Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De herziening van het kiesstelsel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De herziening van het kiesstelsel

6 minuten leestijd

2.

Terwijl de meerderheid van de Staatskommissie, die in 1953 werd ingesteld en in 1958 haar rapport uitbracht, tot de konklusie kwam, dat het kiesstelsel geen wijziging behoefde, is van de in 1967 door het kabinet-De Jong ingestelde Staatskommissie een geheel tegengesteld advies te verwachten. Wel zal zij moeten blijven binnen het raam van de Grondwet, daar de Regering er op wil aanwerken, dat de nieuwe regeling reeds bij de Kamerverkiezingen van 1971 in toepassing kan worden gebracht. Dit houdt dus in, dat de kommissie de evenredige vertegen­ woordiging moet handhaven. Een eis, die het de kommissie niet gemakkelijk maakt, wanneer zij althans demokratisch te werk wil gaan. Wanneer toch het stelsel der evenredige vertegenwoordiging volgens de regels der demokratie wordt gehanteerd, dan moet elke groepering uit ons volk, die bepaalde beginselen voorstaat, de mogelijkheid worden geboden om bij het verwerven van een aantal stemmen gelijk aan de kiesdeler, in de Tweede Kamer vertegenwoordigd te zijn. Dit standpunt werd voorheen dan ook steeds door het merendeel der par­ tijen ingenomen, wat wel gebleken is toen in 1932 de antirevolutionaire minister De Wilde - kennelijk met het doel de S GP uit de Kamer te werende eis van driemaal de kiesdeler wilde stellen, hetgeen hem echter door de grote meerderheid der Kamer onmogelijk werd gemaakt.

Ook de StaatskonMnissie van 1953 wilde de kiesdrempel niet verhogen omdat de kiesdeler volgens de meerderheid dezer kommissie een logisch element in ons demokratisch stelsel vormt.

Sedertdien zijn echter de omstandigheden sterk gewijzigd. De K V P, steeds naar buiten als een eenheid optredend en de grootste partij met vijftig Kamerzetels vormend, leed bij de Kamerverkiezingen van 1967 een geducht verlies. Van vijftig kwam zij op tweeen-veertig zetels. Ook de PvdA liep in zeteltal zeer sterk terug. Van drie-enveertig kwam zij op een aantal van zeven-en-dertig zetels. Daarentegen kwam de nieuwe partij D'66 in één sprong met zeven zetels in de Kamer, terwijl de B P van drie op zeven zetels kwam.

Deze spektakulaire veranderingen deden de kwestie van de herziening van het kiesstelsel herleven en als gevolg daarvan is de kommissie, die speciaal met dit onderdeel belast werd, aan het werk getogen.

Hoewel er nog geen officiële mededelingen over de resultaten van het werk dezer kommissie zijn verschenen, blijken toch enkele persorganen er in geslaagd te zijn om één en ander van het werkschema te weten te komen

Zo wist het „Algemeen Dagblad" mee te delen, dat één van de werkstukken der subkommissie inhoudt, dat het land in 18 kieskringen verdeeld kan blijven, evenals dit nu reeds het geval is, doch met dien verstande, dat de door een partij in elk dier kieskringen ingediende lijsten niet meer met elkaar verbonden mogen worden. Dat dit voor de kleine partijen funest is, is duidelijk. Zoals het nu is, worden namelijk de stemmen, die een partij in elke provincie verkrijgt, bij elkaar opgeteld, zodat er geen enkele stem verloren gaat. Door dan dit stemcijfer te delen door de landelijke kiesdeler wordt het aantal zetels verkregen, dat door een partij wordt behaald, terwijl ook nog restzetels kunnen worden verworven.

Wordt nu het verbinden der lijsten onmogelijk gemaakt, dan moet het aantal stemmen, dat door een partij in een kieskring verkregen wordt, gedeeld worden door de landelijke kiesdeler, wat voor kleine partijen uitermate ongunstig is. Wordt toch in een kieskring de landelijke kiesdeler niet gehaald, dan krijgt een partij geen zetel toegewezen, terwijl de behaalde stemmen ook niet mogen worden opgeteld bij de stemmen, die in andere kieskringen verkregen worden. Wanneer dan ook in 1967 het zoeven genoemde systeem reeds ware toegepast, dan zouden zelfs de partijen, die met zeven zetels in de Kamer kwamen, namelijk D'66 en de BP, toen uif de Kamer zijn geweerd. De kleinere partijen, zoals de SGP, het GPV en de PSP, zouden er vanzelf ook geheel buiten zijn gevallen.

Merkwaardigerwijze zouden echter de conmiunisten er in gebleven zijn. De CPN zou wel van vijf op twee zetels gekomen zijn, maar toch in elk geval haar vertegenwoordiging in de Kamer hebben behouden.

Wijst het al op een onuitsprekelijk groot onrecht, ja schandaal, dat konfessionele, gezagsgetrouwe partij en uit de Kamer zouden worden geweerd, terwijl een communistische partij in de Kamer vertegenwoordigd zou blijven, het onrec; ht wordt nog groter als bedacht wordt, dat bij het vorengenoemde systeem de KVP in 1967niet minder dan maar liefst 55 zetels zou hebben behaald in plaats van de 42, die zij toen verwierf. Gok de PvdA zou dan veel sterker zijn geworden.

In plaats van de nu verworven 37 zetels zou zij er 50 hebben verworven. De twee grootste; partijen zouden dus elk 13 zetels meer gekregen hebben en dat ten koste van de middelgrote en kleine partijen. Ook de A R P en de C H U zouden ieder een zetel verloren hebben. Hierbij is echter geen rekening gehouden met het vormen van een koalitie tussen KVP, ARP en C H U, de zgn. christen-demokraten.

De VVD zou volgens het voornoemde systeem 18 in plaats van 17 zetels verworven hebben, dus één zetel hebben gewonnen.

Volgens een ander door de subkommissie ontworpen werkstuk zou, zoals „De Telegraaf" wist te melden, het land ook verdeeld kunnen worden in bijvoorbeeld vijf distrikten. Elk dezer distrikten zou dan 30 Kamerzetels moeten opleveren. Hierbij zouden de partijen per distrikt koalities kunnen aangaan. De zeteldrempel zou bij dit systeem hoger worden doordat een partij volgens voornoemd dagblad per distrikt 3, 3 pet. van de zetels zou moeten kunnen halen om een zetel te verkrijgen. Voorts deelde dit blad mede, dat uit een minderheidsrapport o.m. bleek, dat de VVD overwegende bezwaren tegen het distriktenstelsel heeft.

Uit het bovenstaande zal de lezer gebleken zijn, dat er met zekerheid nog niets te zeggen valt over wat er uiteindelijk uit de regeringsbus zal komen. De voortekenen wijzen er echter op, dat het voor de kleine partijen uitermate moeilijk zal worden.

Vermoedelijk zal de Tweede Kamer zich in het voorjaar van 1969 over de regeringsvoorstellen kunnen uitspreken, terwijl het niet uitgesloten is, dat enkele elementen uit het nieuwe kiesstelsel, zoals lijstverbinding tussen partijen en afschaffing van de opkomstplicht, reeds vóór de Statenverkiezingen van 1970 van kracht kunnen worden.

P. S. Volgens een andere bron zou bij achttien kieskringen ook een andere zetelverdeling kunnen plaats hebben. Hierover in een volgend artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1968

De Banier | 8 Pagina's

De herziening van het kiesstelsel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 1968

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken