Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

5 minuten leestijd

II.

Maar het zal een enige dag zijn, die de Heere bekend zal zijn. Zacharia 14 : 7

II.

Op de enige dag van 's Heeren komst heeft Hij Zich ten allerdiepst vemeüerd. Behoort de menswording op zichzelf tot de bekwaammaking des Middelaars, de nederige geboorte in stal en kribbe, doet van stonde aan de Heere Jezus zien, bukkend onder de zonden Zijns volks, en draigend hun versmading. Dat is dan ook de blij mare: „Gij zult het kindeke vinden, in doeken gewonden en liggende in de kribbe". Wat toch de aanstoot der wereld vormt, is bron van blijdschap voor Gods volk. Zulk een arme Jezus is onze natuur een verachting. Hij was veracht en wij hebben hem niet geacht. Maar dat veracht zijn juist maakt Hem dierbaar in de ogen dergenen, die zichzelf door genade mogen leren kennen. Ach, ook hun oog was geheel gesloten voor het enige in de dag van 's Heeren komst, ook al was het hun gepreekt en aangezegd, van kindsdagen af, hun ziel had geen vat aan Hem.

Doch toen is de Heere over hen opgestaan, en Hij heeft hen doen kennen de staat van hun verderf. Ze hebben hun oordeel omhelst; hun deel was in de hel. Ellendiger dan zij zichzelf kenden was er geen. Slechter niemand. Want tegen al Gods bemoeienissen in verhardden zij hun hart. Ze voelden zich verkocht aan de macht der hel, en hebben niet 'geleerd dan kwaad te doen. Veracht waren ze; ' verfoeilijken; ontaarden door de zonde; geen hoop op behoud bleef er over. Neen, geen hoop van 's mensen zijde, maar hier, o gans ellendigen, hier in Bethlehems stal is ontkoming. De Zoon Gods bukt; bukt in stal en kribbe neer en ligt in doeken göhuld ter neder, opdat zulke laag gezonkenen in Hem behoudenis vinden zullen. Neen, uw zonden zijn niet te groot, gij zijt niet te slecht. Hier is raad in Hem, Die kwam om zalig te maken wat verloren Ugt. O, alle igij dorstigen, komt tot de wateren, en 'gij, die geen geld hebt, komt koopt en eet. Te laat, zo vreest ge? Maar dat heeft satan duizendmaal geroepen; dat krijste 'de macht der hel, ook bij het wegzinken van Davids huis, en dat geroep had schijn van waarheid, ach, zo jammerlijk was het verval, «dat een Edomiet zat op Davids troon, öoch God wist de tijd; de bestemde tijd, om Slon genadig te zijn. Neen, het make u niet hopeloos. voor te laat komen is hier raad. De dag, de enige dag kome ook voor u, dat ge de ZaUgmaker zien moogt in Wie alle beloften ja zijn en amen, Gode tot heerlijkheid. Dat zal uw enige dag zijn, hopende op Gods beloftenissen, dat de Heere tot uw ziel van vrede spreekt. Ach, hoe kon u het werk worden bestreden; onmogelijk wordt de vervulling, opdat eenmaal beide het beloven en het vervullen u zij het werk Gods. Moet niet daartoe alles voor ons als in de dood lopen, moet het niet in ons een afgesneden zaak worden?

Dan toch alleen kan God de eer krijgen van Zijn werk in ons gewrocht, en zal onze ziel het mogen horen: Heden is u 'geboren de Zalig-maker. Laat vrij de hel woeden. De vijand zal in v; eerwü van zichzelf de kerk drijven tot haar geluk, gelijk het despotisch bevel van keizer Augustus dienen moest tot de geboorte van Christus naar de profetie in Davids stad. Daartoe bestaat die macht der hel nog. Christus had haar voor eeuwig kunnen machteloos stellen, en satan zekerlijk alle aanval op Sion kunnen beletten sinds Hij hem de kop vermorzelde.

Doch 'dat wUde Hij niet. Want alle pijlen uit de hel; alle benauwingen der duisternis; alle strijd der zonde; alle vijandschap der wereld, zullen dienen 'om de zielen naar Koning Jezus te drijven, en Zijn middelaarswerk in haar te verheerlijken. Mocht ge meer zó uw vijand bezien, als herdershond uw ziel drijvend, hij zou minder vat op u 'hebben; en in uw menigwerf bange strijd, zoudt ge te vrijm'oediger op uw zielevijand toetreden. zingend: „Want ons schild is van de Heere, en onze koning van de HeUige Israels".

In ons vlees en bloed kwam de Zoon Gods neder. Hij wandelde in onze natuur hier op aarde, en verwierf eeuwige zaligheid, maar ook wat Zijn volk op aard behoeft. Hij bereidde hen een plek ter woning. Ach, zelfs het aardrijk is om onzer zonden vfil vervloekt; de aarde zou geen mens meer ten herberg zijn, had Christus er Zijn woning genomen. En dat om Zijn volk een woonplaats te bereiden in Gods 'gunst. O, alles is beproefd de kerk van de aarde weg te 'doen, maar vergeefs; brandstapel noch schavotten, lastertaal noch verleiding met valse leer heeft op de kerk vermocht, wijl Christus Zelf haar een woning bereidde en bad: „Vader, ik bid niet dat Gij ze weg- ]ïeemt uit de wereld, maar dat Gij ze bewaart van de boze". Uw nederige hut ligt onder de hoede van Christus' voorbede. O, met hetgeen God u gaf zij uw ziel rijk m Hem, want het weinige dat de igchtvaardoige heeft is beter dan ie overvloed der goddeloaen. !^n nu, duizenden bij duizenden zullen kerstfeest vieren; de kerstprediking beluisteren.... Och, voor wie zal de dag enige dag zijn?

Onbekeerde van hart, oppervlakkige belijder, bedenk het getal dergenen was klein, die kermis droegen door Goddelijke openbaring van de wondervolle geboorte. Schrift- en wetgeleerden bleef verborgen wat heil in Bethlehem was gewrocht. Hoevelen rusten er in onze dagen in hun voorwerpelijk geloof, zonder onderwerpelij k deel te hebben aan wat ze belijden. O, zie toe. De Heere drijve u van u zelf af en make u een ellendige voor Hem, opdat de Kerstdag u worde een enige dag, een dag der zaligheid.

wijlen Ds. G. H. Kersten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1961

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken