Bekijk het origineel

De kabinetsformatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De kabinetsformatie

8 minuten leestijd

Prof. Beel geslaagd - Nieuw Kabinet: K.V.P., V.V.D., A.R., C.H.

Prof. de Quay formateur

De eerste persoon, met wie de nieuwe informateur. Prof. Beel, na het bestuderen van de stapels dossiers van Prof. Romme en Dr. de Kort, een bespreking had, was Prof. De Wolf, directeur van het Centraal Planbureau. Hij achtte dit nodig om goed te zijn ingelicht omtrent de financiële mogelijkheden voor

de komende vierjarige periode. Door het Centraal Planbureau was namelijk met het oog hierop een nota samengesteld, waarin werd aangegeven dat indien zich geen onvoorziene omstandigheden zullen voordoen, te verwachten is dat de inkomsten van het Rijk in de komende vier jaren met ruim drie miljard zullen sty gen. Hiervan wil men dan 1, 6 miljard bestemmen voor loonsverhogingen ten behoeve van het overheidspersoneel en het op peil houden van alle bestaande arbeidsvoorzieningen. Van wat overblijft, moet circa 800 miljoen gereserveerd worden voor automatisch optredende verplichtingen en de noodzakelijke modernisering, bijvoorbeeld van de Rijkspolitie, zodat er circa 600 miljoen overblijft, dus 150 miljoen per jaar. Het laat zich indenken, dat met dit bedrag van 600 miljoen onmogelijk aan alle wensen, die bij de onderscheidene partijen bestaan, kan worden voldaan. Het is zelfs zeer te bezien of er van verlaging der zwaar drukkende belastingen iets van betekenis zal komen. Afgaande op de nota van het Centrale Planbureau, kan de verwachting hieromtrent allerminst hoog gespannen zijn. Volgens deze nota toch zou voor een belastingverlaging van enig effect alleen reeds een bedrag van 150 miljoen per jaar nodig zijn. Van de P.v.d.A. en van de K.V.P., om van de andere partijen maar niet te spreken, is zeker niet te verwachten dat zij, gezien de bij hen levende wensen en zelfs naar voren gebrachte eisen, er hun medewerking aan zouden verlenen om de 150 miljoen, die er volgens vorengenoemde nota beschikbaar zullen zijn, voor belastingverlaging te bestemmen. Veeleer zouden ze die willen aanwenden voor een verdere herverdeling van het nationale inkomen. Prof. Beel moet als informateur met al deze wensen en met de mogelijkheden ter verwezenlijking hiervan rekening houden, zodat het voor de hand ligt dat hij zich eerst nog eens uitvoerig door Prof. De Wolf heeft laten voorlichten.

Na dit onderhoud werden diezelfde dag nog de fractievoorzitters van de K.V.P., de A.R. en de C.H. gehoord. Een dag later werd eerst Prof. Vondeling van de P.v.d.A. door de informateur ontvangen, welk onderhoud circa anderhalf uur duurde, en 's middags was de beurt aan de fractievoorzitter van de V.V.D., Mr. Toxopeüs.

Het onderhoud, dat Prof. Beel met de beide laatstgenoemden heeft gehad, is blijkbaar van die aard geweest, dat dit hem deed besluiten zijn keuze te laten vallen op de V.V.D. Dit wilde echter nog niet zeggen dat daarmede de P.v.d.A. voorgoed door hem op een zijspoor werd gezet. Dit hing geheel af van de houding der liberalen. Indien dezen bij hun eisen zouden blijven van geen vaste afspraken over de tijdelijke bezetting van het tweede televisienet, geen vaste afspraken over de verbetering van de kinderbijslag en ook op een paar andere punten onhandelbaar zouden zijn, dan zou met hen het tafellaken worden doorgesneden en zou de P.v.d.A. aan de beurt komen.

De V.V.D. werd zodoende dus onder een zekere druk gezet. Zij kon er op rekenen te zullen worden uitgeschakeld, indien de vier partijen (K.V.P., V.V.D., A.R. en (C.H.) niet tot overeenstemming zouden kunnen komen.

Opmerkelijk was wel, dat er na de keuze van Prof. Beel helemaal geen reacties van ontevredenheid werden vernomen, zoals dit zich bij Dr. de Kort had voorgedaan, hoewel Prof. Beel toch ook niet de redenen opgaf, waarom hij voor de V.V.D. in plaats van voor de P.v.d.A. gekozen had. Dit zal echter wel hieraan liggen, dat er bij de formatiepogingen van Dr. De Kort veel meer in de openbaarheid werd gebracht dan bij Prof. Beel, alsmede aan het feit dat Dr. De Kort eerst een basisprogram opstelde, om daarna een keuze te maken tussen P.v.d.A. en V.V.D.

Prof. Beel heeft deze lange weg niet bewandeld. Volgens sommige dagbladen zou hij zich uitsluitend gebaseerd hebben op de verkiezingsuitslag, die volgens hem een voortzetting van het beleid van het kabinet De Quay aangaf. Hoewel dit zeker meegewogen zal hebben, is het toch ook denkbaar, dat de door de ex-formateur Dr. De Kort opgedane ervaringen Prof. Beel zijn besluit hebben vergemakkelijkt. Prof. Beel heeft hieromtrent zelf echter niets uitgelaten, zodat alles wat dienaangaande over deze aangelegenheid in de pers werd vermeld, meningen en beweringen zijn van dusgenaamde „goed ingelichte politieke kringen" of „ingewijde Haagse kringen", doch wie hiermede worden bedoeld, verneemt men nimmer.

Nadat Prof. Beel zijn keuze had gemaakt, deed hij de fractievoorzitters van de K.V.P., de V.V.D., de A.R. en de C.H. een memorandum toekomen, dat dezen met hun fracties hebben kunnen bespreken, om daarna gezamenlijk met Prof. Beel over de inhoud te beraadslagen. Volgens de woordvoerder van de informateur had dit memorandum betrekking op de geschilpunten, die nog moesten worden overbrugd voordat er een regeringsprogram zou kunnen worden samengesteld.

Bijna ach uur hebben Prof. Beel en de vier fractievoorzitters, Dr. De Kort (K.V.P.), Mr. Toxopeüs (V.V.D.), Van Eysden (A.R.P.) en Mr. Beernink (C.H.U.) de vorige week donderdag met elkaar ten huize van Prof. Beel in Wassenaar vergaderd. Aan het einde der besprekingen bleek echter dat er overeenstemming was bereikt tussen de Kamerfracties en de informateur, zowel over de aard en omvang van de afspraken, als over de zogenaamde controversiële punten uit het memorandum. Het nieuwe kabinet zal derhalve wat de partijen betreft, dezelfde samenstelling krijgen als het kabinet De Quay.. Over de personen der ministers is vanzelfsprekend nog niets bekend, daar dezen door de formateur moeten worden aangezocht. Wel echter is men overeengekomen dat het kabinet zal bestaan uit zes K.V.P.-, drie V.V.D.-, 2 A.R.- en 2 C.H.-ministers.

Dezelfde avond heeft Prof. Beel H.M. de Koningin nog telefonisch op de hoogte gesteld van de uitslag, terwijl door hem de volgende dag rapport aan Hare Majesteit werd uitgebracht. Kort daarna gaf de Koningin aan Prof. Dr. De Quay de opdracht een kabinet te vormen, dat zich verzekerd kan achten van een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging. Prof. De Quay verzocht, zoals dit gebruikelijk is, de opdracht in beraad te mogen houden. Hij kan dan personen polsen voor het ministerambt, waarbij het niet zou behoeven te verwonderen als door hem verscheidene thans demissionaire ministers zouden worden aangezocht.

De ministers Cals en Klompé hebben zichzelf echter reeds uitgeschakeld. Dezen keren dus zeker niet terug. Vrij algemeen is men voorts van oordeel, dat de ministers Ir. Visser (Defensie), Mr. Beerman (Justitie) en Mr. van Aartsen (Volkshuisvesting en Bouwnijverheid) ook niet meer achter de ministerstaf el zullen gezien worden. Het zal voor de formateur geen gemakkelijke taak zijn om de geschikte personen te vinden. In 1959 had hij hiermede ook al veel moeite waarbij het aan „schuiven" niet ontbrak.

Dan is er nog de kwestie van het regeringsprogram. Prof. Beel heeft als informateur wel een memorandum aan de vier fractievoorzitters doen toekomen, maar dit was geen regeringsprogram. Het opstellen van zulk een program behoort tot de taak van de formateur, die daarbij uiteraard gebruik zal maken van het accoord, dat Prof. Beel in het overleg met de vier fractievoorzitters heeft bereikt. Prof. De Quay heeft dus wel een grondslag voor het door hem te vormen kabinet. Dit wil echter nog niet zeggen dat alle kwesties definitief zijn geregeld. Over wat in het overleg bereikt werd, en welke der partijen het meest concessies heeft moeten doen, tasten buitenstaanders in het duister. Prof. Beel heeft namelijk de fractievoorzitters weer strikte geheimhouding opgelegd. Mr. Toxopeüs heeft van het beraad slechts verklaard, dat hij tevreden was en dat zeer veel van de verwezenlijking van de bereikte overeenstemming afhangt. van de bezetting der verschillende ministerposten. Voorts deelde hij mede, dat hij de fractievoorzitter van de C.H.U., Mr. Beernink, in vele opzichten aan zijn zijde had.

Ofschoon in meerdere dagbladen reeds mededelingen werden gedaan over de inhoud van onderscheidene punten waarover overeenstemming werd bereikt, komt het ons toch juister voor om dienaangaande officiële berichten af te wachten, daar hieromtrent met zekerheid niets kan worden gezegd.

Dat Prof. Vondeling over de gang van zaken niet tevreden is, is te begrijpen. Hij had tot nu toe gezwegen op verzoek van de informateur, maar hij had in het midden der vorige week reeds in een brief aan Prof. Beel laten weten dat naar zijn oordeel de behandeling van de P.v.d.A., die groter is dan de drie kleinere partijen tezamen, uitermate pijnlijk en onverdiend was. Ook beklaagde hij zich over de grote geheimzinnigheid, terwijl het gaat over zaken, die alle Nederlanders in hoge mate interesseren. Hij zou zich echter van verder commentaar onthouden, zo lang het program en de samenstelling van het nieuwe kabinet nog niet bekend zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1963

De Banier | 8 Pagina's

De kabinetsformatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1963

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken