Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

5 minuten leestijd

Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee 'gedachten? Zo < ie Heere God is, volgt Hem na; en zo het Baal is, volgt hem na. Maar het volk antwoordde ihem niet één woord. 1. Kon. 18 : 21

Een van de vreselijkste middelen, waarmede het pausdom de volkeren der aarde beheerste, was het interdict. Dat betekende, dat geen klok mocht geluid en geen kerkdeur voor de dienst des Woords mocht igeopend worden. Geen avondmaal werd gevierd, geen kind gedoopt, geen huwelijk bevestigd. De zieken stierven, zonder dat een priester hen met de zegen des Evangelies mocht vertroosten. Zonder enige plechtigheid, zonder dat er een woord des vredes werd vernomen, bracht men de doden ten grave. Dat was ontzettend. Het is zo, in de tegenwoordige tijd zijn er honderden, ja duizenden, die dat volstrekt niet erg vinden, en die zich werkelijk om al deze dingen niet bekreunen; die zich niets bekreunen om alle godsdienst en alle kerkelijke handelingen, maar zichzelf van de godsdienst beroven. Maar wanneer het eens werkelijk gebeurde, dat alle kerkgebouwen gesloopt werden en geen torens meer naar de hemel wezen, zoals velen dat gaarne zouden zien; als er geen klokketoon meer over de huizenmassa der steden en over de stille velden van het land klonk, als zich geen orgel meer deed horen bij de lofzangen der feestvierende gemeente, als er geen saikrament meer bediend, geen Evangelie meer verkondigd weM; als er bij de graven geen woord meer gesproken werd van de hoop op een andere wereld, dan, dan zou het weldra blijken, dat licht en troost en vreugde uit de wereld verdwenen waren; dat de mensheid in weerwil van alle ontwikkeling en beschaving in een nieuwe barbaarsheid verzonk, en dat een koude, dierlijke ongevoeligheid de - mensen beheerste. De mensheid zou het niet lang uithouden, zoals ons het voorbeeld der Franse revolutie heeft getoond, toen men, in woedende haat tegen Christus, kerk, zondag en priesters afschafte, maar weldra weder in hun rechten herstellen moest. We moeten nu op een volk letten, dat ook onder het interdict lag. Het oordeel Gods rustte zwaar op Israël. Het land was met graven bedekt, met graven van mensen, die door honger, kommer en pestilentie weggeraapt waren. Hard als een rots, woest en verstorven lag daar het anders zo paradijsachtige land, en de schitterende zon, die anders een moeder der vreugde is, vertoonde zich thans aan de versmachtende mensheid als het vlammende oog van de vertoornde God. Ja, het volk lag onder het Goddelijk interdict. Dit interdict wordt echter door de Heere opgeheven. En dit geschiedt in de weg van het gericht. Vooraf ontmoeten Elia en Aohab elkander.

Wij moeten ons derhalve begeven naar de stormachtige wereld, vol van bewogenheid, naar de strijd met goddeloosheid en diepe bedorvenheid. Jaren en dagen zijn voorbij gegaan, en zij zijn Elia lang genoeg gevallen, want het was verschrikkelijk gesteld in het land, dat Jehova verkoren had. Van boetvaardigheid, van bekering, van terugkeer tot Hem was niets te bespeuren. En men achtte het niet genoeg, dat men God en Zijn Woord verachtte, neen, met een bloedige vervolging roeide men de profeten des Heeren uit, terwijl anderen heimelijk door geheime dienaren van God in holen onderhouden werden. Zo was het gesteld in Israël. Voor Elia echter was deze lange tijd van wachten te Zarfatih een rechte smeltoven. Hoe dikwijls zal hij het oog overdag en des nachts op de hemel gevestigd hebben, en de vraag ten hemel opgezonden heb-ben: „Wachter, Is de nacht haast voorbij? " Da/t Elia echter niet vergeefs in deze smeltoven is geweest, dat hij naar zijn inwendige mens daarin krachtig gesterkt, inniger met God verenigd, boven alle schepselen meer verheven is geworden, dit doet ons de geschiedenis zien. Na 21/2 jaar kwam het woord, dat verlossing aankondigde: „Ga heen, vertoon u aan Achab, want ik zal regen geven op de aardbodem". Toen heeft het in de ziel van de profeet gejuicht. Elia kende door genade liefde tot God, en daarom ook liefde tot de naaste. Hoe beminde hij zijn volk. Wat zal hij dikwijls voor dat volk op de knieën geworsteld hebben. Een kind des Heeren leeft niet meer voor zich alleen, maar krijgt weer iets te ma­ ken met de organische eenheid, waarin God de mens geschapen heeft. Dit betreft niet maar sommige mensen, maar alle mensen, met wie hij in aanraking komt, zelfs zijn vijanden. De Heere gebiedt immers Zijn kinderen; „Höbt uw vijanden lief. ..." De begenadigde gunt de naaste het leven, natuurlijk en geestelijk. En als het in Elia's ziel gaat juichen, dan ziet hij in gedachten bergen en dalen weer met groen bekleed; in de geest ziet hij, hoe het thans zo uitgehongerde volk met dankbare vreugde zijn voedsel weer gebruikt. Ja, zal dat zo zijn? Dankbaar gebruiken? Daar is God Zelf voor nodig om werkelijk met de weldaden in de Weldoener te eindigen. Laat ons nu goed opmerken, dat God niet zegt: Ik wU thans regen geven op de aarde, maar: „Ga heen en vertoon u aan Aohab, want Ik zal regen geven op aarde". Wat heeft dan Achab daarmede te doen? Nu, we zullen het aanstonds zien. Aan Aohab was verkondigd, dat het strafgericht beginnen zou; Achab moet ook horen, dat God wil helpen. Achab is de koning van het volk, en zonder zijn medewerking kan er geen hervorming tot stand komen. Daarom moest Elia in tegenwoordigheid van Achab de hemel sluiten, en wederom in tegenwoordigheid van de koning de hemel openen. Het moet duidelijk voor hem zijn, dat de regen zowel als het gebrek aan regen niet natuurlijk, maar een werking 'is van Gods hand.

Ds. J. C. V. Ravenswaay

's-Gravenhage

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1962

De Banier | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1962

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken