Bekijk het origineel

meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

meditatie

4 minuten leestijd

Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer, want God nam hem weg. Genesis 5 : 24

Er staat maar van enkele mensen in het Heilig Woord des Meeren dat ze met God wandelden. En daarmee wordt bedoeld: dat ze een zondedodend leven hebben mogen leiden; in de tere vreze Gods hun dagen doorbrachten en een nauwe verbinding met de hemel hadden.

Eén van die weinige mensen is Henoch geweest, de zoon van Jered. Hij was in de linie van Seth de zevende van Adam. Er was ook een andere lijn, nl. die van Kaih, waarin bruutheid van de zonden openbaar kwam. Mensen die God haatten met een dodelijke haat Wat een verschil toch: Dodelijke haat krachtens onze val in Adam, of hartelijke liefde tot Hem die ons geschapen heeft, door vrije genade.

Nu was er ook oudtijds groot verschil in de levensopenbaring van Gods kinderen. Maar zij die met God wandelden hadden het profijtelijkste leven. Neen, dat wandelen met de Heere hebben ze niet uit zichzelf gedaan. De Heere moet elk mens die Zijn genade leert kennen, van dood levend maken, van blind ziende en van doof horende.

Dit wonder is ook aan Henoch geschied, en dat wel door het alvermogen des Heeren; niet omdat Henoch een beter mens was dan andere mensen. Hij was even diep gevallen als elk mensenkind. Hij was doodgevallen. Maar de Heere had hem begenadigd, en om de offerande van Christus het leven geschonken dat blijft tot in der eeuwigheid.

En nu was hem een kostelijke gave geschonken, namelijk de tere vreze Gods. De bekering op zichzelf bewaart de mens niet voor zonde en afdwaling, maar een nabij leven bij de Heere wel. En dat kan alleen maar doen zingen: Het is mij goed om nabij God te zijn. Welnu, Henoch wandelde met God. Met iemand meewandelen duidt gemeenschap en hartelijke verbinding aan. Dat toont dat er een bepaald vertrouwen is ten opzichte van degene waar we mee meegaan. Dat wijst er op dat we zoiemand hartelijk liefliebhen.

Eigenlijk staat deze tekst zo: Dat Henoch met God op- en neer wandelde. Henoch kon bij de Heere niet vandaan. Hij had zijn God hartelijk lief Hij kon niet buiten Hem leven. Wat zou het levend Sion van deze tijd zich moeten schamen, juist daarvoor dat het zo gemakkelijk de Heere aan Zijn plaats kan laten en er zo weinig uitgangen zijn naar de Genadetroon. Er is zoveel een trachten zichzelf op de been te houden.

Bij Henoch alzo niet. De Heere had hem bij de hand gevat, en er was geen lust in het hart van deze liefJiebber des Heeren om zich los te werken en eigen gang te gaan. Zijn ziel was door de Heere vervuld met heilige liefde tot Zijn Naam en geboden. In tegenstelling tot de kerk van nu, die veelal de aarden flessen gelijk is geworden, was zijn hoogste begeren om te wandelen waardiglijk de roeping waarmede de Heere hem door Zijn Geest onwederstandelijk geroepen had.

En nu is dit het voorrecht geweest van deze man: Waar de Heere met hem heenwandelde, hij mocht overal heen volgen. Hij mocht Gods wegen goedkeuren. Ja, zijn zielebegeren was om heel dicht bij de Heere te mogen leven. En mijn lezer en lezeres, dat is een profijtelijk leven geweest Dat was een teder leven, dat was een aanklevend leven.

Ging de Heere met hem door diepe wegen, het was hem goed. Bracht de Heere hem wegen van druk, het was hem goed. Wandelde de Heere met hem voor naar het vlees diepe wegen, hij was er gewillig in, in de wetenschap dat de Heere het goede met hem voor had, en Zijn trouwe Verzorger en Bewaarder was.

Mocht hij met de Heere meewandelen in dagen van geluk en voorspoed, en mocht zijn ziel zich verlustigen in het goede van de God zijns levens, hij was er heilig in verwonderd en verhief zich niet. Hij wandelde met God. Wat boodschap gaat daar van uit voor u en mij, ja voor ons allen tesamen. Opdat zij die dit leven missen, jaloers mochten worden en leren bedelen om zo'n leven. Van nature wandelen we niet met de Heere, maar met de overste dezer wereld. Och, dat de ogen er voor geopend werden. We zouden er eeuwig wel bij varen.

Maar ook zij die een weinig van Zijn genade ontvingen, mocht het de ziel wel roeren dat we zo ver zijn afgezworven, en zo weinig het beeld van Christus vertonen. Opdat er nog eens weer smekingen geboren werden om door de Heere teruggehaald te worden, en bang te mogen worden van de zonden. Ja, daar tegen heilig te protesteren, gelijk Henoch heeft mogen doen. D. V. daarover de volgende maal.

Jethbridge

A. W. Verhoef.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1970

De Banier | 8 Pagina's

meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1970

De Banier | 8 Pagina's

PDF Bekijken