Bekijk het origineel

Dramatische ontknoping

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Dramatische ontknoping

8 minuten leestijd

De Tweede Kamer 'gunt het Nederlandse onderwijs dan toch de mammoetwet. Op donderdag 12 juli 1962 werd het wetsontwerp op het voortgeizet onderwijs dn deze Kamer aangenomen met 100 tegen 44 stemmen. Er waren dus maar zes Kamerleden absent: vier leden van de P.v.d.A., één lid van de K.V.P., benevens de heer Paul de Groot van de C.P.N. Het grote aantal aanwezigen bewijst, dat de onderscheiden politieke groeperingen de betekenis van de stemming naar waarde wisten 'te schatten. En zo geschiedde het 'dat de belangstelling uiteindelij'k groter was dan de geinteresseerde toeschouwer tijdens de openbare behandeling van het wetsvoorstel, met name tijdens de algemene beschouwingen, had dïirven hopen. Men kan zich overigens afvragen of 'de 'daadwerkelijke belangstelling voor het onderwijs of andere motieven 'doorslaggevend waren. Hierover 'kunnen wij misschien beter maar niet aan het mij - meren slaan. Te konstateren valt, dat 'de mededeling van voorzitter Kortenhorst over het ontbreken van berichten van verhindering van de leden door de Kamer met spontane hilariteit werd begroet.

Bij helt begin van de zitting was de uitslag van 'de stemming kennelijk nog een grote vraag. Er heerste in de Kaïmer een gespannen a; tmosfeer, die bleef bestaan totdat de heer Kleijwegt — de laatste die namens zijn fraktie een verklaring over voor of tegen stemmen afstak — de laatste zin van idle verklaring had voorgelezen. Toen werd het duidelijk, dat de wet het wel zou halen. Immers, ondanks vele en velerlei bezwaren zou de fraktie van de P.v.d.A. en bloc voor stemmen. Het miezerige stemgeluid, waarmede vele leden van deze fraktie hun „voor" tot uitdrukking brachten, bewees ten overvloede met hoeveel overtuiging zij hiertoe overgingen. Zo zegevierde de politiek over het onderwijs: het wetsontwerp werd aangenomen met de stemmen-voor van rooms-rood en.... met die van vijf antirevolutionairen. De heren Aantjes, Biesheuvel, Van Eijbergen, Veerman en Versteeg waren klaarbUJkelljk tot de laaotklusle gekomen, dat zy het Nederlandse onderwijs het beste kionden dienen door tegen de meerderheid van hun fraktie In te gaan. Wellidht heeft dit 'laatste verschijnsel 'nog het meest van alles de aanüaóht 'getrokken. Het sloot ook hel^naai lüet logisch aan bij de 'veirklartoig die 'de heer Roosjen namens zijn fraktie aflegde. Die verklaring immers ging er van ulit, dat het wetsontwerp, van antirevolutionair standpunt gezien, principieel onaanvaardbaar was. Wat dit betreft zal zij ide voorstanders ivan het protestants-öhristelljik onderwijs bijzonder uit het hart •gegrepen zijn. Hoe konden dan vijf leden van de fraktie voor minder dan een schotel linzenmoes hun eerstgeboorterecht verkopen? Moet een weldenkend mens hiier niet voor een raadsel staan?

Dit raadsel wordt te groter wanneer men nader op de gang van zaken ingaat. Bij de algemene beschouwingen 'gaf de 'heer Bruins Slot, n.b. namens zijn fraktie, een thetische uiteenzetting van haar standpunt ten aanzien van de posiitie der •overheid tegenover het bljzonider en het openbaar onderwijs, zoals die sedert het paoiflcatiebestand van 1917 algemeen werd verstaan. Het antwoord van miinister Oals, wiens wetsantwerp een principieel gewijzigde toepasisin'g van idit paclficatdebestand met zdch bracht, 'ging zowel in tweede als in eerste instantie aan de uiteenzettingen van Dr. Bruins Slot wezenlijk voorbij. Men kreeg de indruk dat de minister aan de pointe van de betogen van zijn opponent trachtte te ontkomen.

Bij de artikelsgewijze behandeling van het wetsontwerp kwamen vervolgens ook de amendementen van de A.R.-fraktie aan de orde, waaronder een drietal belangrijke de bedoeling hadden de zaak weer wat recht te trekken. Het amendement over de maatschappelijke organen ex artikel 3 had succes en werd aangenomen. Maar de amendementen, waarin een poging werd ondernomen de vrlj'heid van inrichting van het bijzonder onderwijs principieel veilig te stellen, die vanuit de thesen van de heer Bruins Slot door Prof. Versteeg tmeit 'grote bekwaamheid werden verdedigd, werden verworpen, nadat zij ook 'door de minister waren bestreden. Het systeem van het wetsontwerp lag de bewindsman klaarblijkelijk nader aan het hart dan een duidelijke plaatsbepaling van de positie van het bijzonder tegenover 'het openbaar onderwijs. En de meerderheid der Kamer, zijn eigen fraktie voorop, voorzag hem van 'de nodige steun. Op geiyke wijze verging het de amendementen 'die de planprocedure trachtten te wijzigen ten ein'de het automatisme bij het stichten van scholen voor U.I.O. en v.g.l.o. te handhaven, opdat de verkregen rechten niet nodeloos zouden worden prijs gegeven.

Niettegenstaande echter de vrijheid van onderwijs werd opgeofferd aan het systeem van 'de wet en de betogen van de heer Bruins Slot, namens de fraktie gehouden, door minister en Kamermeerderheid werden terzijde geschoven, traden vijf leden van de A.R.-fraktie uit de 'gelederen en stemden voor het weteontwerp. Van de heer Versteeg is dit volslagen onbegrijpelijk, gezien de 'knappe en doorwrochte door hem geh'ouden redevoeringen. Zag 'hij niet in, dat hij de roede kuste waarmee hij geslagen was? Men heeft op het kritieke moment de voorzitter van zijn fraktie volledig in de kou laten staan. En bovendien het christelijk onderwijs, waarvan men kon weten, dat in zijn kringen het mammoetontwerp onaanvaardbaar werd geacht vanwege 'de nieuwe uitleg van het paoifikatiebestand. Het is nauweiyiks denklbaar 'dat deze gang van zaken geen ingrypende en ernstige gevolgen zal hebben. In ieder geval te de heer Bruins Slot er door in een ellendige positie kiomen te verkeren. Hy moge onze dank aan'vaarden voor het feit dat hy — ofschoon uiibgerangeerd vanwege een lichte graad van overspanning — exporesseiyk naar de Kamer •gekomen Is om zy n tegenstem uit te brengen.

Intussen ikan wel worden vastgesteld dat in feite niemand gelukkig is met wat miisschien in de toekomst als mammoetwet zal gaan fungeren, de tegenstemmers uiteraard niet, maar de voorstemmers evenmin. En ten slotte kan de minister 'Zich ook al niet in de handen wrijven.

Op 'de verklaring van de heer Kleyweigt zullen wy maar niet al te diep ingaan. De P.v.id.A. zal het wel moeuyk krygen tegenover de V.V.D., welifce laatste partij zioh zal apweipen ais de kampioen van Ihieit apenbaar oanderwJjs. Kleljiwegt fean nu - wel voor de radio verMaren daA zij aicti dajn aan demagogie te touiten zal gaan, maar de liaüfslaohitdigie verkliaring van zijn partij op dit punt zal vele voorstanders van diet openbaar onderwijs sbeUig ntet bevreidl'gen. Moeten wij er uit opmaken dat de P.v.d.A. nog eens op de wet zai teruig ikomen 'als stnalis de wet op (het overgangsrecdit in de Kamer to 'befhandelJïig (komt? En wat te zegigen van de K.V.P., dilie met veel optoef bij de algemene beschou'wiin'gen heeft laten verklairen dat zij de aanvaarding van artiikea 3 als ooaiddtio sine qua non bescihouTvde voor de aanvaarding van het geliele wetsonitwerp, en per süot van rekening idie verM'airing niet heeft waar igemaakt! De heer Alberimg fcan toch 'bwaiyk volihouden dat toet amendement-Van Dennekom een begin van reaMsering inhield van de maatscana^ypelijke orgjanen zoals (hij aioh die had igedadht. Men ifcan op die wijze weSi. spoedig van de nood een demgid maken.

Ten slotte de mtoisber, diie zegt dat hij tevreden dis. Nlemajid kon toim«rs voor 100% zijn zin krljigen. Zou echter Zijne Excellenibie Jhet nllet 'diep betreuren dat hij over het wetsontwerp igeen overleg heeft gepaeegd voordat (hy aan hot sclhrlj - ven er van beigon? HIJ heeft het wetsvoorstel aan de Kamer gepreeenteerd als nationale aangeleigenhleftd. De uitslag van 'de stemming iheeft hem niet to het gelijk gesteld. De lager-onderwyswet-De Visser van 1920 was wel van een nationaal faairaikter. Zij werd to de Tweede Kamer aangenomen met één stem tiegen. Maar 'daarvóór was men dan ook igeflcomen tot een algemeen aanvaard paeififcatlebestand. De (heex Roosjen (heeft dan ook terecht namens zijn fraifctie to de Kamer verklaard, dat er ooik ditmaal voorbereidend wenk had moeten worden veiTichit door een nlemwe paciflsatiBfeomm'lssie. Veel onheil had daardoor 'kunnen warden voorkomen en de mtoister had niet behoeven te 'betreuren, dat het 'bij de behandeling van „enkele onderdelen van het wetsontwerp" met de sfeer lis misgelopen. Alleen al deze nare zaak moet bij de bewindsman een igevoel van onibehagen achterlaten. Wat (hebben 'wij 'aan de wrange bljsmaiken die de 'behandeltog en aanvaardtog van de m'ammootwet heeft gegeven? Van een natdonale wet igesproteen!

Bij (het overwegen van al deze idtogen 'kan bezwaarlijk Iemand zeggen, dat 'Ottis onderwijs met de mammoetwet ban worden gélTik gewenst. Het is weer eens ten overvloede 'gebleken, dat onderwljsaangelegeniheden to ons goede land zeer gevoelig liggen. De mtoister heeft deze gevoedigheden helaas onderschat. Zo hebben wij met elkaar een gevoelige les igehad. En het vaut niet mee die les te leren. Want 'ged'ane zaken nemen geen keer. Of zou er toöh nog Iemand zijn, die ons uit een dreigende impasse kan redden? Als dat mogelijk zou blijken zou aan ons onderwijs en aan de politiek bedde een onschatbare dienst bewezen kimnen warden. De dramatisdhe ontknoptog van de 12e juli mag ons allen 'na de vaikanMe wel diep aan het nadenken zetten. Op de schouders van 'de leden van de Eerste Kamer rust nu zeer zeiker een bijzonder verantwoordelijke taaik.

A. la. Fleur

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1962

De Banier | 8 Pagina's

Dramatische ontknoping

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1962

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken