Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

meditatie

5 minuten leestijd

1

En Thomas, één van de twaalven, gezegd Didymus, was met hen niet, toen Jezus daar kwam.

De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de Heere gezien. Doch h zeide tot hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steke in het teken der nagelen, en steke mijn hand in Zijn zijde, ik zal geenszins geloven.

En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; e Jezus kwam, als de deuren gesloten waren, en stond in het midden, en zeide: Vrede zij ulieden!

Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en bre uw hand en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig. En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God.

Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.

Joh. 20 : 24-29

„Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des Heeren zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan". Alzo spreekt David als hij zich omgeven kent door vele benauwdheden. Zijn geloof is gevestigd op de God zijns heils. De Heere is zijn sterkte en toevlucht. Die zou uithelpen en hem het goede doen genieten.

Dierbare genade, de genade des geloofs. Zij doet met lijdzaamheid uitzien. Zij doet de rechtvaardige betrouwen in de dood. Zij richt op uit bedruktheid; redt uit verlegenheid; breekt knellende banden en verheft boven bezwaren.

Die bezwaren kunnen zo groot zijn. Twijfelmoedigheid kan zo sterk zijn; de kracht des ongeloofs zozeer benauwen, dat zij de ziel in treurigheid doen omdolen. En toch, hoe zwak het geloof ook zij, het stelt de Heere Jezus op zeer hoge prijs, waardeert Hem boven alles, omdat het met de liefde gemengd is, terwijl het anderzijds niet lichtvaardig noch roekeloos handelt. Het geloof moet een vaste grond hebben en stelt op hoge prijs, dat het geloofsvoorwerp zich openbare.

Dit één en ander wordt ook openbaar in de verschijning van de opgewekte Borg aan Thomas. Hij is één uit de kring der discipelen, één der twaalven, gezegd Didymus, d.i. tweelingbroeder. Hij is iemand, die de Heere Jezus in waarheid liefheeft, die, indien het moet, zelfs bereid is met Jezus te sterven. Immers toen Christus naar Bethanië ging om Lazarus op te wekken, zegt Thomas tot zijn medediscipelen: „Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven". Hij zag in het geheel geen doorzicht in dat gaan naar Bethanië. Hij is een waar discipel des Heeren, maar die tot hiertoe, meer dan de anderen, schijnt geleefd te hebben bij zien en tasten.

Hij is niet tegenwoordig geweest bij de verschijning van Christus op de dag der opstanding. Waarom niet? Het wordt ons niet uitdrukkelijk gezegd door de evangelisten, maar zou de gesteldheid in zijn binnenste niet één der oorzaken zijn geweest'? Moedeloos en verslagen, de gedachten vol, zich aan eigen overleggingen overgevend, verkiest hij de eenzaamheid. Troosten kan hem de gemeenschap der broederen toch niet. Met hen breken doet hij niet; dat kan niet. Maar toch had hij zich aan hen onttrokken op de dag der opstanding om niet met hen des avonds te vergaderen. Maar dat was schadelijk voor hem. Daardoor moet hij missen de blijdschap en vrede, die de anderen mochten smaken. Te prijzen is het in Thomas, dat hij staat naar welverzekerde gronden voor zijn geloof. Neen, hij behoort niet tot dat oppervlakkig christendom onzer dagen, dat lichtvaardig en lichtzinnig uitroept: Wij zijn de Godbezitters. Ach, hoe staat het te vrezen, dat van velen hunner het woord der waarheid geldt: „Velen zullen menen in te gaan, maar zullen niet kunnen". Het oprechte volk moet een grond hebben voor zijn geloof, het kan zich niet gerust stellen op het blote woord van een ander, die zegt: geloof maar. Je mag niet twijfelen. Dat is zonde. Het is een werk en een weldaad Gods als wij geloven mogen, hoewel ons ongeloof daardoor niet goed te praten is.

Het is niet te prijzen in Thomas, dat hij aan zijn twijfelmoedigheid zo toegaf, dat hij 7.icji in de eenzaamheid daaronder begroef. Hoe menige ziel volgt hem op die weg tot niet geringe schade na, door zich in de eenzaamheid aan eigen twijfelmoedige gedachten over te geven, zich onttrekkend aan de gemeenschap van Gods volk en alle vrijmoedigheid uitblussend. Het kan de ziel zo bang zijn; haar zonde is te groot, of ook, de zaak is haar te groot. Zou de Heere naar haar kunnen omzien'? Neen, dat kan niet. En zo werpt ze al haar vrijmoedigheid weg en loopt als een eenling op de aarde. Als de andere discipelen Thomas ontmoeten, zeggen zij: „Wij hebben de Heere gezien". En wat antwoordt hij? Wordt hij bemoedigd en opgebeurd? Ach neen. De woorden der discipelen werken uit, dat zijn twijfelmoedigheid en ongeloof nog scherper zich openbaarde. Hij moet zien en tasten, eerder zal hij niet geloven.

(zie vervolg pagina 4)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 10 April 1969

De Banier | 8 Pagina's

meditatie

Bekijk de hele uitgave van Thursday 10 April 1969

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken