Bekijk het origineel

meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

meditatie

6 minuten leestijd

Mijn lust is aan haar. Jesaja 62 : 4b

Oprechter en tederder dan de liefdesverklaring, welke bovenstaande woorden ons te lezen geven, werd er ter wereld nooit één afgelegd.

Van eeuwigheid toch is Sion, de uitverkoren gemeente Gods, het grote voorwerp van het verlangen van de liefde van Jehova.

Zij is de hoog bevoorrechte, over wie al het erbarmen van het Goddelijk welbehagen in Christus Jezus zich uitstrekt; zij, de uitverkorene, die de Vader begeerde, opdat al de rijkdom Zijner barmhartigheid in haar verheerlijkt zou worden; zij, de verlangde bruid, die van voor de grondlegging der wereld het hart van de hemelse Bruidegom van innige liefde deed kloppen; zij, de teer beminde, op wier welzijn en vreugde heel het ontwerp der Goddelijke huishouding en wereldregering is aangelegd.

Men kan zich niet genoeg verwonderen hoe ver de Vader in Zijn liefde tot Zijn Sion gegaan is, dat Hij om harentwil Zijn Eniggeborene tot de kruisdood overgaf. En niet minder moet het onze hoogste verwondering gaande maken, indien wij er gelovig bij bepaald worden, dat de Zoon om Sions wil mens, een arm en veracht mens, heeft willen worden. Hemel en aarde mogen hun handen wel samenklappen, indien zij aanschouwen, dat de Eniggeborene des Vaders voor haar de last van Gods eeuwige toorn tegen de zonde gedragen en haar door Zijn borgtochtelijk lijden het eeuwige leven en de gerechtigheid Gods verworven heeft.

Te meer nog moet de verwondering vleugels aanschieten, wanneer men bedenkt aan wie de lust des Allerhoogsten wel is.

Van hen, die God in Christus Jezus tot het voorwerp van Zijn lust verkoor, heeft niemand van nature enige lust in Hem. Hij moet hun derhalve tegen hun boosheid en afkerigheid in Zijn liefde bewijzen; want in hun vijandig en verdorven bestaan wijzen zij met volle hand, ja, met gebalde vuist de betoningen van Zijn gunst af. Zo machtig is de afkerigheid van Sion tegen het erbarmen des Heeren over haar, dat Hij haar de armen en benen moet breken, voordat zij Zijn Hefde zal zoeken en waarderen. Hoe wonderlijk en Goddelijk gaat het daarbij toe, wanneer de Heilige Geest verklaart, dat Jehova's lust aan Zijn Sion is!

Stort de Heilige Geest de Liefde Gods in het hart van enig mens uit, het gaat met hem achter- en nederwaarts; zijn trotse natuur wordt verbroken; zijn hoge ogen worden vernederd; zijn verdorven hart wordt met berouw vervuld, heel zijn innerlijk bestaan wordt met boetvaardigheid vanwege de zonde tegen de heilige, rechtvaardige en goeddoende God aangedaan.

Het begin van de openbaringen van Gods Hefde in de mens is toch, dat deze zijn zonde en ellende recht leerf verstaan en in zijn Godsgemis geleid wordt en het begin van de zaligheid Gods, in de Zijnen gewrocht, is, dat zij aan zichzelf als vijanden Gods, die door de dood Zijns Zoons met God verzoend moeten worden, worden ontdekt. De arbeid der Liefde, welke de Heihge Geest in de harten van Sions kinderen verricht, neemt daarmede gemeenlijk een aanvang, dat Hij hen als zondaren en schuldenaren voor het heilig aangezicht Gods stelt.

Alzo worden zij ontvankelijk en vatbaar gemaakt om uit vrije genade door het geloof door de verlossing, die in Christus Jezus is, te worden gerechtvaardigd en gezaligd. Dit alles is een uitnemend werk van Goddelijke liefde, schoon de mens onder het gevoel van Gods rechtvaardige toorn over zijn zonde gebracht, het niet alzo kan zien en gevoelen.

De Heere toch zal door Zijn Geest de Zijnen ontdekken en ontledigen, ontbloten en ontgronden, totdat zij onder Gods heihg recht gebracht zichzelf geheel verloren schatten en door de toepassing des Heiligen Geestes in het geloof Christus, hun door de Vader geschonken als hun Zaligmaker, Die hen met God verzoend heeft, mogen omhelzen.

Onder die uitlatingen van Gods liefde zal het kind des Heeren voor zoveel gunstbewijs geen andere verklaring van zulk een uitnemende liefde, aan hem, de in zichzelf goddeloze, betoond, kunnen stamelen dan: „Om het eeuwig welbehagen, omdat de Heere lust aan Sion heeft".

Elke uitlating van Gods hefde, elke bemoeienis der Goddelijke genade, elke Bethel en elke Pniël op zijn levensweg zal hem al dieper en dieper in verwondering en aanbidding doen wegzinken.

Sion zal haar zahgheid om Gods wil beminnen en slechts haar zaligheid willen, omdat God haar wil.

Doch slechts in gouden ure ligt Sions wil in Gods wil verslonden. Want gedurig ontwaart zij in haar leden een andere wet, nameüjk de wet der zonde. Vandaar ook de veelvuldige klachten der heiligen Gods. Vandaar ook de verstaanbare klacht van de hoog begenadigde Rutherford: „Och dat ik krank van liefde naar de liefde Christi ware".

Mijn lezers! Hoe staat het met ons? Er is in onze donkere dagen zoveel godsdienst, die beter met het woord „mensendienst" te bestempelen valt. Het is toch schrikbarend zoveel godsdienst zonder God en zoveel christendom zonder Christus als onze dagen te aanschouwen geven. Wie zal kunnen uitspreken al de valse gronden, waarop men ten

vervolg pag. 2 MEDITATIE (vervolg)

onzent zijn zaligheid al bouwt? Hoe velen reizen met een ingebeelde hemel naar de afgrond der eeuwige duisternis!

Dit moge ons allen wel tot nauwgezet onderzoek leiden. Want het gevaar is groot, dat wij zeggen, dat wij lust aan God hebben, terwijl God geen lust aan ons heeft. Dat wij ons dan mogen leren beproeven of ons geloof uit en door en tot God is. Er zijn zovele hemeIzoekers; daartegenover is het getal der Godzoekers maar schaars.

Is onze zonde ons zonde voor God en onze schuld ons tot schuld voor het aangezicht Gods gemaakt? Zijn wij zondaar en schuldenaar door God voor God gemaakt, of houden wij ons zelf maar voor zondaar en schuldenaar? In het laatste geval zullen wij nimmer de ware smart en pijn, het rechte leedwezen voor God over onze zonde gekend iiebben en ook tot dusver verstoken gebleven zijn van de kennis van de weeën der wedergeboorte; alsdan zal onze zaligheid ons ook nimmer een zaak van verwondering en aanbidding geworden zijn. Want al wie de Heere door Zijn Geest en Woord wederbaart en de liefde van de schuldvergevende genade Gods in Christus Jezus openbaart, zal het een wonder worden, dat Gods liefde in Christus Jezus tot zulk één kon uitgaan, ja, met vermeerdering van zelfkennis en Godskennis zal het wonder hoe langer hoe groter worden, dat er van Godswege aangaande Sion geschreven staat: , , Mijn lust is aan haar".

Dat wij ons, mijn lezers, nauw mogen leren onderzoeken of God de handen Zijner genade reeds aan ons geslagen heeft. Het is nog de dag der genade. Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur.

Vreselijk zal het zijn onder de middelen en het aanbod der genade geleefd te hebben en dan onbekeerd, ongelovig, ongehoorzaam te vallen in de handen van de levende God.

Wijlen Ds. P. Zandt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1969

De Banier | 10 Pagina's

meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1969

De Banier | 10 Pagina's

PDF Bekijken