Bekijk het origineel

Antwoord op vragen inzake B.B.-oefeningen op zondag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Antwoord op vragen inzake B.B.-oefeningen op zondag

4 minuten leestijd

Op de vragen door Ir. van Dis gesteld in zake de op zondag te houden B.B.-oefeningen Is door de Minister van Binnenlandse Zaken geantwoord. Om de antwoorden met de vragen te komnen vergelijken laten wij hier eerst de vragen volgen en daaronder de antwoorden.

VRAGEN

1. Is het waar, dat er In het verleden In het kader van de bescherming bevolking oefeningen zijn gehouden, waarmede een zondag of een gedeelte van die dag was gemoeid en dat er in internationaal verband een z.g. fall out-oefenlng gehouden zal worden van zaterdag 2 juni 1962 te 14 uur tot zondag 3 juni 1962 te 14 uur?

2. Wil de minister bij bevestigende beantwoording van vraag 1 mededelen wat de redenen zijn en eventueel zijn geweest om bij dergelijke oefeningen de zondag in te schakelen?

3. Wil de minister, indien inderdaad het voornemen bestaat de in vraag 1 bedoelde oefening op 2 en 3 juni 1962 te doen houden, stap-, pen ondernemen, waardoor deze oefening op zondag niet doorgaat, met kenbaarmaking, dat, indien de oefening toch op zondag voortgang zal hebben, de Nederlandse regering daaraan voor die dag geen medewerking zal verlenen?

4. Wil de minister overigens bevorderen, dat voortaan geen oefeningen als vorenbedoeld meer zul­ len worden gehouden op de dag des Heeren?

ANTWOORDEN

1. Onder aantekening dat ook in het verleden gehouden fall-outoefeningen, welke ten dele op zondag vielen, oefeningen waren in internationaal verband, worden de onder dit punt gestelde vragen bevestigend beantwoord,

2. Bij oefeningen als de hlerbe-. doelde worden in verschillende der deelnemende landen belangrijke taken verricht door Trijwilligers, die niet aan dergelijke oefeningen zouden kunnen deelnemen op de dagen waarop zij hun beroep moeten uitoefenen.

3. Aangezien de ondergetekende in een eerder stadium reeds stappen heeft laten ondernemen om te bereiken, dat de oefendata zodanig zouden worden gekozen, dat niet op een zondag zou belioeven te worden geoefend en deze stappen geen resultaat hadden om redenen, bij de beantwoording van vraag 2 bereids uiteengezet, ziet hij thans geen aanleiding ter zake nadere stappen te ondernemen. Gezien het grote gewicht van een goede geoefendheid van het personeel van de Nederlandse A.B.C.dienst, dat mede een taak vervult in het internationale fall-outwaarschuwingsstelsel, waarvan de goede functionering in een kemwapenoorlog een levensbelang kan zijn, acht de ondergetekende het, zowel uit een oogpunt van natio­ naal belang als met het oog op de verplichtingen in internationaal verband, niet verantwoord Nederlandse medewerking op zondag te weigeren.

4. Deze vraag is in vorenstaande reeds grotendeels beantwoord. De ondergetekende wU hieraan toevoegen, dat steeds aan de Nederlandse leiders van bedoelde oefeningen is en wordt medegedeeld, dat zoveel mogelijk rekening dient te worden gehouden met de belangen van diegenen onder de deelnemers, die principiële bezwaren hebben tegen het verrichten van arbeid op zondag — door indeling van het desbetreffend personeel in de zaterdagploeg — en dat de deelnemers overigens steeds in de gelegenheid dienen te worden gesteld hun godsdienstplichten op zondag na te komen.

Zoals men uit 'het bovenstaande ziet, is de vrees, die wij reeds vóór de beantwoording der vragen tot uiting brachten, gegrond gebleken, wat zeer te betreuren is. Het ware toch zeer wel mogelijk te bevorderen, dat bedoelde vrijwilligers de gelegenheid wordt gegeven om op werkdagen aan deze oefeningen te kunnen deelnemen. In 'ander opzicht deinzen de regeringen niet terug voor het nemen van dwangmaatregelen, doch zodra het de . dag des Heeren geldt, dan maakt men allerlei bezwaren. Naar aanleiding van het antwoord van de minister van binnenlandse zaken ontvingen wij van de heer F. Th. Roeters van Lennep het navolgende schrijven in de vorm van een „Open brief aan de Staatkundig Gereformeerde Partij": Het luidt als volgt:

Uit het antwoord op de schriftelijke vragen van het Tweede Kamerlid de heer Ir. C. N. van Dis over 'het houden van z.g. Fall outoefeningen van de B3. op zondag, zien wij duidelijk, dat , J> e minister van binnenlandse zaken. Mr. E. H. Toxopeüs, het zowel uit het oogpunt van nationaal belang als met het oog op de verplichtingen in internationaal verband, niet verantwoord aöht Nederlandse medewerking op zondag te weigeren". Schreef ik op 12 mei U. in de „Nieuwe Haagse Courant" over de zondagsrust en het Europees Manifest van A.R.P., CJI.U. en K.V.P., welk artikel in „De Banier" dd 24 mei 1962 werd overgenomen, zo moeten wij thans reeds constateren, dat in Europees verband er geen waarborg blijkt te bestaan, de dag des Heeren te respekteren. „Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is; en wat eist de Heere van u, dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben en ootmoediglijk te wandelen met uw God? " (Micha 6:8). F. Th. Roeters van Lennep Wassenaar, „Duinrell"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1962

De Banier | 8 Pagina's

Antwoord op vragen inzake B.B.-oefeningen op zondag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1962

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken