Bekijk het origineel

Beantwoording vragen centrale T.V. installaties

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Beantwoording vragen centrale T.V. installaties

4 minuten leestijd

Kortgeleden gaven wij de vragen door Ir. van Dis gesteld inzake huurverhoging wegens het aanbrengen van centrale televisieontvangstinstallaties in complexen woningwetwoningen, zoals b.v. in het complex van 250 bejaardenwoningen Lombardijen, woningen Meeuwenplaat en in aanbouw zijnde complexen, beide te Rotterdam. De antwoorden op deze vragen van minister Mr. van Aartsen zijn thans verschenen, zodat wij ze hieronder laten volgen. Eerst echter de vragen, opdat men vragen en antwoorden kan vergelijken.

Vragen

1. Is het de minister bekend, dat in kort geleden tot stand gekomen of nog te bouwen komplexen woningwetwoningen een centrale installatie ten behoeve van televisieontvangst is of zal worden aangebracht?

2. Weet de minister, dat de hierbij betrokken gemeentebesturen, c.q. besturen van woningbouwverenigingen, de als gevolg van de centrale installaties noodzakelijk geworden hogere bouwkosten op alle huurders verhalen door de huurprijzen met een bepaald, variërend bedrag te verhogen, zodat ook zij, die niet bij deze installaties zijn aangesloten, onder wie er zijn, die tegen televisie-uitzendingen principiële bezwaren hebben, er aan moeten meebetalen?

3. Is het waar, dat ten departemente aanvankelijk het alleszins billijke standpunt werd ingenomen, dat alleen bewoners, wier televisietoestellen op de centrale installatie aangesloten zijn of aangesloten zullen worden, de hogere huurprijs behoren te betalen?

4. Wil de minister maatregelen nemen, welke er toe leiden, dat in het vervolg de hogere huurprijs al­ leen wordt gevorderd van hen, die op de centrale installatie aangesloten zijn, en in de gevallen, waarbij ten onrechte de hogere huurprijzen reeds zijn gevorderd, het te veel betaalde zal worden gerestitueerd?

Antwoorden:

1. Het is de ondergetekende bekend, dat in enige komplexen woningwetwoningen, waarvoor financiële steun uit 's rijks kas op voet van de woningwet is verleend, een centrale installatie ten behoeve van televisie-ontvangst is of zal worden aangebracht. Het gaat hier om meergezinshuizen. Het aanbrengen van een zodanige installatie in komplexen eensgezinshuizen wordt in de regel niet toegestaan.

2. Aangezien thans zeer veelvuldig het hebben van een televisieon tvangstmogelijkheid op prijs wordt gesteld en, bij het aanbrengen van individuele installaties daartoe, doorgaans veel schade aan de gebouwen wordt toegebracht, heeft de ondergetekende er in toegestemd, dat, indien woningbouwverenigingen en gemeenten dit wensen, een centrale installatie reeds bij de bouw wordt aangebracht. De kosten van deze extra voorzieningen worden alsdan begrepen in de stichtingskosten van de woningen, waarvan de 50-jarige annuïteit ten laste van de huren wordt gebracht. Dit geschiedt op gelijke wijze met de kosten van andere centrale installaties, leidingen en bijzondere voorzieningen in de woningen, onafhankelijk van het gebruik, dat hiervan wordt gemaakt. Uiteraard komen aansluitingskosten, stroomverbruik e.d. voor rekening van de afzonderlijke bewoners. De ondergetekende ziet geen overwegende bezwaren tegen het aanbrengen en verrekenen in de huurprijs van centrale installaties voor de televisie-ontvangst.

3. Vroeger werden behalve de kosten van stroomverbruili ook de kosten van vernieuwingen en de onderhoudskosten als een vergoeding, bedoeld in artikel 9 van de huurwet, in rekening gebracht. Nadere overweging heeft evenwel tot de konklusie geleid, dat deze gedragslijn niet juist is, doch dat deze kosten ten laste van het onderhoudsfonds van de desbetreffende woningen dienen te worden gebracht. De j aarlij Isse lasten, voortvloeiende uit de aanleg van de centrale installatie in de vorm ener vijftigjarige annuïteit werden steeds ook bij de vroeger gevolgde gedragslijn in de huurprijs der woningen begrepen.

4. Gelet op het vorenstaande ziet de ondergetekende geen aanleiding om wijziging in de wijze van verrekening van kosten voor het hebben van centrale televisie-ontvangstinrichtingen in woningwetwoningen aan te brengen.

Het zal de lezer wel opvallen, dat in het antwoord op vraag 3 met geen woord wordt gerept over het aanvankelijke standpunt van het departement (de minister) betreffende het betalen van de hogere kosten door bewoners in verband met een centrale televisie-ontvangstinstallatie. Uit zeer goede bron is ons echter bekend, dat de minister het in september 1960 nog redelijk achtte, dat betaling van deze kosten alleen door de aangeslotenen geschiedde en niet door alle huurders. Enkele maanden later echter, n, l. In maart 1961, veranderde de minister van standpunt en bewilligde hij in betaling door

alle huurders. Dit is zeer te betreuren. Het gaat hier toch niet om Iets wat noodzakelijk is, zoals gas, water en elektriciteit, maar om een luxe aangelegenheid, welke door velen om financiële en door anderen om principiële redenen niet wordt verlangd. De afwijzende houding van de minister in antwoord op vraag 4 is dan ook wel zeer onbevredigend en hoogst onbillijk tegenover hen, die niet aangesloten zijn en ook nooit aangesloten wensen te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1961

De Banier | 8 Pagina's

Beantwoording vragen centrale T.V. installaties

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken