Bekijk het origineel

De teraardebestelling van wijlen de heer D. Kodde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De teraardebestelling van wijlen de heer D. Kodde

8 minuten leestijd

Op maandag 11 september 11. werd het stoffelijk overschot van wijlen de heer D. Kodde in zijn geboorte-en woonplaats Zoutelande aan de schoot der aarde toevertrouwd. Welk een grote waardering en hoogachting men voor de heer Kodde had, bleek wel overduidelijk uit de grote belangstelling, niet alleen in het kerkgebouw maar ook daarbuiten, toen de begrafenisstoet met daarachter de vele vrienden en bekenden van de overledene zich naar het kerkhof begaf. Dat de heer Kodde bij de gemeentenaren goed aangeschreven stond, blijkt ook wel daaruit, dat, hoewel hij sedert enkele jaren geen burgemeester van Zoutelande meer was, toch door velen over hem nog steeds als „burgemeester Kodde" gesproken werd.

Ofschoon aanvankelijk het voornemen bestond de bijeenkomst vóór de begrafenis te doen plaats hebben in het kerkgebouw der Gereformeerde Gemeente, werd door de familie dankbaar het aanbod van de kerkvoogdij der Hervormde Kerk aanvaard om gebruik te mogen maken van het grotere kerkgebouw der Hervormde Kerk.

In de banken links en rechts van de preekstoel werden de plaatsen bezet door de kerkeraad van de Geref. Gem. te Zoutelande met Ds. L. Rijksen van Rotterdam; door Ds. Abma en Ir. Van Dis als vertegenwoordigers van het Hoofdbestuur der S.G.P., de vier Statenleden der S.G.P. in Zeeland: de heren Boender, Schot, Maljaars en Van Ommeren; voorts de heer J. v.d. Bos, lid van Ged. Staten van Zeeland namens de Commissaris der Koningin, het College van Ged. Staten en de provinciale ambtenaren, terwijl ook de burgemeester van Zoutelande, de heer Koevoets, aanwezig was.

Te circa half elf werden de voor de familieleden bestemde zitplaatsen door hen bezet.

Na enige ogenblikken werd de bijeenkomst geopend door Ds. Weststrate, predikant der Gereformeerde Gtemeente te Meliskerke, met het laten zingen van Ps. 103 vers 8, schriftlezing uit Hebreen 9 van vers 11 tot het einde en gebed.

Spreker wees er op, dat er geen rouwdienst zou gehouden worden, maar slechts een samenkomst om ons aan de hand van Gods Woord te bepalen bij wat het sterfgeval van de heer Kodde voor allen te betekenen had. Voordat daartoe werd overgegaan richtte spreker eerst enige woorden tot de echtgenote, de kinderen en overige nabestaanden, die door het zo onverwacht overlijden van de heer Kodde in zulke droevige omstandigheden gekomen waren. Hij wenste hun aUen toe te mogen bukken en buigen om alzo verenigd te mogen worden met de weg, die de Heere met hen hield.

Ds. Weststcate wees er voorts op, dat de overledene met vele talenten begiftigd was en dat hij deze niet had begraven, maar er op verscheidene terreinen mede gewoekerd had. Was hij voorheen dikwijls buitenshuis, de laatste jaren hadden zijn echtgenote en kinderen hem thuis gehad.

Vervolgens bepaalde spreker zijn gehoor bij Hebr. 9 : 27 en 28:

„En gelijk het de mensen gezet is éénmaal te sterven en daarna het ooit- deel, alzo ook Christus, éénmaal geofferd zijnde om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male zonder zonde gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid". Spreker stond er eerst bij stil, dat niemand aan de dood ontkomt. Koningen en bedelaars, vromen en goddelozen, rijken en armen, ze moeten allen eenmaal sterven. De mens is echter niet geschapen om te sterven maar om te leven. Vrij-en moedwillig heeft de mens zich aan de dood onderworpen door Gods gebod te overtreden, want de bezoldiging der zonde is de dood.

Slechts éénmaal kan de mens sterven, niet twee of drie maal. En dan volgt het oordeel Gods. Dit oordeel geschiedt naar het richtsnoer van Gods heilige Wet: God liefhebben boven alles en de naaste als zichzelf.

Wie is er echter onder de mensen, die dit oordeel kan doorstaan? Allen toch hebben de wet Gods overtreden, zodat zij onder de vloek liggen.

Indien dan ook God Zelf geen plan van verlossing en ter ontkoming aan de toom Gods in de eeuwigheid had gemaakt, zou niemand ooit zalig kunnen worden. Dit plan was er echter en ter uitvoering heeft God Zijn eigen Z oon overgegeven tot in de sm adelijke dood des kruises op Golgotha. Hier werd het bewijs geleverd hoe God de zonde haat. Hij goot de fiolen van Zijn gramschap op Hem uit. Maar nu is er ook ontkoming mogelijk. Christus toch heeft de straf, die de wet Gods eiste, gedragen en Hij heeft die wet volkomen vervuld. Voor allen, die in Christus zijn, geldt nu, dat God op hen niet meer toornen of schelden zal. In Hem zijn zij vrij van schuld en straf.

Voor ieder komt er nu op aan of men tot dat volk mag behoren.

Spreker was er van overtmgd, dat de overledene geen vreemdeling was van het leven der genade, hoezeer hij zelf gedurig te kampen had met de vraag of het wel waar werk bij hem was. Ds. Weststrate richtte vervolgens nog enige woorden van bemoediging tot de echtgenote en kinderen, hun toewensend dat zij de voetstappen van hun man en vader mochten volgen en in hun verlies de troost mochten vinden bij Hem, Die alleen troosten kan.

Nadat met gebed geëindigd was werd gezongen Ps. 103 vers 9 en kreeg öuderüng De Wolf gelegenheid enkele woorden te spreken namens de kerkeraad der Gereformeerde Gemeente, waarvan de overledene jarenlang als ouderling en voorzitter deel had uitgemaakt.

De heer De Wolf wees er op, dat met de heer Kodde een stoere werker was heengegaan, waarbij gememoreerd werd hoe de Geref. Gemeente te Zoutelandé tot stand gekomen was. Spreker kon meevoelen met de bedroefde familie daar zijn eigen gade niet lang geleden van hem door de dood was weggenomen. Hij wenste de echtgenote en kinderen toe dat zij eenswUlens mochten worden gemaakt met de weg des Heeren om aldus te kunnen betuigen, dat in Hem geen onrecht is. Met een ernstig woord drong hij er bij de familie en alle aanwezigen op aan om acht te geven op de roepstem, die ook in dit sterfgeval tot ons komt, daar sterven neerkomt op God ontmoeten.

Hierna sprak de heer J. van den Bos, lid van Gedeputeerde Staten, namens de Commissaris der Koningin, het College van G.S. en de ambtenaren woorden van grote waardering en erkentelijkheid voor de persoon van de overledene, die zij als een ijverige werker hadden leren kennen en die zijn talenten niet ongebruikt had gelaten, maar daarmede op onderscheidene plaatsen grote diensten had bewezen.

Vervolgens sprak Ds. Abma namens het Hoofdbestuur, de Statenleden uit Zeeland, de besturen der Provinciale verenigingen en de S.G.P. in haar geheel. Spreker wilde niet doen aan persoonsverheerUjking, wat ook niet in de Ujn zou liggen van de overledene. Van alles wat de Heere ons in de heer Kodde heeft gegeven, komt de eer toe aan Hem, Wiens eer de overledene ook op het oog had in zijn werkzaamheden op staatkundig terrein. Ds. Abma wees vervolgens op de funkties, die de heer Kodde had bekleed en dat hij veler sympathie had verworven, ook in de Kamer. Spreker merkte voorts op, dat uiteindelijk aUe titels en aUe beklede funkties wegvallen en dat het er dan op aankomt of we aan deze zijde van het graf zijn ingeplant in Hem, Die de dood en de hel heeft verslonden tot overwinning. Aangaande de overledene was spreker niet zonder hoop, dat de wortel der zaak in hem werd gevonden. Aan 's mensen zijde is het een onmogeüjkheid, maar anderzijds worden geen rechtvaardigen in zichzelf maar zondaars gezaligd. Van nature zijn wij allen gelijk de heidenen, zodat er van' Gods kant een daad moet geschieden waardoor in "de dood het nieuwe leven wordt gewekt.

Hierna sprak de burgemeester van, Zoutelande, de heer Koevoets, woorden van grote waardering voor al wat de heer Kodde als burgemeester in het belang der gemeente heeft verricht, waardoor hij bij de gehele bevolking in ere was.

De plechtigheid in het kerkgebouw was hiermede ten einde. Thans volgde de gang naar de laatste rustplaats, alwaar alleen door Ds. *L. Rijksen het woord werd gevoerd namens de Geref. Gemeenten, de Scholenbonden daarin namens het onderwijs. De dood van de heer Kodde, aldus spreker, was een zware slag. Allereerst voor de echtgenote, de kinderen en nabestaanden, waar een zorgzame man en vader was weggenomen, maar niet minder voor de Geref. Gemeenten. Spreker memoreerde voorts de funkties die de heer Kodde op kerkelijk en onderwijsgebied had bekleed en waarvoor hij zich steeds tenvolle had ingezet. Niet om eigen eer, maar omdat de eer Gods hem op het hart woog en het welzijn van kerk en school hem ter harte ging. Spreker had vele gesprekken met hem gevoerd ook over het geestelijk leven, wat spreker vrijmoedigheid gaf te betuigen, dat de ware vreze Gods bij hem werd gevonden en op hem kan worden toegepast wat in Ps. 37 staat opgetekend: , , Let op de vrome en zie naar de op»rechte, want het einde vam die man zal vrede zijn". Met hem is een strijder van ons heengegaan, een lover is hierboven meer gekomen, verlost van strijd, van vijanden en bovenal van zichzelf.

Nadat spreker nog de echtgenote had toegewenst, dat de Heere haar moge sterken, verzocht hij de talrijke aanwezigen te zingen Ps. 42 vers 3.

Eén der zoons bedankte tenslotte namens de familie allen, die de laatste eer aan de overledene hadden bewezen, zowel de sprekers als de belangstellenden en hen, die tijdens de ziekte en bij de begrafenis hun diensten hadden bewezen.

Zeer terecht merkte de redaktie van de Prov. Zeeuwse Courant van 9 september in een zeer waarderend artikel op, dat met de heer Kodde opnieuw een stukje van het oude Zeeland verdwenen is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1967

De Banier | 8 Pagina's

De teraardebestelling van wijlen de heer D. Kodde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1967

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken