Bekijk het origineel

Wijziging Loterijwet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wijziging Loterijwet

4 minuten leestijd

NIEUW WETSONTWERP

Men zal zich nog wel herinneren, dat de Tweede Kamer verleden jaar een wetsontwerp aannam, waarbij aan de voetbalgokzucht wettelijke sanktie werd verleend. Tevoren was er in de pers en in de Tweede Kamer een felle strijd over gevoerd. De warme voorstanders van deze gokkerij waren er niet mee tevreden, omdat de maximaal te winnen prijs aan een limiet van 25.000 gulden gebonden was, terwijl zij een onbe­

perkte prijs voorstonden. Minister Beerman, die het wetsontwerp verdedigde, was gedurende de behandeling door de Tweede Kamer al een heel eind door de knieën gegaan door de maximum prijs van 25.000 op 50.000 gulden te verhogen. Door dit te doen kreeg hij de steun der K.V.P.fraktie en die der V.V.D., zodat het wetsontwerp, waaraan ook de grote meerderheid der christelijke historische Kamerleden en de antirevolutionaire heer Mr. Biesheuvel hun stem gaven, werd aanvaard.

Toch bracht dit wetsontwerp het nimmer tot het Staatsblad, met andere woorden, het kreeg nimmer kracht van wet. De Eerste Kamer toch verwierp het door de Tweede Kamer aangenomen wetsontwerp.

Die verwerping vond haar oorzaak daarin, dat de Eerste-Kamerleden der V.V.D. onder de leiding van Mr. van Riel in tegenstelling met de grote meerderheid der V.V.D. Tweede Kamerleden onder aanvoering van Prof. Oud zich met de A.R. Eerste Kamerleden (uitgezonderd Prof. Diepenhorst en de heer Schipper), Ir. Fokker van de S.G.P., de socialisten en de kommunisten tegen het wetsontwerp verklaarden, omdat de V.V.D.-ers zich met het beperken der te winnen prijs tot 50.000 gulden niet konden verenigen. Zij wensten te dezen een onbeperkte vrijheid en stemden tegen, zeer tot ongenoegen van Prof. Oud, die het door Mr. van Riel gevoerde beleid in hoge mate onwijs noemde.

Minister Beerman leed derhalve een nederlaag, doch vond daarin geen reden als minister af te treden. Ja, zelfs kort na die verwerping gaf hij al weer aan een tweetal instellingen, die echter onder één stichting samenwerkten, vergunning voor de voetbalgokkerij. Dit gebeurde wel onder het beding, dat de prijzen van 50.000 gulden in goederen behoorden te worden uitbetaald, doch wat zegt dit, daar toch deze goederen door de winnaar direkt in geld kunnen worden omgezet.

De voorstanders van de voetbaltoto legden zich bij deze situatie echter niet neer. Zij lieten niet na er bij de algemene beschouwingen over de rijksbegroting voor 1961 in oktober 1960 ten sterkste bij de regering op aan te dringen met een nieuw ontwerp tot wijziging der loterijwet te komen, waardoor alsnog de voetbalgokkerij een wettelijke basis zou verkrijgen. En zie daar, de regering is voor die aandrang, welke o.m. vooral van Prof. Oud uitging, gezwicht. Minister Beerman heeft, na over­ leg met zijn ambtgenoten, de vorige week een nieuw wetsontwerp tot wijziging der loterijwet ingediend, dat vrijwel gelijkluidend is aan het door de Eerste Kamer verworpen wetsontwerp. Het wordt een noodwetsontwerp genoemd en als het wet wordt, - dan is het een noodwetje. Dit zegt al, dat het nog maar een voorlopige regeling betreft, zodat na verloop van tijd, de minister noemt een tijd van 4 jaar, opnieuw een wetsontwerp inzake deze materie kan worden verwacht.

Volgens het huidige nieuwe wetsontwerp wordt het dus mogelijk, dat de maximum te winnen prijs van ƒ 50.000.— bij de voetbaltoto in geld wordt uitbetaald. Voorts wordt er in bepaald, dat al een deelnemer in de voetbaitoto twee of meer prijzen wint, de bedragen daarvan tezamen niet hoger dan ƒ 50.000, — zullen mogen zijn. Wanneer Mr. van Riel en zijn geestverwanten in de Eerste Kamer hun standpunt van voorheen zouden handhaven, dan heeft ook dit wetsontwerp vanzelfsprekend geen kans door de Senaat te worden aangenomen, daar de socialisten en kommimisten zich er ongetwijfeld evenmin mede zullen kunnen verenigen als met het vorige. Het is echter niet aannemelijk dat minister Beerman voor het indienen van dit wetsontwerp te vinden zou zijn geweest, indien bij hem niet vooraf de zekerheid zou hebben bestaan, dat van Mr. van Riel en diens fraktiegenoten thans een andere houding kan worden verwacht. Indien dit alzo zal blijken te zijn, dan zou dit een nederlaag voor Mr. van Riel en een overwinning voor Prof. Oud betekenen.

De zedelijke gevaren aan de gokzucht verbonden, blijken bij de liberalen evenmin als bij de rooms-katholieken en de socialisten gewicht in de schaal te leggen. Daar verneemt men bij hen niets van. Men richt zich slechts naar wat het volk wil en vraagt, zonder te bedenken, dat naar Gods Woord de geldgierigheid, dat is de begeerte naar geld — welke ongetwijfeld aan het gokken ten grondslag ligt — een v/ortel is van alle kwaad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1961

De Banier | 8 Pagina's

Wijziging Loterijwet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken