Bekijk het origineel

De kabinetsformatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De kabinetsformatie

10 minuten leestijd

Zoals we de vorige maal nog juist konden vermelden, gaf Prof. de Quay zijn opdracht aan H.M. de Koningin terug. De door hem met Dr. Veldkamp gevoerde bespreking had niet het door hem gewenste resultaat opgeleverd, zodat hij zonder het resultaat van de vergadering der K.V.P.-fractie, die des maandagmiddags 15 juni zou plaats hebben, af te wachten, zich naar Soestdijk begaf om de Koningin mede te delen dat hij niet geslaagd was en derhalve ontheffing vroeg van de hem verleende opdracht.

Behalve het ongunstige verloop van de bespreking met Dr. Veld­ kamp was er echter nog een andere reden voor Prof. De Quay om zijn pogingen te staken. Het onderhoud, dat tevoren tussen de candidaatministers Prof. Witteveen, Mr. Biesheuvel, Prof. Andriessen en Dr. Veldkamp in tegenwoordigheid van de aangewezen nieuwe ministerpresident Mr. Marijnen had plaats gevonden, schijnt namelijk een zodanig verloop te hebben gehad, dat het onderlinge vertrouwen er danig door geschokt was.

Prof. De Quay zei dit in een verklaring aan de pers in dier voege, dat er „verschijnselen" aan het licht waren getreden, die niet hadden nagelaten nadelige invloed uit te oefenen op de noodzakelijke basis van onderling vertrouwen. Prof. Andriessen, de nog jeugdige hoogleraar in de economie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam, zou zelfs de neiging hebben gehad om voor het ministerschap te bedanken indien Dr. Veldkamp in het nieuwe kabinet zou worden opgenomen. Zó ver is het echter niet gekomen, want van het nieuwe kabinet maakt ook Prof. Andriessen deel uit, waarop in het vervolg nog nader wordt teruggekomen.

De verklaring van Prof. De Quay geldt evenwel niet alleen Dr. Veldkamp, maar indirect ook de K.V.P.fractie in haar geheel, omdat zij in gebreke was gebleven- het politieke gekuip van Dr. Veldkamp en anderen uit deze fractie te weerstaan. Een vorige maal schreven wij dat bij stemming in de K.V.P.-fractie over het Wassenaarse accoord 3 K.V.P.-leden zich aan de stemming onttrokken, en dat deze drie Dr. Veldkamp en de heren Zwaniken en Bogaers waren. Deze namen werden inderdaad in de pers vermeld, doch later werd hierop teruggekomen. Het tweetal uit de K.V.P.fractie, dat Dr. Veldkamp in zijn eis steunde, bestond niet uit de zoeven genoemde heren, maar uit de demissionaire ministers Cals en Klompé.

Dat de voorzitter van de K.V.P.fractie, Dr. De Kort, die zich met het Wassenaarse accoord had verenigd, al evenzeer niet vriendelijk tegen Dr. Veldkamp kon zijn, laat zich denken. Volgens een artikel, voorkomend in „De Telegraaf" van 20 juli, nam hij fel stelling tegen Dr. Veldkamp, zodat slechts door snel en krachtdadig optreden van de voorzitter der K.V.P., Mr. Aalberse, die door een journalist van een r.k. krant was ingelicht omtrent de toelichting, die Dr. De Kort aan enkele K.V.P.-ers had gegeven, kon worden verhinderd dat deze toelichting in de pers kwam. Ware dit gebeurd, dan zou de formatiepoging van Mr. Marljnen hierdoor in ernstig gevaar kunnen zijn gebracht.

Ook de heer Beernink, de voorzitter van de C.H. fractie, zorgde intussen nog voor een nieuw incident. Sprekend op een vergadering van de C.H.U. had deze van het miserabele verloop bij deze kabinetsformatie de schuld gegeven aan Dr. Veldkamp, die hij wel een bekwaam, maar tevens een zeer eerzuchtig persoon had genoemd. Woedend over deze woorden van Mr. Beernink, belde Dr. Veldkamp minister Cals op terwijl deze verscheidene leidende figuren der K.V.P. bij zich op verjaringsvisite had. Dr. Veldkamp wilde Mr. Aalberse spreken, wat gebeurde. Hij gaf te kennen dat hij er op deze wijze helemaal niet over dacht om in het kabinet zitting te nemen. De volgende ochtend moest toen Mr. Aalberse besteden om tussen de heren Veldkamp en Beernink weer een redelijke verzoening tot stand te brengen.

Niet zonder reden merkte de schrijver van het artikel in „De Telegraaf" dan ook op, dat deze crissisjes in een crisis duidelijke symptonen zijn van de chaotische situatie, die er op dat ogenblik in de K.V.P. heerste. Volgens dezelfde schrijver zou de uitslag der verkie­ zingen voor de K.V.P. dan ook een grote tegenvaller zijn geweest. Men had namelijk reeds lang het plan om een rooms-rode coalitie aan te gaan, doch de geduchte nederlaag van de P.v.d.A. maakte dit onmogelijk. De uitspraak der kiezers was, dat men het beleid van het kabinet De Quay wenste voortgezet te zien, wat de K.V.P.-leiding in verlegenheid bracht. Wij laten deze zienswijze verder voor rekening van voornoemde schrijver, maar het is niet tegen te spreken, dat de K.V.P.-fractie een uiterst slechte beurt bij deze kabinetsformatie gemaakt heeft. Helder en klaar is aan de dag gekomen, dat er aan de eenheid, waarvan men bij Rome zo hoog pleegt op te geven nog heel wat hapert.

De verdeeldheid in de K.V.P.-fractie liet zich ook al spoedig bemerken in de kringen der K.V.P. zelf. Er waren kiesverenigingen, die, zoals die van Amsterdam, zich achter Dr. Veldkamp stelden; er waren er ook, zoals van Nijmegen, die meer bleken te gevoelen voor een voortzetting van het beleid van het kabinet De Quay.

Een deel der r.k. pers stak zijn misnoegen over de onverkwikkelijke gang van zaken al evenmin onder stoelen en banken. Zo schreef „De Nieuwe Limburger" van 18 juli het volgende:

„Nadat de afdeling Nijmegen van de K.V.P. het eers haar misnoegen had te kennen gegeven over het verloop van de kabinetsformatie, zijn de afdelingen Amsterdam en Utrecht gevolgd en hebben zelfs concreet aangegeven dat zij zich in het conflict roné^ Dr. Veldkamp, dat zich in de loop der formatie ontwikkeld heeft, achter deze minister-candidaat stellen. Men verwacht dat er nog wel meer afdelingen zullen volgen.

Het verschijnsel tekent de situatie: het zijn nu niet alleen maar meer Kamerfracties, die bij de formatie betrokken zijn, maar het zijn de afdelingen, die zich nu gaan roeren en zo invloed trachten uit te oefenen op het werk van de formateur. Zij ontlenen dat recht aan de uitslag van de verkiezingen, die zij in gevaar gebracht menen door het loven en bieden rond het accoord van Wassenaar. Het is echter een veeg teken, dat het zo ver moest komen, en het wijst op een vertrouwenscrisis ten aanzien van degenen, die in deze dagen bij de K.V.P. de leiding hebben in de onderhandelingen over het nieuwe kabinet. In deze omstandigheden mag men de nieuwe formateur. Mr. Marljnen, wel sterkte en wijsheid toewensen".

Zoals zoeven vermeld, kreeg Mr. Marljnen van H.M. de Koningin de opdracht een kabinet te formeren. Er werd verder niets aan toegevoegd. Aan Prof. De Quay was nog opgedragen een kabinet te formeren, dat op een vruchtbare samenwerking met het parlement zou kunnen rekenen, maar in de opdracht aan Mr. Marljnen ontbrak een soortgelijke term geheel. Mr. Marljnen kon dus alle kanten uit.

Hij kon een extra-parlementair of een zakenkabinet samenstellen, maar ook kon hij overgaan op een kabinet waarin in plaats van de V.V.D., de P.v.d.A. zou zijn opgenomen, en zelfs tot een rooms-rood kabinet.

De formateur begon echter met zich te baseren op het Wassenaarse accoord. Hij wenste dus een kabinet van de samenstelling als het demissionaire kabinet De Quay. Zijn eerste gang was dan ook naar Prof. De Quay, die inmiddels Den • Haag zo gauw mogelijk ontvlucht was om van de vermoeienissen te gaan uitrusten in zijn landhuis te Beers (N.Br.). Daarna werden door hem besprekingen gevoerd met Dr. Veldkamp. Deze bleek inmiddels wel wat meer handelbaar geworden te zijn. Het feit dat Prof. De Quay zijn opdracht had teruggegeven, had namelijk de K.V.P.-fractie niet onbewogen gelaten. Deze fractie gaf haar grote spijt hierover te kennen, terwijl zij nu unaniem besloot het accoord van Wassenaar als basis te aanvaarden. Voorts werd te kennen gegeven dat men Mr. Marljnen nog steeds als minister-president wenste. Hierdoor werd het Mr. Marljnen mogelijk gemaakt de hem door H.M. gegeven opdracht ten uitvoer te brengen, wat voor hem des te gemakkelijker was nu Prof. De Quay de weg als het ware voor hem had geplaveid. Het was ook niet nodig om voor Dr. Veldkamp een ander voor Sociale Zaken te zoeken, want Dr. Veldkamp had inmiddels, wat men wel noemt, eieren voor zijn geld gekozen en er in bewilligd zitting te nemen in het nieuwe kabinet. Of hem daarbij nog concessies zijn gedaan, is niet geheel duidelijk, maar zijn oorspronkelijke eis om 250 miljoen voor hem uit de staatskas beschikbaar te stellen teneinde de A.O.W.-uitkering aanmerkelijk te kunen verhogen, is zeker niet ingewilligd. Men schijnt hem te hebben toegezegd dat er gelden voor dit doel zullen worden gevoteerd als het mogelijk is en als blijkt dat de premiën niet kunnen worden verhoogd. Uit de regeringsverklaring zal moeten blijken wat in deze is overeengekomen.

De 'zetelverdeling bleef gelijk aan wat in Wassenaar reeds was overeengekomen, namelijk 6 K.V.P.-, 3 V.V.D.-, 2 A.R.- en 2 C.H.-ministers. De bezetting van Defensie was nog een moeilijke kwestie. Geen der partijen was er eigenlijk op gesteld daarvoor een man te leveren. Door Mr. Toxopeüs was tenslotte nog een beroep gedaan op de chef van de generale staf, maar deze wenste voor geen ministersfunctie in aanmerking te komen. Plotseling bleek toen de K.V.P. toch Defensie wel te willen hebben. Zij schoof daartoe de heer De Jong, staatssecretaris van Marine, naar voren. Aangezocht door de formateur, bewilligde de heer De Jong, zodat deze minister van Defensie wordt in het nieuwe kabinet.

De 35-jarige Prof. Andriessen (C.H.) bewilligde nu ook voor Economische Zaken, zodat hij de jongste minister is van het nieuwe kabinet, dat over het algemeen uit betrekkelijk jeugdige personen, namelijk tussen de 40 en 50 jaar, bestaat.

Mr. Bot (K.V.P.) die in het kabinet-

De Quay als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken was belast met de zaken betreffende het voormalige Ned. Nieuw-Guinea, krijgt Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Eerder was hij al genoemd voor Defensie en Maatschappelijk Werk, doch het viel anders uit. Maatschappelijk Werk werd nu toegekend aan mevr. Schouwenaar-Fransen van de V.V.D. Prof. Witteveen, ook van de V.V.D., komt op Financiën, Mr. Luns (K.V.P.) blijft op Buitenlandse Zaken, terwijl aan Mr. Van Aartsen (A.R.), die in het kabinet De Quay minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid was, nu op Verkeer en Waterstaat komt. Volkshuisvesting en Bouwnijverheid zal worden beheerd door Drs. Bogaers (K.V.P.), die lid der Tweede Kamer was.

Mr. Biesheuvel (A.R.) werd minister van Landbouw, waaruit valt op te maken dat de door Dr. Veldkamp aanvankelijk gestelde eis niet is ingewilligd, daar dit ten koste van Landbouw had moeten gaan. Minister Biesheuvel werd tevens viceminister-president, zodat hij ook de zaken, die Suriname en de Antillen betreffen, zal te behandelen krijgen. Mr. Toxopeüs (V.V.D.) behield Binnenlandse Zaken, terwijl Mr. Scholten van staatssecretaris bij O., K. en W. tot minister van Justitie werd gepromoveerd.

H.M. de Koningin, die per 15 juli met vakantie zou gaan, stelde dit eerst nog enkele dagen uit. Toen echter te voorzien was dat Mr. Marijnen nog wel enige tijd zou nodig hebben, vertrok de Koningin. De vorige week keerde zij echter terug nadat Mr. Marijnen met zekerheid had kunnen mededelen dat zijn formatie geslaagd was. Hierna liep alles vlot van stapel. Des morgens werden de candidaat-ministers door H.M. ontvangen, des middags werden zij beëdigd.

Van de demissionaire staatssecretarissen staat het, terwijl wij dit schrijven, alleen van Dr. v. d. Berge van Financiën vast dat hij in dezelfde functie zal aanblijven. De heer Van Houten, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, heeft te kennen gegeven dat hij deze functie niet langer ambieert, zodat hij niet terugkeert. Ook de staatssecretaris van Bezitsvorming en P.B.O., Drs. Schmelzer (K.V.P.), komt niet als zodanig terug. Deze beide onderdelen gaan naar Sociale Zaken. Er zal een staatssecretaris bij dit departement voor worden aangesteld. Er wordt beweerd, dat Drs. Schmelzer Dr. De Kort zal gaan vervangen als voorzitter van de K.V.P.-fractie. De heer Roolvink komt ook niet terug als staatssecretaris. Hij wordt dus Kamerlid. De heer Van Eijsden, die onlangs als voorzitter der A.R. Kamerfractie gekozen was, moest deze functie al spoedig wegens overspanning tijdelijk neerleggen. In zijn plaats werd zo lang de heer Smallenbroek benoemd.

Woensdag 31 juli legde de regering een regeringsverklaring af, waartoe de Kamer tegen 11 uur werd bijeengeroepen. Des middags en des avonds zou er over deze verklaring door de Kamer gediscussieerd worden, waarna de Regering heden, donderdag 1 augustus, aan het woord komt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1963

De Banier | 8 Pagina's

De kabinetsformatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1963

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken