Bekijk het origineel

Wetsontwerp - algemene kinderbijslag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wetsontwerp - algemene kinderbijslag

4 minuten leestijd

De vorige week maakte de Tweede Kamer een aanvang met de behandeling van het hierboven vermelde wetsontwerp, dat in 1957 onder het kabinet-Drees werd ingediend en door het kabinet-de Quay in 1959 werd overgenomen. De aanduiding „algemeen" wijst het reeds uit, dat het hierbij gaat om een regeling voor heel het volk. Alle Nederlanders, hetzij gehuwd of ongehuwd, zijn er in opgenomen. Vanaf het 15e tot het 65e jaar moeten zij een zeker bedrag, naar verwacht wordt 2, 2 procent van het inkomen, bijdragen om de uitbetaling der kinderbijslagen te kunnen doen. De wet zal voorts recht op kinderbijslag geven vanaf het derde kind beneden de 16 jaar. Voor de loontrekkenden echter, die nu al kinderbijslag vanaf het eerste kind genieten, zal dit zo blijven. Om de loontrekkenden niet in een ongunstiger financiële positie te brengen, zal hun een loonkompensatie verstrekt worden. Als inkomensgrens voor het meebetalen aan deze regeling was een bedrag gesteld van 6900 gulden, dat inmiddels hoger is gesteld, n.l. circa 8000 gulden, zodat de maximum te betalen bijdrage ruim 160 gulden wordt.

Met loontrekkenden met een inkomen van minder dan een zeker bedrag, dat voor ongehuwden en gehuwden verschillend is, behoeven niets te betalen. Voorts bepaalt het wetsontwerp, dat de bestaande kinderbijslagwet 1939 en de noodregeling kinderbijslag kleine zelfstandigen van 1951 worden ingetrokken, zodra het ontwerp tot wet verheven is. De bijdragen of premiën zullen door de belastingdienst worden geind. Tegen dit wetsontwerp is in onderscheidene kringen van ons volk sterk verzet gerezen. Het is toch zo gesteld, dat tal van personen, die geen cent kinderbijslag zullen ontvangen, er toch voor zullen moeten opbrengen. Zij moeten dus betalen voor de opvoeding van de kinderen van anderen. Hieronder vallen de ongehuwden, de echtparen zonder kinderen en die met minder dan drie kinderen, de echtparen wier kinderen al boven de 16 jaar zij» en de anderen, wier kinderen al voor zichzelf kunnen zorgen. Van die allen wordt geëist, dat zij tot hun 65ste jaar als zij dat beleven, bijdragen in de kosten van onderhoud en opvoeding van anderer kinderen. En dat terwijl de belastingen en lasten al zo zwaar drukken. Door alle frakties werd aan de discussie over dit zo sterk bestreden wetsontwerp deelgenomen, waarbij bleek dat de K.V.P. er sterk voor is, de A.R. er op twee na voor zullen stemmen, de V.V.D. er sterk tegen is, terwijl de C.H. er ook zeer bezwaard tegenover staan. Namens de S.G.P.-fraktie werd het woord gevoerd door Ir. van Dis, die verklaarde, dat zijn fraktie er zou tegenstemmen, omdat de bestaande kinderbijslagwet voldoet en de noodregeling voor de kleine zelfstandigen tot een definitieve regeling kan worden gemaakt met aanpassing aan de omstandigheden. Daar er nog een Kamerrede lag betreffende Buitenlandse Zaken, die niet kon blijven liggen, omdat het 't tweede gedeelte betrof, zijn wij voornemens D.V. de rede van Ir. van Dis de volgende week te geven. Wij kunnen dan ook tegelijk de uitslag van de gehouden stemmingen over amendementen en wetsontwerp mededelen, want die moeten terwijl we dit schrijven, nog plaats hebben. Het is op het ogenblik nog geheel onzeker hoe de stemming over dit wetsontwerp zal aflopen. De K.V.P. stemt er geheel voor, dat zijn 49 stemmen, van de A.R. 12, samen 61 stemmen. Om de eindstreep te halen, moeten er dus nog minstens 15 stemmen van andere frakties bij komen. De houding der C.H. zal wel afhangen van het amendement Berger (P.v.d.A.)-Kikkert (C.H.), dat beoogt de kinderbijslag voor de zelfstandigen ook vanaf het eerste kind te doen ingaan, een amendement, dat de minister onaanvaardbaar heeft genoemd en dat ook wel niet zal worden aangenomen. Het hangt derhalve van de P.v.d.A. af of deze het benodigde aantal voorstemmers zal opleveren. Zo niet, dan is het wetsontwerp verworpen en is de verwachting, dat er een kompromisvoorstel komt.

P.S. Nader vernemen wij, dat de minister van Sociale Zaken, Mr. Dr. V. Rooy, ontslag heeft gevraagd en dat hem dit door H.M. eervol is verleend. Als motief werd opgege­ ven: om persoonlijke redenen. Deze bestaan hierin, dat zijn optreden als minister vooral donderdag 1.1. in de pers zeer scherpe kritiek heeft uitgelokt. Ofschoon door hem twee konsessies waren gedaan, is hij gestrand op de kwestie van het verlenen van kinderbijslag voor de eerste twee kinderen van zelfstandigen. Zijn staatssekretaris, de heer Roolvink, heeft ook ontslag gevraagd. De minister van Landbouw, Mr. Marijnen, zal Sociale Zaken waarnemen. De behandeling van het wetsontwerp zal wel enige tijd worden uitgesteld. Als minister van Sociale Zaken wordt Dr. Veldkamp genoemd, die nu staatssekretaris van Ekonomische Zaken is. Indien dit gebeurt, kan hij de heer Roolvink verzoeken weer staatssekretaris te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1961

De Banier | 8 Pagina's

Wetsontwerp - algemene kinderbijslag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken