Bekijk het origineel

Begroting van Landbouw

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Begroting van Landbouw

5 minuten leestijd

TWEEDE KAMER

Repliekrede van de heer Kodde

In de Tepliefcrede, welke door de heer Kodde werd gehouden, nadat de minister van landbouw de onderscheidene sprekers had bean'twoord, kwam de heer Kodde nog eens terug op 'de kwestie van het lian'd'bouwschap en op het ontbreken van vertrouwen in toepaaJ'de kringen van lanidbouwers ten aanzien van de bestaande landbouworganisaties.

Daarbij werd door de heer Kodde opnieuw voor grotere vrijheid het pleit gevoerd, zoals dit in voorgaande jaren reeds zo herhaaldelijk door de Kamerleden der S.G.P. werd gedaan. Voorts bestreed de heer Kodde het beleid van 'de minister Inzake drachtige .diieren, die gewoonweg worden afgemaakt, wanneer zich slechts één geval van 'besmetting met abortus Bang voordoet. Ten-slotte ging spreker nog eens in op J het geval-Goemans.

De heer Kodde sprak als volgt:

Mijnheer de voorzitter.

De minister heeft uitvoerig geantwoord en daarvoor breng ik hem J gaarne dani: . Dit wil echter niet '' zeggen, dat ik het met aUe ant­ • woorden van de minister ook eens ' ben. Er blijven nog een paar vraagpunten over. Wat de publiekrechtelijke organen \ betreft, heeft de minister slechts ' gezegd, dat hij een andere mening » heeft dan ik. Ik streef inderdaad I naar meer vrijheid. Daarin verschil } ik met de minister van mening. Ik ' heb echter de minister gevraagd, l of hij bereid zou zijn om meer ' voorlichting over het

Landbouwschap

te geven, omdat er een groep per•sonen is, die geen vertrouwen heeft i in de bestaande landbouworganisaties en die de voorlichting van ' die organisaties niet kan aanvaar­ • den. Ik meen, dat het mogelijk is 5 door een goede voorlichting tail van ' bezwaren weg te nemen, hoewel l wij het op prijs zouden steUen, als 3 die voorlichting inderdaad niet no­ • dig was en dat de minister meer • volkomen vrijheid zou geven. In de tweede plaats wil ik iets over de bestrijding van dierziekten zeggen. De minisiter acht het nodig, dat maatregelen worden genomen. Hij meent het met mij ook op dit ^ punt niet eens te zullen worden. Ik • vrees er ook voor. Ik wil er toch wel 1 op wijzen, dat ik de minister heb > voorgehouden hetgeen er ten opzichte van de behandeling van het ' dier de Israëliet in Gods Woord l was voorgeschreven. Ik heb niet ' vernomen, dajt de minister dit be­ • strijdt. Wanneer de minister mij i kan aantonen, dat ik daarin mis i ben, dan moet ik hem gelijk geven, , maar wanneer Gods Woord spreekt, , zal het tooh wel moeilijk zijn, aan t te tonen, dat dit onjuist is. De Is­ • raëliet mocht op één dag een dier • met zijn jong niet slachten. De mi­ • nister geeft echter zijn goedkeuring aan een bepaling waardoor • ook •

drachtige dieren i

kunnen worden afgemaakt, wan­ • neer er in een veestapel maar één i geval van besmetting met abortus ! Bang voorkomt. Hierin kan ik de '• minister niet volgen. Ik meen hem i er nog eens met nadruk op te moe­ • ten wyzen, dat Gods Woord stand l houdt en dat wij daarmee rekening ; hebben te houden.

In de derde plaats — ik wil zeer kort zijn in mijn repliek — wil ik iets zeggen over het geval van

schadevergoeding

voor de heer Goemans. De minister zegt, dat de kommissie voor de verzoekschriften uitvoerig is ingelicht. Ik neem dit gaarne aan. Mogelijk is er enig misverstand omtrent de oppervlakte, waarover de heer Goemans beschikte. Hij beschikte over een veel grotere oppervlakte dan hij aanvankelijk huurde. Al was het dan ook, dat hij misschien maar tien hektaren had gehuxird, hij beschikte over ongeveer 100 hektaren, waarvan hij deze zandaardappelen kon verlirijgen door koop of op een andere wijze. Zodoende is toch eigenlijk een kompensatie van zes hektaren tegenover deze oppervlakte wei zeer gering.

Nu heeft de minisiter ook gezegd, dat op grond van de planitenziektenwet in het algemeen geen vergoedmg zal worden toegekend. Maar, mijnheer de voorzitter, ik heb niet meer kunnen nagaan, omdat er blijkbaar zoveel wijzigingen in de plantenziektenwet zijn aangebracht en omdat het voor een groot deel besluiten of beschikkinzijn, of hierin eventueel een wijziging is aangebracht, maar ik meen, dat artikel 4 van de plantenziektenwet nog luidt:

„Onze minister is bevoegd in gevallen, waarin de schade welke het gevolg is van het toepassen krachtens artikel 3 gegeven voorschriften, onevenredig zwaar op een of meer personen zou drukken, uit 's rijks schatkist een tegemoetkoming te verlenen in de geleden schade".

Ik weet niet of ik het onjuist lees.' maar ik denk, dat het niet zo is, dat de wet de mogelijkheid niet opent, maar dat het alleen maar over de vraag gaat of het een onevenredige schade is. Ik meen, dat ik tooh wel heb aangetoond, dat de heer Goemans doordat hij belet wordt om dit produkt of zelf te verbouwen of in dat gebied aardappelen te kopen, waarin hij speciaal handelde, toch zeer zeker onevenredig zwaar is getroffen. Daarom wM ik de ministeo: vragen, in overweging te nemen, deze zaak nogmaals te bezien. Het gaat er heus niet om te zeggen: Aan iedereen moet een schadevergoeding worden betaald, maar ik meen, dat wij hier toch wel een geval hebben, waarin onevenredige schade wordt geleden door maatregelen, die ten bate van een ander, van het algemeen, zijn genomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1962

De Banier | 8 Pagina's

Begroting van Landbouw

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1962

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken