Bekijk het origineel

Grenswijziging Meppel-Staphorst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Grenswijziging Meppel-Staphorst

9 minuten leestijd

TWEEDE KAMER

Rede van de heer Kodde

Aan de bespreking van het wetsontwerp inzake wijziging van de grens tussen de provinciën Drente en Overijssel en tussen de aan weerszijden van die grens gelegen gemeenten Meppel en Staphorst werd door een zestal sprekers deelgenomen. Zoals het bij grenswijzigingen gewoonlijk gaat, waren er voor- en tegenstanders, al komt het maar weinig voor, dat de tegenstanders in de meerderheid zijn, zoals onlangs het geval was bij de grenswijziging waarbij ondermeer de gemeente Haarlemmermeer betrokken was.

Bij het zoeven genoemde wetsontwerp waren de voorstanders verre in de meerderheid, zodat het werd aangenomen met alleen de stemmen der S.G.P. Kamerleden tegen. Deze konden zich namelijk niet verenigen met de wijziging der grenzen van de gemeente Staphorst, zoals door de minister werd voorgesteld. Namens hen voerde de heer Kodde het woord, waarbij deze als volgt sprak:

Mijnheer de voorzitter!

Reeds meermalen hebben wij ons standpunt betreffende grenswijzigingen van gemeenten uiteengezet. Al is er in dit voorstel ook een wijziging van provinciegrenzen bij betrokken en betreft het geen samenvoeging van gemeenten, dit heeft toch mijn standpunt niet doen veranderen. Het gaat erom of er werkelijk een noodzaak aanwezig is. Die noodzËLak acht ik in dit geval niet aanwezig. Het aanwijzen van Meppel als ontwikkelingskern is voor mij niet de grond om nu ook aan Meppel een gebied van een andere gemeente toe te voegen. In de eerste plaats is nog niet bewezen, dat die aanwijzing ook tot gevolg zal hebben, dat Meppel zich zal ontwikkelen. Veel verwachting van al dat kunstmatige heb ik niet en het hjkt mij zeker onjuist, vooruit te lopen op wat wel in theorie kan en naar sommiger mening dan ook moet en zal gebeuren, maar waarbij geen rekening wordt gehouden met de beperktheid van het menselijk kennen en kunnen en nog minder met de

leiding Gods

in alles. Het zal een vraag zijn, of de industriëlen zich er willen vestigen. Er mag toch wel eens mede worden gerekend, dat zich gevallen voordoen, waarbij een industrieel, al kan hij een bijdrage voor vestiging krijgen, toch naar een andere plaats gaat.

De praktici hebben wel eens een andere kijk op het leven en op de mogelijkheden dan de theoretici en een zakenman heeft nu eenmaal een sterke afkeer van alles, wat zijn vrijheid kan beïnvloeden, en hij laat zich niet dwingen. Dus meen ik, dat die grond niet als steekhoudend motief kan worden gebruikt en dat de noodzaak tot de voorgestelde verandering er niet is.

Het doet ook wel eigenaardig aan, dat gesteld is, dat, als de industrie zich zal uitbreiden, de bevolking niet langer de neiging zal hebben om te vertrekken naar elders. Dat zou ik kunnen aanvaarden, als er nu werkelijk geen mogelijkheid meer was tot vestiging van industrie. Maar er is nog wel mogelijkheid binnen het gebied van Meppel en dat niet alleen ten oosten, maar ook aan de andere zijde. Laat Meppel eerst die mogelijkheden gebruiken. Als die zijn gebruikt, kunnen wij verder zien. Er is in Staphorst gebrek aan

agrarische grond.

Nu tracht men, door Meppel te ontwikkelen, de bestaansmogelijkheid van Staphorst weg te nemen. Er heerst "ongerustheid in Staphorst. Niet ten onrechte, gezien de ervaring, in Staphorst opgedaan met de waterbeheersing. Er is wel gebleken, dat het stadsbestuur van Meppel en ook het provinciaal bestuur van Drenthe niet de belangen zien, die er voor Staphorst aan verbonden zijn, ten opzichte van de waterbeheersing. De Staphorsters zijn bevreesd, dat, als de annexatie doorgaat, de zeggenschap over de benedenloop van de Reest in handen van het bestuur van Meppel zal komen en dat zich dan zal herhalen wat zich een jaar of drie geleden heeft voorgedaan, n.l. dat het water van de Hoogeveensche Vaart via een uitlaat op de Reest zal worden uitgelaten. Toen liepen de weilanden in Staphorst onder, tot grote schade van de veehouders, en toen is de sleutel van de uitlaat bij het provinciaal bestuur van Overijssel gekomen. Gaat de annexatie door, dan zal het beheer bij Meppel komen en de Staphorsters zien daarin inderdaad grote bezwaren. Dus kan het feit, dat niet dadelijk alle gronden nodig zijn, het bezwaar niet wegnemen, terwijl, als wij de ontwikkeling zien op andere plaatsen, er niet te verwachten is, dat die gronden dan kunnen blijven liggen zoals ze nu liggen, en het onzekere van de tijd, wanneer die voor bebouwing nodig zijn, ook wel, buiten de genoemde bezwaren, invloed zal oefenen op de onderhoudstoestand.

Hier strijden ogenschijnlijke belangen tegen elkaar. Belangen van een theoretisch gedachte uitbreiding en van een werkelijke nood. Daarom zeg ik: ogenschijnlijke, want Meppel kan zich nog ontwikkelen, zonder dadelijk grond van

Staphorst

nodig te hebben. Een aangevoerd motief, dat Meppel een knooppunt is van bodediensten en een veemarkt heeft, acht ik niet van die waarde om daarmede de noodzaak van annexatie aan te tonen. Er is onderscheid en er zal onderscheid blijven. De ene gemeente heeft een taak als centrum van die aange­ legenheden en een andere gemeente als centrum van andere.

Is er nu voor Meppel geen mogelijkheid om op eigen grondgebied industrie te vestigen? Er zijn inderdaad mogelijkheden in het westen. Het K.I.-station geeft daarin toch geen belemmering? In het oosten stuiten wij op de obstakels. Obstakels, die, volgens de burgemeester van Meppel, uitbreiding naar het oosten niet mogelijk maken, maar als ze zouden kunnen worden weggeruimd, een annexatie onnodig zouden doen zijn. De al dan niet opruiming van die obstakels acht ik een kwestie van kosten, niet een van technische aard. Wanneer ik zie, dat in Schiedam het station is verhoogd en de spoorlijn naar boven is gebracht, dan zou dat toch ook in Meppel mogelijk moeten zijn, te meer waar het station in Meppel zeker niet tot de nieuwste behoort.

Nu stelt de minister wel, dat de agrarische grond ten oosten dezelfde waarde heeft als die onder Staphorst, maar ik meen, dat de natuurlijke scheiding door de Reest er toch wel op vnjst, dat die gronden anders zijn dan die in Staphorst. Ook het motief, dat een expansie naar het oosten niet tot een koncentrische standuitlegging zou leiden, lijkt mij met de kaart voor ogen wel wat vreemd. Op de kaart wordt ons Meppel getoond als de helft van het oppervlak van een cirkel, waarvan de andere helft ten oosten ligt, terwijl door de nu gedachte toevoeging aan die halve cirkel een niet koncentrisch stuk wordt toegevoegd. Een ander punt is de gedachte, dat voor

industrievestiging

aantrekkelijke woonwijken nodig zijn. Inderdaad, de industriearbeider zal aantrekkelijk moeten kunnen wonen, doch het is nog niet bewezen, dat die woonwijk nu ook in de gemeente zal moeten liggen, waarin de industrie is gevestigd. Verder dient er wel mede te worden gerekend, dat de vijfdaagse werkweek 'n kortere schafttijd onder de middag medebrengt en dat, zoals de praktijk elders reeds aanwijst, de woningen wel zeer dicht bij de werkplaats zullen moeten staan, willen de mensen niet verplicht zijn des middags over te blijven. Daarom acht ik ook dat geen argument, dat de noodzaak van de annexatie aantoont.

Bovendien heeft Staphorst al wat willen geven aan Meppel, maar het schijnt niet genoeg te worden gevonden. Ik kan aan de gedachte, dat zonder een absolute noodzaak naar een groter grondgebied wordt gestreefd, niet ontkomen.

Reeds heb ik opgemerkt, dat de industriële ontwikkeling, waarnaar Meppel streeft door het vragen van grondgebied van Staphorst niet alleen de ontwikkeling van Staphorst tegenhoudt, maar ook de daar aanwezig zijnde bestaansbronnen aantast.

Hetgeen onder nr. 20 in de memorie van antwoord is gesteld, wijst toch wel op een grote onzekerheid, zoals op meer plaatsen in de memorie van antwoord

onzekerheid

blijkt. Over de afvoer van de Reest is een rapport opgesteld. Maatregelen zijn in overweging. Mijnheer de voorzitter. Wat de overwegingen betreft, mag ik wel even terugwijzen naar de regeling voor de vergoedingen, nodig door de Deltawerken, die ons nog vers in het geheugen ligt. Het is wel een zeer wankele bodem om op overwegingen te gaan bouwen, want waar leiden die toe? De afvoer van de Reest is onzeker. Het tracé van het kanaal is onzeker. Er is de verwachting, dat het rioleringssysteem uitkomst zal geven. De kosten van het scheiden van de waterbeheersing zijn niet te schatten. Of Staphorst na een eventuele annexatie het zonder subjektieve uitkering zal kunen stellen, kan op dit moment nog niet met zekerheid worden gezegd. Dat zijn enkele van de onzekerheden, welke ik aantrof, en dat maakt het voorstel wel zeer wankel.

De minister acht, volgens het gestelde onder 22, dat van belangentegenstellingen geen sprake zal kunnen zijn. Ik meen reeds te hebben aangetoond, dat die belangentegenstellingen er waren, er zijn en door een eventuele annexatie nog zullen toenemen, inzonderheid wat de

waterbeheersing

betreft. Te meer wordt ik daarin versterkt door het gestelde onder 23. De regenval in het laatst van het vorige jaar heeft wel bewezen, dat er bezwaren zijn. Met een rioleringsstelsel zijn die niet op te lossen. Er zal, willen konflikten worden vermeden, een absolute scheiding moeten worden gemaakt tussen de delen, welke bebouwd moeten worden, en de delen welke agrarisch zullen blijven. De beheersing van het water voor de agrarische gebieden zal in agrarische handen moeten blijven. De gedachte, dat hier gemeenschappelijke belangen aanwezig zijn, kan ik niet onderschrijven. In gewone gevallen zal de waterstand in een weidegebied hoger moeten zijn dan voor een bebouwing wenselijk is en in ongewone gevallen zullen een weidegebied maar al te gemakkelijk de lasten van het afvoeren van water uit de bebouwde gebieden worden opgelegd. Ook de mededeling onder 24 stelt mij niet gerust. Het verblijdt mij, dat er een streven is geen

hogere lasten

op te leggen, maar ik vrees, dat de praktijk anders zal uitwijzen. Hier hebben wij weer een vogel in de lucht en niet in de hand. Reeds heb ik er op gewezen, dat de kosten van de riolering niet bekend zijn, maar omdat het opruimen van de obstakels, die een uitbreiding van Meppel op eigen gebied tegenhouden, ook een kwestie is van kosten, meen ik, dat een vergelijkend overzicht toch wel zeer noodzakelijk zou geweest zijn.

Ook het gestelde onder 27 acht ik niet van die aard te zijn, dat daardoor het nog maar groter maken van het aan Meppel toe te wijzen gebied is gerechtvaardigd. Alles bijeengenomen, meen ik, dat er geen aanleiding is nu reeds een uitbreiding van Meppel te bevorderen. Gaarne zag ik, dat de minister de intrekking van dit voorstel zou bevorderen, de gang van de ontwikkeling nauwkeurig ging volgen en, zo nodig, alsdan een voorstel bevorderde, waarin met de wens van Staphorst wordt gerekend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1961

De Banier | 8 Pagina's

Grenswijziging Meppel-Staphorst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken