Bekijk het origineel

De uitslag der Tweede-Kamerverkiezingen (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De uitslag der Tweede-Kamerverkiezingen (2)

16 minuten leestijd

Het uitzonderlijk verlies der K.V.P. moet voor deze partij wel bijzonder hard zijn aangekomen. Verschillende oorzaken zouden hiervoor aan te voeren zijn. Ten eerste valt te denken aan het feit, dat zeer veel rooms-katholieke kiezers er al niet over te spreken waren, dat de K V. P in het begin van 1965 in zee is gegaan met de socialisten. Dat bleek reeds bij de Staten-en gemeenteraadsverkiezingen van het vorige jaar, toen de K.V.P. 19 Statenzetels over het gehele land verloren zag gaan. Bij de gemeenteraadsverkiezingen kreeg zij nog hardere klappen, waarbij vooral de Boerenpartij één harer sterkste konkurrenten was.

Ten tweede moet het grote verlies der K.V.P. worden toegeschreven aan de ontevredenheid veler r.k. kiezers over het beleid der K.V.P.-fraküe ten aanzien van het Kabinet-Cals, dat door een K.V.P.-motie (in de nacht van 13 op 14 oktober) ten val werd gebracht.

Bij de linker-vleugel van de K.V.P. had dit een hevige deining veroorzaakt. Heel de aanhang van het r.k. dagblad „De Volkskrant" had voor de motie-Schmelzer geen goed woord over. Verscheidene leden der K.V.P., waaronder hoogleraren van de Nijmeegse Universiteit, vonden er zelfs oorzaak m om hun lidmaatschap van de K.V.P. op te zeggen.

Voorts heeft de KV.P. ditmaal niet die steun van de geestelijkheid gehad, waarop zij in vroegere jaren steeds rekenen kon. Voorheen toch oefende de roomse geestelijkheid op de r.k. kiezers een enorme pressie uit om toch uitsluitend op de K.V.P.-lijsten te stemmen.

We weten niet precies of daarbij nog bedreigingen werden gevoegd, maar het zou niet behoeven te verwonderen a s het bij verkiezingen bij de Rooms-Katholieke Staatspartij van voor de oorlog en ook nog een aantal jaren bij de K.V.P. van na de oorlog, er zo naar toe ging, dat het niet stemmen op de K.V.P. als een — wat Rome zo noemt — , , doodzonde" werd aangemerkt. Men hermnere zich slechts het mandement der bisschoppen van omstreeks 1954, dat er op gericht was de kiezers af te houden van het uitbrengen van hun stem op kandidaten van de P.v.d.A., ook al waren dit roomse kandidaten. Het heeft toen zeer lang geduurd voor en aleer de roomse Kamerleden van de P.v.d.A. op dit mandement hebben gereageerd, bevreesd als ze waren zich openlijk tegen de bisschoppen te stellen.

Enige tijd geleden echter werd dit mandement door de bisschoppen zodanig verzwakt, dat de r.k. kiezers met een gerust hart op de P.v.d.A. en zelfs op de P.S.P. kunnen stemmen, zonder daarvoor met de geestelijkheid in moeilijkheden te komen.

Ook wordt hun niets in de weg gelegd als zij zich bij de P.S.P. als lid aanmelden. Dit vond onlangs nog plaats met de vroegere Staatssecretaris van Onderwijs, mej. Dr. de Waal, die voor de K.V P. bedankte en overging naar de P.S.P. Zelfs paters werden lid van de P.S.P., onder meer de sterk progressieve pater Jelsma van de Pleingroep. Van confessionele partijvorming wil deze en wUlen vele rooms-katholieken met hem, niet meer weten. Zelfs de bisschop van 's-Hertogenbosch heeft zich kort voor de Kamerverkiezingen hierover zodanig uitgelaten! dat dit bij de vooraanstaanden uit de K.V.P. grote ontstemming verwekte. De voorzitter van de R.K. jongerenaktie oefende al zeer scherpe kritiek op deze bisschop uit. Hij zei op een vergadering, dat door diens uitlatingen de K.V.P. veel stemmen dreigde te zullen verliezen, en hij voegde hieraan nog toe, dat het de bisschop te doen was om zich popupair te meiken.

Met dit laatste ging deze spreker, volgens het bestuur der K.V.P., te ver, maar met het eerste stemde het volkomen in. Ook het bestuur was van oordeel, dat voornoemde bisschop met zijn uitlatingen aan de K.V.P. een slechte dienst had bewezen, daar de kiezers als het ware hiermee een vrijbrief werd gegeven op een andere partij dan de K.V.P. te stemmen. Vraagt men waar de stemmen der r.k. kiezers, die voorheen op de KVP stemden, gebleven zijn, dan kan hierop worden geantwoord, dat zeer waarschijnlijk velen hunner, vooral van de jongeren, op de nieuwe partij D' 66 hebben gestemd. De voorzitter der K.V.P.-fraktie, de heer Schmelzer, was ook deze mening toegedaan, terwijl volgens hem ook stemmen van r.k. kiezers naar de P.v.d.A. zijn gegaan. Hij leidde dit af uit de stemcijfers, die de P.v.d.A. in het overwegend rooms-katholieke Limburg had behaald en waaruit bleek, dat P.v.d.A. aldaar vergeleken met de Statenverkiezingen van verleden jaar 0, 7 procent was vooruitgegaan, terwijl de K.V.P. er een verlies kreeg van 9, 4 procent! Voorts meende de heer Schmelzer, dat zijn partij ook stemmen aan de Boerenpartij heeft moeten afstaan.

Vermeldenswaard is voorts, dat het niet is uitgesloten, dat zelfs roomskatholieken op de S.G.P. hebben gestemd.

Van één is dit ons althans met zekerheid bekend, omdat de desbetreffende persoon, een medicus-specialist, ons dit in een brief meedeelde. Terwijl hij aan het wikken en wegen was op welke partij hij zou gaan stemmen, kwam hem een strooibiljet van de S.G.P. in handen. Niettegenstaande de daarin voorkomende alinea's met betrekking tot Rome, was voor hem na het lezen van het strooibiljet, de keus desniettemin gemaakt. Hij had namelijk een hekel aan sommige warhoofden inde K.V.P., aldus schreef hij.

De Partij van de Arbeid

Zoals reeds werd opgemerkt, verloor de P.v.d.A. zes zetels. Men kan alzo bij deze partij spreken van een doorgaand zetelverlies. Gelukte het haar in 1956 de K.V.P. in zeteltal te overtroeven, daar ze toen 50 zetels verwierf, in 1959 moest zij er twee afstaan, waardoor ze op 48 zetels kwam. Een zeer belangrijk aantal nog. In 1963 echter maakte de P.v.d.A. weer een terugval en wel in een nog sterkere mate dan in 1959, want zij verloor toen 5 zetels, waardoor zij op 43 zetels kwam. Thans gingen er nog eens zes af, zodat zij sedert 1956 een verlies te boeken kreeg van 13 zetels. De zo luidruchtige aktie van de P.v.d.A., waarbij met een hele karavaan het land van noord tot zuid en van oost tot west doorkruist werd, heeft haar niet gebaat om het verloren terrein te herwinnen. Ook het plaatsen op haar kandidatenlijst van jonge personen van de groep , , i\ieuw links" of , , Tien over rood" heefthaar niet gebracht wat zij ervan verwachtte. Het is zelfs niet onmogelijk, dat juist de ruk naar links, waartoedeP.v.d.A. op haar onlangs gehouden congres overging, voor haar het verlies nog groter heeft gemaakt dan zonder die vuurrode jonge kandidaten op haar lijst, het geval zou zijn geweest.

De V.V.D.

Deze partij mocht voor het eerst weer eens een winst, zij het kleine winst, boeken. Zij kwam van 16 op 17 zetels. De fraktie-voorzitter der V.V.D., de heer Toxopeüs, viel deze aanwinst van één zetel blijkbaar erg tegen. Hij verklaarde althans er meer te hebben verwacht. Het is ons niet duidelijk waarop de heer Toxopeüs deze ver­ wachting bouwde. Mocht hij daarmee de aktie tegen de Omroepwet op het oog hebben, dan achten wij dit niet erg aannemelijk. Indien het ageren van de V.V.D tegen de Omroepwet zo zeer bij de kiezers aangeslagen zou zijn, dan had dit reeds bij de Statenverkiezingen van 1966 tot uiting moeten zijn gekomen en dit was niet het geval.

De A.R.P.

Deze partij heeft voor het eerst na lange tijd weer eens een winst geboekt. In 1956 kwam zij van 12 op 15 zetels, tengevolge van de uitbreiding der Kamer tot 150 zetels, maar in 1959 daalde het zeteltal weer tot 14, in 1963 zelfs tot 13. Nu echter steeg het weer tot 15, zodat de A.R.P. een winst verkreeg van 2 zetels. Het komt ons voor, dat deze winst voornamelijk een gevolg is van het optreden van prof. Zijlstra als minister-president. Deze is ongetwijfeld een bekwaam econoom, maar, zoals hij zelf heeft verklaard, geen politicus. Hij zou zich het liefst uit de politiek terugtrekken om straks, na daartoe andermaal benoemd te zijn, als direkteur van de Ned. Bank te kunnen optreden. Zeer waarschijnlijk zal echter op hem wel weer een beroep worden gedaan om als Kabinetsformateur of als informateur op te treden. Hij heeft het eerste al wel afgewezen, maar het is lang niet uitgesloten, dat, als hij door de Koningin voor deze funktie wordt aangezocht, hij het zal aanvaarden. Het is voor hem ook wel onmogelijk om nu al te gaan zeggen, dat hij bereid is om wederom als formateur op te treden. Mocht dit gebeuren, dan is te hopen, dat hij zich niet beperken zal tot het opleggen van nieuwe belastingen en lasten, maar dat de uitgaven drastisch verlaagd zullen worden, wat helaas bij zijn laatste optreden niet is gebeurd. Ook van het uitkammen der begroting hebben wij nog niet het allerminste resultaat vernomen. De aanwinst der A.R.F. zal wel hoofdzakelijk zijn gekomen van kiezers, die voorheen op de C.H.U. hebben gestemd, terwijl het ook zeer waarschijnnlijk is, dat r.k. kiezers, die niet op de K.V.P. wilden stemmen, dit op de A.R. hebben gedaan, daar dezen Cals trouw waren gebleven.

De C.H.U.

Tegen de verwachtingen in heeft de Christelijk Historische Unie het er bij deze Kamerverkiezingen niet goed afgebracht. Zij kon zich zelfs niet op hetzelfde peil van 13 zetels handhaven. Had zij in 1952 negen zetels, welk aantal wegens het uitbreiden van de Kamer tot 150 zetels in 1956 tot 13 steeg, in 1959 kwam zij op 12 zetels. De verloren zetel werd echter in 1963 weer terug verkregen, zodat zij op 13 zetels kwam. Door het verlies van één zetel kwam zij thans weer op 12 zetels. Vrijwel zeker heeft de C.H.U deze zetel, welke een restzetel was, aan de A.R.P. moeten afstaan.

De P.S.P.

De P.S.F, had ook niet het succes, dat velen van deze partij hadden verwacht. Zij maakte toch vergeleken met de Statenverkiezingen van 1966 een geweldige keldering. Behaalde zij toen 336.510 stemmen of bijna 5 procent van het totaal aantal geldige stemmen, nu verkreeg zij slechts iets meer dan 197000 stammen wat neerkomt op een percentage van 2, 86 procent. Een vermindering alzo van 2, 13 procent.

De heer Lankhorst, voorzitter der F.S.P.-fraktie, schreef deze teruggang enerzijds toe aan het deelnemen aan de verkiezingen door de nieuwe partij D'66, aan weDce partij door velen van zijn vroegere kiezers de voorkeur zou zijn gegeven. Anderzijds achtte hij het verlies daaraan te moeten wijten, dat verscheidene politieke punten, waar de P.S.P. voorheen alleen in stond, nu min of meer gemeengoed zijn geworden. Het wU ons voorkomen, dat het verlies der P.S.P. voor een belangrijk deel ook toegeschreven moet worden aan het afwijzen van de monarchie en het streven om van Nederland een republiek te maken. De partij D'66 doet dit niet, zodat het welhaast zeker is, dat de P.S.P. om die reden een groot deel van zijn aanhang aan D'66 heeft moeten afstaan. Een voorbeeld ervan, dat dit punt voor leden van de P.S.F, reden is geweest om met haar te breken, is te vinden in prof. Rasker, van wie kort voor de verkiezingen in de pers werd vermeld, dat hij om genoemde reden als lid der P.S.P. had bedankt.

De C.P.N.

Deze partij heeft een winst geboekt van één zetel, waardoor zij van 4 op 5 zetels kwam. Niet alleen in vergelijking met de Kamerverkiezingen van 1963, maar ook met de Statenverkiezingen van 1966 ging zij belangrijk vooruit. Zij kwam op een percentage van 3, 61 procent, dus 0, 89 hoger dan bij de Statenverkiezingen en 0, 85 procent hoger dan bij de Kamerverkiezingen van 1963. Opmerkelijk is het, dat de C.P.N., die toch een zuiver revolutionaire partij is en ongetwijfeld een republiek boven een monarchie verkiest, zich niet zoals de F. S. P. deed, voortdurend tegen de monarchie heeft afgezet.

De C.P.N, heeft dus helemaal de PSP overtroefd.

De Boerenpartij

Deze partij nam bij de Statenverkiezingen van 1966 een zeer hoge vlucht. Zij verwierf een groot aantal Statenzetels en haar stemcijfer was van die aard, dat zij tien Kamerzetels zou hebben gekregen als er toen Kamerverkiezingen waren geweest. Na het gebeurde met het Eerste Kamerlid Adams, die in 1966 zijn intrede in deze Kamer deed en als fractievoorzitter optrad, was het met al wat daarmee in verband staat, wel te verwachten dat deze partij ditmaal niet de hoogte van 1966 zou bereiken. Dit is dan ook gebeurd, ze kwam van 6, 73 pet. in 1966 op 4, 77 pet in 1967, een vermindering dus van 1, 96 pet. Toch verkreeg de B.P, nog een flink aantal zetels. Van 3 zetels in 1963 kwam ze nu op 7 zetels, dus meer dan een verdubbeling, wat voorwaar geen kleinigheid is.

Het G.P.V.

Dit verbond kon geen twee zetels halen. Vergissen we ons niet dan had men het daar wel verwacht om reden zij steun kregen van het Nationaal Evangelisch Verbond, dat bestaat uit ontevredenen uit de A.R.P. en C.H. U., vooral uit de eerstgenoemde partij. De bij dit Verbond aangeslotenen, een kleine groep, konden geen lid worden van het G.P.V., omdat ze geen lid van de vrijgemaakte Gereformeerde Kerken zijn. Ze konden alleen op het G.P.V. stemmen. Een paar weken geleden gaven wij echter reeds als onze mening te kennen, dat hoewel het G.P.V. VËm die kant wel stemmen zou verkrijgen, men daarvan toch niet te grote verwachtingen moest hebben. Deze zienswijze is dan door de uitkomst juist geblekentezijn. Het G.P.V. is wel in percentage met 0, 14 pet. vooruitgegaan vergeleken met 1963, maar voor een tweede zetel was dit lang niet genoeg. Daarvoor kwam dit Verbond toch nog wel meer dan 30.000 stemmen te kort. Deze winst in stemmen moet dus voornamelijk worden toegeschreven aan antirevolutionairen, die zich met de gang van zaken in de A.R.P. niet kunnen verenigen. Onder hen bevindt zich onder meer prof. Mekkes, lid der Synode Gereformeerde Kerken, enhoogleraar aan de Vrije Universiteit, die voor deze verkiezingen ook spreekbeurten voor het G.P.V. vervulde. Het kan overigens niet worden ontkend, dat het G.P.V. zeer actief is geweest. Grote vergaderingen werden belegd, o.a. in de Margriethal te Utrecht, waar wel 4000 personen aanwezig waren. Bij zo'n gelegenheid komen de vrijgemaakte gereformeerden uit alle delen van het land op, mannen en vrouwen, jongelingen en jongedochters, waarbij dan behalve psalmen ook vaderlandse liederen worden gezongen. Ook moet bedacht worden, dat het G.P.V. gebruik maakt van de politieke zendtijd bij radio en televisie, waardoor ze grotere bekendheid krijgt. Hetkomt ons voor, dat dit ook wel enigszins tot het verhogen van het percentage van het G.P.V. heeft bijgedragen, al zal de winst toch voor het merendeel uit bovengenoemd Verbond zijn gekomen.

D' 66

Dit is een geheel nieuwe partij. In 1966 werd ze opgericht. De „D" wil zeggen: Democraten. De stoot van haar ontstaan Ugt m het optreden van drs. Gruj^ers, die voorheen Ud was van de V.V.D. en voor deze par tij zitting had in de gemeenteraad van Amsterdam, z elfs was hij voor zittervandev.v.D.fractieindieraad Hij was echter sterk gekant tegen hci huwelijk van Prinses Beatrix met dt heer Claus von Amsberg, weshahi hij weigerde om bij de komst van di Prinses met Haar verloofde in Am sterdam aanwezig te zijn, wat hen door het bestuur van de V.V.D. kwa lijk werd genomen. Hij bedankte toi: voor de V.V.D. om daarop met andi ren de mogelijkheid van het stichui. van een nieuwe partij te overwegen Deze partij kwam tot stand, doch tot'11 het op kandidaatstellen voor de Ka merverkiezingen aankwam, weigerdi' de heer Gruyters op no. 1 te gaan staaiL Hij verkoos een plaats hekmaal onderop de lijst. Daarop wenl de heer Van Mierlo, journalist bij ht. „Algemeen Handelsblad", tot lijsi aanvoerder gekozen en tot aUervt'ibazing kreeg deze partij, die ampi r een jaar bestaat, 7 zetels toegewezt'i . De partij staat o.m. voor een wij/ - ging van het kiesstelsel, bestaande i ^ het invoeren van een districtenstel^i'l en in het door de kiezers laten kiezi n van een minister-president. De V.V.D. heeft van deze partij ongetwijfeld veel last gehad. Ware zij er niet geweest, dan zou de V.V.D. waarschijnlijk meer zetels hebben verworven. Vrij algemeen neemt men aan dat D' 66 haar stemmen verkregen heeft van de K.V.P., V.V.D., P.S.P. en Boerenpartij. Opmerkelijk is, dat wanneer thans het districtenstelsel zou hebben bestaan, D'66 met het verkregen aantal stemmen slechts één zetel zou verworven hebben.

_ . . DG NoodrQQQ

y^^e groep had zich na de zaak­ Adams van de Boerenpartij afgescheiden. Ze verwierf echter volgens de thans bekende cijfers (vrijdag 17 febr.) niet voldoende stemmen om een zetel te verkrijgen. Wel was zij op circa 400 stemmen na bij de kiesdeler. Aanvankelijk werd haar zelfs een zetel toegekend, doch daarna maakte het A.N.P. bekend, dat in de berekening een vergissing was gemaakt.

De C.D.U,

Deze partij had tot lijstaanvoerder de heer Smits, een rooms-katholiek uit N. Brabant, terwijl ook dr. mr. Zeegers (gereformeerd), die al meer op een lijst voor de Kamerverkiezingen heeft gestaan, eveneens op deze lijst voorkwam. De C.D.U. verkreeg 45.250 stemmen, dus niet de volle kiesdeler. Toch werd ook aan deze lijst, evenals aan de Noodraad, aanvankelijk een zetel toegekend, zodat zowel de K.V.P. als de S.G.P. een zetel minder zou krij gen. Toen de foutieve cijfers echter gerectiviceerd waren, bleek, dat noch de Noodraad noch de C.D.U. een zetel had behaald. Hieronder volgt thans een tabel waaruit men kan zien hoeveel stemmen op de diverse partijen werden uitgebracht.

Uitslag voor alle partijen over heel Nederland

KAMER 1963 STATEN 1966 Stemmen Perc. Stemmen Perc. KV.P P.v.d.A V.V.D A.R.P. C.H.U C.P.N S.G.P.': : .'.: .'; ; .•; Voogd B-P G.P.V Overige lijsten. .'.... Totaed „_______^^^_^.^ 1.995.352 1.753.084 643.839 545.836 536.801 173.325 189.373 143.818 133.231 46.324 97.538 6.258.521 31, 88 28, 01 10, 28 8, 72 8, 57 2, 76 3, 02 2, 29 2, 12 0, 74 1, 61 100 2.034.721 1.580.971 676.092 558.477 629.806 183.571 336.510 140.148 454.072 52.049 104.273 6.750.690 30, 14 23, 42 10, 02 8, 27 9, 33 2, 72 4, 99 2, 08 6, 73 0, 77 1, 53 100 KAMER 1967 Stemmen 1.823.807 1.619.694 738.672 681.064 560.364 248.008 197.051 138.114 4.945 327.816 59.297 479.707 6.878.539 Iferc. 26, 51 23, 55 10, 74 9, 90 8, 15 3, 61 2, 86 2, 01 0, 07 4, 77 0, 86 6, 97 100

Specifikatje voomoamste overJoe lijsten

' ** ' Liberale Volkspartij Noodraad Landsbelangen. , . C.D.U D' 66 Ongehuwden .... 17.321 0, 26 11.343 45.412 17.676 45.250 307.119 43.300 0, 16 0, 66 0, 26 0, 66 4, 46 0, 63

—^—-^——^— Zetelverdeling

K.V P PvdA V.VD A.R.P. C.H.U C.P.N p.S P S.G P B P G.PV Kamer 1963 50 43 16 13 13 4 4 3 3 1 Staten 1966 46 36 15 13 15 4 • 7 3 10 1 Kamer 1967 42 37 17 15 12 5 4 3 7 1

Het aantal Kamerzetels in de kolom „Staten" zou verkregen zijn, indien het aantal stemmen der Statenverkiezing zouden uitgebracht zijn voor de Kamerverkiezing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1967

De Banier | 8 Pagina's

De uitslag der Tweede-Kamerverkiezingen (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1967

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken