Bekijk het origineel

GRAF OF OVEN?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

GRAF OF OVEN?

4 minuten leestijd

4

Enkele gedachten over de lijkbezorging

Het rapport-Kan gaf aan de Minister in overweging om het begraven en verbranden der lijken wettelijk gelijk te stellen. Minister Smallenbroek wüde hierover eerst de gevoelens der Kamerleden vernemenen ook aftvachten hoe de kerken er over oordeelden. U kunt hieruit aflezen, dat het in feite ging om de houding van KV.P., A.R.P. en C.H.U. Hoe zouden die reageren?

Het rapport-Kan kwam eerst ter sprake in de openbare kommissie vergadering van de Vaste Kommissie voor Binnenlandse Zaken. Daar was het de socialist Scheps, die als eerste het woord kreeg over de krematie en het rapport-Kan.

Hij konstateerde een kentering in de overtuigingen zowel van de rooms-.kaiholieken als van de protestantschristeUjke groeperingen inzake de krematie. Hij zal daarmee hebben bedoeld, dat stemmen als van Kuyper en Fabius in de grote christelijke partijen niet meer werden gehoord.

Dat kleine groeperingen over een zaak Eds de krematie nog reformatorisch spreken doet minder ter zake.

Scheps diende aan het slot van zijn rede een motie in, die aldus luidde:

De Kamer, gezien:

a. de inhoud van het , , Eindrapport van de Advieskommissie Krematie" (ingesteld bij beschikking van de M nister van Binnenlandse Zaken van 16 jan. 1964, Stcrt 1964, 18), dez.g. derde Kommissie-Kan;

b. de eenstemmigheid van oordeel van de ondertekenaars van dit rapport bij het doen van aanbevelingen en voorstellen ten einde tot spoedige wijziging van de , , wet op de lijkbezorging", te komen; c. het nieuwe oordeel dat zich ten aanzien van het vraagstuk van de verassing in brede kerkelijke kring heeft gevormd; nodigt de Regering uit:

Een ontwerp van wet tot nadere regeling van het vraagstuk van de verassing in de zin eds door de (derde) Kommissie-Kan aangegeven, zo spoedig mogelijk bij de Kamer aanhangig te maken, en gaat over tot de orde van de dag".

Bij de behandeling van deze motie was er volkomen duidelijkheid bij de heren Abma (S.G.P.), Bruggeman (RS.P.), Geertsema (V.V.D.) en Beernink (C.H.U.). Maar behoudens het standpunt van Beernink, was het standpunt der anderen a priori bekend. Ds. Abma kon vanzelfsprekend met de motie-Scheps niet instemmen. Het beginselprogramma van de S. G. P. spreekt in art. 4 lid g uit, dat de overheid geroepen is om de lijkverbranding te beletten. De ontstane toestand van onwettige verbranding, die gedurende 40 jaar heeft bestaan, kon de S.G.P. niet bevredigen, maar noch aan legaliseren van de krematie (1955) noch aan volledige gelijkstel­ ling (1965) mocht ze medewerking verlenen. De S.G.P. wenst handhaving van de begrafeniswet 1869, die het begraven verplicht stelt.

Daarom gaf Ds. Abma te kennen, dat , , er bij ons geen behoefte is, deze wet (1955) te veranderen in de zin zoals bedoeld is (door de motie-Scheps ); als men verandering zou wensen, dan eerder het tegendeel".

De afgevaardigden Bruggeman (P.S.R) en Geertsema (V.V.D.) stelden zich voor 100 pet. achter de motie-Scheps.

Dat in het verleden de rechtse koaUtiekabinetten de zaak van de „onwettige krematies" niet aangepakt hebben en opgelost in de geest van Kuyper en Fabius, kwam niet alleen door de fout van het ministerie Gort van der Linde, dat met de krematievereniging onderhandse afspraken had gemaakt, waardoor naar Dr. Colijns mening de latere rechtse kabinetten de handen waren gebonden, maar had nog een andere reden.

De rooms-katholieke en anti-revolutionaire frakties wilden de krematie verbieden, terwijl er in de christelijkhistorische fraktie verschülende afgevaardigden waren, die de krematie onder beperkende bepalingen wilden toestaan.

Let wel, zo was het in de periode tussen de twee wereldoorlogen.

In 1955 gaven de roomsen en antirevolutionairen reeds hun stemaan de herziene begrafeniswet, die onder beperkende bepalingen de krematie toestond. Ze waren dus in 1955 op het punt waar veelchristelijk-historischen reeds waren voor de oorlog. k

In 1965 ging het om de volkomen gelijkstelling, en het wekte bepaald geen opschudding toen Beernink zich als volgt uitliet: , .Wanneer er een wijziging kwam, die met zich bracht een uitbreiding van het aantal krematoria en een soepeler bepaling voor het z.g. kodicil, zou dat bij mij niet op grote bezwaren stuiten. Ik geloof, dat er bepaald geen principiële bezwaren tegen een dergelijke wijziging zijn aan te voeren".

Even verder: „De Bijbel bevat trouwens geen enkel verbod tot krematie. Wel is er een christelijke traditie, die in Nederland sterk leeft, op grond waarvan het begraven wel voorrang zal blijven genieten. Ik wil wel zeggen, dat de gedachten, die in de motie-Scheps neergelegd zijn, mij wel aanspreken".

Al is het dan, dat Beernink zich met , , de hem wel aansprekende motie" niet vastgelegd heeft, toch is het wel duidelijk, dat van C.H.U. zijde weinig verzet tegen de motie-Scheps te verwachten was. Daarom temeer zijn we benieuwd naar het standpunt van de KV.P. en de A.R.P. Maar hun standpunt bleef bij de bespreking in de vergadering van de vaste Kommissie volslagen in de mist.

R.

deR-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1968

De Banier | 8 Pagina's

GRAF OF OVEN?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1968

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken