Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Joh. 3 : 16

II.

DB GENADE VAN ONZE HEERE JEZUS CHRISTUS

Mijn kinderkens, laat ons niet lief hebben met het woord noch met de tong, maar met de daad en waarheid. Ik vrees, dat er zoveel godsdienst en godzaligheid, geloof en liefde is enkel met mond en tong. Zienswijzen, beschouwingen, meningen, opvattingen, opinies het zijn allemaal gesneden beelden waarvoor we knielen, en waaraan we onze zielezaligheid verslingeren. Het zdjn droeve donkere tijden, die we beieven. Ja, daarover zijn we het wel eens. Maar waarin bestaat die droe-vige donkerheid? Ik vrees dat we op die vraag het antwoord schuldig blijven. Want is het niet zo, dat we ons met elkanders fouten, dwalingen en misvattingen op de been houden en rechtvaardigen? We leven van elkaars zonden en dwaasheden in plaats dat we leven van de gereohtigheld en wijsheid van die Ene.

De Heere God heeft niet lief gehad met woord en tong, maar in de daad en waarheid, want Hij heeft Zijn lieve Zoon als een liefdegave geschonken. Alles wat God te geven had. Zijn Zoon en het leven van Zijn Zoon, schonk God aan een wereld, die uitmuntte alleen maar in zonde en ongerechtigheid, in haat en vijandschap. In 'grenzeloze liefde gaf Hij Zijn Zoon tot water des levens en tot levend brood uit de hemel, tot goede Herder en ware Wijnstok, tot Vrij spreker. Geneesheer en Wasser der voeten. Tot Weg en Waarheid, Opstanding en Leven. Hij gaf Hem als hoogste Profeet om ons de Vader en Diens liefde te verklaren vanuit de schoot des Vaders, tot enige Hogepriester om de zonden te verzoenen en niet alleen de onze, maar de zonde der hele wereld; tot eeuwige Koning om de werken van de duivel te verbreken en om der waarheid getuigenis te geven. Wat is het nodig dat de liefde des Vaders ons wordt verklaard. Want we menen — en niet zonder reden — dat God vervuld is met grimmige toorn. Hoe zou het ook anders kunnen, want het zijn onze ongerechtigheden, die Zijn hoogheid schonden. Wat viel er te verwachten? Dit hoofdstuk echter laat het heel duidelijk uitkomen, dat God niet in toorn Zijn eniggeboren Zoon heeft gezonden om bij wijze van spreken een strafexpeditie te houden. God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. Zijn komst was met vrede. Welk een voorrecht, wanneer Hij Zijn profetische werkzaamheid aan ons verheerlijkt. We roepen uit: Deze heeft gezegd al wat ik gedaan heb, is Deze niet de Christus? Hoe zalig wanneer de nevels opklaren en wij verstand erlangen van God en goddelijke zaken. Met verlichte ogen des verstands zien we de wonderen, die in Gods getuigenis alom zich openbaren.

Wat geeft Johannes de Doper, volgens de woorden van 'ditzelfde Evangelie een prachtige vertolking van het feit, dat Christus gegeven is tot verzoening van de zonden, en niet alleen van die van ons, maar van de zonden van de gehele wereld. Immers als met de vinger wijst Hij Degene, Die komen zou, aan en verkondigt: „Zie, het Lam, Dat de zonde der wereld draagt". Zulk een Verlosser en Verzoener betaamde ons. Immers, onrein van lippen temidden van een onrein volk zijn we met gans de wereld taedeplichtig, en daarom verdoemelijk voor God. We staan schuldig aan wat zeker dichter noemde „der wereld zondeschuld". Daarom kunnen we met geen mindere verzoening toe. Het zijn maar niet onze zonden alleen, maar het is de erfzonde, die ons zo diep schuldig stelt.

„Jezus de Nazarener, de Koning der Joden". Zulk een opschrift stelde Pilatus boven het kruis. Uiteindelijk was het door en door waar. Want de Koning met de doornenkroon is de Vorst. Wat een onuitsprekelijk voorrecht, wanneer we deze Vorst Slons mogen erkennen als onze Heere. Hoe dwaas, hoe onzinnig dwaas dat we niet wllen, dat Hij Konig over ons is. Deze Koning heerst temidden van al Zijn vijanden. Hy zet ze tot een voetbank Zijner voeten. Ook de dood. Wat willen we nu? Voetbank wezen, of aan de voetbank smeken om genade van de V^fedevonst? Als we onze tekst lezen, dan is de eniggeboren Zoon, Die gegeven en gezonden werd, taalkundig lijdend voorwerp. Inderdaad zouden we de indruk kunnen opdoen, dat Hij Zich liet geven en zenden. Daar schuilt zeer zeker een heel juiste gedachte in. Hij was gewillig, gelijk een schaap en gelijk een lam ter slachting. Hij kwam immers om de wil Gods te doen en Diens wet te dragen in het binnenst ingewand. Hij bad in de hof: „Niet Mijn wil, Uw wil geschiede".

Maar we mogen nimmer uit het oog verliezen, dat Hij anderzijds geheel werkzaam was in nauwe samenwerking met de Vader. Ik werk ook, zo zeide Hij Zelf. Hij werkte de werken Gods, die bij God te doen waren. Zijn leven werd Hem niet gewelddadig ontnomen, maar in volle heerschappij over de situatie legde Hij als de goede Herder Zijn kostbaar leven af. Hij nam de leiding, toen de soldaten machteloos en verbaasd ter aarde vielen. Wie zoekt gij ? Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan. Hoe klaar springt naar > oren in die episode in de hof, dat Hij n^et tegen wil en dank met ge- '!"eld werd overmocht, maar dat Hij vrijwillig Zich ter beschiKking stelt. Hij was zonde gemaakt en als zonde liet Hij Zich arresteren om zondaren vrij geleide te verschaffen. Mochten we toch die gehemelte zoete vruchten plukken van de Levensboom, geplant beurtelings in de hof van Gethsemané en op de heuvel Golgotha en in de hof van Jozef.

In onze tekst wordt zonneklaar getoond de genade van onze Heere Jezus ChTistus, Die Zich vernederde. Die een dienistknechtsgestalte Zich liet welgevallen, Die Zich bukte tot het slavenwerk van de voetwassing, Die in de dood ging als het Gode welbehagelijke Of f erlam. De apostel zegt zo terecht: „Hij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om u- wentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden". Wat een verbazingwekkende en zaligmakende kersttekst. Weet ge daarvan?

Na onze eerste overdenking begonnen we de engelenzang aan te heffen. We gaan nu voort. Vrede op aarde. Hij is onze Vrede, en Hij is op aarde met ons, midden onder ons. Aanschouw Zijn lieflijkheid, en bidt om de komst van Zijn rijk.

Putten Ds. H. G. Abma

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1961

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1961

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken