Bekijk het origineel

Ds. ZANDT herdacht in vergadering van de Gemeenteraad van Delft

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ds. ZANDT herdacht in vergadering van de Gemeenteraad van Delft

6 minuten leestijd

Namens de burgemeester van Delft, de hoogedelachtbare heer D. de Loor, mochten wij de rede ontvangen, welke door hem in de raadsvergadering van 29 maart j.l. aan de nagedachtenis van Ds. Zandt als lid van de gemeenteraad van Delft, werd gewijd. Daar de lezers van „De Banier" van deze rede, die zeer sympathiek aandoet, ongetwijfeld met grote belangstelling zullen willen kennis nem.en, laten wij haar hierbij onverkort volgen.

Burgemeester De Loor sprak als volgt:

Voor wij hedenavond de agenda voor de raadsvergadering gaan afwerken, willen we herdenken, dat Ds. Pieter Zandt, overleden 4 maart 1961, ruim 33 jaar lid van deze raad is geweest. Op 6 september 1927 nam hij zitting in dit bestuurskollege en sindsdien heeft hij zijn bijdrage geleverd aan de beraadslagingen in deze vergaderzaal. De laatste jaren moest hij vanwege zijn zwakke gezondheid nogal eens verzuimen en kon hij niet altijd ter vergadering komen. Hij was bijna 81 jaar toen hij overleed. Dat wil dus zeggen, dat hij tot die hoge leeftijd zijn politieke arbeid heeft volgehouden. Daarbij moeten we bedenken, dat na de bevrijding üi 1945 hem de leiding van een partij en de politieke arbeid in de vertegenwoordigde kolleges weer toeviel, toen hij reeds 65 jaar was geworden. In een kleine partij moet enorm veel arbeid worden verzet door de individuele leden. Wie zelf in een vertegenwoordigd lichaam zitting heeft, kan dat begrijpen.

Het heeft Ds. Zandt in zijn leven niet ontbroken aan waardering. Hij was ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw en kommandeur in de orde van Oranje Nassau. Hij was de onomstreden leider van zijn partij en als zodanig bijzonder geliefd. Daarvan getuigden zijn aanhangers door in groten getale op te komen bij zijn begrafenis in Kampen. Ook het gemeentebestuur was daar vertegenwoordigd, evenals de protestants-christeUjke raadsfraktie. Ds. Zandt was lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal sinds 1925; twee jaar later werd hij lid van de gemeenteraad. Ook had hij zitting in de Staten der provincie Zuid-Holland.

Pieter Zandt was een markante persoonlijkheid, die steeds op de bres heeft gestaan voor de beginselen, welke de Staatkimdig Gereformeerde Partij belijdt. Geen duimbreed week hij af van dat beginselprogram. Daarin en daardoor ontstond dat markante, en wist een ieder waar men met hem aan toe was.

Hij was ook een hoflijk man met zin voor humor. Daarvan getuigen in onze raad zijn speeches, die hij hield bij bijzondere gebeurtenissen. Als hij namens de raad — als zijnde lange tijd het oudste lid — het woord voerde, bij een intrede van de burgemeester of een nieuwe sekretaris, bij een afscheid van een wethouder, wist hij die welgekozen woorden te spreken, die zonder het eigen geluid te vrezen, als woorden van de gehele raad konden gelden. Op zijn 75e verjaardag kwam ik hem namens het gemeentebestuur feliciteren. Ongemerkt zaten we midden in een geanimeerd gesprek en voor we het wisten, was er een uur verstreken. Het ging over zijn studietijd, waar hij met verve over vertelde, maar het ging tevens over de kerkelijke en gemeentelijke problemen van Delft.

Zijn huwelijk was kinderloos gebleven, maar ik hoorde van zijn nicht, toen ik op 6 maart een kondoleancebezoek bracht, dat hij in de familie reeds als jong predikant een geliefde oom was voor de kinderen. Ook dat was een kar raktertrek in het leven van deze markante man; hij was een kindervriend, bij de kinderen zeer gezien en geliefd. Hoewel niet geboortig uit Delft, had hij deze stad hef gekregen. Daarvan getuigen zijn woorden, die hij sprak bij mijn installatie als burgemeester: „Een bijzondere onderscheiding is het — ik herhaal het met t)ijzondere nadruk — aan het hoofd van een gemeente als Delft te wor­ den geplaatst. Zij is toch een stad, die met ere een plaats in den lande inneemt. Den Haag was nog maar een dorp, toen Delft al een stad was, een stad, die eenmaal de vader des vaderlands, Willem van Oranje, een woning heeft geboden. Vandaar dat zij tot op de dag van heden nog de eervoUe naam „Prinsenstad" draagt. Is haar verleden groot, haar heden kan er ook zijn. Daarom mag niemand, wie ook, geringschattend over haar denken of spreken. Haar stedeschoon trekt wijd en zijd uit heel de wereld jaar op jaar tal van bezoekers tot zich, die zich in dat stedeschoon verlustigen.

Haar Hogeschool heeft haar een eervolle, vermaarde naam ver en ver buiten onze landsgrenzen gegeven. Haar vele kleine en grote industrieën hebben Delft tot een industriestad gemaakt en deze werken er niet weinig aan mede, dat talrijke burgers daardoor een levensbestaan hebben verkregen. Ook haar winkelstand is er een, die er kan zijn en het is volstrekt niet nodig, dat men zijn inkopen in het naburige Den Haag doet. Bovendien kan Delft bogen op een nijvere, steeds toenemende bevolking, die, uitzonderingen daargelaten, de handen uit de mouwen weet te steken.

Delft is mede zeer aan te bevelen als woonstad, al zijn er helaas wel mensen, die daar geheel ten onrechte anders over denken. Waarlijk, ik steek de stad Delft niet ver boven haar waarde de lucht in!" Wie zo over de stad denkt en spreekt, kan niet anders dan een trouw behartiger van haar belangen zijn. Daarom past dan ook de dank van onze gemeente voor Ds. Zandts arbeid in deze raad. Het eigen geluid, dat hij liet horen, was zeker bedoeld om de mensen te wijzen op hun ware bestemming, zoals hij die zag.

Daarin was hij een getmge van de beginselen van de Staatkundig Grereformeerde Partij. Zijn waarschuwing voor de verkeerde weg werd steeds gevolgd door het aanwijzen van de goede weg. Kort samengevat komt dit tot uiting ia de laatste redevoering, die hij"^ hield in de gemeenteraad. Dat was op 30 december 1959, toen hij zich verzette tegen het handhaven van de Delftse feestweek. Ik meen mijn herdenkingsrede het beste te kunnen beëindigen met het aanhalen van de toen door hem gesproken woorden: „Vanavond is gezegd, dat men vermaak wU, maar het lichtzinnige zondige kermisvermaak is het ware vermaak niet. Dat staat de ware vreugde tegen. Men beweert wel eens, dat spreker en mjn geestverwanten sombere lieden zouden zijn, dat zij zich tegen alle vermaak zouden keren, doch dit is geenszins het geval. Zij zijn vóór echte blijdschap in God, Die de enige ware blijdschap is, die niet voor een dag, week of jaar is, maar welke in leven en sterven blijvend is, eeuwig is en ook in der eeuwigheid zal zijn. De natuurlijke mens echter heeft naar Christus' uitspraak de duisternis liever dan het licht en de dood liever dan het leven. Daarom zoekt hij de ware blijdschap niet en heeft hij zelfs een afkeer van de vrede, die Christus de Zijnen geeft, waar Hij getuigt: „Mijn vrede geef Ik u, Mijn vrede laat Ik u, niet gelijkerwijs de wereld haar geeft, geef Ik haar u en deze blijdschap zal van u niet weggenomen worden, gelijk Godvrezende martelaren hebben bevestigd, toen zij op schavot en brandstapel in de grootste blijdschap de dood zijn ingegaan. Deze blijdschap beveelt spreker een ieder aan".

Tot hiertoe de herdenkingsrede van burgemeester De Loor, die wij langs deze weg hiervoor namens het hoofdbestuur der S.G.P. onze hartelijke dank betuigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1961

De Banier | 8 Pagina's

Ds. ZANDT herdacht in vergadering van de Gemeenteraad van Delft

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken