Bekijk het origineel

Vaas Oud en Jang

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vaas Oud en Jang

8 minuten leestijd

CCXV. Het door Groen gestelde shibboleth. Gevaar der vliegende blaadjes voor de konservatieven. De A.R. destijds geen georg£uiiseerde partij. Geen staatsman maar Evangeliebelijder.

De vorige keer zagen wij, dat Mr. Groen van Prinsterer zich in 1864 rechtstreeks tot de kiezers ging wenden, nadat hij in de Tweede Kamer niet de minste bijval kreeg en men hem daar maar had laten praten, had uitgelachen, of wanneer men al eens op het door hem gesprokene was ingegaan, hem op vinnige wijze van antwoord had gediend.

Groen maakte daartoe gebruik van vlugschriften, ook wel vliegende blaadjes genoemd, onder de titel: „Aan de kiezers". Al deze geschriften stonden in het teken van de onderwijskwestie, waarbij Groen de kiezers vooral zeer sterk op het hart bond, dat zij hun stem zouden onthouden aan iedere kandidaat, van wie men niet op goede grond verzekerd was, dat hij althans het voorstel tot herziening der onderwijswet van 1857, ter eerlijke naleving van deze wet, beaamde. Hiermede werd alzo de bescherming van het christelijk nationaal onderwijs door Groen tot „shibboleth" gesteld. Groen deed dit met het oog op de konservatieven, die zich over het algemeen op enkele uitzonderingen na in zake het onderwijs als Groens tegenstanders hadden gedragen. Zij toch hadden met de liberalen bewerkt, dat de openbare lagere school van Bijbel en Evangelie was beroofd ter wille van een christendom boven geloofsverdeeldheid, of, zoals Groen zich tiitdrukte, „ter voorbereiding van het verbroederingsgeloof van Israëliet en christen". Nu was de toestand in die tijd zo, dat de konservatieven bij Kamerverkiezingen in vele distrikten, waar de anti-revolutionairen geen eigen kandidaten hadden gesteld, of in geval van herstemmingen, op de steun der anti-revolutionaire kiezers aangewezen waren. Het laat zich dus indenken, dat het door Groen gestelde „shibboleth" hen niet onverschillig liet. Zij beseften maar al te zeer, dat de vliegende blaadjes van Groen wel eens tot gevolg konden hebben, dat vele anti-revolutionaire kiezers, op wier steim zij tot hiertoe hadden

kunnen rekenen, bij de verkiezingen hun stem niet meer zouden geven aan één hunner kandidaten, van wie voor hen geen zekerheid bestond, dat hij voldeed aan het door Groen van Prinsterer gestelde „shibboleth".

En voor die vrees der konservatieven bestond alle reden. Niet omdat de anti-revolutionairen ten tijde van Groen zulk een goed georganiseerde partij vormden. Neen, daar was het verre vandaan. Er was eigenlijk van een anti-revolutionaire partij, laat staan van een goed georganiseerde anti-revolutionaire partij, in die tijd geen sprake. Hoogstens kon gesproken worden van een anti-revolutionaire richting, waarvan Groen de bezielende kracht was, maar niet van een partij. Groen zelf was er dan ook terdege van overtuigd, dat zijn richting tot nu toe als politieke partij weinig te beteke-nen had. Zij had, nadat Groen in 1855 de uitgave van het dagblad „De Nederlander" gestaakt had, niet eens een eigen orgaan, zodat Groen moest klagen, dat de door de anti-revolutionaire richting voorgestane beginselen bijna niet anders bekend waren dan in de vorm van karikaturen.

Wij zien hieruit van hoe groot belang het is wanneer een partij een eigen orgaan heeft. Dat behoeft nog niet eens een dagblad te zijn. Ook een weekblad is reeds van zeer grote betekenis. Dit werd door Ds. Kersten bij de oprichting der S.G.P. terdege ingezien.

Op de eerste Algemene Vergadering der S.G.P., op 5 augustus 1919 te Middelburg gehouden, wees hij in zijn toespraak onder meer op het sterk gevoelde gemis van een eigen orgaan. Tevens werd in die vergadering het besluit genomen een eigen blad op te richten, voorlopig als maandblad, om daarna te komen tot een weekblad, wat ook is gebeurd. Het duurde echter nog tot 5 mei 1921 eer dat het eerste nummer van „De Banier" als maandblad verscheen. Nadat het ook nog enige tijd tweemaal per maand uitgekomen was, verscheen het vanaf 5 juU 1923 als weekblad. Wat dit aangaat en ook wat de organisatie betreft, staat de S.G.P. er dus wel veel gimstiger voor dan de anti-revolutionaire richting ten tijde van Groen.

Het was dan ook vooral de persoon van Mr. Groen van Prinste­ rer, die in het middelpunt stond. De betrekking, die velen in en buiten de Hervormde Kerk op hem hadden vanwege zijn opkomen voor de beginselen naar Gods Woord, waarbij hij steeds blijk gaf van grote beginselvastheid, was oorzaak dat hij in het land bij niet weinigen in hoog aanzien stond, al moest ook Groen zich meermalen beklagen over het gebrek aan aktiviteit op staatkundig gebied bij zijn aanhangers. Vandaar dat hij met zijn vlugschriften beoogde de kiezers wakker te schudden uit wat hij een verachtelijk laodiceïsme noemde. Om een voorbeeld te geven van de wijze, waarop Groen dit deed, geven wij hier de slotpassage uit het derde nvimmer zijner vliegende blaadjes, dat tot titel had: „Een staatsman niet, een Evangeliebelijder". Deze passage luidt als volgt:

„Zeg het aan de kiezers, zeg het aan het volk achter de kiezers, zeg hfet in het huisgezin van kiezer en niet-kiezer, zeg het aan ieder gelovig lid der gemeente, zeg het aan man en vrouw, die het Evangelie Uefheeft, die christelijke volksopvoeding waardeert, die van onze verantwoordelijkheid, met het oog op de zegen der volkshistorie van Nederland en Oranje, besef heeft; zeg het aan ieder, die temidden van de ontzettende godslastering onzer dagen de de kalmte en gemoedsvrede van de christen niet met een thans inderdaad verachtelijk laodiceïsme verwart; zeg en herzeg hun, dat ik, niet als staatsman, niet als het hoofd ener partij, maar als belijder van het Evangelie, him gelovig amen op mijn belijdenis in de Tweede Kamer tegemoet zie". (wordt vervolgd) In al zijn redevoeringen legde hij getuigenis af van zijn geloof en levensbeschouwing. Vaak leidde dit tot opvattingen, die weinig weerklank vonden in de hedendaagse samenleving, menigmaal ook tot een scherpe bestrijding van de beginselen van anderen. Maar ook die anderen zullen met respekt blijven terugdenken aan de man, die met zo grote vasthoudendheid tot het laatste moment bleef strijden voor hetgeen de konsekwenties waren van zijn geloofsovertuiging.

Dat hij, die zozeer op God vertrouwde, na zijn rusteloos leven de eeuwige rust moge vinden.

De voorzitter: Namens de Kamer zal ik de kennisgeving van het overlijden met een brief van rouwbekla.g beantwoorden.

Ik zal ter ere van de nagedachtenis van Ds. Zandt de vergadering voor enkele minuten schorsen.

Tijdens deze pauze kwamen tal van Kamerleden van de onderscheidene partijen naar de bank waar Ir. van Dis en de heer Kodde hun zitplaats hebben om hen te kondoleren met het verlies van Ds. Zandt.

Dit werd ook gedaan door de minister-president Prof. Dr. de Quay en de minister van financiën, Prof. Dr. Zijlstra.

Van de V.V.D.-fraktie werd een schriftelijk bewijs van medeleven ontvangen, ondertekend door Prof. Mr. P. J. Oud, waarin ook over Ds. Zandt zeer waarderend werd geschreven als zijnde een humaan en vriendelijk mens.

Bij alle verschil van beginsel doet dit toch wel zeer weldadig aan. Men had ons ook kunnen negeren, want de beginselen, welke door de S.G.P. worden voorgestaan en door Ds. Zandt werden vertolkt, zijn niet naar de mens. Het is er mede gesteld als met het Evangelie, waarvan de apostel Paulus in de brief aan de Galaten (1 vers 11) schrijft, dat het niet is naar de mens, dat hij het ook niet van een mens heeft ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus. Ook de beginselen der S.G.P. zijn niet door haar voormannen zelf bedacht. Ze zijn gebaseerd op Gods Woord, dat ons leert, dat overheid en onderdaan zich onvoorwaardelijk voor dat Woord te buigen hebben, zoals dat onder meer wordt voorgehouden in de tweede Psalm:

„Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk; laat u tuchtigen, gij rechters der aarde! Dient de Heere met vreze en verheugt u met beving. Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne en gij op de weg vergaat, wanneer Zijn toom maar een weinig zou ontbranden".

Het moge ons als Kamerleden der S.G.P., ook wanneer de derde er straks bij komt, gegeven worden om het voorbeeld dat Ds. Zandt ons gegeven heeft, na te volgen, alhoewel wij daarin wel zeer te kort zullen schieten. Nochtans ligt het op onze weg, ja, is het onze dure pUcht. Dat wij ook steeds voor ogen mogen houden, dat de ondergrond van ons optreden niet hard moge zijn tegen personen, zoals Ds. Zandt ons steeds heeft voorgehouden. Ook hebben wij te waarderen de gaven, ja, de soms bijzonder grote gaven, die God gegeven heeft aan anderen, die onze beginselen niet delen. Dat degenen, die bidden geleerd hebben, niet alleen ons, maar ook hen in hun gebeden mochten gedenken, gelijk Gods Woord daartoe ook opwekt en vermaant in Tim. 2 : 1:

„Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen; voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stü leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid".

Dit deden de oude gereformeerde vaderen ook. Het is b.v. bekend, dat zij Rome krachtig bestreden hebben, maar aangaande de personen hebben zij er steeds op aangedrongen voor hen te bidden, opdat het de Heere mocht behagen hen te bestralen met Zijn licht en alzo te doen komen tot de kennis van God, en Zijn Zoon Jezus Christus als de enige Middelaar tussen Hem en de mens.

Genade toch maakt geen grote, maar kleine mensen. Wie er iets van heeft mogen leren, dat Hij in zichzelf een verdoemelijk schepsel is en er van nature geen onderscheid is met andere mensen, die heeft niets te roemen dan alleen, als het hem vergund wordt, in Hem, die hem onverdiende en verbeurd hebbende genade schonk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1961

De Banier | 8 Pagina's

Vaas Oud en Jang

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken