Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De herziening van het kiesstelsel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De herziening van het kiesstelsel

4 minuten leestijd

1.

De herziening van het kiesstelsel staat in deze tijd in het middelpunt d^ belangstelling. In bijzondere mate geldt dit wel voor de kleine partijen, welker bestaan bij die herziening ten allernauwste betrokken is. Vrij algemeen wordt toch verwacht, dat het advies van de huidige Staatskommissie, die zich met de herziening van het kiesrecht bezighoudt, heel anders zal luiden dan dat van de Staatskommissie, welke in 1953 werd ingesteld. Ook deze kommissie had tot taak de regering te adviseren omtrent de vraag of en, zo ja, in hoeverre er behoefte bestond aan een wijziging van het Nederlandse kiesstelsel.

Deze kommissie bracht op 24 maart 1958 haar rapport uit. Hieruit bleek, dat zij zich o.m. met dezelfde kwesties had beziggehouden als waarover thans druk gediskussieerd wordt, namelijk het verdelen van het land in een aantal zelfstandige kiesdistrikten om te voorkomen, dat kleine partijen in het gehele land stemmen verzamelen en op die wijze één of meerdere zetels voor de Tweede Kamer weten te verwerven en voorts het verhogen van de kiesdrempel, zodat een partij meer dan eenmaal de kiesdeler zou moeten behalen om in de Kamer een vertegenwoordiger te kunnen verkrijgen. Voornoemde Staatskommissie wees echter beide mogelijkheden van de hand, al was wel een minderheid uit haar er voor te vinden.

Zij verwierp het systeem van een aantal zelfstandige kiesdistrikten om twee redenen. Ten eerste had volgens de meerderheid het euvel van de vele kleine partijen zich in de loop der jaren vanzelf genezen, waarbij de verplichte waarborgsom had bijgedragen. Ten tweede bezorgde het stelsel der grootste gemiddelden bij de zetelverdeling aan de grote partijen reeds voordelen, weüc verschijnsel zich even zovele malen zou voordoen als er afzonderlijke kiesdistrikten zouden zijn.

Indien men al tot dit systeem zou overgaan, achtte de meerderheid het in elk geval billijkheidshalve nodig om een korrektie aan te brengen, waardoor echter het beoogde doel, namelijk het tegengaan van kleine partijen, weer voor een deel verloren zou gaan.

Inzake het verhogen van de kiesdrempel was de Commissie van oordeel, dat dit wel niet in strijd was met de Grondwet, maar de meerderheid was wel van oordeel, dat de kiesdeler, zoals deze in de Kieswet wordt gedefinieerd als het quotient, dat verkregen wordt door de som der stemcijfers van alle lijsten te delen door het aantal te vervullen plaatsen, een logisch element in ons demokratisch kiesstelsel vormt. Bovendien achtte de meerderheid der kommissie een verlaging van dit aantal stemmen aanbevelenswaardig met het oog op het feit, dat het aantal stemmen, dat nodig was om een zetel te behalen, aanzienlijk groter was dan ten tijde van de invoering van de evenredige vertegenwoordiging in 1917.

Voorts achtte men iedere andere wettelijke kiesdeler iets wUlekeurigs te hebben, wat inderdaad het geval is. De één zou de kiesdrempel 11/2 maal kunnen wiUen verhogen, zoals in 1952 de heer Donker en later de heer Beernink wilde doen, minister De Wilde wilde in 1932 de drempel reeds drie maal verhogen, en de overleden heer TUanus gewaagde zelfs met een verwijzing naar West-Duitsland, van vijf maal de kiesdeler, kennelijk met het doel om de kleine partijen uit de Kamer te weren.

Voornoemde Staatskommissie verwierp deze methode echter op de aan- gegeven gronden, alsmede omdat de meerderheid bovendien van oordeel was, dat handhaving van de kiesdeler, zoals deze in de Kieswet wordt omschreven, met zich brengt, dat de Tweede Kamer een getrouwe afspiegeling blijft van wat er in het volk aan politieke wensen leeft.

Voorzitter van deze Staatskommissie was de oud-Minister van Binnenlandse Zaken, de heer Teulings (KVP), terwijl Mr. J. Donner (AR), destijds President van de Hoge Raad der Nederlanden, één der twee vice-voorzitters was.

In een volgend artikel zal worden ingegaan op wat van de huidige Staatskommissie verwacht kan worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 1 February 1968

De Banier | 8 Pagina's

De herziening van het kiesstelsel

Bekijk de hele uitgave van Thursday 1 February 1968

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken