Bekijk het origineel

De martelaren van de Bartholomeüsnacht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De martelaren van de Bartholomeüsnacht

7 minuten leestijd

II.

In CShiaÊillion's bouwval rust het üjkgebeente van OdMigny!, aldus het ©lob van het eerste gedeelte van Dr. Kuyper's giesohrifit over de martelaren van de Bartholiatnieusnacht, waarvan het vervolg aldus luidit:

In 'alle dapper korij'gsheer pleegt te zijn een held der helden. En ook: Onder alle legerschaar van 's Heeren bloedgetuigen' is 'een koninflslijke 'm'artelaar. De vorstelijlsie gestalte op 'de Bartelsdag is 'die adm'iraal en veldheer, heer van Ohatillon, ide 'beste uit Prankrijk's goede zonen, de dapperste dier dapperen, vroom onder 'alle kn'eohten Gods: Gaspard de Coligny,

Hem had men reeds 'vroeger ten dode gewijd. Was MaiMvel's sluipmoord 'gelukt, de koninklijke martela'ar zou aan de Moedbruiloft ontbroken hebben. Twee dagen te voren vliel uit «de 'traliën van kanumnik Viilleraur's vensters het verraderlijke sch'ot.

Men droeg de 'gewamde naar zijn legerstee, die hij eerst bij het) binnenstuiven van de moordenaar verliet . . . Toen igeen schot uit het vuurroer, 'maar een vinnige doüksöeek Wij beschrijven da; t afschuwelijk toneel van de Rue de Béthfey aiiet. Elke hervormde kent dit. Het 'bloed der vaderen zou vreemd moeten zijn aan uw harteklop, zo ge u nog nooit aan de heldenmoed van iddie stervende 'had verkwikt.

Op 's Konings aanliitsen toeval OolMigny, als aan hoogverraad sohuldi'g, met het uiterste der schande 'te overladen. Zijn goederen veoMaarde men verbeurd, zijn nagedachtenis eerloos, de naam van Ooligny moest voor alstdjd uitgewist. Meer nog! Zijn lijk zou door 'het slijk gesl'eurd en op de Place de Grève worden tentoongeistield, zijn wapenen zouden aam de staarten der paarden 'worden gesleept, zijn busten en conterfeitsels verbrijzeld, zijn kasteel van Ohatillon gesloopt en de bomen van zijn lusthof ter heifte worden afgekapt. Ja ais teken der vervloeking, moest zout op zijn landgoed worden gesprengd en een zuil opgetrokken, die met igraveersel in koper zijn sdiandivonniis zou vereeuwigen. Zelfö tegen zijn kinderen woedde men. Ook Louise de Ooligny werd eerl'Oos!

Eliendigie ibeulen! voor u staat de zuil met vlammend schandsohrLft! Konüet ge uw eigen naam maar uitwissen! De Heer© is een Wreker. Heel Euroop' eertt Ooliigny!

Louise de OoUiigny eerloos! De 'vrome 'dochter brachit 't lijk van haar beste vader naar Holland's vrije erve over. Baar heeft het gemist onder de schaduw der Oranje's, tot Frankrijk In 1608 boete dieed, en als 'gunst de 'terugzending vroeg van het Sn haar hofstad zo 'Vuig geschonden Ujk.

Sinds hebben beurtelings Mlaupertuis, Parijs en OhatMl'on elkander die ©er betwist om dit overschiot te dragen. Thans rust "het in loden kist op ide erve •van zijn landgoed. In 1851 'werd het daar bijgezet. Men 'Opende de kist en vond nog in het sohouderbeen die doorboring •van Maurivel's 'kogel. De hand der liefde had 'Op de üjikkist dit hedMg woord doen schrijven:

„Zijn ziel voer op tot Hem, voor Wien hij met eer en trouw streed en stierf. Zijn lijkgebeente rust hier > in de hope der opstanding. Christus is de Alfa en Omega!

Waar toet monster schuilt, op he'tweilk de schuld 'Van zo onmenselijke 'gruwel neerkomt? Was het Kathiarina, 'was het Guise, was het Karel, was het Rome?

IJdele •vraag! 'dan 'eerst wichtig; , zo een 'dier zich vrijpleit. Rome deed dit. Maar lop de dag der rouwe igeen bitter woord. Met haar spreken •wij straks.

Zij diit 'haar slechts uit de voUiead onzer smarten gezegd: „Toen ge het dezer dagen drukken 'Met, dat onze Geuzen "Voor de Bartelsdag ajansprakelijk stonden, en 'dat mee door uw 'GÖrcimise miartelaren het bloedbad te Parijs verwekt ; is, — toen hebt ge ons HoUands hart op het 'bdittierst gekwest en ons te midden •onaer smarten gegriefd zonder oorzaak.

Maaj: ttoans daarover niet. Het is ons een heilige dag, een da^ van rouwe!

Zelfs een Katharina de Medicds was slechts werkituig. Die helse vlam borst op uit dieper afgrond dan In een mensenhart zich opent. Er woedde een geest als in Demonen. Satanisch... neen het is voor de bloedbruiloft een niet te sterk woord!

De sage heeft ook de Bartelsnacht zo men zegt, geteleurd. Wat men bazelde van sitil gerijpte plannen, vaai lang ges.meed verraad, van gruwzaam helse toeleg, — wat is het, zo niet lasiterlijk spel en boos gerucht! Men bewijst het u historisch?

Wat wil hier de historie? Hoe ver reikt haar blik? Hoe diep peilt haar oog? Weet men dan nog niet, dat bij afgrijselij khedien als van zulk een moord, zich achter het geziene een ongeziene macht verbergt, en 's mensen wü en zin en lusit verstramit; dat een verbongen, onheilspeillende maoht uit 'de diepte zich op de mens werpt en haar wiltoos inschroeft in het raderwerk van haar gedroohtelijke toeleg? Wat wil een historie dan, die aileen de raderen van het weirktuiig kent?

Heeft men te sterk gekleurd? Heeft men verzonnen? En weet men dan niet, dat to zulk een vuurgloed der hel het oog anideirs ziet en de kleuren anders wOTdien en de maoht uit de diepte tekenen uit zijn rijik 'doet zien, die, buiten zulk een gruwel, nooi* bespiedfoaax zijn voor ons oog?

Er 'is to zulk een slachttog dier mysiterle der boosheid, to zulk een bloedbad een verbongenhieid der hel, die het denifcen nooit peEt, maar de geest soms vooruit gevoelt.

Men wist dat het komen zou, toen het kwam

Met Job kon de kerke Gods na 'de Bartelsnacht klagen:

„Ik vreesdie de vreze en zij is mij aajngekoanen".

„Ik was niet gerust en nl'et stal en rustte niet en de beroering is gefcomen".

Diit wetend, kunnen we op deze 'dag van rouwe doen, wat Ooligny, na Maurivel's sluipmoord, op zijn krankbed 'deed: 'de beulen onzfer mantelairen vengeven.

Aldius sporak de mond der vrome: „Dlijmoedl'g en van heler harte vergieef ik mijne vijanden, hem zowel daie het schot loste, als hen die hem huurden. Want ik ben zeker, dat het bulten Gods wü niet m hun macht staat mij enig kwaad te dioen, ook al was het, dat ze mij doodden".

Naar 'den Hoge zi'en ook wij op. Toen de gemene Zwi'tser met de dolk opgeheven voor zijn sl'achtoffer stond, had de Ooligny nog kraclht des 'geloofs om te zeggen: „Jonge man, gij kunt mijn leven niet verkorten".

Bij 'de 'graven onzer martelaren spreken wij de konlnfclijike strijder dat vorstelijke woord na: Lere Rome weer de vrucht des vredes, een calvtoisme kennen, door haar zo bitter gevloekt!

Waarom dan God Almachtig en zeer hoog, die gruwel geworden het? Hij antwoordt niet van Zijne daden.

Wel moet het fcosüeUj'k goud geweest zijn, 'dat aan zulk een vuurproef werd 'gewaagd!

Wel moet het Zijn raad zijn geweest, dat de klove nooit g'edem.pt zou worden, die 'de kerk der Hervormden van Rome scheidt. Over een stroom van zo kostelijk en zo 'dierbaar bloed, slaat zelfs 'de heugenis van een drietal eeuwen geen brug der gemeenschap!

Wel moet de strij'd van het mensenhart tegen de door God gereformeerde waarheid fel en hefitig zijin, dat Hij door zulk een afgrljzelijk bl'oe'dbad de zonen der hervormmg aan 'die waarheid heeft verbonden!

En 'dasirom aan de vloek voor zulk een gruwel, aan de rouw over onze doden, aan de vergiffenis onzer 'beulen, paren wij ook het 'dankgebed, dat een belij'danis, In zulk martelaarsbloed gedoopt, ons door de Koning der Kerk is toebetrouwd.

Wij doen meer nog.

Bij het staren op een heldenmoed als in de Bartelsniaoht iilöblonk. Is ons het aangezicht to sohaamte weggedoken over eigen lauwheid en gebrek aan geloof. Laat de schim van OoM'gny to het nachtelijk uur 'dieez' dag voor onze geest verschijnen en de bede om vergiffenis vloeit ons van zelf uit het hart.

Op uw graven, martelaren van Parijs! martelaren van heel Frankrij'k! geslachten ook om onzentwil! onze broederen! zij daarom onze eed van trouw hernieuwd aan het geloof waarvoor 'gij stierft.

Het zij u bezwaren 'op uwe graven, dat de zonen der Hervormtog, uw doodsangst to gedachtenis hiouiden en het oor nooit weeklijk zullen stoppen voor de stem des bloeds, die uit de diepten der wateren en uit de kuilen der aarde voor uwe lieven en uwe kindekens blijft roepen tot de Heer'.

Maar ook, het u bezworen bij de heilige bodem, die ge met uw kostelijk bloed doorweekt hebt, dat nooit m de kerk der Hervormden, uw Kerk, de geest zal binn'ensluipen, die u zo gruwzaam ter slachtbank voerde en die het waagt to Gods heerlijke schepptog 'de kreet der bloeddorst te slaken:

„De ketter niet slechts ter kerke uit, maar ook aangetast in zijn bloed!"

Zo sprak Aqutoas. Aquto^as van Rome.

Niet alzo, mai'telaren van de Bartelsnacht to de Kerk, die 'gij door uw bloed hebt gewij'd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1962

De Banier | 8 Pagina's

De martelaren van de Bartholomeüsnacht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1962

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken