleff alleen reeds vervulde hem met haat en vijandschap. Zonder op Wicleff in te gaan, zei hij met een stem, waaruit zijn bittere gemoedsgesteldheid duidelijk bleek: „Gij hebt het sakrament des altaars verworpen".

Thorpe deed alsof hij Arundels toorn niet bemerkte en vroeg verlof om te mogen uiteenzetten wat hij geloofde. Toen hem dit werd toegestaan, zeide Thorpe: Terwijl ik te Shrop predikte, werd de mis bediend. De schel klonk en het brood zou worden opgeheven. Het volk liep als naar gewoonte onder onstuimig geweld te hoop en rnaakte een grote beweging in de gemeente. Velen luisterden niet meer naar de predikatie en hadden alleen aandacht voor de mis. Toen had hij het volk toegesproken en onder meer gezegd, dat de levende kracht van het sakrament, die in het geloof bestaat, veel krachtiger is dan wat men met de ogen alleen ziet, zodat zi veeleer onder de verkondiging van het heilig Evangelie moesten blijven en daarnaar luisteren, omdat de prediking in Gods hand kan dienen om het geloof te planten, te vermeerderen en te versterken.

Arundel stond hem echter niet toe voort te gaan. Hij wenkte hem, dat hij moest zwijgen en vroeg hem: „Wat gelooft er onderwijst gij van het sakrament? " Thorpe verklaarde hierop, dat hij het Avondmaal aanvaardde, zoals dit door Christus was ingesteld, en alle dwalingen verwierp, welke door valse leraars waren ingevoerd.

Alle aanwezigen konden him verontwaardiging over zulk een — in hun ogen — vervloekte ketterij nauwelijks bedwingen. Arundel ging toen op een ander onderwerp over, vragende wat Thorpe van de verering der beelden dacht.

OOM KOOS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1961

De Banier | 8 Pagina's

JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken