Bekijk het origineel

De eerste vrije vergadering van de Staten van Holland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De eerste vrije vergadering van de Staten van Holland

4 minuten leestijd

II.

In het vorige artikel vestigden wij er de aandaOht op, dat in de eerste vrije vergadering van de Staten van Holland, welke op 19 juli 1572 te Dordrecht werd gehouden, de Prins van Oranje vertegenwoordigd was door Philips van Mamlx, heer van St. Aldegonde.

Deze hield bij die gelegenheid een lange toespraak, waarin hij allereerst de Staten prees om de genegenheid, die zij de Prins toedroegen, van wie hij in herinnering tw-aoht het vurig streven deze gewesten en zijn bewoners ter hulp te komen om ze van de gruwelijke tyrannie van Alva en de door deze gezonden Spaanse soldaten te verlossen. Hij wees er daarbij op hoe het land was uitgemoord, de bevolking beroofd en de welvaart onder de voet der Spaanse beulen verbreden was.

Vervolgens herinnerde hij aan de opofferingen, die de Prins zich had getroost, aan de pogingen, die hij had gedaan om deze gewesten te verlossen van de dwinglandij van Alva. Hij vestigde daarbij hun aandacht op de noodlottige veldtocht van 1568, toen de Prins vol hoge verwachting aan het hoofd van een wakker leger was opgedaagd, maar ziöh na een kort tijdsverloop genoodzaakt had gezien om op te breken, daar geen stad hem de poorten geopend, geen Nederlander voor de goede zaak een vinger verroerd had.

In dit verband herinnerde Marnix er ook aan hoe de Prins tevergeefs had gewacht op het antwoord, dat het volk zou geven, waart> ij Marnix kennelijk het oog had op de geringe financiële steun, welke hem voorheen geboden was niettegenstaande de grootse beloften, waarmede men hem, zoals de historieschrijver Fruin opmerkt, aanvankelijk had gevleid, wat oorzaak was, dat de Prins niet in staat was de hulp te verlenen, die men van hem verwachtte. De stad Delft bijvoorbeeld had hem 4000 gulden toegezegd, maar niet dan op gedu­ rig aanhouden, had hij er slechts 200 gulden van ontvangen. De rijke Dordtenaars, aldus Fruin, 'hadden hem afgesdheept met een bedrag van hoogstens 40 gulden, wat de Prins tot zijn sekretaris had doen zeggen: „Dat is waarlijk met mij spotten".

Thans echter, in 1572, kon Marnix er namens de Prins diens verheuging over uitspreken, dat nu vele steden zich vóór de Prins hadden verklaard om „de tyran vijand" te wezen. En nu, aldus Marnix, had de Prins zich andermaal opgemaakt tot verlossing des lands. Hierna deed hij een beroep op het eergevoel der aanwezigen om de Prins in zijn pogingen niet teleur te stellen, maar mede te zorgen, dat deze aan zijn verplichtingen tegenover de soldaten kon voldoen. Openhartig wees hij er op, dat de Prins moest kunnen rekenen op hun geld om een leger te kunnen aanmonsteren, waarvan de datum reeds was bepaald. De Staten, zo vervolgde Marnix, moesten aioh drie maanden garant stellen, opdat het vertrouwen van het leger in de Prins niet zal worden geschokt.

Vervolgens toonde hij aan, dat de Prins zich niet om financiële 'hulp tot het buitenland ikon wenden teneinde daar leningen aan te gaan, omdat dan het grote gevaar dreigde, dat het land onder vreemde heren zou komen, daar men niet bereid ziou zijn geld te lenen of mien zou daarvoor enige steden als borg voor moeten stellen, opdat men er niet aan zou verliezen.

Marnix eindigde met de woorden: „Welaan dan, maakt uw eigen ijver en die der andere steden wakker. Grijpt de gelegenheid bij de haarlok; nooit heeft zij aioh gunstiger vertoond dan thans".

Deze met geestdrift uitgesproken rede miste zijn uitwerking niet. Had men bij Alva's foedreigingen de beurs gesloten gehouden, thans werd 'besloten goed en bloed in te zetten op de roepstem van Oranje. Besloten werd de benodigde sommen te vinden uit de imposten (verbruiksbelasting) en lopende beden, verder uit een gedwongen lening bij de rijke burgerij, uit het gerede geld in kerken en kloosters en uit de verkoop van het goud en zilver dier instellingen. Voorts werd de Prins plechtig erkend als de generale gouverneur en luitenant van de koning over Holland, Zeeland, West-Friesland en het Sticht van Utrecht. De koning van Spanje bleef men derhalve als de wettige vorst erkennen, het verzet was geriolit tegen Alva en Bossu, die door Alva als stadhouder was aangesteld.

Onderscheidene historieschrijvers hebben het bijeenroepen van deze eerste vrije Statenvergadering een revolutionaire daad genoemd, evenals dit van roomse zijde werd gedaan o.m. in De Volkskrant van 14 juli, waarover echter meer in een volgend artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1962

De Banier | 8 Pagina's

De eerste vrije vergadering van de Staten van Holland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1962

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken