Bekijk het origineel

Antwoord op vragen in zake veerdiensten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Antwoord op vragen in zake veerdiensten

3 minuten leestijd

Vragen van Ir. VAN DIS in verband met de wenselijkheid van een stakingsverbod voor personeel van veerdiensten (ingezonden op 21 november 1963).

1. Is het de minister bekend, dat de wilde staking van het personeel der veerboten ter verbinding van het eiland Goeree en Overflakkee met het vasteland. welke onlangs plaats gehad heeft, onder het publiek dat van deze veerboten gebruik maakt, zeer grote ontstemming heeft verwekt?

2. Acht de minister het niet noodzakelijk, dat ten aanzien van voornoemde en andere veerdiensten, die toch verlengstukken vormen van de wegen en derhalve het algemeen belang dienen, een zelfde regeling wordt getroffen als bij de spoorwegen, waarbij het staken verboden is?

3. Indien vraag 2 bevestigend beantwoord wordt, is de minister dan bereid de voor deze regeling nodige maatregelen te nemen?

Antwoord van de heer KEYZER, staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat (ingezonden 10 december 1963):

1. Het is de ondergetekende bekend, dat de wilde staking van het personeel der veerboten ter verbinding van het eiland Goeree en Overflakkee met het vaste land, welke onlangs plaats gehad heeft, voor het publiek moeilijkheden met zich heeft gebracht. In dit verband zij opgemerkt, dat men des ochtends wel de arbeiders van Goeree en Overflakkee naar Hellevoetsluis heeft vervoerd en dezen des namiddags heeft teruggebracht.

2. Het stakingsverbod voor het spoorwegpersoneel is neergelegd in de artikelen 358bis, 358ter en 358quater van het Wetboek van Strafrecht. Dit verbod geldt niet voor personeel in de werkplaatsen der spoorwegen, noch voor het personeel van lokaalspooren tramwegen. Voor ander vervoerpersoneel geldt evenmin een stakingsverbod. Voorts is in verband met de onlangs tot stand gekomen wijziging van artikel 104 van het Algemeen Reglement Dienst de vraag aan de orde gesteld, of het stakingsverbod voor het spoorwegpersoneel thans niet dient te worden opgeheven. Gezien één en ander ligt het niet in het voornemen een uitbreiding van het bestaande stakingsverbod in overweging te nemen. *

3. In verband met het antwoord op vraag 2 behoeft deze vraag geen beantwoording.

Uit het antwoord van de minister blijkt dat de Regering van een stakingsverbod niets wil weten. De meerderheid der Kamer denkt er ongetwijfeld ook zo over. Zelfs het stakingsverbod voor het personeel, betrokken bij het vervoer door de spoorwegen, dreigt te worden opgeheven. Dat het algemeen belang door stakingen ernstig wordt geschaad, schijnt niet te hinderen. Dat staking van het werk om andere redenen dan volgens Gods Woord geoorloofd is en zelfs vereist wordt, telt helemaal niet meer mee. Niet' Gods Woord, maar de revolutionaire beginselen geven de toon aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1964

De Banier | 8 Pagina's

Antwoord op vragen in zake veerdiensten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1964

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken