Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

I.

Zoudt gij u grote dingen zoeken? Zoek ze niet; want zie. Ik 'breng een kwaad over alle vlees, spreekt de Heere; maar Ik zal u uw ziel tot een buit geven, in alle plaatsen, waar gij zult henentrekken. Jeremia 45 : 5

De profeet Jeremia heeft het Woord des Heeren in grote getrouwheid aan Israël verkondigd. Hij heeft in Gods Naam zegen en vloek, dood en leven aan het volk voorgesteld. Als een trouwe wachter op Sions muren heeft hij het volk gewaarschuwd tegen het naderend gevaar en hen terug geroepen tot de dienst des Heeren. Jeremia had een boezemvriend en trouwe helper, zijn naam was Baruch. Jeremia profeteerde wat God hem openbaarde en Baruch schreef de woorden van de profeet op een boekrol. Er was een sterke liefdeband en .geestelijke band tussen Jeremia en BaruCh. Jeremia arbeidde in Gods Koninkrijk m^et het v^oord en Baruch met de pen.

God openbaarde aan Jeremia de toekomst en wat er gebeuren zou met Juda en de landen rondom Kanaan. Zware tijden zouden komen, de oordelen Gods waren zeer nabij. De Heere zal een verderver roepen om de volkeren te tuchtigen met het oorlogszwaard.

De Heere gaf aan Jeremia de belofte dat Hij hem zou bewaren en beschermen. Gods liefdeoog was op Zijn profeet gevestigd, zodat hij geen kwaad zou zien. God zal tevens voor Baruch zorgen, Jeremia ontving een speciale boodschap uit de hemel voor zijn vriend. Overal waar Baruch heen zal gaan, zou de Heere hem onder Zijn bijzondere bewaring nemen. Deze Goddelijke belofte is tot grote troost voor Baruch.

Om de rijke betekenis van deze belofte goed te verstaan moeten we iets weten van de tijdsomstandigheden, waarin Baruch leefde. De tijd van Jeremia en dus ook van Baruch was een bange, donkere en vreselijke tijd.

De volkeren van de oude wereld waren met elkaar in oorlog gekomen. Het was een strijd op leven en dood. Het bruiste en kookte op geweldige wijze in de volkerenzee van het oosten. Volkeren met een eeuwenoude geschiedenis werden verslagen en de inwoners verstrooid en nieuwe naties namen hun plaats in. Machtige volkeren botsten tegen elkaar, zodat oorlogen en geruchten van oorlogen aan de orde van de dag waren. Het ging in die dagen zoals ook in onze tijd om de wereldheerschappij. Assyrië was begonnen om andere volkeren te onderwerpen, om alleenheerser in het oosten te worden. Wie zal de eerste zijn, Assyrië of het land der farao's?

Tussen deze grootmachten, die elkaar bestreden lag Israël. Het land van Kanaan was een bufferstaat, een stootblok. Het was voor het Joodse volk zeer moeilijk om haar neutraliteit te handhaven. Nu eens deed Egypte pogingen om vaste voet in Palestina te krijgen, en dan weer Assyrië. De politiek van de koningen van Israël was meestal halfslachtig. Het was een steunen nu eens op Egypte en dan weer op Assyrië.

De Heere waarschuwde bij monde van de profeten tegen deze dubbelzinnige politiek. Israël mocht noch op Egypte noch op Ass3nrië vertrouwen, maar op God alleen. Het was de grote volkeren alleen om eigen voordeel te doen, ze gaven niets om het kleine Israël. Wanneer ze hun kans schoon zagen plunderden ze het zoveel het maar mogelijk was. We zien hier de politiek van de grote volkeren de eeuwen door.

Helaas, Israël luisterde niet naar Gods stem, ze stelde vlees tot hun arm. Zelfs de godvrezende koning Josia mengt zich in de strijd tussen de grootmachten. Hij verspert farao Necho de weg als hij naar het noorden gaat om tegen het verslagen Assyrië te strijden.

Wat was er gebeurd in het oosten? De verdrukte volkeren hadden zich onder de leiding van Babel geworpen op Assyrië. Geweldig was de strijd en Assyrië delft het onderspit. Egypte dacht, nu is het mijn tijd om de wereldheerschappij te nemen. Dit wordt haar betwist door het koninkrijk van Babel. In de stad Babel regeerde de trotse heerszuchtige Nebukadnezar. Deze heerser droomde ook van de wereldheerschappij. Hij verzamelt zijn Chaldeën om tegen de Egjrptenaren te strijden. Bij Karchemis komt het tot een treffen. In deze volkerenslag wordt Egypte verslagen en Nebukadnezar komt als overwinnaar uit de strijd te voorschijn. Nu is Babel heer en meester in het oosten. Egypte is zo verpletterend versla­ gen, dat hij er niet aan denken kan om opnieuw met Babel in oorlog te komen. De kleine staten zoals Israël, Fenicië, Moab en Edom vallen de koning van Babel in handen. En zo wordt het Joodse volk een prooi van een nieuwe wereldmacht. De ellende, welke het volk door al die veranderingen en oorlogen meemaakte, was onbeschrijflijk. Daarom is het geen wonder, dat de koning van Juda, Jojakim, en de inwoners van Jeruzalem met siddering de komst van Nebukadnezar afwachtten. Wat zullen ze doen? Ze konden zich onmogelijk verdedigen tegen het sterke Babel.

In die tijd waren er natuurlijk veel raadgevers, zoals het ook in onze tijd is. Velen gaven zichzelf uit voor een raadsman, ja zelfs voor profeten des Heeren. Er was één man die de toekomst wist, dat was de profeet Jeremia. De Heere had hem geopenbaard wat er in de toekomst zou gebeuren. Het volk en de koning zullen opnieuw moeten bulgen voor een wereldheerser. De profeet Jeremia weet ook wat de oorzaak is van deze nieuwe veme- • dering. Het is, omdat men de Heere verlaten heeft. De reformatie onder koning Josia had maar heel kort geduurd. Na de dood van deze godvrezende koning was het volk terug gekeerd op haar zondepad. De handelingen van het volk zijn tegen de Heere om de ogen Zijner heerlijkheid te verbitteren. Zonden werden op zonden gestapeld en dat terwijl de gevaren van rondom dreigden. De Heere zeide tot Jeremia: „Gaat om idoor de straten en wijken van

Jeruzalem, of gij iemand vindt die recht doet, die de waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn". De Heere wil genade en gunst bewijzen, wanneer het volk tot Zijn eer zal leven. Maar helaas, het volk ging door op haar zondeweg, men leefde voor zichzelf en diende de afgoden. Daarom kan het oordeel Gods niet uitblijven. Jeremia moet in de Naam des Heeren het volk verkondigen, dat het onheil en de vernedering onafwendbaar zijn. Het kwaad en de ellende komen. De verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats om het land te stellen tot een verwoesting. Jeremia profeteert het naderend gericht, Baruch, de vriend van de profeet, moet de woorden opschrijven op een boekrol. Nadat hij de profetieën opgetekend heeft, krijgt Jeremia bevel om deze aan het volk voor te lezen.

De profeet zendt de jeugdige Baruch naar de tempel om de vreselijke oordeelsaankondigingen voor de oren van het volk te lezen. Het is wel opmerkelijk, dat Jeremia deze zware taak aan Baruch opdraagt. De profeet zegt tot zijn vriend Baruch: „Ik ben opgehouden, ik zal in het huis des Heeren niet kunnen gaan". Of de profeet door ziekte of iets anders verhinderd was, we weten het niet. Hoe het zij, Baruch gehoorzaamt. Hij spoedt zich naar de tempel, het is juist een vastendag, en leest de oordeelsaankondiging aan het volk, dat daar vergaderd is, voor.

Capelle a.d. IJssel

Ds. Zijderveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1961

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken