Bekijk het origineel

De brochure van de heer Voortman

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De brochure van de heer Voortman

5 minuten leestijd

De heer ö. W. Voortman, landbouwer te Eefde- bij Zutphen is voor onze lezers, althans voor zeer velen hunner, geen onbekende. ,

Meermalen werd zijn naam onzerzijds genoemd, zowel in vergaderingen van de Tweede Kamer als in De Banier. Om maar eens een voorbeeld te noemen zij gewezen op de rede, welke ds. Zandt hield bij de algemene beschouwingen over de Rijksbegroting voor 1956. Sprekende over de vrijheid constateerde hij, dat deze danig om hals werd gebracht. Mede door de r^eringsmaatregelen van dit kabinet, aldus ds. Zandt, is het bedrijfsleven niet weinig in staatsboeien geslagen, waarna hij vervolgde:

, , Het is tegenwoordig staatsdwang op staatsdwang. Zelfs mensen als boer Voortman wordt het vee ontnomen, hoewel hij de regeringsmaatregelen heeft toegepast en wel louter daarom, omdat hij niet wilde tekenen Voor de Provinciale Gezondheidsdienst, en zelfs de vrijheid van het geweten, waarvoor onze vaderen tachtig jaren hebben gevochten, wordt daarbij niet ontzien".

Tot zover ds Zandt. Inderdaad heeft de heer Voortman niet willen tekenen voor de Provinciale gezondheidsdienst voor dieren in Gelderland; Hij weigerde echter het tekenen niet, omdat hij geen medewerking wilde verlenen aan de t.b.c. bestrijding onder het rundvee. Tegen het onderzoek op t.b.c. bij het vee bestond bij hem namelijk geen enkel bezwaar. De redenen van het niet willen tekenen lagen dan ook in geheel andere omstandigheden. In de brochure, die de heer Voortman kortgeleden het licht deed zien, worden die vermeld. terwijl er tevens een uitwoerig overzicht in wordt gegeven van alles wat • zich sedert^ 1952 herft voorgedaan. De brochure is verschenen onder de titel: „De Nederlandse Rechtsstaat in verval" en telt circa 41 gestencylde bladzijden.

In de inleiding deelt deheer Voortman allereerst mede, dat hd hem hard viel zijn brochure te moeten schrijven, omdat hij als Nederlands onderdaan een groot vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak had. Hij werd daarin echter teleurgesteld, daar de opgedane ervaringen hem hadden doen ondervinden, dat „Justitie en rechtsprekende organen niet meer hebben gehandeld als onafhankelijke Rechtsinstanties, doch praktisch in hun handelingen die organen slaafs hebben gediend, welke door hun dwang en geweld te beschouwen zijn als een voortzetting van het Hitlerregiem".

De op zichzelf nuttige instellingen als Prov. Gezondheidsdiensten voor dieren nu blijken volgens de schrijver der brochure ook , , geinfekteerd te zijn met deze heilloze dwangbacterie, waardoor het doel dezer Diensten wordt verwaarloosd". Dan merkt de heer Voortman op, dat het- beleid van het bestuur van de Gezondheidsdienst in Gelderland verontrustend was, daar de grondslag van het kwaad, dat in de brochure wordt getoond, bestaat in het feit, dat bepaalde personen, „dwang en geweld, gepaard gaande met leugens en bedrog, boven Recht stelden.

De oorsprong van de onverkwikkelijke geschiedenis dateert aldus de schrijver, van mei 1952. Toen toch kwam vast te staan dat de directeur van voornoemde Gezondheidsdienst bijzonder roekeloos met zijn vee omsprong. Ten bewijze hiervan voert de heer Voortman aan, dat in zijn veebeslag in 1951 een reactiedier voorkwam, dat derhalve als verdacht van t.b.c. moest worden beschouwd. In de zomer van 1952 werd deze koe dan ook geslacht. In de winter 1952-1953 werd zijn veebeslag onder toezicht van de Gezondheidsdienst tot driemaal toe op t.b.c. onderzocht. Het laatste onderzoek leverde een gunstige reactie op. Er kwam daarna echter bericht van de directeur van de Gezondheidsdienst, dat het rund Margriet als verdacht van t.b.c. moest worden opgeruimd.

Bij een onderhoud met vorenbedoelde directeur, aldus de heer Voortman, verklaarde deze, dat Margriet moest worden geslacht, omdat de koe die "in de zomer 1952 geslacht was, t.b.c. in de longen had. De directeur had hiervan deheer Voortman echternooit eerder op de hoogte gesteld. Uit veeartsenijkundig oogpunt vond de heer Voortman dit een grote blunder van de directeur. In de brochure wordt dienaangaande het volgende opgemerkt:

, , Indien om voornoemde reden het rund Mairgriet als verdacht moest worden beschouwd, had onder supervisie van de Gezondheidsdienst onze veestapel niet op t.b.c. mogen wor­ den onderzocht, aleer dit verdachte rund, zes weken van het bedrijf was afgevoerd geweest".

De heer Voortman schrok zo zeer van dit roekeloos optreden van de Gezondheidsdienst, dat hij de directeur vroeg met welk recht hij zo roekeloos met de gezondheid van zijn veestapel kon omspringen.

Het antwoord van de directeur hierop luidde volgens de heer Voortman: „Ik heb met Recht niets te maken". Daarna eiste de directeur, dat hij en de andere veehouders een aanvraagformulier zouden tekenen voor aansluiting bij de Gezondheidsdienst, waarbij verwezen werd naar artikel 4 van de Wet bestrijding tuberculose onder het rundvee.

Gezien het optreden en het beleid van de directeur zag de heer Voortman ertegen op om aan voornoemde eis te voldoen. Hij controleerde daarom de zo even genoemde wet, waaruit hem bleek, dat daarin in het geheel geen handtekening voor aansluiting bij de Gezondheidsdienst werd geëist. Wel werd in deze wet verwezen naar ministerieel goedgekeurde Statuten. Het is ons voornemen hierop in een volgend artikel nader in te gaan,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1964

De Banier | 8 Pagina's

De brochure van de heer Voortman

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1964

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken