Bekijk het origineel

Openbare vergadering der Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Openbare vergadering der Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken

16 minuten leestijd

Zoals onlangs werd vermeld, heeft de Tweede Kamer besloten een proef te nemen met een andere werkwijze voor de behandeling der begrotki'gshoofdstukken. Ben drietal 'begrotingen werd daartoe uitgekozen, ni. Idie van binnenlandse zaken; van onderwijs, kunsten en wefcenschai> pen; en van maatschappelijk werlk.

Die nieuwe werkwijze komt 'hierop nieer, dat er geen voorlopig versliag komt, waarin aHerlei opmerkingen voorkomen zonder dat daarbij de namen worden genoemd van hen, die 'de opmerkingen nam'ens him frakties hebben gemaakt, maar diait de opmerkingen in het openbaar •worden gem.aakt en derhalve in de handelingen der Kamer worden opgenomen.

Nu 'die liandelingen over de behanideling der 'begroting van binnenlandse zaiken lin de openbare vergadering der vaste 'kommissie voor dit hoofdstuk zijn verschenen, kunnen wij vermelden wat in deze vergadering door de heer Kodde naar voren werd gebracht. Wij zullen de door hC'm gem'oakte opmerkingen indelen naar de ter sprake gebrachte onderwerpen. La^ ter komt 'dan zijn rede te houden bij de behandeling dezer begroting in de plenaare vergadering. Atodan krijigen de dlvertse fralkties veel msin'der spreektijd dan 'bij de oude werk-wijze het geval was. Voor de S.GP. 'is dan saediits 10 minuten beschütobaar.

Hier voJgen dan nu de door de heer Kodde in de vaste 'kommissievergadering gemaaifete opmertoinigen.

Decentralisatie

Mij'nh'eer de voorzitter. Ik zou willen 'beginnen met een enkel woord te zeggen over de decenltralllsiatDe'. VerschiUenJde leden hebben er reeds over gesproken, en de nadmilk is wel 'gevallen op de financiële mogelijikhleden. Ik wil niet ontkennen, 'dat dit een gewichtige zaak is, want wanneer men iets wil dioen, heeft men lm het ai'gemeen inderdaad geM nodig. Maar toch vraag ik me, wat de decentralisatie betreft, wel eens of of dit ook niet op een anider vlaJk ligt en of wij het eigenlijk niet meer hierin m'Oeten zoeken, dat de branoeltogen wat miimder 'van bovenaf. Wat minder zijn en dat men meer vrijheid geeft aan ide 'lagere besturen in de beleidssfeer, •waardoor 'het wellicht ook niet zoveel geld zal kosten. Maar tegenwoordig ttcan de igemeentebestuurder zijn hand haast nleit mjeer om'draalen of 'hij moet een vergunning vragen. Ik zou igraag zien, diat wat meer vrijheid wordt 'gegeven. Nu 'kunnen "wij wel wachten op rapporten en afwachten wat kommissies weer naar voren zullen brengen, maar men moet wat doen; ik zou 'willen vraigen aan de regering: doe wat en geef 'de mogelijkheid de lagere besturen zichzelf 'te ontplooien. Dan izulilen wij mieer opscihleten dan wann'eer wij wachten op hetgeen 'aülerlei 'kommissies naar "voren brengen. Ik heb al eens meer gezegd, 'dat het steeds zjoeiken en speuren naar toet beste weleens de vijand van het goedie kan zijn, en daarom zeg ik tot de regering' maak haast, zorg dait de lagere be^ sturen meer armslag 'krijgen, \reer mogelijkheid hebben, en dat men zich ontplooien kan.

Grenswijzigingen

Mijiüneer de voorzitter. Het tweede punt, dat ik zou willen bespreken betreft de grenswijziging, zoals het is aangeiduld. Ik zou dat liever wffllen aanduiden als samenvoegingen. Het 'kan bekend zijn, dat wij ten opzichte van beperikte grenswija. gingen zeker geen bezwaren mateen. Ik meen, idat dit de laatse tijd wel 'gebleken is bij ki'elne grensiwij. zigingen. Er was dan een blanco- •verslag en er werd in de Kamer niet over gesproken. Ten aanzien van de samenvoegingen Is, meen Ik, ons standpunt wel bekend, en nu 'kunnen we wel over de vraag gaan spreken, maar, mijnheer de voorzitter, ik meen toch, dat het ook de bedweOing is, idat "wij in deze kommissievergadering 'het beleid bespreken. Ik meen, dat de bfihandeling van een 'begroting andets niet tot 'haar redht 'komt.

Daarom zou ik, mijnheer de voorzitter, wanneer u het mij vergunt, er toch op willen wijzen, dat a toch werkelijk bezwaren zijn, en die 'bezwaren •wil Ik nu naar voren brengen. Wanneer een samenvwiging van twee gemeenten aam de 'orde is, krijgt men m, enigmaal de indruk, dat er een zekere voorliefde bestaat voor de een of voor de andere gemeente. Ik meen ech'ter, dot vnj de zaak ihier meer in het algemeen mogen nemen, en dan Is mijn ervaring, wanneer ik zo eens 'rond zie, dat die dorpskernen, die büjven, en waar geen bestuur is gevestigd, dffie dus eiigenlij'k hai^-a het centrale ibestuur, buiten het (Mntrum sitaan, in vele gevallen in verval 'komen, en dat het zeker niet ten voordele van deze dorpskernen is, wann'eer er een samenvoeging plaats vindt: dat die 'dorpskernen in het algemeen genomen veel beter fl'oreren, wanneer idiaar een eigen bestuur gevestigd 'blijft. Hoever moet men gaan met samenvoegingen? Ik hoor wel eens: Men kan 'in dit niet vooralen en men kan 'in dat niet voorzien, maai wanneer ilk 'dan denk aan e'le'ktilciteit, aan gas, aan waterleiding, soms ook aan afvoer van afvalwar ter, mogelijkheid van rekreatie; wanneer 'ik denk 'aan gezlnsvei^rgto'g, aan zieikenlhiüsverpleging, enz., zullen wij toch altijd aange> wezen zijn lop een zekere samenwerOflinig of wel 'op de verBorging, dlie er reeds in een ondiere gemeente 'bestaat.

Daarom meen ik, dat wij toch wel zeer voorziohtig moeten zijn niiet te zeggen: zo^'n kleine kern kan dit niet verzorgen, en daarom moet er maar samenvoeging komen, waardoor een grotere gemeenschap wordt bereikt. Nu praat men zo Igraag over 'bestuurskracht, mijnheer de voorzitter. Ik zou graag eens een uiteenzetting horen owi de vraag, waar 'die bestuurskractó zit en wat men daaronder verstaat. Ik ben er persoonlijk nooit uitgekomen; ik weet niet of dit wel 1» amsdhrijven lis, maar ik weet tocli wel, 'dat deze denkbeelden menigmaal naar voren 'gebracht worden. Mijnheer de voorziitter. Ten aanzien van verschillende vraagpun' ten zou ik bij de minister op af- 'handeillng willen 'aandringen, en nu treft het, dat lïk deze Tootsen in een andere kwaliiteit dan als U^ van die vaste kommiissaie voor btonenlaindse zalken een schrijven van de niinasljer van landibouw en visgeirij kireeg, 'dat gang ^oveir een 'bespoecMigiing van de zaai- en pLantgoedwet, en diaarin sohreef de minister: „Ben 2» iteunge diuver van die totstamdikioimJing van niieuwe weibtelijKe ireigetliing'en 'is reedis op zictizelf al 'Oïigteiwenst, «ndier raeer omdajt zij die justitiabelen te latcig lin onzefcerhieiid laat".

0ie onzekerbeid is ler naar mijn Biento'S nog veel meer bij samen- Tfoegin'gen, vooral aJs dietse 00 laaaig gaan duren en daarom, mljnihieier de vooiRaitter, ziou ik sajne exoellentte liaast wiU'en verzoeteen, raad te gaan vragen bij zijn mede-bewindsman, 'ten einde hier bespoediging te verfcrJj'gen.

De heer Smallenbroek (A.R.P.): Bent u voor grenswij'aiiglngen met spoed?

De heer Kodde (S.G.P.): Mijnlheer de voorziititer. U weet, dat ons standpimit, wa* dlit betneft, is, , dat wij zeker lüet verlangen idat de minister maar bijeen igaat voegen; diat heb ik reeds gezegd, maar men kam heit niet steeds m'aar laiben lopen; er moet een besüisisinig vallen, doen of nliet doen; van tweeën één. Nu kan men zeggen: De minister diriingt aan op spoed; hjj 'wil spoedig tot samenvoeging overgaan. Ik My veel meer feehoe'ftie Meraan, dait de mlnistier de miogelijKheden aamgrijpt, due 'hij, meen ils, verleden jaar naar voren lieeft gebracht, nl. ihiet streven naar gemeenschappelijke regelingen, waardioor er missclhien 'geen samenvoegingen Eöuiden belïoeven plaats te vinden. Dat standpunt 'loon ik verleden jaar wel waarderen en diaarvan toeb üfe mieer verwachttog. 'Dan Jammen de dorpstoemen Jirni eigen bestuur behauden en kimnen er gemeensohappeaijke aafcen gezamenlijk worden geregeld. Ik aal daarom over punt 5 oolet verder spreken. Dit zai 'op de duur wel aan 'de onde komen. Ik iheb al betoogd, dat ik het op prijs zal stellen, wanneer door gem.eensc(hiappelijke regelingen voorkomen kan werden, dat samenvoegingen tot istend mioeten komen. Ik sta op het standpunt, doit door de tegenwoordiige ontwikke'lLng in bepaalde getóeden samenwerking geboden lis. Blijkt die samenwerking nliet mogelijk te zijn volgens de wet ©emeensohappeilijike regelingen, dian hoop ik, dat er van regeringswege een wettelijfce regeling komt, die lüertn voorziet. Mijnheer de 'voorzitter. Ik heb igeen beihoefte over de anidere punten nog veel te zeggen.

Over de tauxigem.eestesnsbenoemin- 'gen zou ük nog wel dit wülen opmerken. Hr wordt gezegd: befcwaamhieid en gesöhiktheiid. Maar 4k vraag mij wel eens af weillke maatstaven men daarbij aaaiiegt. Zal men ten sliobfce, politiek ingeleid als men is, ook geen politieke maatstaven aanleggen? Nu kan ik wel aan de minister vragen grote lijnen te geven, maar ik vermoed toch, dat men dan telkens daarvaia zal moeten afwijken. Evenals de geachte afgevaardigde 'de heer Smallenbroek ben Ik ook wei enlgs- Efas verwonderd geweest over de benoeming in de Noordoostpoldier, gezien het feit, dat men daar van mening was, dat zeker 'wel een geseliikte persoon zou kunnen worden gevonden iaa probestanits-ohriste- ÜJ'ke kriingen.

Wijzig; ing van de kiesdeler Verbinding van lijsten

Mijnh'eer 'de voorzitter. Ik zou willen ibeginnen met het 'bespreken van de kiiesdeOier. Ik ben er over verheugd, dat de miinister niet tot een wü'ziiging wM komen. Ik 'vraag me wel af, hoe de partijen, die daar steeds op aanidringen, staan tegenover 'de 'gedadhte, dat we todh iin de wet te miaJken hebben met evénre- 'diiige vepbegeniwoordiging, en hoe dit tot uitdrukking m'oet komen, wanneer men ten slotte een wadere norm dan de kiesdeler aanlegt. Ik toen zelf niiet dósrekt alitijd een voorstander van de evenredige vertegenwoordiging. Er zijn liinderdaad bezwaren aan verbonden, maar wann'eer men eenmaal de evenredige vertegenwioordigiaig heeft inigevoerd, vümid iik, dat men deze niet weer mioet gaan aanwenden als een m, iddel om. kleinere partijen, idie men misschien minder welgevallig acflat, te weren. Men ban wel zeggen, dat dit op het ogenblik niet gebeinit, maar dat kan 'gebeuren. Ik vind, dat ons volk recht heeft op evenredige vertegenwoordiging, als 'het zo in de wet is neergelegd. Wat het verbinden van lijsten bebreift, heeft de miinistar ; er zich op 'beroepen, zoaLs de miinister-president al heeft gezegd, dat het te ingewikkeld zou worden en dat de kiezer dan niet zou weten op wie hij zai stemmen. Ik kan dat niet 'inizien. Ik 'heb zoeven al gezegd, dat naar mijn mening de po- Mtieke partijen de taak hebben om voorüctoting te geven. Wann'eer ik nu naar de praiktijk kijk, voomameiUjk bij gameenteiraadsveirfeiiezÈngen, waar soms verschillende groeperingen op één lijst uitkomen, waar 'de kiiesvereniigimigen onder- Msnge afspraifcen maken, in die zin, dat ieder zijn eigen propaganda miaakt en eUgen kandidaten stelt en in geval van vakatures zorgt voor een opvolger in die partij, dan gieiloof 'lik, dat de zaak nog veel Smgewikkelder is dan het gievail is bij het verblinden van lijsten. Ik meen, dat de verantwoordelijikheid hiervoor niet ligt bij de wetgever, m'aar bij ide kie0er zelf en bij zijn organisatie. Ik kan daarom niet Inzien, dat hiet argument van Jmgewikkeldtaeid een reden zou fcunnen zijn om niet toe te staan dat de lijsten In één fcieslkring warden verbonden. Nu kan de minister wel zeggen, dat men op vertoonden lijsten niet zal willen kiezen....

De heer Toxopeus, minister van bSoaineiüandse zaken: Dat zeg ik niet; dat Is wel gezegd. De heer Kodde (S.G.P.): Mijnhieer de voorzittjer. Dat kasn inderdaad gezegd zijn. Ik meen, dat •wij ons daarin als wetgever niiet moeten begeven, omdat 'öilt ook een taak is van deigene, die deze zaak organiseert. Men zal wel degelijk moeten afwegen in welke ildhtiing men kan of moet 'gaan. Ik meen dus, dat de wetgever hlier geen taak heeft, maar ésnt men gerust kan overgaan tot het openen van de mogelijkheid tot verbinding van lijsten. Men kan zich nu wel afvragen: Komen die stemmen nu op lijst A, B of C, maar kan toch niet ontkennen, dat een bepaalde politieke partij wel dichter staat bij de ene dan bij de andere pofMtieke partij. Ik meen, dat we dit in de Kamer ook wel eens m.eem!aken. In een gemeenteraad zal idlt nog stertoer toet g'eval zijn dan in het parlement. In kleine plattelandsgemeenten zijn de politieke verschillen in de gemeenteraden tussen de recht-protestantse partijen niiet zo spektalkulair als hoer. Men ziet dan b.v. 'liever, dat een protestants-ohristeljjk lid wordt gelfcoizen dan ieman'd van de P.v.d.A.

Leeftijd kiezers Datum wethoudersverkiezing

Wat de leeftijd betreft, ga ik volkomen akkoord met hetgeen de minister 'heeft voorgesteld. Ik meen, dat het wenselijk is, dat we de leeftijidsgrens niet te laag stellen. Men zegt wel, dat de jongeren tegenwoordig vroeger rijp zijn, maar Ik weet niet of die rijpheid wel altijd op een igoed terrein ligt. Ik weet niet of toet in an'dere plaatsen anidiers is, miaar laat ieder in dit opzicht de hand 'in eigen boezem sibeken.

Ik zou, mijnhieer de voorzitter, nog met een enkel woord willen terug komen op de ikwestie van de f eiteüjifce 'onmogelijkhieid om op de wettelijk bepaalde dag voor de eerste maai bijeen te komen. Volgens mij 'is hetgeen in dit opzicht is voorgevallen, 'waar de miiniater meende, dat ik op doelde, door de wet gedekt.

Artikel O 8 van de ifcieswet opent immens de mogelijikheid om op een latere 'dag samen te komen, wanneer het quorum niet aanwezig is. Een fcommentator van de gemeentewet, 'de heer Van Loenen, zegt uitdrukkelijk, dat, 'wannieer men op een latere datum 'dan de bepaalde datum de wethouders kiest, dit in sbrij'd is met de wet. Ik ben blij, dat door een gezaghebbend persoon is gezegd, idat het toch mogelijk is. Ik stel er geen prijs op dit te 'gaan veranderen, maar ik wil aüle onzekeriiieid wegnemen. Wanneer men mij zegt, dat toet mogelijk is, iben ik tevreden. In noodgevailen kan ler uiteraard veel. Men zegt niet voor niets: nood breekt wet. Ik begrijp ook, dat elke omsöhrijving moeilijkheden veroorzaakt, want 'die zal weer met vele waarborgen moeten worden lomrlngd. Men kan niet ales in de wet regelen. Dat is mijn bedoeling ook niet, m'aar ik zou toch graag in het openbaar weggenomen willen hebben de 'gedachte, dat iets derigehjiks in strijd zou zijn m, et 'de wet, omdat ik mij kan indenken, dat ©r zich gevallen kunnen voordoen, dat men inderdaad in de anmogelijkheid komt om op een bepaalde datum bijeen te komen. Ik heb er wel bezwaar tegen, 'dat deze datum slechts uit de 'wet kam worden afgeleid en dat men deze niet rechtstreeks heeft vermeld, want men vindt zowel in de gemeentewet als in de provinciewet een datum, doch in de 'gemeentewet vindt men deze voor het veiteiezen van de wethouders en in de provinciewet voor de verkiezing van gedeputeerde staten. En het gaat toch eigenlijk over de samenkomst van 'de staten en van de gemeenteraden.

Gemeentelijk belastinggebied Uitkering voor wegen

Mijnheer 'de voorzitter. Mij is gebleken, 'dat de minister toch wel graag meningen weet, al was het dan misschien over een ander punt. Ik zou nog enige vragen willen stellen. In ide eerste plaats wil ik een vraag stellen over het gemeentelijke 'belastinggebied. Warniieer wij werfeelijk enige voorsteiïïen kunnen verwach'ten, dan is het naar mijn mening nooraaikelijk. wanneer er werkelijk van enige verruiming van het gemeentelijke belastinggebied sprake moet zijn, dat het rijk ook igenegen zal moeten zijn om iets te laten vallen. De heer Toxopeus, minister 'van Binnenlandse Zaken: Dit is be­

De heer Kodde (S.G.P.): Belofte maakt schuld. In de tweede plaats, mijnheer de voorzitter, wU ik. iets zeggen betreffende de uitkering voor < dte weigen. Wij weten uiteraard dat er wel iets reedis aan de gang is, m'aar ok m; oet toch ook hier als mijn mening geven, dat hetgeen •boegedacht is voor de niet-planwegen eigenlijk te gering is. Ik zou het dan wel zeer op prijs ste'llen, wanneer van de zijde van birmenlandse zaken werd aangedrongen op een verhoging van de uitkering voor de niet-planwegen.

Politie

Mijnhieer de voorzitter. Het heeft bij ons enige verontrusting gewekt, dat het aantal overtredingen en strafbare feiten over het aüigemeen nog toeneemt en dat menigmaal moet warden igekonstateerd, Idalt geen vervolging plaats heeft om de eenvoudige reden, dat er onvoldoende poflitiepersoneel is. Wij stellen het zeer op prijs, dat de minister er maar streeft door een gunstiger salarisregeling de warviingBkractat te vergroten. Wij zien daarin wel enig perspektief en 'wij toopen, dat idit inderdaad er toe zal leiden, dat meer personen bereid zullen zijn bij de poiitie te dienen. Gaarne zou ik, gelet op het gesteldie in de mem'orle van toelichting, vernemen of nu reeds merkbaar is, dat de aantriekkingsfcracht groter wordt. Ik wH echter nog wel opmerken, dat de mioeJUjkh'eid niet alleen hfiierin ligt. Het ligt ook niiet alleen aan de uniform, die gedragen zal 'worden. Ik meen, dat wij er naar zullen moeten streven, dat er mieer waardering voor die politie ontstaat en dat er wat minder krit(ie(k 'komt op het optreden van de politie, 'wanneer moge'lijk wat hardhandig wordt opgetreden. Die kritiek gaat in sommige gevallen wel wat ver. Daarom is toet niet aanllokkeüjk voor een politieman om idienst te doen. Hij wordt geroepen 'Voor de toandhaving van de orde en hem ontbreken wel eens de middelen daartoe.

Gemeenteklassifikatie

Mijnheer die voooraltteir. Ik. kan slechts met een enkele opmerking volstaan, 'want ik wil een enkel punt bespreken. Wat betreft de gemeentekliassifikatie, kan ik mij aansluiten bij de gedachte, die door de 'geachte afgevaardigde de heer Weij'ters is ontwlkteld, n.l. dat wij er naar zullen idienen te streven, 'daarvan af te komen.

Bij mij is 'de vraag gerezen, of het werkelijk nog aantoonbaar is, dat de kosten van b.v. het levensonderhoud in 'de plaatsen, die lager zijn geklasseerd, lager zijn dan elders. In bepaalde plaatsen zullen inderdaad wel 'artikelen goedkoper verkrijgbEiar zijn, maar andere zaken zullen 'dan duurder zijn. Ik denk hier b.v. aan het ziekenhuisbeaoek. Meesital moet men 'dan van een busverbindónig igebruik maken en dit kost 'geld. Voorts 'denk ik in dezen aan het schoolbezoek •van kinderen. Zij moeten dan m'eestal naar een andere plaats reten, toet- geen ook weefr Icostjen met aich bcrengt. Ik meen dian ook, dat er geen aanleidSing meer is deae küassMütoatlife 't© iiandihaven.

Bezoldiging gemeentesekretaris

Mijn tweede opmerikiing betoeft de beaoidJiginig vaaa 'die gemieentesefcretaffisssen. Mij 'is gebleken, diat sinds 1948 m die veirtoauidiing 'tussen die salardssen van 'de 'gameentesefcretariissen en diife van die biirgem'eieisbeir een voor de gemeenbesekreteriissen omgumstiige wijziging is gekomen. Algemteen zijn idie gemeeniteseJcreitarissen lager beaoldiiigd. 'dan ^ burgemeesiters, 'liietgeen In 1948 't geval was, maar wanmeer iik die sailarissen neem, die in de gemeenten met 1000 tot 5000 inwoners aan de betrokkenen woonden uitgekeerd, 'fconstabeer ik, diat er sinds 1948 VCKX de 'gemeenteseikretarissen een nadeiMg verscMil is vam 15 tot 10 pot. Neem ik als voorbeeld de gemeenten met een aanltal inworaesrs van 6000 tot 18.000, 'dan konstateeir ik een verscihll van 7 tot 2 pot. Hoe groter de gemeente 'is, dies te kleiner word* het. Bij de gemeenten diaartooven lis hiet verschSi onigeveer 2 pet.

Nu meen ik tooh, diat er aanileddilng is werkeayk eens te gaan denken aan de bezoilidlginig van de gemeentesekretarissen. Misscihien is ihiet onderscihieiid in de grote geimeenten mindier, maar jutet in die kl'eine gemeente aal de 'gemeentesekreitiaris algemeen genomen ©en volle dagtaak hebben, teirwij'l diit, wat de burgemeesitea: betreft, nog de vraag kan zijn. Tocih wordt de bungemeester büjkbaar nog 'beter bezoildiigd dan de gem; eentesiefcretardB.

Er wondt 'hier naast mij gezegd, mljmheer de voorzitter, dat de burgemeester een status heefit op te houden, maar 'ik meen, diat 'ddt ook geldt voor ide gemeenteseifcrtetajras, vooral wanneer 'hij personeel onder zich heeft. Daarom. Is er mijns inziens wel aanleiding om óÈt punt niog eens onder 'de ogen te zien. Ik zou 'de miinasiter graag wUllen vragen 'hieraan aandacht te schenken. Ik Wil u verder vragen, mijnheer die voorzitter, of het mogelijk is 'het staatje, dat ik niet geheel heb voorgelezen, als noot in die handelingen te doen opnemen. C

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1962

De Banier | 8 Pagina's

Openbare vergadering der Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1962

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken