Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ZUID-AFRIKA

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ZUID-AFRIKA

5 minuten leestijd

vragen naar aanleiding van het Rfvoni a-proces

Kortgeleden werden ui Z. Afrika aUe acht verdachten in het Rivonia-proces tot levenslang veroordeeld. Dit vonnis werd door de tegenstanders der Z. Afrikaanse regering, zoals verwacht kon worden, weer gretig aangegrepen om hun aanvallen op deze regering te richten. Over wat het achttal veroordeelden op hun kerfstok heeft, wordt door hen niet gerept. Alsof het hierbij om de meest onschuldige lieden gaat, wordt de eis gesteld dat zij vrijgelaten wordea Ook in de Tweede Kamer werd dit verlangd, waarbij aan de Nederlandse regering werd gevraagd of zij zich hiervoor in het werk wUde stellen. Het was de heer Slotemaker de Bruine van de P.S.P., die dit de vorige week deed. Hij stelde over deze kwestie alsmede over de apartheidspolitiek der Z. Afrikaanse regering het volgende viertal vragen:

1. Is de Minister bereid en in staat — gezien ook de tevoren door de Veiligheidsraad der V.N. uitgesproken wensen — als de wens van de Nederlandse Regering uit te spreken, dat in het z.g. Rivonia-proces in de Republiek van Zuid-Afrika gewezen vonnissen tegen Zuidafrikaanse nationalistische leiders, niet ten uitvoer zullen worden gelegd, en is hij bereid deze wens aan de regering van deze Republiek ter kennis te brengen?

2. Is de Minister bereid als zijn oordeel uit te spreken, dat het gevaar van bloedige botsingen tussen de verschillende volksgroepen in de Republiek van Zuid-Afrika, als gevolg van de aldaar geschonden algemene mensenrechten, thans zó groot is geworden, dat niet alleen de wereldopinie maar ook het enige wereldgezagsorgaan, t.w. de Verenigde Naties, niet alleen competent maar ook verplicht is tot het nemen van maatregelen daartegen, en is de Minister bereid dit oordeel ter kennis te brengen van de commissie van deskundigen, die op 18 juni jl. door de Veiligheidsraad der V.N. is ingesteld om te onderzoeken wat onder het Handvest der V.N. tegen het apartheidsbeleid kan worden gedaan?

3. Is de Minister bereid deel te nemen aan internationaal overleg over eventueel te nemen sancties van economische en andere aard, waarvoor verscheidene andere staten zich reeds hebben uitgesproken?

4. Is de Minister bereid en in staat de Zuidafrikaanse regering mede te delen, dat onze Regering het op grond van taal- en historische verwantschap op haar weg vindt liggen haar goede diensten aan te bieden om zo mogelijk te komen tot een nieuw Zuidafrikaans beleid, dat aan voor de volkerengemeenschap aanvaardbare normen voldoet? De Minister van Buitenlandse Zaken gaf ten antwoord, dat hij zeer vreesde, dat een optreden als van hem werd verlangd, weinig effect zou hebben. Juist om de nauwe historische banden met Nederland verdraagt men, aldus de Minister, in Z. Afrika veel "minder van ons dan van andere regeringen. Daarom achtte hij in de verhouding van regering tot regering terughoudendheid op zijn plaats. Voorts vond de Minister het gelukkig dat er in het Rivonia-proces geen doodstraffen zijn uitgesproken, zodat de mogelijkheid van correctie is opengebleven. Verder achtte hij het beter om tegen kwesties als deze via de Verenigde Naties te ageren, ook die inzake de apartheidspolitiek. Overigens was het bekend, dat de Nederlandse regering tegen de apartheidspolitiek is.

Hierna kreeg de heer Slotemaker nog gelegenheid een vraag te stellen en vervolgens ook andere leden. Hiervan werd een ruim gebrmk gemaakt, doch aan de strafbare feiten waaraan de veroordeelden zich hebben schuldig gemaakt, werd geen aandacht geschonken. Dat komt er blijkbaar helemaal niet op aan. Ze mogen sabotage plegen, activiteiten ontwikkelen om de wettige regering omver te werpen en nog zoveel meer, dat hindert allemaal niet: het doel heiligt blijkbaar de middelen. Ook door Ir. van Dis werd een vraag gesteld. Hierin werd echter de kern der zaak aangepakt door de begane misdrijven ter sprake te brengen. De vraag luidde als volgt:

Acht de Minister het niet vanzelfsprekend, dat, wanneer in een geordende staat van personen gebleken is, dat zij door middel van sabotage, gueriUa-activiteiten en een gewapende invasie een revolutie hebben trachten te ontketenen en de wetmatige regering hebben beoogd omver te werpen, de schuldigen worden gestraft en dat alleen de rechterlijke macht in die staat te beoordelen heeft welke strafmaat behoort te worden toegepast, zodat het noch de Nederlandse regering noch de Verenigde Naties toekomt zich te mengen in de huishoudelijke zaken van die staat, derhalve ook niet als dit de met ons bevriende Republiek van Zuid-Afrika betreft? ligt het dan ook niet op de ^eg der Regering zich in de Verenigde Naties in verband met deze kwestie afzijdig te houden?

Helaas ging de Minister op deze vragen niet nader in. Hij maakte zich er van af met op te merken, dat hij zich niet kon mengen in de punten door Ir. van Dis genoemd. Zulk een antwoord is wel zeer teleurstellend en tevens bedroevend. En dat temeer als bedacht wordt, wat er zou gebeuren wanneer lieden als de acht veroordeelden, die als de meest vreedzamen worden voorgesteld, eens vrij spel gelaten zou worden. De ellende, die daaruit zou voortkomen, is niet te overzien. Moord en doodslag, om maar niet meer te noemen, zouden aan de orde van de dag zijn. Reeds werd op de premier van Transkei, Matanzina geheten, een geboren Afrikaan, onlangs vanuit de Kaapprovincie een moordaanslag gepleegd, zoals we dit vermeld vonden in een pas verschenen boek van drs. Boom, uitgever te Meppel, getiteld „Reis door Zuid-Afrika", waarin deze doctorandus zijn reiservaringen in druk heeft gegeven. Ook wordt in dit boek onder veel meer gewezen op de valse berichtgeving waarbij over zgn. incidenten alarm wordt geblazen en de meningsvorming eenzijdig wordt beïnvloed. Dit bleek ook wel de vorige week in de Nederlandse pers, waarin van de door Ir. van Dis gestelde vraag, hierboven vermeld, geen woord werd gerept.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1964

De Banier | 8 Pagina's

ZUID-AFRIKA

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1964

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken