Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de openbare vergadering van de begrotingscommissie voor Buitenlandse Zaken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de openbare vergadering van de begrotingscommissie voor Buitenlandse Zaken

13 minuten leestijd

2

Een tweedepuntv/aaroverinbovengenoemde vergadering gesproken v/erd betrof:

Het Nederlandse standpunt ten aanzien van dekolonalisatieproblemen en het vraagstuk van de apartheid in Zuid-Afrika.

De heer Bruggeman (P.S.P.) vestigde de aandacht op toestanden in de Portugese gebieden Angola en Mozambique, v/aarbij doorhemijselijketonelen v/er den afgeschilderd. Over de achtergronden v/erd echter niets vernomen. Zo deelde hij o.m. mede, dat in Angola op een zondag vluchtelingen, christenen, zoals deze spreker zeide, een kerkdienst hielden, waarbij werd gezongen. De Portugezen hoorden dat, bedoeld zullen wel zijn Portugese soldaten, en schoten hen dood voorzover zij niet hadden kunnen ontvluchten. Ctf die vluchtelingen protestanten waren en daarom door fanatieke roomskatholieke Portugese militairen werden doodgeschoten, werd niet vermeld Het is dus onmogelijk om over dit geval te kunnen oordelen. En dat te meer omdat men met de herenpaciRsten zeer voorzichtig moet zijn. Uit welke hoek ze opkomen blijkt al v/d overduidelijk v/anneer Zuid-Afrika door hen ter sprake wordt gebracht. Dienaangaande toch stelde de heer Bruggeman de vraag of de Regering de verschillende resoluties die in de Verenigde Naties ten aanzien van de apartheidspolitiek zijn aangenomen, nu werkelijk volledig wil steunen.

Voorts of het verbod van uitvoer van wapenen naar Zuid-Afrika niettotaal kan worden, met andere v/oorden, of niet iedere v/apenuitvoer naar genoemd land kan worden stopgezet. Deze spreker het zich derhalve kennen als een verwoede tegenstander van het beleid der Zuidafrikaanse regering. Dat de blanke bevolking, door wier initiatief Zuid-Afrika op het peil van ontwikkeling is gekomen waarop het thans staat, bij overheersing der zwarte bevolking aan het gevaar bloot zou staan van over de kling te worden gejaagd, schijnt de heren pacifisten niets te deren. Zelfs de toestanden in Kongo vermogen hen niet tot andere gedachten te brengen. In dit opzicht staan ze op één lijn met de socialisten van de Partij van de Arbeid, die zich bij deze gelegenheid al niet minder als verv/oede tegenstanders van deapartheidspoütiek deden kennen. Namens hen v/as het de heer Van der Stoel, die opmerkte, dat evenals ten aanzien van Angola en Mozambique ook ten aanzien van Zuid-Afrika geen verbetering in de situatie is ingetreden. Het apartheidsbeleid, aldus spreker, wordt in dezelfde geest voortgezet, met als enig hchtpuntje de tijdelijke opschorting van de, , no trial act''. Voorts vroeg hij aan de minister of deze het bezodi van de Z-.Afrikaanse minister MuUer had aangegrepen om , , de afschuw van het gehde Nederlandse volk over het aparthddsbe-Md" nogmaals tot uitdrukking te brengen.

Het is toch wd verregaand dat deze socialistische woordvoerder zich opv/erpt als tolk van het, , gehele Nederlandse volk". Dat er onder ons volk velen zijn, die voor de apartheidspolitiek der Zuidafrikaanse regering alle begrip hebben, werd door hem volkomen genegeerd. Die vormen maar een minderhdd, een wat de Fransman noemt: „quantité negligeable", een te verwaarlozen groep. W^e zullen in het vervolg zien, dat Minister Luns zich te dezer zake iets minder absoluut uitliet.

De heer Van der Stod informeerde voorts naar het dod van het bezoek van minister MuUer. Had dat te maken met het waarschijnlijke Nederlandse üdmaatschap van de VeUighddsraad? zo vroeg hij. Voorts maakte spr. zich ongerust erover, dat Zuid-Afrika v/U speculeren op nog steeds bestaande gevoelens, waarover de Minister ook enige malen in de Kamei had gesproken. Hij vroeg met nadruk ervoor te zorgen, dat deze gevodens er geen aanlading toe zuUen geven, dat Nederland ook maar enigszins zijn standpunt van veroordeling van apartheid zal verzwakken. Nederland zal volgens hem in de Vdüghddsraad een resoluut afwijzend standpunt moeten innemen. Voorts vroeg hij of de Regering het er mee eens is, dat de Bantoestan gedachte op geen enkele v/ijze aan de verlangens van de Bantoe-bevolking van Z. Afrika voldoet.

Wanneer men dergelijk bev/eringen hoort, vormt dit toch v/el een schril contrast met het feit, dat zelfs rasechte negers uit de Verenigde Staten over de afzonderlijke ontv/ikkeUng in Bantoestans niets dan lof hebben, zoals de onlangs genoemde Dr. Nabrit, een neger-lector aan een universiteit in de Amerikaanse staat Texas.

Tenslotte vroeg de heer Van der Stoel nog of er van Nederlandse zijde in 1964 nogvanenigerleiwapenleverantie aan Z.-Afrika sprake v/as gev/eest en of daarvaninl965sprakezouzijn. De Heer Van Dis (S.G.P.) sprak als volgt:

Mijnheer de Voorzitter!

Wat de dekolonisatiepróblemen betreft, v/ens ik op te merken, dat de gevolgen van dekolonisatie funest zijn, wanneer de volkeren daarvoor nog niet rijp zijn. Dit is wd gebleken bij het zoeven ter sprake gebrachte Kongo, hetgeen voor zichzelf spreekt en v/aarover dus thans niets meer behoeft te worden gezegd. Dat de meeste gedekoloniseerde volken nog niet rijp zijn om zelfstandig te staan, blijkt ook wel daaruit, dat zij voortdurend door de landen van het Westen met vele miljoenen, ja zelfs met miljarden, moeten worden gesteund. Voorts zien wij het verschijnsel, dat de gedekoloniseerde volken een gemakkelijke prooi worden van de communistische landen, zoals Afrika daarvan de voorbeelden tezienheeft gegeven en nog dagdijks te zien geeft. Eén der landen, waarover in de Verenigde Naties betreffende dekolonisatiebinnenkort, zoals in de memorie van toelichting wordt medegedeeld, zal worden gedebatteerd, is Brits-Guyana. Wij zouden de Regering echter sterk v/iUen ontraden om aan de dekolonisatie van dit gebied medewerking te verlenen, daar het een zeer grote vraag is, of de hele bevolking wel op zelfstandigheid is gestdd. In mei van dit jaar moest er nog vanv/ege ernstige rassenonlusten tussen negers en Indiërs, waarbij 24 , personen v/erden gedood en 300 gewond, de noodtoestand worden afgekondigd. Slechts een ded der bevolking, dat behoorttotderegerendeprogressieve partij van de communistisch georiënteerde premier, verlangde zelfstandigheid. Het gevaar is echter zeer groot, dat het, wanneer het zelfstandig zou worden, in de Russische sfeer zal komen.

De Regering deeld aangaande de rapporten en resoluties van de dekolonisatie mede, dat zij haarbeleidvanmedewerking aan verantwoorde en constructieve voorstellen, gebaseerd op in het

Handvest verankerde beginselen

zal blijven voortzetten. Het is wel opmerkelijk, dat in gevallen van dekolonisatie steeds een beroep wordt gedaan op het Handvest der Verenigde Naties, terwijl dit Handvest door demeeste landen van de Verenigde Naties meermalen jammerlijk v/erd verloochend, zoals ten opzichte van de

Republiek der Zuid-Molukken,

die men weigert te erkennen, en ook ten opzichte van

Nederlands Nieuw-Guinea,

dat nota bene aan Indonesië v/erd uitgeleverd zonder datdebevoMng eerst in de gelegenheid was gesteld om zich oveer haar status uit te spreken.

Ook ten aanzien van

Zuid-Afrika

verklaart de Regering in de memorie van toelichting, dat haar beleid erop gericht blijft om door middel van internationale overreding binnen het kader van de Verenigde Naties en bimien de door het Handvest daartoe aangegeven grenzen de Zuideifrikaanse regering te bewegen haar rassenbeleid te v/ijzigen. Ik meende, dat één der grondbeginselen van het Handvest der Verenigde Naties, nl. artikel 2, lid 7, inhield, dat een lid dezer organisatie zich niet mag mengen in de binnenlandse aangelegenheden van één der andere staten. Indien dit zo is, dan wordt toch vierkant in strijd met het Handvest gehandeld door zich telkens bezig te houden met de wijze waarop de Zuidafrikaanse regering een voor haar zo uiterst moeilijk probleem tot een oplossing wenst te brengen. De Minister verklaart zich namens de Regering wd steeds tegen de in Zuid-Afrika gevoerde apartheidspolitiek, maar zij heeft nog nimmer een oplossing aan de hand gedaan, waardoor bij het afstand doen van deze politiek, voorkomen v/ordt, datdeblankebevolking niet alleen wordt overvleugeld, maar ook sterk te duchten heeft, dat er toestanden zullen ontstaan zoals zich nu voordoen in de Kongo.

Tegen particulierecontactenmet Zuidaf rikaanse kringen bestaat bij ons niet het minste bezwaar, maar dan behoren desbetreffende commissies

niet eenzijdig

te zijn samengesteld uit personen van wie te verwachten is, dat zij sterk afwijzend staan tegenover het door de Zuidaf rikaanse regering gevoerde beleid en die ook niet heel het volk vertegenwoordigen, zoals de commissie, die enige tijd geleden gepubliceerd is, uit personen bestond, die aUen sterk gekant zijn tegen de apartheidspoUtiek in Zuid-Afrika. Er zijn toch ook personen in Nederland, die heel anders staan tegenover die politiek. Van die personen werd er niet één in die commissie benoemd. Ook behoort niet de eis te worden gesteld, dat men toegang moetverkrijgentotpersonen, die wegens het plegen van sabotage en van pogingen tot omverv/erpen van de regering veroordeeld zijn en zich in de gevangenis bevinden. 2ulk een voorwaarde zou door niet één regering kunnen worden ingewUligd.

De Heer P. Voogd (B.P.) verklaarde. dat in zake de dekolonisatie grote voorzichtigheid behoort te worden betracht. Het is gebleken, onverantv/oordelijk te zijn deze mensen het zelfbeschikkingsrecht te geven, omdat zij nog onopgevoed zijn en nietbij machte zijn een land te regeren. Inhetvoormalige Ned.-Indië en Kongo zijn terreur en chaos ontstaan en deze landen zijn tijdbommen geworden, die op een moment een v/ereldoorlog kunnen ontketenen. Als spr. dan ziet, dat ook Brits-Guyana aanleiding zal geven tot uitgebreide debatten in de Verenigde Naties, v/ilde hij gaarne vernemen welke gevolgen dit kan hebben voor Suriname. Er is in Nederland een groep mensen, die voor blanken in Afrika geen goed woord overhebben. Onlangs sprak spr. nog met mensen uit Z.-Afrika over de kwestie van de apartheidspolitiek, waaruit hem bleek, dat wat persberichten hierover publiceren, buitengewoon sterk overdreven is. Spr. vroeg of de blanke bevolking niet hetzelfde te wachten zou staan als in de Kongo het geval is geweest.

Mej. De Vink (K.V.P.) maakteslechts enkele opmerkingen inzake Angola en Mozambique. Zij vroeg v/elke druk Nederland in het politiek overleg op Portugal uitoefent in het kader van de N.A.V.O., waarbij ook Portugal is aangesloten. Voorts of Nederland zich hield aan de resolutie van de Veiligheidsraad van december 1963 betreffende een totaal wapenembargo. Over het Zuidafrikaanse apartheidsbeleid repte zij echter met geen woord.

Hierna kwam minister Luns aan het woord.

Deze stond eerst stU bij de twee Portugese gebiedsdelen Angola en Mozambique. Sedert 1960/1961 bestaat daar een soort stabiliteit. Van beide zijden v/aren er betreurenswaardige dingen gebeurd. De onafhankelijkheidsbeweging is er nog wd niet verdreven, maar ze is meer naar het buitenland verplaatst, o.m. naar LeopoldviUe in Kongo. Er zijn diverse comité's, die zich met Angola bezighouden en door burgers van Angola v/orden gddd, zodat er in deverschUlende landen onenighdd is over de vraag v/dkelddersmoetenv/orden gesteund. Feit is, dat van Portugese zijde op staatkundig gebied verbeteringen zijn aangebracht, al gaan die niet in de richting van hen, die onafhankelijkhdd vragen. De minister had de indruk, dat er geen wapenbesteUingen van Portugal in Nederland zijn. In N A.V.O.-verband was voorts geen druk' op Portugal uitgeodend. Wel v/ordt er in de Ver. Naties over gesproken. In zake het wapenembargo ten aanzien van de Portugese gebiedsdden en Z.-Afrika dedde de Minister mede, dat het embargo tenslotte uitgevallen is in de richting van een embargo voor alle wapens, die direct of indirect tegen de bevolking kunnen worden gebruikt. De levering van een aantal vUegtuigen door Engdand aan Z.-Afrika had nogal wat stof doen opwaaien, maar de nieuv/e Britse regering zal wd niet overgaan tot nieuwe leveringen Door Nederland zijn geen wapens aan Z.-Afrika geleverd, die onder een embargo kunnen vaUen. Inzake het onderhoud met minister MuUer uit Z.-Afrika zei de minister, dat er ook politieke kv/esties besproken v/aren, ook die van de apartheid. Hij had aan zijn collega uiteengezet, dat het overgrote deel van het Nederlandse volk de door de Regering afgev/ezen apartheidspolitiek eveneens sterk afwijst.

Over één der voornaamste oorzaken waaraan dit te wijten is, namelijk aan de kwaadaardige voorlichting van buitenlandse persbureau's en een groot deel der Nederlandse pers over Zuid-Afrika, repte de Minister echter met geen woord.

Minister Luns zd verder v/oordeUjk: „Ik gdoof, dat de heer Van Dis ter zake een niet gehed juiste indruk heeft, wanneer hij denkt, dat een groot gededte van het Nederlands e volk een andere mening zou hebben dan die v/elke in deze Kamer door het overgrote ded van de geachte afgevaardigden naar voren wordt gebracht en die ook door de Regering al sinds jaren naar buiten wordt gedragen".

Wat de Minister hier zdde, geeft de gedachte van Ir. Van Dis hdemaal niet juist weer. Deze weet namelijk hed goed, dat geen groot gededte van ons volk voor de aparthddspolitiek van Z.-Afrika is. Daarvoor is ons volk te zeer beïnvloed door de tegenover de Z.-Afrikaanse regering vijandig staande pers. Wd wordt onzerzijds opgekomen tegen de valse voorstelling als zou het getal dergenen, die begrip hebben voor de Z.-/\frikaanse aparthddspolitiek zo kldn zijn, dat deze genegeerd kunnen worden. Dit is beslist niet het geval. In alle partijen, behalve dan de C.P.N, en de P S.P, zijn er personen, die wd degdijk van oordedzijn, datdeaparthddspolitiek in Z.-Afrika noodzaak, zij het harde noodzaak, is om niet gehed en al als blanke bevolking van de kaart te worden weggeveegd. In zijn replidc sprak Ir. Van Dis als volgt:

Mijnheer de Voorzitter!

De Minister heeft gezegd, dat tk een beetje te grote dunk heb over het aantal personen, dat aan onze kant zou staan, voor wat betreft de aparthddspolitiek. Ik zou de Minister dan echter de volgende vraag willen stellen. Het dagblad , , Trouw" is sterk tegen de aparthddspolitiek gekant, maar denkt de Minister nu, dat er onder de antirevolutionairen en ook onder de christdijk-historischen niet zeer vden zijn, die het helemaal niet eens zijn met het door het dagblad „Trouv/" gepropageerde anti-apartheidsbeldd? In rooms-katholieke kringen zijn er ongetv/ijfdd ook heel wat personen, die beslist niet afwijzend staan tegenover het door de Zuidafrikaanse regering gevoerde aparthddsbddd. Zelfs in de kringen van de P.v.d.A. zijn er ook: ik zou namen kunnen noanen, v/ant nog verleden jaar kreeg ik een brid van een vooraanstaand lid van de P v.d.A., die zijn grote v/aardering ervoor uitsprak, dat ik voor het bddd der Zuidafrikaanse regering te dezer zake ben opgekomen, en die mij ook medededde, dat ook in kringen, die met Zuid-Afrika bindingen hebben, daarover zeer v/aarderend gesproken was. Ik meen dus, dat de Minister niet moet denken, dat het aantal personen, die begrip hebben voor de aparthddspoütidc van de Zuidafrikaanse regering, zulk een heel kldne minderhdd vormt.

Hieraan zou nog kurmen worden toegevoegd, dat er ook onder de liberalen ongetwijfdd zijn, die zich de netelige positie kunnen indenken van de Z.-Afrikaanse bevolking, wdke haar noopt tot het voeren van apartheidspolitiek, v/aarmede tenslotte v/ordt beoogd de Bantoes tot zdfstandighdd te brengen, zodat de blanken in de hun toegewezen gebieden, zodra door de Bantoes de nodige ervaring is verkregen, zich uit die gebieden terugtrekken.

Wat Brits-Guyana betreft, merkte minister Luns het volgende op:

„Mijnheer de Voorzitter

De geachte afgevaardigdedeheerVan Dis heeft gesproken over de onafhankdijkheid van Brits-Guyana en de hoop uitgesproken, dat Nederland zich zal keren tegen deze onafhanke-Ujkhdd. Het is zo, dat aan Brits-Gyana reeds onafhankelijkhdd is toegezegd door de Britse regering, maar dat die onafhankeUjkhdd is opgeschort in verband met de grote modlijkheden, speciaal bij de verkiezingen en bij de samienstelling van de regering. Op het ogenblik zijn er v/eer verkiezingen geweest, v/aarvan deuitslag vandaag of morgen bekend zal zijn. Het hgt dus niet in de handen van de Nederlandse Regering, op deze ontwikkeling enige directe invloed uit te odenen. Het spedt zich ook niet af in de Verenigde Naties. Wèl kan ik de geachte Eifgevaardigde verzekeren, dat de Amerikaanse regering ten voUe het standpunt van de geachte afgevaardigde de heer Van Dis dedt, hetgeen voor hem eensatisfactiezalzijn"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1965

De Banier | 8 Pagina's

Uit de openbare vergadering van de begrotingscommissie voor Buitenlandse Zaken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1965

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken