Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het achtste gebod in de Staatkunde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het achtste gebod in de Staatkunde

4 minuten leestijd

Revolutie en Eigendom

REVOLUTIE EN EIGENDOM

Communisme en socialisme oordelen anders over eigendom. Zij propageren de gemeenschap van goederen. Communis is gemeenschappelijk, algemeen. Het communisme veroordeelt het privé-eigendom. Alles is van allen. Er bestaat geen eigendomsrecht. Alles behoort de gemeenschap.

Wanneer men stelt, dat ook in de eerste christengemeente te Jeruzalem het communisme bestond, omdat ze alle dingen gemeen hadden en ze hun goederen en have verkochten, en die verdeelden aan allen naar dateik van node had, zodat niemand gebrek had, dienen we toch te bedenken:

a. Dat dit communisme geheel vrijwillig was. Het werd niet door God geboden. Het werd niet door de apostelen opgelegd. Ananias' zonde was niet, dat hij niet alles weggaf. Hij had zelfs de hele akker mogen behouden: , , Zo het gebleven was, bleef het niet het uwe? en verkocht zijnde was het niet in uw macht? "

b. dat er geen sprake was van afschaffing van de eigendom. In de Pinkstergemeente vinden we een zuivere vorm van christelijke naastenliefde. In het revolutionair communisme, dat zegt: al het uwe is het mijne, een vorm van eigenliefde.

We treffen het communisme in alle tijden aan. We vinden het bij godsdienstige sekten en bij de wederdopers. Maar na de Franse Revolutie komen de voorstanders van het communisme eerst goed aan het woord: ni Dieu, ni maitre.

Los van God werd de oplossing gezocht voor een zieke maatschappij, waarin de tegenstelling tussen de rijken en de armen, die als vijanden tegenover ^elkaar stonden, zeer groot was geworden.

Communisme en socialisme worden vaak in één adem genoemd en met elkaar verward. Dit is te verstaan, daar de communistische partijen het marxisme krachtig propageren, terwijl toch Marx de man was, die een wetenschappelijke grondslag aan het socialisme gaf. Marx formuleerde de grondgedachten van het socialisme in zijn, in 1847 samen met Engels opgestelde communistisch manifest. Deze grondgedachten werkte hij later breder uit in zijn grote boek: Das Kapital. Marx kan met recht genoemd worden de geestelijke vader, zowel van het socialisme als van het communisme. Een van zijn leerstellingen, de z.g.n. meerwaarde-theorie, bevat de oorsprong van de z.g. klasse-strijd. Volgens deze theorie is de arbeidskracht van de arbeider een koopwaar, die hij aan de werkgever, de kapitalist verkoopt.

De arbeider bezit niet anders dan zijn arbeidskracht. Hij is wel genoodzaakt die kracht als een , , handels waar" te verkopen. Maar tussen de arbeidslonen en de arbeidsopbrengst is een groot verschil.

De werkgever verdient aan de arbeider. De arbeider wordt tekort gedaan en de werkgever vormt kapitaal.

Steed-weer verdwijnt , , de meer-waarde" van de arbeid in de zakken van de werkgever. De arbeider wordt een loonslaaf, en er ontstaat een klassestrijd. Want de arbeider, die nooit aan zijn trek kan komen, neemt dit niet en zal door revolutie zich van de banden der slavernij ontdoen en zelf de macht grijpen.

Dan komen de produktie-middelen in het bezit van de gemeenschap en is het met het privaat eigendom gedaan. Dan worden de onteigenaars onteigend en komt de nieuwe socialistische maatschappij.

Eligendom is diefstal!

Alle produktie-middelen, ook grond en bodem moeten gemeenschappelijk eigendom worden. En de opbrengst van de arbeid zal voor de gemeenschap zijn.

De leuze: , , gelijkheid" van de revolutieleer houdt in, dat ieder gelijk is en ieder gelijke ontwikkelingskansen moet hebben. Bij de startstreep van het leven mag de één niet iets voor hebben bij de ander. Dit kan alleen verwerkelijkt worden door een reeks ingrijpende maatschappelijke veranderingen. Het is niet voldoende dat de produktiemiddelen en het nationaal vermogen in staatshanden komen. Daarmee heeft men wel de sleutelposities van het partikulier bezit. Het is daarbij nodig dat het erfrecht door zeer zware suksessierechten drastisch wordt bekort.

In het konsekwent marxisme is er voor erven, waarbij eigendom van gestorvenen op levenden overgaat, geen plaats.

Eigendom in partikuliere zin is de wortel van alle kwaad, de bron van ongelijkheid, de oorzaak dat de mens niet tot volle ontplooiing van zijn per­ soonlijkheid kan komen, en daarom moet volgens de leer van het socialisme de privé-eigendom worden geilkwideerd. De gemeenschap is de laatste en machtige bezitter van alles

R.

J. de R.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1968

De Banier | 8 Pagina's

Het achtste gebod in de Staatkunde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1968

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken