Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

5 minuten leestijd

II.

Jesus zeide: Het is volbracht. Johannes 19 : 30a

In dit éne „Het is volbracht" beluisteren we nu drieërlei sprake. Allereerst profeteert daarin de Heiland van Zijn sterven.

En wordt niet een ieder stil, bij het beluisteren van de woorden der stervenden? Het is bij Christus niet een zacht, murmelend gefluister, neen, met geweldige stem roept Hij het uit: volbracht is het. Ik heb de pers alleen getreden, en niemand met Mij.

Nu keert Zijn geest terug tot Zijn Vader, en straks zal Zijn gezegend lichaam voor een korte spanne tijds worden toevertrouwd aan de schoot der aarde, om zó het graf te heiligen voor al Zijn gekenden.

Jezus Christus deinst niet terug voor de zwarte slagschaduw van de „laatste vijand", de dood. Hij weet, welk een macht deze bezit, omdat de mens, die gezondigd heeft, de dood zal moeten sterven. Ook gij!

Alléén Jezus Christus kan sterven. Hij is de Reine, de Heilige; de dood zal Hem niet houden. Straks verrijst Hij majesteitelijk in opstandingskracht en - heerlijkheid. Nog nader gezegd: Jezus Christus moest sterven. Want Hij heeft Zich één willen maken met schuldige zondaren, die des doods viraardig zijn.

Maar nu „is het volbracht". Efet wil zeggen: nu gaat Hij triumferen over de dood. Nu draagt Hij de sleutels voortaan van hel en dood. Dat weet Hij, de Middelaar, onfeilbaar zeker. Daarom profeteert Hij daarvan: „Het is volbracht!" Zelf stervensbereid, is Hij de Getrouwe, Die ook Zijn volk doet delen in deze zegen der profetie. Hij zal het ook voor en in hén volbrengen.

Ook zij mogen er, na een leven vol druk en smaad, in delen; dat het is voor hen volbracht; dat ze weten in te mogen gaan, voor eeuwig tot Gods altaren. „Ik heb de goede strijd gesteden, de loop voleindigd", zo mag de apostel Paulus aan het einde zijns levens belijden.

M'n lezer (es), hoe denkt gij te sterven? Ook uw leven is een eindpunt gesteld. We vliegen daarhenen. En het gaat op een eeuwigheid aan. Is het ook al voor u volbracht, zo, dat ge het weten moogt, dat na het afgebroken zijn van uw aardse tabernakel, gij een huis, niet met handen gemaakt, maar eeuvng bij God in de hemelen moogt hebben? Is Christus ook u voorgegaan naar dat Vaderhuis? Want anders zult ge komen in uw eeuwig tehuis, maar daar zal wening zijn en tandengekners. Het zal zijn in de buitenste duisternis, O, leer dan te sterven, eer het sterven gaat worden. „Ik ben door de wet der wet gestorven", én... o, wonder „ik leef, maar niet meer ik, maar Christus leeft in mij" (Galaten 2 : 19 en 20). Want „Het is volbracht", zo beleed ook de „Hogepriester onzer belijdenis". Die met één offerande volkomen heeft genoegdoening geschCMiken aan het door de mens geschonden recht van God. Zie aan de stervende Christus, hoe duur de zonde de mens komt te staan. O, Hij is de Priester en het Offer.

Verstaat ge dat? Als Hogepriester gaat Hij in — op Golgotha — in het binnenste heiligdom. „Goede Vrijdag" is het straks weer. Dan is het de „grote verzoendag", wanneer de Heere Christus sterft aan het hout des kruises.

Getrouwe Hogepriester. Dierbaar Offerlam.

Dit Offer kan Gods heüig oog behagen. Het is zonder gebrek, een volkomen Lam. „Het is volbracht" zo roept de Priester, want het Offer is nu Gode gebracht, het rantsoen tot verzoening van de zonde der gehele wereld. Vijanden heeft Hij losgekocht door die éne losprijs van Zijn hartebloed, losgekocht uit satans heerschappij, tot het rechtmatig bezit en eigendom des Vaders.

Hebt gij, geliefden, deze Borg, deze lijdende Man van smarten al nodig gekregen, tot verzoening van uw zonden? Want anders kan het toch niet. Niemand kan die prijs der ziele, dat rantsoen, aan God in tijd of eeuwigheid voldoen (Psalm 49). En het behoeft ook niet. Zijn bloed reinigt van alle zonden. Verlossing door het Lam Gods. Verzoening door voldoening, ziedaar de v/ondere weg, die God hesft uitgedacht van voor de grondlegging der wereld; en dat tot grootmaking van Zijn deugden, tot betoning van Zijn rechtvaardigheid, maar niet minder tot verheerlijking van Zijn barmhartigheid.

Deze stervende Priester, met het reine offerbloed in Zijn handen, kan voor Gods oog verschijnen en bestaan, èn... Hij werpt de poorten der gerechtigheid voor Zijn arme volk open. Door Dezen zal ik binnentreden, en loven 's Heeren majesteit (Psalm 118). Ik vraag u alweer: ook gij?

Is deze Hogepriester u dan dierbaar, ja onmisbaar geworden? Hongert en dorst gij naar Zijn volkomen borggerechtigheid? Hebt ge al een heilig misnoegen aan uzelf? Vliedt en haat gij de zonden? Staakt ge alle pogingen ter zelfverlossing? Bouwt ge niet langer op uw eigengerechtigheid? O, vclhardt toch niet langer, uw leven en toekomstverwachting te bouwen buiten dit Lam en Zijn offer.

Leert u toch te gewennen aan Hem, de Vredevorst en hebt vrede.

Het is zulk een zalig vallen in Zijn middelaarshanden, zulk een verlossende macht, zich te laten wassen in Zijn bloed. Het is volbracht.

Gij behoeft er niets aan toe te voegen. Dit werk is volmaakt. Ge zoudt het trouwens niet kunnen. Ge zoudt het alleen maar voor u bederven.

Wat nodig is? Zijn Heilige Geest, om u in het geloof te doen vluchten tot die Kruiskoning, en te schuilen in Zijn wonden, die altijd dieper zijn dan onze zonden.

St. Maartensdijk Ds. J. v. d. Haar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1961

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken